Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZUT:2007:AZ9373

Instantie
Rechtbank Zutphen
Datum uitspraak
23-01-2007
Datum publicatie
27-02-2007
Zaaknummer
06-460390-06
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Groep minderjarigen veroordeelt voor het plegen van een reeks van woninginbraken in Lochem

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZUTPHEN

Sector Straf

Meervoudige kinderkamer

Parketnummer(s): 06/460390-06

Uitspraak d.d.: 23 januari 2007

tegenspraak/ dip

VERKORT VONNIS

in de zaak tegen:

[verdachte]

geboren te [plaats en geboortedatum] 1989,

wonende te [adres en plaats]

Onderzoek van de zaak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 9 januari 2007.

De tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

hij in of omstreeks de periode van 15 april 2006 tot en met 16 april 2006 te

Lochem tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met

het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit woning (gelegen aan de

[adres] heeft weggenomen een (mobiele) telefoon (merk Philips)

en/of een DCC Recorder en/of een computer en/of een of meer LCD scherm(en)

en/of een tas en/of een MP3-speler en/of een geluidsbox en/of een of meer

flesje(s) bier, in elk geval enig(e) goed(eren), geheel of ten dele

toebehorende aan [slachtoffer A], in elk geval aan een ander of anderen dan

aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn

mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben

verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik

heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming

en/of een of meer valse sleutel(s);

(incident 6)

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

2.

hij op of omstreeks 3 mei 2006 te Lochem ter uitvoering van het door verdachte

voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen,

althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeeigening in/uit een

woning (gelegen aan de [adres]) weg te nemen goederen en/of geld,

geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer B en/of slachtoffer C], in elk

geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) en

zich daarbij de toegang tot voornoemde woning te verschaffen en/of die/dat weg

te nemen goederen en/of geld onder zijn/hun bereik te brengen door middel van

braak, verbreking en/of inklimming en/of een of meer valse sleutel(s), met een

of meer van zijn mededader(s), althans alleen, op het dak is/zijn geklommen

en/of met een schroevendraaier, althans een scherp en/of puntig voorwerp het

raam heeft/hebben opengebroken en/of (vervolgens) door dat raam naar binnen

is/zijn geklommen en/of waarbij verdachte en/of zijn mededader(s)

(ondertussen) op de uitkijk heeft/hebben gestaan, terwijl de uitvoering van

dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

(incident 10)

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht

3.

hij op of omstreeks 05 mei 2006 in de gemeente Lochem tezamen en in vereniging

met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke

toeeigening in/uit een woning (gelegen aan [adres]) heeft weggenomen

een sleutel van een scooter/bromfiets en/of een geldbedrag (van ongeveer 2

euro) en/of een webcam en/of een MP3-speler, in elk geval enig goed, geheel of

ten dele toebehorende aan [slachtoffer D], in elk geval aan een ander of

anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of

zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben

verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik

heeft/hebben gebracht door middel van een valse sleutel

(incident 11);

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

4.

hij op of omstreeks 05 mei 2006 te Lochem tezamen en in vereniging met een

ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke

toe-eigening in/uit een schuur (behorende bij de woning aan [adres])

heeft weggenomen een scooter/bromfiets (merk Peugeot Speedfight 2), in elk

geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer D], in elk

geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des

misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder

zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van een valse sleutel

(incident 11);

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

5.

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 8 juli 2006

tot en met 9 juli 2006 te Lochem (telkens) ter uitvoering van het door

verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of

anderen, althans alleen, (telkens) met het oogmerk van wederrechtelijke

toe-eigening in/uit een schoolgebouw (gelegen aan [adres]) weg

te nemen een of meer(dere) computer(s) en/of een of meer(dere) ander(e)

goed(eren) en/of geld, geheel of ten dele toebehorende aan de [naam school], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) en (telkens) zich daarbij de toegang tot voornoemde school

te verschaffen en/of die/dat weg te nemen computer(s) en/of een of meer

ander(e) goed(eren) en/of geld onder zijn/hun bereik te brengen door middel

van braak, verbreking en/of inklimming, met een of meer van zijn mededader(s),

althans alleen, op het dak is/zijn opgeklommen en/of een raam heeft/hebben

opengeschoven en/of (vervolgens) via dat raam de school is/zijn binnengegaan

en/of (daar) de bedrading van computersysteemkasten heeft/hebben losgekoppeld

en/of deze computersysteemkasten heeft/hebben klaargezet en/of op de uitkijk

heeft/hebben gestaan, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet

is voltooid;

