Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZUT:2007:AZ8533

Instantie
Rechtbank Zutphen
Datum uitspraak
14-02-2007
Datum publicatie
14-02-2007
Zaaknummer
06/460570-06
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte en zijn mededaders hebben zich op klaarlichte dag naar videotheek De Jonas begeven met de bedoeling daar een overval te plegen. Er is ter plekke fors geweld gebruikt tegen het slachtoffer. De rechtbank beoogt met de strafoplegging niet alleen dat er een speciale preventieve werking (dus in de richting van verdachte) van uit gaat maar ook een generale preventieve werking (dus in de richting van de maatschappij ter afschrikking van andere burgers om hetzelfde te doen), waarbij de rechtbank heeft gelet op de omstandigheid uit publicaties in de media is gebleken, dat videotheken de laatste tijd een gemakkelijk doelwit lijken te zijn voor plegers van een overval. De rechtbank heeft deels onvoorwaardelijke vrijheidsstraffen opgelegd. De minderjarige verdachte heeft de maximale werkstraf en een voorwaardelijke vrijheidsstraf opgelegd gekregen. Verdachten dienen schade aan het slachtoffer te betalen.

(Promis)

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZUTPHEN

Sector Straf

Meervoudige kamer

Parketnummer: 06/460570-06

Uitspraak d.d.: 14 februari 2007

tegenspraak/ dip

VONNIS

in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren te [Afganistan] op [1989],

wonende te [adres].

Onderzoek van de zaak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 31 januari 2007.

De tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

hij

op of omstreeks 25 oktober 2006

te Vaassen, gemeente Epe,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen

ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(s) voorgenomen

misdrijf om met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening weg te nemen

geld en/of goederen, geheel of ten dele toebehorende aan videotheek De Jonas

en/of [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2], in elk geval aan een ander

of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader:

- het plan heeft opgevat om die videotheek te overvallen en/of te beroven,

en/of (daarbij)

- afspraak/afspraken heeft gemaakt over de rol/taakverdeling en/of over het

tijdstip wanneer de overval/beroving zou gaan plaatsvinden, en/of

- met een auto naar die videotheek is gereden, en/of

- bij/in de nabije omgeving die videotheek en/of (in) de directe omgeving

heeft geobserveerd en/of bekeken, en/of

- de auto bij/in de nabije omgeving heeft geparkeerd, en/of

- de videotheek is binnengegaan, en/of

- (een) bivakmuts(en) op/over het hoofd heeft getrokken en/of gedaan, en/of

- naar/in de richting van de kassa en/of de winkelbediende is gelopen,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid,

welke poging tot diefstal werd vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of

bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 2], gepleegd met het oogmerk om die

diefstal gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan

zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het

gestolene te verzekeren,

welk geweld en/of bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte en/of

zijn mededader(s) die [slachtoffer 2] (met kracht) heeft/hebben geduwd en/of

(vervolgens) meermalen, althans eenmaal (met kracht) tegen het gezicht,

althans tegen het hoofd en/of het lichaam heeft/hebben gestompt en/of

geslagen, en/of (daarbij) een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp

(voor afschrikking en/of afdreiging geschikt) heeft meegenomen en/of getrokken

en/of getoond

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 312 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht

ALTHANS, dat

hij

op of omstreeks 25 oktober 2006

te Vaassen, gemeente Epe,

ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in

vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich

en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of

bedreiging met geweld [slachtoffer 2] te dwingen tot de afgifte van

geld en/of goederen, in elk geval van enig goed, geheel of ten dele

toebehorende aan videotheek De Jonas en/of [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn

mededader(s),

- het plan heeft opgevat om die videotheek te overvallen en/of te

beroven, en/of (daarbij)

- afspraak/afspraken heeft gemaakt over de rol/taakverdeling en/of over het

tijdstip wanneer de overval/beroving zou gaan plaatsvinden, en/of

- met een auto naar die videotheek is gereden, en/of

- bij/in de nabije omgeving die videotheek en/of (in) de directe omgeving

heeft geobserveerd en/of bekeken, en/of

- de auto bij/in de nabije omgeving heeft geparkeerd, en/of

- de videotheek is binnengegaan, en/of

- (een) bivakmuts(en) op/over het hoofd heeft getrokken en/of gedaan, en/of

- naar/in de richting van de kassa en/of de winkelbediende gelopen, en/of

(daarbij)

