Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZUT:2007:AZ9234

Instantie
Rechtbank Zutphen
Datum uitspraak
23-01-2007
Datum publicatie
23-02-2007
Zaaknummer
06-580266-06
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte minderjarige veroordeelt voor reeks woninginbraken in Lochem. Verdachte maakte deel uit van een groep.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZUTPHEN

Sector Straf

Meervoudige kinderkamer

Parketnummer: 06/580266-06

Uitspraak d.d.: 23 januari 2007

tegenspraak/ dip

VERKORT VONNIS

in de zaak tegen:

[verdachte]

geboren te [plaats] op [geboortedatum],

wonende te [postcode plaats], [adres]

Onderzoek van de zaak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 9 januari 2007.

De tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

hij op een of meer tijdstip(pen) op of omstreeks 09 april 2006 in Lochem,

althans in de gemeente Lochem tezamen en in vereniging met een ander of

anderen, althans alleen, (telkens) met het oogmerk van wederrechtelijke

toe-eigening in/uit een woning (gelegen aan de [adres 1])

heeft weggenomen een telefoontoestel (merk Nokia) en/of een fototoestel (merk

Samsung) en/of een jas en/of een horloge en/of een of meer siera(a)d(en) en/of

een gouden armband en/of een geldbedrag (van ongeveer 650 euro) en/of een of

meer trui(en) en/of een MP3-speler en/of een of meer pakje(s) shag (inclusief

vloei) en/of een of meer condoom(s) en/of een of meer flesje(s) Flugel en/of

chocolade, in elk geval enig(e) goed(eren), (telkens) geheel of ten dele

toebehorende aan [slachoffer], in elk geval aan een ander of anderen dan

aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij (telkens) verdachte en/of zijn

mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben

verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik

heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking en/of een of meer

valse sleutel(s) en/of inklimming;

(incident 5)

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

2.

hij op of omstreeks 05 mei 2006 in de gemeente Lochem tezamen en in vereniging

met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke

toe-eigening in/uit/bij een woning en/of een schuur (gelegen aan de [adres 2] heeft weggenomen een sleutel van een scooter/bromfiets en/of een geldbedrag

(van ongeveer 2 euro) en/of een webcam en/of een MP3-speler en/of een scooter

(merk: Peugeot Speedfight 2), in elk geval enig(e) goed(eren), geheel of ten

dele toebehorende aan [slachtoffer 2], in elk geval aan een ander of anderen

dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn

mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben

verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik

heeft/hebben gebracht door middel van een valse sleutel;

(incident 11)

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

3.

hij in of omstreeks de periode van 6 mei 2006 tot en met 7 mei 2006 te Lochem

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het

oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning (gelegen aan de

[adres 3]) heeft weggenomen een telefoontoestel (merk Siemens) en/of een

MP3-speler en/of een digitale camera (inclusief bijbehorende software) en/of

een of meer memorystick(s) en/of een batterij, in elk geval enig(e)

goed(eren), geheel of ten dele toebehorende aan [slachoffer 3], in elk geval aan

een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij

verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs

heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun

bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of

inklimming en/of een of meer valse sleutel(s);

(incident 12)

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

4.

hij op of omstreeks 10 mei 2006 in de gemeente Lochem tezamen en in vereniging

met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke

toe-eigening (uit sporthal De Rank) heeft weggenomen een geldbedrag (van

ongeveer 90 euro) en/of een horloge en/of een (mobiele) telefoon, in elk geval

enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 4], in elk geval aan

een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s);

(incident 13)

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht

5.

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 29 mei 2006

tot en met 26 juni 2006 in de gemeente Lochem en/of in de gemeente Zutphen, in

elk geval in Nederland, (telkens) een of meer X-box spel(len) en/of een of

meer telefoon(s) en/of een of meer digitale camera('s) heeft verworven,

voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij ten tijde van het

verwerven of het voorhanden krijgen van die X-box spel(len) en/of telefoon(s)

en/of digitale camera('s) (telkens) wist, althans redelijkerwijs had moeten

vermoeden dat het (een) door misdrij(f)(ven) verkregen goed(eren) betrof(fen);