(incident 33)

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht

ALTHANS, dat

[medeverdachte A] en/of [medeverdachte B] en/of [medeverdachte C] en/of [medeverdachte D] op een of meer

tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 8 juli 2006 tot en met 9 juli

2006 in de gemeente Lochem (telkens) ter uitvoering van het door verdachte

voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen,

althans alleen, (telkens) met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening

in/uit een schoolgebouw (gelegen aan [adres]) weg te nemen een

of meer computer(s) en/of een of meer ander(e) goed(eren) en/of geld, geheel

of ten dele toebehorende aan [naam school], in elk geval aan een ander of

anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) en (telkens) zich daarbij de

toegang tot voornoemde school te verschaffen en/of die/dat weg te nemen

computer(s) en/of een of meer ander(e) goed(eren) en/of geld onder zijn/hun

bereik te brengen door middel van braak, verbreking en/of inklimming, met een

of meer van zijn mededader(s), althans alleen, op het dak is/zijn geklommen

en/of een raam heeft/hebben opengeschoven en/of (vervolgens) via dat raam de

school is/zijn binnengegaan en/of (daar) de bedrading van

computersysteemkasten heeft/hebben losgekoppeld en/of deze

computersysteemkasten heeft/hebben klaargezet, terwijl de uitvoering van dat

voorgenomen misdrijf niet is voltooid,

bij het plegen van welk misdrijf verdachte toen daar opzettelijk behulpzaam is

geweest door op de uitkijk te staan en/of onder het raam te staan teneinde de

weg te nemen computers, althans goederen, in ontvangst te nemen;

(incident 33)

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 48 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

Taal en/of schrijffouten

Voor zover in de tenlastelegging taal – en/of schrijffouten en/of kennelijke omissies voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewijsoverweging

Ten aanzien van feit 5 is namens verdachte betoogd dat niet het primair ten laste gelegde, maar het subsidiair ten laste gelegde bewezen kan worden verklaard. Met de officier van justitie is de rechtbank van oordeel dat het primair ten laste gelegde is bewezen. Gelet op de verklaringen van verdachte zelf en van diens medeverdachten [A], [C] en [D], in onderlinge samenhang bezien, is naar het oordeel van de rechtbank sprake van een nauwe en volledige samenwerking, waarbij verdachte en diens medeverdachten een nagenoeg gelijkwaardig aandeel hadden. Van medeplichtigheid, o.a. omdat verdachte een slechts ondergeschikte rol zou hebben gehad, is dan ook geen sprake, te minder nu de betrokkenen al veel vaker gezamenlijk samen hadden gewerkt bij al dan niet voltooide inbraken.

Bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1, 2, 3, 4, en 5 primair ten laste gelegde heeft begaan, te weten dat:

1.

hij in de periode van 15 april 2006 tot en met 16 april 2006 te Lochem tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit woning (gelegen aan de [adres] heeft weggenomen een (mobiele) telefoon (merk Philips)

en een DCC Recorder en een computer en een LCD scherm en een tas en een MP3-speler en een geluidsbox en flesjes bier, toebehorende aan [slachtoffer A], waarbij verdachte en zijn mededader zich de toegang tot de plaats des misdrijfs hebben verschaft door middel van inklimming.

2.

hij op 3 mei 2006 te Lochem ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een woning (gelegen aan de [adres]) weg te nemen goederen en/of geld,

toebehorende aan [slachtoffer B en C], en zich daarbij de toegang tot voornoemde woning te verschaffen door middel van braak en inklimming, met een of meer van zijn mededader(s), op het dak is geklommen en met een schroevendraaier, het raam heeft opengebroken en vervolgens door dat raam naar binnen is geklommen en waarbij verdachte en/of zijn mededaders ondertussen op de uitkijk heeft gestaan, terwijl de uitvoering van

dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

3.

hij op 05 mei 2006 in de gemeente Lochem tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een woning (gelegen aan [adres]) heeft weggenomen een sleutel van een scooter/bromfiets en een geldbedrag (van ongeveer 2 euro) en een webcam en een MP3-speler, toebehorende aan [slachtoffer D], waarbij verdachte en zijn mededaders zich de toegang tot de plaats des misdrijfs hebben verschaft door middel van een valse sleutel.