- een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp (voor afschrikking en/of

afdreiging geschikt) heeft meegenomen en/of getrokken en/of getoond, en/of

- die [slachtoffer 2] (met kracht) geduwd, en/of (vervolgens)

- die [slachtoffer 2] meermalen, althans eenmaal tegen het gezicht, althans tegen

het hoofd en/of het lichaam heeft gestompt en/of geslagen,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid,

art 317 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 312 lid 2 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht

art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht

Taal- en/of schrijffouten

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten en/of kennelijke omissies voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewijsmotivering en bewezenverklaring

1. De officier van justitie heeft geconcludeerd tot bewezenverklaring van het primaire feit.

De officier van justitie heeft medegedeeld voorbij te gaan aan de ter terechtzitting door verdachte afgelegde verklaring en uit te gaan van de verklaringen van verdachte bij de rechter-commissaris en de politie afgelegd. De officier van justitie heeft daarnaast gewezen op de verklaring van medeverdachte [naam medeverdachte 4]. In tweede termijn heeft de officier van justitie het gebruik van het mes alsnog niet bewezen geacht.

2. De raadsvrouwe heeft vrijspraak van de geweldscomponent in de tenlastelegging bepleit. Zij zoekt daarbij aansluiting bij hetgeen de psycholoog drs. De Jong in het Pro Justitia rapport van 9 januari 2007 heeft geschreven: "Het zijn waarschijnlijk de opgekropte wanhopige, maar ook agressieve gevoelens geweest die plotseling, onaangekondigd en ongecontroleerd naar buiten kwamen waardoor [verdachte] in een onbezonnen daad het slachtoffer heeft mishandeld. [verdachte] was zichzelf niet ten tijde van de delictpleging. Hij wist niet wat hij deed." De raadsvrouwe concludeert dat het oogmerk op het geweld niet bewezen kan worden. Subsidiair acht de raadsvrouwe onvoldoende bewijs voorhanden voor het gebruik van een mes.

3. Op 25 oktober 2006 doet de heer [slachtoffer 2] aangifte (voetnoot 1) van hetgeen hem die dag is overkomen. Rond 14:00-14:30 uur hoorde hij de deurbel van de winkel - Videotheek De Jonas te Vaasen - en is hij vanuit zijn kantoortje naar de deur van de gang naar de winkel gelopen. Op het moment dat hij in de deuropening stond kreeg hij klappen. Hij weet dat het in ieder geval twee klappen, maar mogelijk drie zijn geweest. Hij is gevallen en heeft spullen in zijn val meegenomen. In de beleving van aangever stond er een persoon rechts van hem. De persoon droeg een bivakmuts. Er is geen woord gevallen.

4. Uit medische informatie (voetnoot 2) komt naar voren dat [slachtoffer 2] een hechtwond aan de linker wenkbrauw als uitwendig waargenomen letsel had en dat sprake was van een lichte kneuzing van de rib.

5. Getuige [slachtoffer 1] heeft verklaard (voetnoot 3) dat haar vriend de videotheek is ingegaan, dat ze lawaai hoorde en vervolgens ook naar de videotheek is gegaan. Zij zag drie mannen de winkel uitrennen.

6. Verdachte heeft bij de plv. kinderrechter/rechter-commissaris (voetnoot 4) verklaard dat hij betrokken was bij de poging overval. Hij heeft die man geslagen. Hij heeft bij de politie de waarheid heeft verteld over wat er is gebeurd.

Verdachte heeft bij de politie verklaard (voetnoot 5) dat hij op 25 oktober 2006 met [medeverdachte 3] en [naam] naar Vaassen is gereden, dat ze bij elkaar gekomen zijn in de woning van [medeverdachte 2] . Hij hoorde [naam] zeggen "Kom we gaan het doen". [medeverdachte 2] zei: "kijk hem, hij is pas een dag hier en wil het gelijk doen". [verdachte] begreep dat ze een videotheek wilden overvallen. Dat zei [medeverdachte 2]. [naam] maakte een werkverdeling. [verdachte] moest de man pakken. [medeverdachte 3] moest buiten blijven. [medeverdachte 4] moest in de auto blijven. [medeverdachte 2] moest de vrouw pakken. [naam] zou naar de kassa gaan.

[verdachte] kreeg de muts van [medeverdachte 2]. [naam] kreeg ook een muts. Ze zijn allemaal in de auto gestapt en naar de videotheek gereden.