(incidenten 14 en 22 en 32)

art 416 lid 1 ahf/ond a Wetboek van Strafrecht

6.

hij in of omstreeks de periode van 29 juni 2006 tot en met 30 juni 2006 te

Lochem tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met

het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning (gelegen aan

de [adres 4]) heeft weggenomen een webcam, in elk geval enig goed, geheel

of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 5], in elk geval aan een ander

of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of

zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben

verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik

heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming

en/of een of meer valse sleutel(s);

(incident 26)

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

ALTHANS, dat

hij in of omstreeks de periode van 29 juni 2006 tot en met 30 juni 2006 in

Lochem, althans in de gemeente Lochem, ter uitvoering van het door verdachte

voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen,

althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een

woning (gelegen aan de [adres 4]) weg te nemen een webcam en/of een

computer en/of een of meer andere goed(eren) en/of meerdere, althans een

geldbedrag(en), geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 5], in

elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s)

en zich daarbij de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft

en/of die/dat weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik te brengen door

middel van braak, verbreking en/of inklimming en/of een valse sleutel, met een

of meer van zijn mededader(s), althans alleen, meermalen, althans eenmaal

heeft/hebben aangebeld (met als doel te controleren of iemand thuis was),

en/of door een raam heeft/hebben gekeken of er goederen van hun gading in de

woning stonden en/of (vervolgens) een kei, althans een hard voorwerp, door de

ruit heeft/hebben gegooid, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf

niet is voltooid;

(incident 26)

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht

7.

hij in of omstreeks de periode van 2 mei 2006 tot en met 3 mei 2006 in de

gemeente Lochem ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het

oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een kantoorpand (gelegen aan

de [adres 5 ]) weg te nemen een of meer computer(s) en/of een of

meer andere goed(eren), geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 6], in elk geval aan een ander of anderen dan aan

verdachte en/of zijn mededader(s) en zich daarbij de toegang tot dat

kantoorpand te verschaffen en/of die/dat weg te nemen goed(eren) onder

zijn/hun bereik te brengen door middel van braak, verbreking en/of inklimming,

met een of meer van zijn mededader(s), althans alleen, meermalen, althans

eenmaal een steen/kei, althans een hard voorwerp door de ruit heeft/hebben

gegooid, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

(incident 36)

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

ALTHANS, dat

hij in of omstreeks de periode van 2 mei 2006 tot en met 3 mei 2006 in de

gemeente Lochem tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans

alleen, opzettelijk en wederrechtelijk een of meer ruit(en) (van een

kantoorpand), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 6], in elk geval aan een ander of

anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), heeft vernield en/of

beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt;

(incident 36)

art 350 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

Taal en/of schrijffouten

Voor zover in de tenlastelegging taal – en/of schrijffouten en/of kennelijke omissies voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewijsoverweging

De rechtbank acht de heling van de telefoons (feit 5, incident 32) niet bewezen, daar zelfs de voorafgaande diefstal van die telefoons buiten de ten laste gelegde periode valt.

Ten aanzien van feit 6 heeft zowel de officier van justitie als de raadsman geconcludeerd, dat het subsidiair ten laste gelegde (poging) bewezen kan worden verklaard.

De rechtbank kan zich daarin niet vinden en acht het primair ten laste gelegde bewezen, gelet op de (gedetailleerde) verklaring van medeverdachte [naam medeverdachte] (met inbegrip van de verkoop van de webcam aan ene [naam]) en op de verklaring van medeverdachte [naam 2], inhoudende dat hij van verdachte had gehoord dat een webcam is weggenomen, die vervolgens is (door)verkocht.

Bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1, 2, 3, 4, 5, 6 primair en 7 primair ten laste gelegde heeft begaan, te weten dat:

1.

hij op tijdstippen op of omstreeks 09 april 2006 in Lochem, tezamen en in vereniging met anderen, telkens met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een woning (gelegen aan de [adres 1]) heeft weggenomen een telefoontoestel (merk Nokia) en een fototoestel (merk Samsung) en een jas en een horloge en sieraden en een gouden armband en een geldbedrag (van ongeveer 650 euro) en truien en een MP3-speler en pakjes shag (inclusief vloei) en condooms en flesjes Flugel en chocolade, telkens toebehorende aan [slachoffer], waarbij telkens verdachte en zijn mededaders zich de toegang tot de plaats des misdrijfs hebben verschaft door middel van inklimming.

