Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZUT:2007:BA1378

Instantie
Rechtbank Zutphen
Datum uitspraak
21-03-2007
Datum publicatie
23-03-2007
Zaaknummer
06/460457-06
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Deels voorwaardelijke gevangenisstraf voor diverse (gekwalificeerde) diefstallen en opzetheling.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZUTPHEN

Sector Straf

Meervoudige kamer

Parketnummer: 06/460457-06

Uitspraak d.d.: 21 maart 2007

tegenspraak/ dip / oip

VERKORT VONNIS

in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren te [plaats] op [geboortedatum] 1981,

verblijvende in het huis van bewaring te Doetinchem.

Onderzoek van de zaak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van

19 januari 2007 en 8 maart 2007.

De tenlastelegging

Nadat de tenlastelegging op de terechtzitting is gewijzigd is aan de verdachte ten laste gelegd dat:

1.

hij op of omstreeks 20 juli 2006, te Apeldoorn, met het oogmerk van

wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een bromfiets (Beta), in elk

geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer A] en/of [slachtoffer B], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte;

(incident 1)

art 310 Wetboek van Strafrecht

2.

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode tussen 1 juli 2006

en 14 augustus 2006, te Apeldoorn, (telkens) met het oogmerk van

wederrechtelijke toeëigening in/uit een auto (Pontiac Transport) heeft

weggenomen een autoradio en/of een compressor en/of aansluitset voor een

navigatiesysteem en/of aansluitstekker GSM, in elk geval enig(e) goed(eren),

geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer C], in elk geval aan een ander of

anderen dan aan verdachte, waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des

misdrijfs heeft verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn

bereik heeft gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;

(incident 7)

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

3.

hij op een tijdstip in of omstreeks de periode van 8 augustus 2006 tot en met

23 augustus 2006, te Apeldoorn, met het oogmerk van wederrechtelijke

toeëigening heeft weggenomen een bromfiets (Hyosung Rush), in elk geval enig

goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer D], in elk geval aan een ander

of anderen dan aan verdachte;

(incident 3)

art 310 Wetboek van Strafrecht

4.

hij op of omstreeks 01 juli 2006, te Apeldoorn, met het oogmerk van

wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen uit een kelderbox een bromfiets

(TGB Rapido Rivolta), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende

aan [slachtoffer E], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte,

waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft

en/of die/dat weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel

van verbreking van het stuurslot;

(incident 5)

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

5.

hij in of omstreeks de periode van 6 mei 2005 tot en met 8 mei 2005 te

Apeldoorn tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een

bromfiets/scooter (Kymco), in elk geval enig goed, geheel of ten dele

toebehorende aan [slachtoffer F], in elk geval aan een ander of anderen dan

aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn

mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben

verschaft en/of die/dat weg te nemen goed onder zijn/hun bereik heeft/hebben

gebracht door middel van verbreking van het stuurslot;

(gevoegde zaak, parketnummer 800764-06, incident 3)

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

6.

hij op een tijdstip in of omstreeks de periode van 14 september 2005 tot en

met 15 september 2005, te Apeldoorn tezamen en in vereniging met een ander of

anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening

heeft weggenomen een scooter/bromfiets (Peugeot Vivacity), in elk geval enig

goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer G], in elk geval aan een

ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte

en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs

heeft/hebben verschaft en/of die/dat weg te nemen goed onder zijn/hun bereik

heeft/hebben gebracht door middel van verbreking van het slot van die schuur

en/of die bromfiets;

(gevoegde zaak, Parketnr 800764/06, incident 4)

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

ALTHANS, dat

hij op een tijdstip in of omstreeks de periode van 14 september 2005 tot en

met 17 september 2005, te Apeldoorn, in elk geval in Nederland, een

bromfiets/scooter (Peugeot Vivacity) heeft verworven, voorhanden heeft gehad

en/of heeft overgedragen, terwijl hij ten tijde van het verwerven of het

voorhanden krijgen van die bromfiets/scooter wist dat het (een) door misdrijf

verkregen goed(eren) betrof;

(parketnummer 800764-06, incident 4)

art 416 lid 1 ahf/ond a Wetboek van Strafrecht

Taal- en/of schrijffouten

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten en/of kennelijke omissies voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Vrijspraak

Naar het oordeel van de rechtbank is niet wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 6 primair ten laste gelegde heeft begaan. Evenals de officier van justitie is de rechtbank van oordeel dat verdachte hiervan behoort te worden vrijgesproken. Daarbij neemt de rechtbank in aanmerking dat verdachte op dit punt een geloofwaardige verklaring bij de politie heeft afgelegd, en ter terechtzitting uitdrukkelijk heeft herhaald zich niet schuldig te hebben gemaakt aan het onder 6 primair ten laste gelegde, maar wel aan het onder 6 subsidiair ten laste gelegde.

Bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1, 2, 3, 4, 5 en 6 subsidiair ten laste gelegde heeft begaan, te weten dat:

1.

hij op 20 juli 2006 te Apeldoorn met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een bromfiets (Beta) toebehorende aan [slachtoffer A] en/of [slachtoffer B]

2.

hij in de periode tussen 1 juli 2006 en 14 augustus 2006 te Apeldoorn met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een auto (Pontiac Transport) heeft weggenomen een autoradio en een compressor en een aansluitset voor een navigatiesysteem en een aansluitstekker voor een GSM, toebehorende aan [slachtoffer C];

3.

hij op een tijdstip in de periode van 8 augustus 2006 tot en met 23 augustus 2006 te Apeldoorn met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een bromfiets (Hyosung Rush), toebehorende aan [slachtoffer D];

4.

hij op 1 juli 2006 te Apeldoorn met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een bromfiets (TGB Rapido Rivolta), toebehorende aan [slachtoffer E], waarbij verdachte dat weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel

van verbreking van het stuurslot;

5.

hij in de periode van 6 mei 2005 tot en met 8 mei 2005 te Apeldoorn met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een bromfiets/scooter (Kymco), toebehorende aan [slachtoffer F], waarbij verdachte dat weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van verbreking van het stuurslot;

6.

hij op een tijdstip in de periode van 14 september 2005 tot en met 17 september 2005 te Apeldoorn een bromfiets/scooter (Peugeot Vivacity) voorhanden heeft gehad, terwijl hij ten tijde van het voorhanden krijgen van die bromfiets/scooter wist dat het een door misdrijf verkregen goed betrof.

Vrijspraak van het meer of anders ten laste gelegde

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. De verdachte behoort daarvan te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezene levert op de misdrijven:

Feiten 1, 2, 3 : diefstal;

Feiten 4, 5 : diefstal, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik

heeft gebracht door middel van verbreking;

Feit 6 subsidiair : opzetheling.

Strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

Oplegging van straf en/of maatregel

De officier van justitie heeft, uitgaande van een bewezenverklaring van de onder 1, 2, 3, 4, 5 en 6 subsidiair ten laste gelegde feiten, gevorderd verdachte te veroordelen tot een gevangenisstraf van 15 maanden, met aftrek van de tijd die verdachte in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, waarvan 2 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaar, met als bijzondere voorwaarde dat verdachte zich zal houden aan de voorschriften en aanwijzingen hem te geven door de Reclassering, ook als dat inhoudt plaatsing bij Exodus en behandeling bij de Waag.

De rechtbank acht na te melden strafoplegging in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezen verklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander tijdens het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

De rechtbank heeft bij de straftoemeting in het bijzonder in aanmerking genomen de ernstige recidive van verdachte ter zake van dit soort feiten en de overlast die hij hiermee veroorzaakt voor de benadeelden.

De rechtbank acht een deels voorwaardelijke gevangenisstraf op zijn plaats teneinde verdachte ervan te weerhouden opnieuw strafbare feiten te plegen. De rechtbank zal voorts de bijzondere voorwaarde stellen, dat verdachte zich zal houden aan de voorschriften en aanwijzingen hem te geven door de Reclassering, ook als dat inhoudt plaatsing bij Exodus en behandeling bij De Waag.

Ad informandum gevoegde zaken

De rechtbank heeft tevens in aanmerking genomen de ter kennisneming gevoegde zaken, bekend onder parketnummer 06/800764-06 incidenten 1 en 5.

Verdachte heeft bekend deze feiten te hebben begaan en de officier van justitie heeft toegezegd dat voor deze feiten geen verdere strafvervolging zal volgen.

Vordering tot schadevergoeding

De benadeelde partij [slachtoffer F], [adres en woonplaats] heeft zich met een vordering tot schadevergoeding ten bedrage van € 1.150,- gevoegd in het strafproces ten aanzien van het onder 5 ten laste gelegde.

De rechtbank zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in haar vordering, nu zij van oordeel is dat de vordering, gelet op het door de verdediging gevoerde verweer, niet van zo eenvoudige aard is dat deze zich leent voor afdoening in het strafgeding. De benadeelde partij kan derhalve haar vordering slechts aanbrengen bij de burgerlijke rechter.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Deze strafoplegging/beslissing is gegrond op de artikelen 10, 14a, 14b, 14c, 14d, 27, 57, 310, 311 en 416 van het Wetboek van Strafrecht.

Beslissing

De rechtbank beslist als volgt.

Verklaart niet bewezen, dat verdachte het onder 6 primair ten laste gelegde heeft begaan en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart, zoals hiervoor overwogen, bewezen dat verdachte het onder 1, 2, 3, 4, 5, en 6 subsidiair ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart het bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart verdachte strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 456 (vierhonderdzesenvijftig) dagen.

Bepaalt, dat een gedeelte van de gevangenisstraf, groot 60 (zestig) dagen niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond dat veroordeelde zich vóór het einde van een proeftijd van 2 jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt dan wel de navolgende bijzondere voorwaarde niet heeft nageleefd.

Stelt als bijzondere voorwaarde dat veroordeelde zich gedurende de proeftijd zal gedragen naar de aanwijzingen en voorschriften die veroordeelde zullen worden gegeven door of namens de reclassering, zolang de reclassering dit noodzakelijk oordeelt, ook als dit inhoudt dat veroordeelde zich zal laten begeleiden door Exodus en/of een ambulante behandeling zal volgen bij De Waag. De veroordeelde zal zich dan houden aan regels die hem door of namens de leiding van Exodus en/of De Waag zullen worden gegeven.

Geeft de reclasseringsinstelling opdracht de veroordeelde bij de naleving van de opgelegde voorwaarde hulp en steun te verlenen.

Beveelt, dat de tijd, door veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht.

Verklaart de benadeelde partij [slachtoffer F] niet-ontvankelijk in haar vordering en bepaalt dat de benadeelde partij haar vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

Heft op het bevel tot voorlopige hechtenis met ingang van het tijdstip waarop de duur daarvan gelijk wordt aan die van de opgelegde straf.

Aldus gewezen door mr. Hödl, voorzitter, mrs. Van Harreveld en Van Breda, rechters, in tegenwoordigheid van mr. Althoff, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 21 maart 2007.

Mr. Van Breda is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

RECHTBANK ZUTPHEN

Meervoudige kamer voor strafzaken