4.

hij op 05 mei 2006 te Lochem tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een schuur (behorende bij de woning aan [adres]) heeft weggenomen een scooter/bromfiets (merk Peugeot Speedfight 2), toebehorende aan [slachtoffer D], waarbij verdachte en zijn mededaders de weg te nemen scooter onder hun bereik hebben gebracht door middel van een valse sleutel.

5.

hij in de periode van 8 juli 2006 tot en met 9 juli 2006 te Lochem ter uitvoering van het door

verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een schoolgebouw (gelegen aan [adres]) weg te nemen computers en andere goederen en geld, toebehorende aan de [naam school],

en zich daarbij de toegang tot voornoemde school te verschaffen en die weg te nemen computers en andere goederen en geld onder hun bereik te brengen door middel van inklimming, met zijn mededaders, op het dak is geklommen en een raam heeft opengeschoven en vervolgens via dat raam de school is binnengegaan en daar de bedrading van computersysteemkasten heeft losgekoppeld en deze computersysteemkasten heeft klaargezet en op de uitkijk heeft gestaan, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

Vrijspraak van het meer of anders tenlastegelegde

Wat meer of anders is ten las-te gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. De verdachte behoort daarvan te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezene levert op de misdrijven:

1. diefstal door twee of meer verenigde personen waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van inklimming;

2. poging tot diefstal door twee of meer verenigde personen waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak en inklimming;

3. diefstal door twee of meer verenigde personen waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en het weg te nemen goed onder hun bereik hebben gebracht door middel van valse sleutels;

4. diefstal door twee of meer verenigde personen waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van valse sleutels;

5. poging diefstal door twee of meer verenigde personen waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van inklimming.

Strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

Oplegging van straf en/of maatregel

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie (zie voor de inhoud van de vordering bijlage I).

Gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, de omstandigheden waaronder dit is begaan, alsmede gelet op de persoon en de omstandigheden van de verdachte zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, acht de rechtbank een deels onvoorwaardelijke jeugddetentie, in duur gelijk aan het voorarrest, met daarnaast een taakstraf als na te melden op zijn plaats. Bedoelde taakstraf zal moeten worden verricht op een projectplaats als opgenomen in de door de Stichting Reclassering Nederland gehanteerde lijst van projectplaatsen.

De rechtbank heeft bij haar straftoemeting in het bijzonder in aanmerking genomen dat verdachte zich blijkens de bewezenverklaring gedurende een geruime periode aan een groot aantal gekwalificeerde woninginbraken schuldig heeft gemaakt. Verdachte heeft deze woninginbraken samen met een aantal medeverdachten gepleegd. De werkwijze van verdachte en medeverdachten was bovendien zeer brutaal. Veel inbraken vonden overdag plaats, waarbij de bewoners soms zelfs thuis waren.

Deze feiten naast de financiële schade veel overlast en gevoelens van onveiligheid in de eigen leefomgeving veroorzaakt voor de slachtoffers.

De ernst en het aantal van de feiten rechtvaardigen derhalve een substantiële straf.

De rechtbank heeft verder bij het bepalen van de strafmaat in belangrijke mate rekening gehouden enerzijds met het strafblad van verdachte, dat hem er niet van heeft weerhouden opnieuw strafbare feiten te plegen en anderzijds met de omstandigheid dat verdachte in het kader van zijn schorsing uit de voorlopige hechtenis gedurende een aantal maanden het project ITB-harde kern naar behoren heeft gevolgd.

De rechtbank acht voortzetting van de deelname aan het project ITB-harde kern, totdat de maximale duur van 6 maanden is bereikt, noodzakelijk. Daarnaast is reclasseringscontact van belang.

Teneinde verdachte er van te weerhouden opnieuw strafbare feiten te plegen, alsmede ter ondersteuning van een optimale medewerking van verdachte aan de ITB-harde kern en aan de begeleiding van de Jeugdreclassering, acht de rechtbank derhalve ook een voorwaardelijke jeugddetentie op zijn plaats.

Ad informandum gevoegde zaken

De rechtbank heeft tevens in aanmerking genomen de ter kennisneming gevoegde zaken, bekend onder parketnummer 06/460390-06, incidenten 3 en 15, nu aannemelijk is geworden dat verdachte deze feiten heeft gepleegd - verdachte heeft deze feiten immers ter terechtzitting bekend - en de officier van justitie heeft toegezegd dat voor die feiten geen verdere strafvervolging zal volgen.

