Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZUT:2007:AZ9225

Instantie
Rechtbank Zutphen
Datum uitspraak
16-02-2007
Datum publicatie
23-02-2007
Zaaknummer
07/160
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Er is gevraagd om de door de gemeente Apeldoorn verleende vrijstellingen voor de bouw van het Omnisportcentrum en de daarmee verband houdende reconstructie van de Zuthpensestraat, de Laan van Erica en de Laan van Osseveld te schorsen. Ook is gevraagd de in verband met de wegreconstructie verleende kapvergunning te schorsen.

De voorzieningenrechter heeft overwogen dat de vrijstellingsprocedures niet goed zijn verlopen omdat niet alle van belang zijnde stukken ter inzage hebben gelegen. Bovendien is kort voor de zitting door de gemeente Apeldoorn nog een nieuw luchtkwaliteitsonderzoek overgelegd. De eisende partijen willen daar nog met een tegenonderzoek op reageren. Daardoor is het in dit stadium nog onduidelijk of de vrijstellingsbesluiten uiteindelijk wel in stand kunnen blijven.

De voorzieningenrechter heeft desondanks de bouwvergunning van het Omnisportcentrum niet geschorst omdat met die bouw al in mei 2006 is begonnen en al in vergevorderd stadium was toen om schorsing werd gevraagd.

De vrijstelling voor de wegreconstructie en de kapvergunning worden wel geschorst. Daarbij is van belang dat de gemeente Apeldoorn in het vrijstellingsbesluit de wegreconstructie uitsluitend het belang daarvan in verband met de bouw van het Omnisportcentrum heeft genoemd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZUTPHEN

Sector Bestuursrecht

Voorzieningenrechter

Reg.nr.: 07/160

Uitspraak op het verzoek om een voorlopige voorziening in het geschil tussen:

[verzoeker]

te Apeldoorn,

verzoeker,

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Apeldoorn

verweerder.

1. Bestreden besluit

Besluit van verweerder van 17 februari 2006, waarbij aan de gemeente Apeldoorn vrijstelling op grond van artikel 19, tweede lid, van de Wet op de Ruimtelijke Ordening (WRO) is verleend voor de reconstructie van de Zutphensestraat, Laan van Erica, en Laan van Osseveld en de kruising van deze wegen zoals aangegeven op de bij het besluit behorende tekeningen.

2. Procesverloop

Namens verzoeker heeft mr. D. Pool, werkzaam bij Stichting Rechtsbijstand te Zwolle, bij brief van 31 maart 2006 beroep ingesteld bij de rechtbank. Bij brief van 30 januari 2007 is verzocht om een voorlopige voorziening als bedoeld in artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

Het verzoek is behandeld ter zitting van 15 februari 2007, waar verzoeker in persoon is verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door J. Groeneveld en M.G.J. Beimer. Namens de gemeente Apeldoorn is G.J.M. Gilissen verschenen, bijgestaan door mr. G.K. Slagter, advocaat te Amsterdam.

3. Motivering

Ingevolge artikel 8:81 van de Awb dient te worden nagegaan, of onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, een voorlopige voorziening vereist. Voor zover deze toetsing meebrengt dat het geschil in de bodemprocedure wordt beoordeeld, heeft deze uitspraak daaromtrent een voorlopig karakter en is deze niet bindend voor de beslissing in die procedure.

Het in geding zijnde project voorziet in 1. Uitbreiding van de Zutphensestraat, tussen de Laan van Erica – Laan van Osseveld en de A-50 tot twee maal twee rijstroken en vervanging van de rotondes bij de Kasteellaan en de Mansardehof door kruispunten; 2. Uitbreiding van de Laan van Erica tussen de Zutphensestraat en de ontsluiting van “De Voorwaarts” tot twee maal twee rijstroken en 3. Uitbreiding van de kruising Zutphensestraat – Laan van Erica – Laan van Osseveld.

