Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZUT:2007:AZ9611

Instantie
Rechtbank Zutphen
Datum uitspraak
28-02-2007
Datum publicatie
28-02-2007
Zaaknummer
06-802654-05
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte is vrijgesproken voor het medeplegen van een poging tot afpersing. De rechtbank heeft geoordeeld dat er geen sprake was van een nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en de medeverdachte. De situatie waarin verdachte kwam te verkeren overkwam hem en op de momenten waarop hij bij de medeverdachte gedrag bespeurde waar enige dreiging van uitging, heeft hij de medeverdachte daarop aangesproken en zich van dat gedrag gedistantieerd. (Promis)

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZUTPHEN

Sector Straf

Meervoudige kamer

Parketnummer: 06/802654-05

Uitspraak d.d.: 28 februari 2007

Tegenspraak/ dnip

VONNIS

in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren te [plaats] op [geboortedatum],

wonende te [postcode, plaats], [adres].

Onderzoek van de zaak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 14 februari 2007.

De tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 29 augustus 2005 tot en met 30 augustus 2005 in de gemeente(n) Apeldoorn en/of Arnhem en/of Rotterdam, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn medeverdachte(n) voorgenomen misdrijf om met het oogmerk om zich en/of een ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffers] te dwingen tot de afgifte van Euro

13.500,-- en/of Euro 20.000,--, althans een een (fors) geldbedrag, in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan die [slachoffer 1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), immers heeft/hebben en/of is/zijn verdachte en/of zijn mededader(s)

-aan die [slachoffer 1] en/of die [slachtoffer 2] medegedeeld dat verdachte en/of zijn mededader(s) Euro 13.500,-- moesten hebben voor gemaakte (hotel)kosten en dat het anders helemaal verkeerd zou aflopen en/of

-aan die [slachoffer 1] en/of die [slachtoffer 2] medegedeeld dat er voor 17.00 uur (op 29 augustus 2005) geld moest komen, anders zou de stemming anders worden en/of

-aan die [slachoffer 1] en/of die [slachtoffer 2] medegedeeld dat het geldbedrag (van Euro 13.500,--) inmiddels was verhoogd tot Euro 20.000,-- en/of

-aan die [slachoffer 1] gevraagd of het geld geregeld was en/of (vervolgens) tegen die [slachoffer 1] en/of die [slachtoffer 2] gezegd "ik moord jouw hele gezin uit en je familie en alle andere familieleden" en/of

-tegen die [slachoffer 1] en/of [slachtoffer 2] gezegd dat hij hun hele familie zou vinden en dat hij hen in brand zou steken en/of

-tegen die [slachoffer 1] en/of [slachtoffer 2] gezegd "Ik wil geld, als ik geen geld krijg (terwijl hij op een aansteker wees), steek jij met deze aansteker je kinderen aan, één voor één en daarbij moet je kijken en daarna doe ik bij jullie hetzelfde" en/of

-tegen die ruins en/of [slachtoffer 2] gezegd "woensdag 17.00 uur en anders maken we jou en je gezin af en je hele familie" en/of

-tegen die [slachoffer 1] en/of [slachtoffer 2] gezegt "er zijn genoeg bossen om Apeldoorn en/of

-verdachte en/of zijn mededader(s) behoorlijk tekeer gegaan tegen die [slachoffer 1] en/of [slachtoffer 2], want terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) genoemde dreigementen uitte(n) wa(s)ren verdachte en/of zijn mededader(s) aan het vloeken en/of aan het tieren en/of gooide(n) verdachte en/of zijn mededaders met de deuren

, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

art 317 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht

ALTHANS, dat

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 29 augustus 2006 tot en met 30 augustus 2005 in de gemeente(n) Apeldoorn en/of Arnhem en/of Rotterdam, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, [slachtoffers] heeft/hebben bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, met enig misdrijf waardoor de algemene veiligheid van personen in gevaar wordt gebracht, immers heeft/hebben verdachte en/of zijn mededader(s) opzettelijk voornoemde [slachoffer 1] en/of [slachtoffer 2] dreigend de woorden toegevoegd:

-dat verdachte en/of zijn mededader(s) Euro 13.500,-- moesten hebben voor gemaakte (hotel)kosten en dat het anders helemaal verkeerd zou aflopen en/of

-dat er voor 17.00 uur (op 29 augustus 2005) geld moest komen, anders zou de stemming anders worden en/of

-"ik moord jouw hele gezin uit en je familie en alle andere familieleden" en/of

-tegen die [slachoffer 1] en/of [slachtoffer 2] gezegd dat hij hun hele familie zou vinden en dat hij hen in brand zou steken en/of

-tegen die [slachoffer 1] en/of [slachtoffer 2] gezegd "Ik wil geld, als ik geen geld krijg (terwijl hij op een aansteker wees), steek jij met deze aansteker je kinderen aan, één voor één en daarbij moet je kijken en daarna doe ik bij jullie hetzelfde" en/of