[medeverdachte 2], [naam] en [verdachte] zijn naar videotheek gelopen. [medeverdachte 3] liep wat verderop. [medeverdachte 4] is weggereden. Toen ze binnen waren, hebben ze de bivakmutsen opgedaan. [verdachte] was bij de tussendeur toen een man via die deur binnenkwam. Hij duwde de man en de man viel. De man kwam weer overeind. [verdachte] sloeg de man met gebalde vuist op zijn gezicht, sloeg een keer links en rechts en zag dat [naam] de kassa wilde pakken. [verdachte] liep naar buiten, naar links. [medeverdachte 2] en [naam] liepen naar rechts. [verdachte] zag de witte bus en stapte in. [medeverdachte 2] en [medeverdachte 4] zijn uitgestapt bij de woning van [medeverdachte 2]. [medeverdachte 3] nam [verdachte] en [naam] mee. Ze besloten naar Deurne te gaan. De handschoenen had [verdachte] van [medeverdachte 2] gekregen.

7. Medeverdachte [naam medeverdachte 4] heeft bij de politie over het feit verklaard (voetnoot 6). Hij was op woensdag 25 oktober 2006 met [medeverdachte 2] in diens woning. [medeverdachte 3] en [naam] en [verdachte]) kwamen net na de middag binnen.

Zij hadden allemaal een geldprobleem. [medeverdachte 2] was op het idee gekomen. [medeverdachte 3], [medeverdachte 2] en [medeverdachte 4] hebben toen overlegd om de man van de videotheek in Vaassen te beroven. Ze waren van plan om met bivakmutsen op om geld te vragen. Woensdag spraken ze af hoe ze het zouden doen. [verdachte], [naam] en [medeverdachte 2] zouden naar binnen gaan. [medeverdachte 4] zou auto rijden. [medeverdachte 3] zou op uitkijk staan buiten. Er waren drie bivakmutsen. Twee ervan hadden [medeverdachte 2], [medeverdachte 3] en hij een week geleden gekocht met het idee om ze te gebruiken voor een overval.

Hij heeft in de buurt van de kerk in Vaassen geparkeerd. [medeverdachte 3] en de anderen stapten uit. [medeverdachte 3] wist van de overval. [medeverdachte 3] was bang maar had geld nodig. [medeverdachte 4] heeft een kwartier gewacht. [medeverdachte 3] belde en zei dat hij moest komen. Hij zag gelijk [naam], [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] aan komen rennen. [medeverdachte 2] zei dat ze nog maar net binnen waren toen [verdachte] en [naam] alweer naar buiten gingen. [medeverdachte 2] had niet gezien wat er was gebeurd. [naam] zei dat [verdachte] de man van de videotheek had geslagen. Een straat verder zagen ze [verdachte]. [medeverdachte 2] en [medeverdachte 4] zijn uitgestapt bij woning [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] is gaan rijden. Hij belde later dat ze naar Deurne zouden rijden. [medeverdachte 2] kent [verdachte] en [naam].

8. Medeverdachte [medeverdachte 3] heeft bij de politie verklaard (voetnoot 7) dat hij een paar dagen in de woning van [medeverdachte 4] in Deurne heeft verbleven en dat hij later met [medeverdachte 4] bij [medeverdachte 2] is gaan logeren. Op 25 oktober is hij met [verdachte] ([verdachte]) en [naam] naar Vaassen gereden in de Witte Golf. Ze waren met vijf personen in de woning van [medeverdachte 2] en besloten naar de videotheek te gaan om een DVD te huren. Ze gingen in één auto (Witte Golf). In de auto werd niets gezegd. [medeverdachte 3] werd afgezet in de buurt van de videotheek, de anderen stapten uit en alleen [medeverdachte 4] reed verder. [verdachte] en [naam] zeiden tegen [medeverdachte 3] dat hij naar de politie moest uitkijken en hij moest [naam] bellen als hij politie zag. Hij moest van hen in de buurt van een kerk gaan staan. Hij kon van daaruit de videotheek zien. [verdachte], [naam] en [medeverdachte 2] trokken een muts over hun hoofd voordat ze naar binnen gingen. Ze zijn 1 of 2 minuten binnen geweest. [medeverdachte 2] en [naam] kwamen zijn kant oplopen. [verdachte] liep andere kant op. Ze liepen hard. [medeverdachte 4] kwam aanrijden. Ze stapten snel in. Later is ook [verdachte] ingestapt. In de buurt van de woning van [medeverdachte 2] zijn [medeverdachte 2] en [medeverdachte 4] uitgestapt. Ze zeiden dat [medeverdachte 3] de twee anderen naar Deurne moest brengen.