Het project past niet in de geldende bestemmingsplannen. Op grond van artikel 19, tweede lid, van de WRO, kan vrijstelling van het geldende bestemmingsplan worden verleend, in door het college van gedeputeerde staten van Gelderland, in overeenstemming met de inspecteur van de ruimtelijke ordening aangegeven categorieën van gevallen, mits het project is voorzien van een goede ruimtelijke onderbouwing. Verweerder heeft bij het bestreden besluit overwogen dat er sprake is van een goede ruimtelijke onderbouwing, gebaseerd op het op 27 oktober 2005 vastgestelde, maar nog niet onherroepelijke bestemmingsplan “De Voorwaarts”.

Bij uitspraak van 3 januari 2007 (zaaknr.: 200605309/4) heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State na vereenvoudigde behandeling het besluit van het college van gedeputeerde staten van Gelderland tot goedkeuring van 13 juni 2006 vernietigd en goedkeuring aan het bestemmingsplan “De Voorwaarts” onthouden, wegens het niet ter inzage leggen van stukken die op het ontwerpplan betrekking hebben.

Verweerder heeft eerst bij brief van 6 februari 2007 een geheel nieuwe rapportage van de gemeente zelf inzake het onderzoek luchtkwaliteit “De Voorwaarts” van januari 2007 overgelegd en daarbij meegedeeld dat de eerder toegezonden rapportages ter zake van de KEMA en van Witteveen & Bos derhalve niet meer actueel zijn. Verzoeker heeft een aantal inhoudelijke bezwaren aangevoerd tegen de nieuwe rapportage van januari 2007 en is van mening dat het nieuwe onderzoek in de bodemprocedure behoort te worden beoordeeld. Verzoeker heeft met name aangevoerd dat er bij de berekeningen van de autonome situatie mogelijk ten onrechte nog steeds uitgegaan is van een Zutphensestraat met twee enkele rijstroken, dat er voor fijn stof/PM10 uit oogpunt van zorgvuldigheid niet op 10 m, maar op 5 m vanuit de wegrand gemeten en gerekend zou moeten worden en dat de toegepaste aftrek voor zeezout niet is toegestaan.

Nu de nieuwe onderzoeksrapportage inzake luchtkwaliteit met betrekking tot het voorgaande onvoldoende duidelijkheid biedt, kan thans niet worden gezegd dat nader onderzoek redelijkerwijs niet kan bijdragen aan de beoordeling van de zaak en is het voorshands ongewis of het bestreden besluit in stand zal kunnen blijven.

Onverwijld na de door verweerder aangekondigde bomenkap en de aansluitende reconstructie van wegen vanaf 19 februari 2007 heeft verzoeker om een voorlopige voorziening verzocht. Bij het bestreden besluit is de in geding zijnde reconstructie van wegen (uitsluitend) in verband gebracht met de komst van het Omnisportcentrum.

Onder deze omstandigheden is er aanleiding voor het treffen van een voorlopige voorziening, inhoudende dat het bestreden besluit wordt geschorst tot een week na de uitspraak op het beroep. Verzoeker zal in het beroep in de gelegenheid worden gesteld om binnen vier weken nader te reageren op de nieuwe onderzoeksrapportage met betrekking tot de luchtkwaliteit.

Er is aanleiding voor een veroordeling van verweerder in de proceskosten van verzoeker. Met toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht wordt ter zake van rechtsbijstand 1 punt toegekend, waarbij een wegingsfactor 1 wordt gehanteerd.

4. Beslissing

De voorzieningenrechter:

- schorst het bestreden besluit tot een week na verzending van de uitspraak op het beroep;

- bepaalt dat de gemeente Apeldoorn het betaalde griffierecht van € 141,- aan verzoeker vergoedt;

- veroordeelt verweerder in de proceskosten van verzoeker tot een bedrag van € 322,-, ter zake van verleende rechtsbijstand, te betalen door de gemeente Apeldoorn.

Aldus gegeven door mr. N.K. van den Dungen-Dijkstra en in het openbaar uitgesproken op 16 februari 2007 in tegenwoordigheid van mr. P.M. Saedt als griffier.