Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZUT:2007:AZ9793

Instantie
Rechtbank Zutphen
Datum uitspraak
23-02-2007
Datum publicatie
02-03-2007
Zaaknummer
06/1139 PARKBL
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Naheffing parkeerbelasting Zutphen

Op basis van de beschikbare gegevens is de rechtbank van oordeel dat op het tijdstip van oplegging van de naheffingsaanslag geen geldig betaalbewijs in het voertuig was aangebracht. De rechtbank ziet geen grond voor twijfel aan de juistheid van de verklaring en bevindingen van de parkeercontroleur. Dat eiser beschikte over een parkeerontheffing van de betreffende datum doet daaraan niet af. De parkeerontheffing is slechts geldig voor de vergunninghouderplaatsen vóór de rechtbank en niet op de plaats waar het voertuig van eiser werd aangetroffen, namelijk een plaats waar parkeerbelasting is verschuldigd. Dat eiser zijn auto op een niet voor vergunninghouders bestemde parkeerplek, heeft geparkeerd komt voor zijn risico. In dat verband merkt de rechtbank op dat de vergunninghouderzone direct voor het gerechtsgebouw duidelijk als zodanig kenbaar met een bord is aangegeven. Het beroep is ongegrond.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Belastingblad 2007/572
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZUTPHEN

Sector Bestuursrecht

Enkelvoudige kamer

Reg.nr.: 06/1139 PARKBL

Uitspraak in het geding tussen:

[eiser]

te [woonplaats],

eiser,

en

de heffingsambtenaar van de gemeente Zutphen

verweerder.

1. Ontstaan en loop van het geding

Met dagtekening 6 maart 2006, nummer 060306.1524.8011 heeft verweerder een naheffingsaanslag parkeerbelastingen opgelegd.

Bij uitspraak op bezwaar van 31 maart 2006 heeft verweerder het door eiser gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Eiser heeft bij brief van 5 mei 2006 beroep bij de rechtbank ingesteld op de daarin vermelde gronden. Verweerder heeft de op de zaak betrekking hebbende stukken en een verweerschrift ingezonden.

Op verzoek van de rechtbank heeft verweerder bij brief van 25 oktober 2006 nadere stukken ingediend, waaronder een verklaring van de parkeercontroleur.

Na verkregen toestemming van partijen heeft de rechtbank met toepassing van artikel 8:57 van de Algemene wet bestuursrecht bepaald dat het onderzoek ter zitting achterwege blijft. Daarop is het onderzoek gesloten.

2. Motivering

Eiser is houder van een grijze personenauto merk Ford met kenteken [kenteken].

Op 6 maart 2006 heeft een parkeercontroleur omstreeks 15.24 uur deze personenauto aangetroffen aan de Martinetsingel te Zutphen. De parkeercontroleur heeft op evengenoemd tijdstip geconstateerd dat geen geldig betaalbewijs in het voertuig was aangebracht. Naar aanleiding daarvan is aan eiser de onderhavige naheffingsaanslag opgelegd.

Eiser heeft aangevoerd dat hij op 6 maart 2006 om 13.45 uur in het gerechtsgebouw moest zijn in verband met een beroepsprocedure bij de kantonrechter. Nadat hij zijn auto aan de Martinetsingel had geparkeerd heeft hij bij het gerechtsgebouw om een parkeervergunning (ontheffing) verzocht en gekregen. Op het moment dat hij weer buiten kwam, was er een naheffingsaanslag uitgeschreven.

Verweerder heeft in dat verband gesteld dat het betreffende voertuig stond geparkeerd op een plaats waar parkeerbelasting verschuldigd is.

Op basis van de beschikbare gegevens is de rechtbank van oordeel dat op het tijdstip van oplegging van de naheffingsaanslag geen geldig betaalbewijs in het voertuig was aangebracht. De rechtbank ziet geen grond voor twijfel aan de juistheid van de verklaring en bevindingen van de parkeercontroleur. Dat eiser beschikte over een op 6 maart 2006 gedateerde parkeerontheffing, geldig voor locatie 4683 (direct voor het gerechtsgebouw), doet daaraan niet af. De parkeerontheffing is slechts geldig voor de vergunninghouder-plaatsen vóór de rechtbank en niet op de plaats waar het voertuig van eiser werd aangetroffen, namelijk een plaats waar parkeerbelasting is verschuldigd. Dat eiser zijn auto op een niet voor vergunninghouders bestemde parkeerplek, heeft geparkeerd komt voor zijn risico. In dat verband merkt de rechtbank op dat de vergunninghouderzone direct voor het gerechtsgebouw duidelijk als zodanig kenbaar met een bord is aangegeven.

Uit het vorenstaande volgt dat de auto van eiser ten tijde van het opleggen van de naheffingsaanslag stond geparkeerd op een onder de verordening vallende parkeerplaats zonder dat daarvoor parkeerbelasting is betaald. De rechtbank is met verweerder van oordeel dat dit tevens impliceert dat er op het moment van controle geen geldig betaalbewijs in de auto aanwezig was. Verweerder heeft terecht parkeerbelasting nageheven.

Het beroep is ongegrond. Er is geen aanleiding voor een veroordeling in proceskosten.

3. Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Aldus gegeven door mr. R.P. van Baaren en in het openbaar uitgesproken op 23 februari 2007 in tegenwoordigheid van de griffier.