Toen [medeverdachte 3] op de uitkijk werd gezet dacht hij dat ze iets zouden gaan doen, geld pakken en een man slaan of iets dergelijks.

9. Op grond van voormelde bewijsmiddelen volgt de rechtbank de raadsvrouwe niet in haar pleidooi wat betreft het niet aanwezig zijn van het oogmerk om geweld te plegen. Bij de conclusie van de psycholoog, inhoudende dat verdachte licht verminderd toerekeningsvatbaar te achten is, past naar het oordeel van de rechtbank de zinsnede "verdachte wist niet wat hij deed" niet en de rechtbank onderschrijft die zinsnede dan ook niet. Het oogmerk geweld te plegen blijkt ook uit de vooraf gemaakte afspraak dat verdachte, naar hij zelf heeft verklaard, de man zou pakken en [medeverdachte 2] de vrouw. De rechtbank voelt zich daarin mede gesteund door de duidelijke verklaring van verdachte zelf over het duwen van de man, het vallen van de man en het, tijdens het opstaan door de man, slaan van de man.

10. Naar het oordeel van de rechtbank is op grond van voormelde bewijsmiddelen wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het primair ten laste gelegde heeft begaan, te weten dat:

hij op 25 oktober 2006 te Vaassen, gemeente Epe,

tezamen en in vereniging met anderen ter uitvoering van het door verdachte en

zijn mededaders voorgenomen misdrijf om met het oogmerk van wederrechtelijke

toe-eigening weg te nemen geld en/of goederen, toebehorende aan videotheek

De Jonas en/of [slachtoffer 1]:

- het plan heeft opgevat om die videotheek te overvallen en

- afspraken heeft gemaakt over de rol/taakverdeling en over het

tijdstip wanneer de overval/beroving zou gaan plaatsvinden, en

- met een auto naar die videotheek is gereden, en

- de auto in de nabije omgeving heeft geparkeerd, en

- de videotheek is binnengegaan, en

- een bivakmuts oer het hoofd heeft getrokken en

- in de richting van de kassa en de winkelbediende is gelopen,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid,

welke poging tot diefstal werd vergezeld van geweld tegen [slachtoffer 2], gepleegd

met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken,

welk geweld hierin bestond dat verdachte en zijn mededaders die [slachtoffer 2]

(met kracht) hebben geduwd en vervolgens meermalen, met kracht tegen het gezicht,

en het lichaam hebben gestompt en geslagen.

Vrijspraak van het meer of anders tenlastegelegde

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. De verdachte behoort daarvan te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezene levert op het misdrijf:

poging tot diefstal, vergezeld van geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen.

Strafbaarheid van de verdachte

Over verdachte is een psychologisch rapport Pro Justitia gedateerd 9 januari 2007 opgemaakt door drs. De Jong.

Over verdachte wordt gerapporteerd dat bij hem sprake is van een zorgelijke sociaal-emotionele ontwikkeling. Hij is een angstige, gespannen, onzekere jongen met te weinig

eigenwaarde en een negatief zelfbeeld. Hij is niet een direct agressief persoon, maar heeft vanwege het opkroppen van gevoelens in een spannende stressvolle leefsituatie, last van ingehouden agressie.

Met de conclusie van dit rapport, te weten, dat verdachte licht verminderd toerekeningsvatbaar is te achten, kan de rechtbank zich verenigen. Zij neemt deze conclusie over.

Verdachte is strafbaar, nu overigens geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

Oplegging van straf en/of maatregel

1. Bij de bepaling van de op te leggen straf is gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezen verklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander bij onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen.

2. De officier van justitie heeft een jeugddetentie voor de duur van 8 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren met aftrek van voorarrest gevorderd en daarbij de bijzondere voorwaarde van reclasseringscontact en voorts een werkstraf voor de duur van 200 uur, subsidiair 100 dagen vervangende jeugddetentie.

De officier van justitie heeft enerzijds de ernst van het feit en de nadelige gevolgen voor de slachtoffers benadrukt, maar de officier van justitie heeft anderzijds gelet op de persoon van de verdachte, de licht verminderde mate van toerekeningsvatbaarheid, zijn minderjarigheid, zijn blanco strafblad en de uitzichtloze situatie waarin verdachte en zijn familie verkeren.