-woensdag 17.00 uur en anders maken we jou en je gezin af en je hele familie

, althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;

art 285 lid 1 Wetboek van Strafrecht

Standpunten van de officier van justitie en van de verdediging met betrekking tot eventuele bewezenverklaring

De officier van justitie heeft aangevoerd dat het primair ten laste gelegde bewezen kan worden verklaard. Hij heeft daartoe als mogelijke bewijsmiddelen opgevoerd:

- de aangifte door [slachoffer 1];

- de verklaring die [slachtoffer 2] tegenover de rechter-commissaris heeft afgelegd;

- de verklaring van de getuige [naam 1];

- de verklaring van de getuige [naam 2];

- de verklaring van de getuige [naam 3];

- verdachtes verklaring dat hij flarden heeft gehoord van gesprekken die de medeverdachte [medeverdachte] met de slachtoffers [slachoffer 1] en [slachtoffer 2] heeft gevoerd.

De officier van justitie is van mening dat verdachte had moeten ingrijpen. Verdachte heeft zich niet gedistantieerd, maar is zelfs nog met de medeverdachte naar de woning van de slachtoffers in Apeldoorn gegaan om goederen op te halen.

De raadsman van verdachte heeft vrijspraak bepleit.

De aangevers [slachoffer 1] en [slachtoffer 2] hebben wisselende verklaringen afgelegd. Deze verklaringen zijn ongeloofwaardig en onbetrouwbaar en kunnen niet meewegen als bewijs.

Voorts heeft de raadsman aangevoerd dat er geen sprake is geweest van medeplegen. Zijn cliënt en [medeverdachte] hebben niet verklaard dat er een van tevoren gemaakt plan of intentie was om [slachoffer 1] af te persen cq te bedreigen. Hij heeft zich voldoende gedistantieerd van de gedragingen van [medeverdachte] en heeft de situatie willen sussen door te proberen [medeverdachte] rustig te houden. Hierbij is hij geconfronteerd met een dubbel loyaliteitsprobleem, enerzijds ten aanzien van zijn werkgever, [voorletter] [medeverdachte], en anderzijds ten aanzien van het gezin [slachoffer 1], dat hij in het kader van de beveiligingswerkzaamheden niet de rug kon toekeren.

Vrijspraak

Naar het oordeel van de rechtbank is niet wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het primair of subsidiair tenlastegelegde heeft begaan.

De rechtbank overweegt daarbij als volgt.

1. De verdachte heeft verklaard (1) dat hij op enig moment wel flarden van een gesprek tussen [medeverdachte] en [slachoffer 1] heeft gehoord. Verdachte heeft tevens verklaard dat hij [medeverdachte] daarover heeft aangesproken en dat hij hem heeft gezegd dat hij dat niet had kunnen maken.

2. Het in de tenlastelegging genoemde slachtoffer [slachtoffer 2] heeft verklaard (2) dat met name [medeverdachte] boos werd en uitlatingen heeft gedaan waarvan zij bang werd. De verdachte was er niet veel bij aanwezig en zij heeft verdachte geen specifieke bedreigingen horen uiten.

3. Het in de tenlastelegging genoemde slachtoffer [slachoffer 1] heeft verklaard (3) dat de sfeer dreigender werd en dat de verdachte probeerde de situatie te sussen.

De rechtbank leidt hieruit af dat er geen zodanige nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en [medeverdachte] is geweest, dat er sprake is van medeplegen van de aan verdachte ten laste gelegde strafbare feiten. De situatie waarin verdachte kwam te verkeren overkwam hem en op de momenten waarop hij bij [medeverdachte] gedrag bespeurde waar enige dreiging van uitging, heeft hij [medeverdachte] daarop aangesproken en zich van dat gedrag gedistantieerd.

Dit heeft tot gevolg dat verdachte van de gehele tenlastelegging dient te worden vrijgesproken.

Beslissing

De rechtbank beslist als volgt.

Verklaart niet bewezen, dat verdachte het primair of subsidiair tenlastegelegde heeft begaan en spreekt verdachte daarvan vrij.

Aldus gewezen door mrs. Elders, voorzitter, Krijger en Van der Hooft, rechters, in tegenwoordigheid van Jansen, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van

28 februari 2007.

Voetnoten:

1 Zie dossierparagraaf 28 (verhoor verdachte), gevoegd bij het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van 1 november 2005 van Hamming, hoofdagent van politie Team recherche, District Apeldoorn, en zie voorts het proces-verbaal van de terechtzitting van 14 februari 2007 (verklaring verdachte).

2. Zie het proces-verbaal van verhoor van getuige(n) van 28 november 2006, afgelegd tegenover de rechter-commissaris, belast met de behandeling van strafzaken.

3. Zie het proces-verbaal van verhoor van getuige(n) van 28 november 2006, afgelegd tegenover de rechter-commissaris, belast met de behandeling van strafzaken.