2.

hij op 05 mei 2006 in de gemeente Lochem tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een woning en een schuur (gelegen aan de [adres 2]) heeft weggenomen een sleutel van een scooter/bromfiets en een geldbedrag

(van ongeveer 2 euro) en een webcam en een MP3-speler en een scooter (merk: Peugeot Speedfight 2), toebehorende aan [slachtoffer 2], waarbij verdachte en zijn mededaders, zich de toegang tot de plaats des misdrijfs hebben verschaft en de weg te nemen scooter onder hun bereik hebben gebracht door middel van een valse sleutel.

3.

hij in de periode van 6 mei 2006 tot en met 7 mei 2006 te Lochem tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een woning (gelegen aan de [adres 3]) heeft weggenomen een telefoontoestel (merk Siemens) en een MP3-speler en een digitale camera (inclusief bijbehorende software) en memorysticks en een batterij, toebehorende aan [slachoffer 3], waarbij verdachte en zijn mededaders zich de toegang tot de plaats des misdrijfs hebben verschaft door middel van inklimming.

4.

hij op 10 mei 2006 in de gemeente Lochem tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening (uit sporthal De Rank) heeft weggenomen een geldbedrag en een mobiele telefoon, toebehorende aan [slachtoffer 4].

5.

hij op tijdstippen in of omstreeks de periode van 29 mei 2006 tot en met 26 juni 2006 in de gemeente Lochem en in de gemeente Zutphen, telkens X-box spellen en een telefoon en digitale camera's heeft verworven, voorhanden heeft gehad en heeft overgedragen, terwijl hij ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van die X-box spellen en telefoon en digitale camera's telkens wist, dat het door misdrijven verkregen goederen betroffen.

6.

hij in de periode van 29 juni 2006 tot en met 30 juni 2006 te Lochem tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een woning (gelegen aan de [adres 4]) heeft weggenomen een webcam, toebehorende aan [slachtoffer 5], waarbij verdachte en zijn mededaders het weg te nemen goederen onder hun bereik hebben gebracht door middel van braak.

7.

hij in de periode van 2 mei 2006 tot en met 3 mei 2006 in de gemeente Lochem ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een kantoorpand (gelegen aan de [adres 6 ]) weg te nemen computers en andere goederen, toebehorende aan [slachoffer 6], en zich daarbij de toegang tot dat kantoorpand te verschaffen door middel van braak, met zijn mededader, meermalen, een steen/kei, door de ruit hebben gegooid, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

Vrijspraak van het meer of anders tenlastegelegde

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. De verdachte behoort daarvan te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezene levert op de misdrijven:

1. diefstal door twee of meer verenigde personen waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van inklimming;

2. diefstal door twee of meer verenigde personen waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en het weg te nemen goed zonder hun bereik hebben gebracht door middel van valse sleutels;

3. diefstal door twee of meer verenigde personen waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf hebben verschaft door middel van inklimming;

4. diefstal door twee of meer verenigde personen;

5. opzetheling, meermalen gepleegd;

6. diefstal door twee of meer verenigde personen waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak;

7. poging tot diefstal door twee of meer verenigde personen waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak.

Strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

Oplegging van straf en/of maatregel

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie (zie voor de inhoud van de vordering bijlage I).

Gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, de omstandigheden waaronder dit is begaan, alsmede gelet op de persoon en de omstandigheden van de verdachte zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, acht de rechtbank een voorwaardelijke jeugddetentie met daarnaast een taakstraf als na te melden op zijn plaats. Bedoelde taakstraf zal moeten worden verricht op een projectplaats als opgenomen in de door de Stichting Reclassering Nederland gehanteerde lijst van projectplaatsen.

De rechtbank heeft bij haar straftoemeting in het bijzonder in aanmerking genomen dat verdachte zich blijkens de bewezenverklaring gedurende een geruime periode aan een groot aantal gekwalificeerde woninginbraken schuldig heeft gemaakt. Verdachte heeft deze woninginbraken samen met een aantal medeverdachten gepleegd. De werkwijze van verdachte en medeverdachten was bovendien zeer brutaal. Veel inbraken vonden overdag plaats, waarbij de bewoners soms zelfs nog thuis waren.

