Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZUT:2007:BA1984

Instantie
Rechtbank Zutphen
Datum uitspraak
28-03-2007
Datum publicatie
30-03-2007
Zaaknummer
06/471547-06
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Gebleken is dat de buitengewoon opsporingsambtenaar alleen voor milieudelicten opsporingsbevoegdheid heeft. Het proces-verbaal van deze ambtenaar omtrent de bedreiging kan niet worden aangemerkt als een proces-verbaal ex artikel 344, eerste lid, aanhef en onder 2, van het Wetboek van Strafvordering met de bijzondere bewijskracht ingevolge het tweede lid van die bepaling. Het proces-verbaal betreft een ander geschrift in de zin van artikel 344, eerste lid, aanhef en onder 5, van het Wetboek van Strafvordering, op grond waarvan een bewezenverklaring alleen niet kan worden gebaseerd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZUTPHEN

Sector Straf

Parketnummer: 06/471547-06

Tegenspraak / dip

Uitspraak van de politierechter mr. N.C. van Lookeren Campagne van 28 maart 2007, in de zaak tegen verdachte:

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] 1961 te [plaats],

wonende te [adres en woonplaats]

Inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

hij op of omstreeks 6 november 2006 te Zutphen, toen een aldaar in uniform geklede dienstdoende politieambtenaar verdachte, als verdacht van het gepleegd hebben van één of meer op heterdaad ontdekt(e) strafba(a)r(e) feit(en), had aangehouden en had vastgegrepen, althans vast had, teneinde verdachte ter geleiding voor een hulpofficier van justitie over te brengen naar een politiebureau, zich met geweld tegen eerstgenoemde opsporingsambtenaar,

werkzaam in de rechtmatige uitoefening van zijn of haar bediening, heeft verzet door te rukken en/of te trekken in een richting tegengesteld aan die waarin die ambtenaar verdachte trachtte te geleiden;

art 180 Wetboek van Strafrecht

2.

hij op of omstreeks 6 november 2006 te Zutphen [slachtoffer] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk voornoemde [slachtoffer] dreigend de woorden toegevoegd :"flikker op en als je mij nog eenmaal aanraakt dan trap ik je in elkaar", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;

art 285 lid 1 Wetboek van Strafrecht

Beslissing ten aanzien van feit 1

De politierechter acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

hij op 6 november 2006 te Zutphen, toen een aldaar in uniform geklede dienstdoende ambtenaar verdachte, als verdacht van het gepleegd hebben van een op heterdaad ontdekt strafbaar feit, had aangehouden en had vastgegrepen, teneinde verdachte ter geleiding voor een hulpofficier van justitie over te brengen naar een politiebureau, zich met geweld tegen eerstgenoemde opsporingsambtenaar, werkzaam in de rechtmatige uitoefening van zijn bediening, heeft verzet door te rukken en/of te trekken in een richting tegengesteld aan die waarin die ambtenaar verdachte trachtte te geleiden.

Veroordeelt verdachte tot een geldboete van € 150,--, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 3 dagen hechtenis.

Beslissing ten aanzien van feit 2:

Vrijspraak.

Ten aanzien van de onder 2 ten laste gelegde bedreiging heeft de politierechter overwogen dat het wettig bewijs ontbreekt, nu alleen het proces-verbaal van de buitengewoon opsporingsambtenaar eventueel voor het bewijs tegen de ontkennende verdachte kan worden gebruikt en nu niet anders is gebleken dan dat deze opsporingsambtenaar alleen voor milieudelicten opsporingsbevoegdheid heeft. Diens proces-verbaal kan bijgevolg niet worden aangemerkt als een proces-verbaal ex artikel 344, eerste lid, aanhef en onder 2, van het Wetboek van Strafvordering met de bijzondere bewijskracht ingevolge het tweede lid van die bepaling. Het proces-verbaal betreft een ander geschrift in de zin van artikel 344, eerste lid, aanhef en onder 5, van het Wetboek van Strafvordering, op grond waarvan een bewezenverklaring alleen niet kan worden gebaseerd. De politierechter heeft daarbij nog verwezen naar het arrest van de Hoge Raad van 31 oktober 2006 (NJ 2006, 603).

Kwalificatie en toepasselijke wettelijke voorschriften

Feit 1 : Wederspannigheid.

De artikelen 23, 24, 24c en 180 van het Wetboek van Strafrecht.