3. De raadsvrouwe heeft gewezen op de persoonlijke omstandigheden van haar cliënt, meer in het bijzonder de recente verdrietige gebeurtenissen in de familie en op de geringe kans op herhaling. Zij acht een voorwaardelijke vrijheidsstraf dan ook niet nodig met het oog op het herhalingsgevaar, maar meer gelet op de begeleiding door de jeugdreclassering, zodat een kortere voorwaardelijke jeugddetentie dan door de officier van justitie is gevorderd op zijn plaats is. De raadsvrouwe heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank wat betreft een werkstraf.

4. De rechtbank acht anders dan de officier van justitie een deels onvoorwaardelijke vrijheidsstraf van na te melden duur en een werkstraf op zijn plaats en zal aldus een hogere straf opleggen dan door de officier van justitie is gevorderd op grond van de navolgende overwegingen.

5. Verdachte en zijn mededaders hebben zich op klaarlichte dag naar videotheek De Jonas begeven met de bedoeling daar een overval te plegen. Uit getuigenverklaringen is naar voren gekomen dat spelende kinderen in de buurt aanwezig waren.

6. Er is een taakverdeling gemaakt waaruit de rechtbank afleidt dat geen sprake is van een opwelling maar van een weloverwogen en geplande overval.

7. Er is door verdachte ter plekke fors geweld gebruikt tegen het slachtoffer, de heer [slachtoffer 2]. Het slachtoffer en zijn vriendin (de eigenaresse van de videotheek) hebben in de schriftelijke slachtofferverklaring verwoord welke gevolgen en welke impact de poging tot de overval voor hen heeft gehad. De eigenaresse van de videotheek heeft zelfs overwogen de videotheek van de hand te doen.

8. De rechtbank heeft gelet op het blanco strafblad van verdachte, op de rapporten die over hem zijn uitgebracht en waaruit diverse traumatische gebeurtenissen in het jonge leven van verdachte naar voren komen, op de verminderde mate van toerekeningsvatbaarheid en voorts op de als gering ingeschatte kans op herhaling.

9. De rechtbank acht een deels voorwaardelijke jeugddetentie op zijn plaats teneinde verdachte ervan te weerhouden opnieuw strafbare feiten te plegen. De rechtbank zal voorts de bijzondere voorwaarde stellen, dat veroordeelde zich gedurende de proeftijd zal gedragen naar de aanwijzingen en voorschriften die veroordeelde zullen worden gegeven door of namens de jeugdreclassering, zolang de jeugdreclassering dit noodzakelijk oordeelt, ook indien de aanwijzingen inhouden het ondergaan van enige ambulante behandeling.

10. De rechtbank beoogt met de strafoplegging niet alleen een speciale preventieve werking (dus in de richting van verdachte) maar ook een generale preventieve werking (dus in de richting van de maatschappij ter afschrikking van andere burgers om hetzelfde te doen), waarbij de rechtbank heeft gelet op omstandigheid dat uit publicaties in de media is gebleken, dat videotheken de laatste tijd een gemakkelijk doelwit lijken te zijn voor plegers van een overval.

In beslag genomen voorwerpen

De na te melden in beslag genomen en nog niet teruggegeven voorwerpen, volgens opgave van verdachte aan hem toebehorend, zijn vatbaar voor verbeurdverklaring, nu het voorwerpen zijn met behulp waarvan het bewezenverklaarde is begaan.

De rechtbank heeft hierbij rekening gehouden met de draagkracht van verdachte.

Vordering tot schadevergoeding

De benadeelde partij [slachtoffer 2] heeft zich met een vordering tot schadevergoeding ten bedrage van € 1.379,85 gevoegd in het strafproces ten aanzien van het tenlastegelegde.

Naar het oordeel van de rechtbank is, op grond van de gebezigde bewijsmiddelen en hetgeen verder ter terechtzitting met betrekking tot de vordering is gebleken, komen vast te staan dat de benadeelde partij als gevolg van het bewezen verklaarde handelen rechtstreeks tot het gevorderde bedrag schade heeft geleden, waarvoor verdachte naar burgerlijk recht aansprakelijk is. De vordering is voor toewijzing vatbaar.

De rechtbank heeft daarbij in het bijzonder gelet op het ambtelijk verslag (voetnoot 8), waaruit blijkt dat sprake was van een bebloede trui en broek.