Mede daardoor hebben deze feiten naast de financiële schade veel overlast en gevoelens van onveiligheid in de eigen leefomgeving veroorzaakt voor de slachtoffers.

De ernst en de hoeveelheid van de feiten rechtvaardigen derhalve een substantiële straf.

De rechtbank heeft verder bij het bepalen van de strafmaat in belangrijke mate rekening gehouden enerzijds met de omstandigheid dat verdachte, in tegenstelling tot de medeverdachten, niet in voorlopige hechtenis heeft gezeten en niet deel heeft moeten nemen aan het project ITB-harde kern, en anderzijds met de omstandigheid dat verdachte niet eerder met politie en justitie in aanraking is geweest.

Het voorgaande in aanmerking achtend acht de rechtbank een forse voorwaardelijke jeugddetentie en de maximale werkstraf op zijn plaats teneinde verdachte ervan te weerhouden opnieuw strafbare feiten te plegen. De rechtbank zal voorts de hierna vermelde bijzondere voorwaarde stellen.

Ad informandum gevoegde zaken

De rechtbank heeft tevens in aanmerking genomen de ter kennisneming gevoegde zaken, bekend onder parketnummer 06/460381-06, incidenten 1, 15 en 31 , nu aannemelijk is geworden dat verdachte deze feiten heeft gepleegd - verdachte heeft deze feiten immers ter terechtzitting bekend - en de officier van justitie heeft toegezegd dat voor die feiten geen verdere strafvervolging zal volgen.

Vordering tot schadevergoeding

De benadeelde partij [slachtoffer 2], [adres 2], [postcode plaats], heeft zich met een vordering tot schadevergoeding ten bedrage van € 1.158,00 gevoegd in het strafproces ten aanzien van het onder 2 tenlastegelegde.

De rechtbank zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in haar vordering, nu zij van oordeel is dat de vordering wegens betwisting en ontbrekende onderbouwing niet van zo eenvoudige aard is dat deze zich leent voor afdoening in het strafgeding. De benadeelde partij kan derhalve haar vordering slechts

aanbrengen bij de burgerlijke rechter.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Deze strafoplegging/beslissing is gegrond op de artikelen 27, 36f, 45, 77i, 77m, 77n, 77x, 77y, 77z, 77aa, 77gg, 310, 311 en 416 van het Wetboek van Strafrecht.

Beslissing

De rechtbank beslist als volgt.

Verklaart, zoals hiervoor overwogen, bewezen dat verdachte het onder 1, 2, 3, 4, 5, 6 primair en 7 primair tenlastegelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart verdachte strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een jeugddetentie voor de duur van 4 (vier) maanden.

Bepaalt, dat de jeugddetentie niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond dat veroordeelde zich vóór het einde van een proeftijd van 2 jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt dan wel de navolgende bijzondere voorwaarde niet heeft nageleefd.

Stelt als bijzondere voorwaarde dat veroordeelde zich gedurende de proeftijd zal gedragen naar de aanwijzingen en voorschriften die veroordeelde zullen worden gegeven door of namens Bureau Jeugdzorg Gelderland, afdeling jeugdreclassering, zolang de jeugdreclassering dit noodzakelijk oordeelt.

Geeft de reclasseringsinstelling opdracht de veroordeelde bij de naleving van de opgelegde voorwaarden hulp en steun te verlenen.

Beveelt, dat de tijd, door veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering doorge-bracht, bij de uitvoering van de opgelegde jeugddetentie in mindering zal worden gebracht.

Veroordeelt de verdachte tot de navolgende taakstraf, te weten:

een werkstraf gedurende 200 uren, met bevel dat indien deze straf niet naar behoren wordt verricht vervangende jeugddetentie zal worden toegepast voor de duur van 100 dagen .

Verklaart de benadeelde partij [slachtoffer 2] niet-ontvankelijk in haar vordering en bepaalt dat de benadeelde partij haar vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

Aldus gewezen door mrs. Van Harreveld, voorzitter, De Bie en Hödl, rechters, in tegenwoordigheid van Vriezekolk, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 23 januari 2007.