Vordering tot schadevergoeding

De benadeelde partij [slachtoffer B], [adres], [postcode en plaats], heeft zich met een vordering tot schadevergoeding ten bedrage van € 82,00 gevoegd in het strafproces ten aanzien van het onder 2 tenlastegelegde.

Nu niet is weersproken dat de benadeelde partij, zoals deze heeft gesteld, als gevolg van het bewezen verklaarde handelen schade heeft geleden tot het gevorderde bedrag en de vordering de rechtbank niet ongegrond of onrechtmatig voorkomt, zal deze vordering worden toegewezen.

De verdachte is voor de schade -naar burgerlijk recht- aansprakelijk.

Schadevergoedingsmaatregel

Gelet op het vorenstaande ziet de rechtbank aanleiding om aan verdachte op basis van het bepaalde in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de verplichting op te leggen tot betaling aan de Staat van een som gelds ten behoeve van genoemd slachtoffer.

Vordering tot schadevergoeding

De benadeelde partij [slachtoffer D], [adres en woonplaats], heeft zich met een vordering tot schadevergoeding ten bedrage van € 1.158,00 gevoegd in het strafproces ten aanzien van het onder 3 tenlastegelegde.

De rechtbank zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in haar vordering, nu zij van oordeel is dat de vordering wegens betwisting en ontbrekende onderbouwing niet van zo eenvoudige aard is dat deze zich leent voor afdoening in het strafgeding. De benadeelde partij kan derhalve haar vordering slechts aanbrengen bij de burgerlijke rechter.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Deze strafoplegging/beslissing is gegrond op de artikelen 27, 36f, 45, 77i, 77m, 77n, 77x, 77y, 77z, 77aa, 77gg, 310 en 311.

Beslissing

De rechtbank beslist als volgt.

Verklaart, zoals hiervoor overwogen, bewezen dat verdachte het onder 1, 2, 3, 4 en 5 primair tenlastegelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart verdachte strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een jeugddetentie voor de duur van 195 dagen.

Bepaalt, dat een gedeelte van de jeugddetentie, groot 120 dagen niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond dat veroordeelde zich vóór het einde van een proeftijd van 2 jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt dan wel de navolgende bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd.

Stelt als bijzondere voorwaarden:

- dat veroordeelde zich gedurende de proeftijd zal gedragen naar de aanwijzingen en

voorschriften die veroordeelde zullen worden gegeven door of namens Bureau Jeugdzorg Gelderland, afdeling jeugdreclassering, zolang de jeugdreclassering dit noodzakelijk oordeelt;

- veroordeelde het programma Intensieve Traject Begeleiding (ITB harde kern traject) zal

voortzetten totdat de maximale duur van 6 maanden is bereikt.

Geeft de reclasseringsinstelling opdracht de veroordeelde bij de naleving van de opgelegde voorwaarden hulp en steun te verlenen.

Beveelt, dat de tijd, door veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorge-bracht, bij de uitvoering van de opgelegde jeugddetentie in mindering zal worden gebracht.

Veroordeelt de verdachte tot de navolgende taakstraf, te weten:

een werkstraf gedurende 60 uren, met bevel dat indien deze straf niet naar behoren wordt verricht vervangende jeugddetentie zal worden toegepast voor de duur van 30 dagen .

Veroordeelt verdachte tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [slachtoffer B], [adres], [postcode en plaats], van een bedrag van € 82,00, met veroordeling van verdachte in de kosten van het geding en de tenuitvoerlegging door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil.

Legt aan veroordeelde de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer B] voornoemd, een bedrag te betalen van € 82,00, met bevel dat bij gebreke van betaling en verhaal 1 dag jeugddetentie zal kunnen worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt.

Bepaalt dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Verklaart de benadeelde partij [slachtoffer D] niet-ontvankelijk in haar vordering en bepaalt dat de benadeelde partij haar vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

Heft op het -geschorste- bevel tot voorlopige hechtenis.

Aldus gewezen door mrs. Van Harreveld, voorzitter, De Bie en Hödl, rechters, in tegenwoordigheid van Vriezekolk, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 23 januari 2007.

RECHTBANK ZUTPHEN

Meervoudige kamer voor strafzaken