Schadevergoedingsmaatregel

Gelet op het vorenstaande ziet de rechtbank aanleiding om aan verdachte op basis van het bepaalde in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de verplichting op te leggen tot betaling aan de Staat van een geldbedrag ten behoeve van genoemd slachtoffer.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Deze strafoplegging is gegrond op de artikelen 45, 33, 33a, 36f, 77a, 77i, 77m, 77n, 77x, 77y, 77z, 77aa, 77gg en 310 en 312 van het Wetboek van Strafrecht.

Beslissing

De rechtbank beslist als volgt.

Verklaart, zoals hiervoor overwogen, bewezen dat verdachte het primair tenlastegelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart verdachte strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een jeugddetentie voor de duur van 264 (tweehonderdvierenzestig) dagen.

Bepaalt, dat een gedeelte van de jeugddetentie, groot 240 (tweehonderdveertig) dagen niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond dat veroordeelde zich vóór het einde van een proeftijd van 2 jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt dan wel de navolgende bijzondere voorwaarde niet heeft nageleefd.

Stelt als bijzondere voorwaarde dat veroordeelde zich gedurende de proeftijd zal gedragen naar de aanwijzingen en voorschriften die veroordeelde zullen worden gegeven door of namens de jeugdreclassering, zolang de jeugdreclassering dit noodzakelijk oordeelt, ook indien de aanwijzingen inhouden het ondergaan van enige ambulante behandeling.

Geeft de reclasseringsinstelling opdracht de veroordeelde bij de naleving van de opgelegde voorwaarde hulp en steun te verlenen.

Beveelt, dat de tijd, door veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde jeugddetentie in mindering zal worden gebracht.

Veroordeelt de verdachte tot de navolgende taakstraf, te weten:

een werkstraf gedurende 200 (tweehonderd) uren, met bevel dat indien deze straf niet naar behoren wordt verricht vervangende jeugddetentie zal worden toegepast voor de duur van 100 dagen.

Verklaart verbeurd de in beslag genomen, nog niet teruggegeven handschoenen.

Veroordeelt verdachte tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [slachtoffer 2], [adres], girorekeningnummer [nummer][DH1], van een bedrag van € 1.379,85[DH2], vermeerderd met betaling van de kosten van het geding en de tenuitvoerlegging door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil en vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de pleegdatum van het bewezen verklaarde feit.

Verstaat dat indien en voor zover door de mededader en/of mededaders het betreffende schadebedrag is betaald, veroordeelde daarvan zal zijn bevrijd.

Legt aan veroordeelde de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 2], voornoemd, een bedrag te betalen van € 1.379,85, met bevel dat bij gebreke van betaling en verhaal 27 dagen jeugddetentie zal kunnen worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt.

Bepaalt dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Heft op het -geschorste- bevel tot voorlopige hechtenis.

Aldus gewezen door mr. Hemrica, voorzitter, tevens kinderrechter, mrs. Elders en Van Hoorn, rechters, in tegenwoordigheid van mr. De Bruijn-van der Sluijs, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 14 februari 2007.

voetnoten:

1 Het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van aangifte (dossierpagina 160) door [slachtoffer 2], gevoegd bij het (stam)proces-verbaal, in de wettelijke vorm opgemaakt en op 20 november 2006 ondertekend door Teunis, brigadier van politie Team Recherche, District Noord- West Veluwe, Team Epe.

2 Dossierpagina 167, een geschrift gevoegd bij het hiervoor onder voetnoot 1 vermelde (stam)proces-verbaal.

3 Het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal, inhoudende de getuigenverklaring van [slachtoffer 1] (dossierpagina 178), gevoegd bij het hiervoor onder voetnoot 1 vermelde (stam)proces-verbaal.

4 Proces-verbaal van 27 oktober 2006, opgemaakt en ondertekend door mr. Van Apeldoorn en Lubberding, respectievelijk plv. kinderrechter/rechter-commissaris in strafzaken en griffier, van het verhoor van verdachte.

5 Het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van verhoor van verdachte (dossierpagina 238 ev), gevoegd bij het hiervoor onder voetnoot 1 vermelde (stam)proces-verbaal.

6 Het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van verhoor van [medeverdachte 4] (dossierpagina 338 ev), gevoegd bij het hiervoor onder voetnoot 1 vermelde (stam)proces-verbaal.

7 Het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van verhoor van [medeverdachte 3] (dossierpagina 203 ev), gevoegd bij het hiervoor onder voetnoot 1 vermelde (stam)proces-verbaal.

8 Het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal (dossierpagina 157), gevoegd bij het hiervoor onder voetnoot 1 vermelde (stam)proces-verbaal.