Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZUT:2007:AZ6814

Instantie
Rechtbank Zutphen
Datum uitspraak
24-01-2007
Datum publicatie
24-01-2007
Zaaknummer
06/460507-06
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Rechtbank wijst tussenvonnis in verkrachtingszaak. Onderzoek naar de persoon van verdachte is noodzakelijk.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZUTPHEN

Sector Straf

Meervoudige kamer

Parketnummer: 06/460507-06

Uitspraak d.d.: 24 januari 2007

tegenspraak/ dip

TUSSENVONNIS

in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren te [plaats] op [geboortedatum] 1978,

wonende te [plaats]

thans gedetineerd in het huis van bewaring te Doetinchem.

Onderzoek van de zaak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van

10 januari 2007.

De tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

hij

op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 25 september 2006

tot en met 26 september 2006,

te Lichtenvoorde, gemeente Oost Gelre, en/of (elders) in Nederland,

(telkens) door geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of bedreiging met

geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) [slachtoffer] heeft gedwongen tot

het ondergaan van (een) handeling(en) die bestond(en) uit of mede bestond(en)

uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer], hebbende

verdachte die [slachtoffer] gedwongen te dulden dat verdachte zijn penis in de

vagina en/of de anus van die [slachtoffer] duwde/bracht,

en bestaande dat geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) en/of die bedreiging

met geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) hierin dat verdachte

- een of meermalen die [slachtoffer] in/tegen het gezicht heeft geslagen en/of

- die [slachtoffer] op/tegen de grond heeft gegooid of geduwd, althans die

[slachtoffer] onverhoeds en onverwachts heeft geduwd, waardoor die [slachtoffer]

op/tegen de grond viel en/of

- die [slachtoffer] tegen een deur heeft geduwd en/of

- tegen die [slachtoffer] heeft gescholden en/of

- die [slachtoffer] bij de (boven)armen heeft vastgepakt en/of

- tegen die [slachtoffer] heeft geschreeuwd of gezegd dat het haar eigen schuld

was en/of

- bovenop die [slachtoffer] is gaan liggen en/of zitten en/of

- de benen van die [slachtoffer] uit elkaar heeft geduwd en/of omhoog heeft geduwd

of getrokken en/of

- die [slachtoffer] naar de douche heeft getrokken en/of (vervolgens) onder de

douche heeft geduwd en/of gezet en (aldaar) die [slachtoffer] tegen de muur

heeft geduwd en/of gedrukt en/of tegen die muur heeft (vast)gehouden en/of

- tegen een bank en/of een tafel van die [slachtoffer] heeft geschopt en/of

getrapt en/of

- een foto van die [slachtoffer] heeft verfrommeld, althans heeft vernield en/of

- misbruik heeft gemaakt van het uit feitelijke en/of fysieke verhoudingen

ontstaan overwicht en/of

- (aldus) en in ieder geval voor die [slachtoffer] een bedreigende situatie heeft

doen ontstaan;

art 242 Wetboek van Strafrecht

2.

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 25 september

2006 tot en met 26 september 2006, te Lichtenvoorde, gemeente Oost Gelre,

en/of (elders) in Nederland, (telkens) opzettelijk mishandelend [slachtoffer]

in/tegen het gezicht en/of het lichaam heeft geslagen en/of op/tegen de grond

heeft gegooid en/of geduwd, althans onverhoeds en onverwachts heeft geduwd,

waardoor die [slachtoffer] kwam te vallen, waardoor deze (telkens) letsel heeft

bekomen en/of pijn heeft ondervonden;

art 300 lid 1 Wetboek van Strafrecht

Overwegingen

Onder de beraadslaging is gebleken dat het onderzoek niet volledig is geweest, met name daar waar het gaat om de persoon van de verdachte. Het oriënterend psychiatrisch onderzoek door de psychiater Verhoef van de FPD van 9 november 2006 acht de rechtbank onvoldoende om in deze zaak tot een gedegen beslissing te komen.

De rechtbank komt tot het voorlopig oordeel dat tot enige bewezenverklaring van de aan verdachte ten laste gelegde feiten kan worden gekomen.

Gezien de ernst van, in het bijzonder het aan verdachte onder 1 ten laste gelegde feit, zijn problematische jeugd, zijn drugsgebruik en zijn persoonlijkheidsproblematiek in samenhang met verdachtes houding ter terechtzitting en zijn opstelling ten aanzien van hulpverlening, acht de rechtbank het noodzakelijk dat nader en diepgaand multidisciplinair onderzoek wordt ingesteld naar de persoon van de verdachte, opdat dienaangaande aan de rechtbank zal worden gerapporteerd en geadviseerd. Het onderzoek zal zich mede dienen te richten op de mogelijkheden van een al dan niet intramurale behandeling.

De rechtbank zal de stukken in handen stellen van de officier van justitie, opdat deze deskundigen zal benoemen die ter zake een rapport zullen uitbrengen met de gebruikelijke te formuleren vraagstelling met inbegrip van voormelde aspecten.

Verzoek raadsman

De raadsman heeft de rechtbank verzocht in het geval zij niet tot vrijspraak zal beslissen een persoonlijkheidsonderzoek van [slachtoffer] (aangeefster) te gelasten.

Mocht de raadsman bedoeld hebben een betrouwbaarheidsonderzoek, dan wijst de rechtbank het verzoek af, nu het onvoldoende is onderbouwd. Dit brengt mee dat de rechtbank niet toekomt aan de beslissing op het door de raadsman hieraan gekoppelde verzoek om schorsing van het bevel tot voorlopige hechtenis.

Beslissing

De rechtbank beslist als volgt.

Heropent het onderzoek en schorst dit voor onbepaalde tijd, doch in geen geval langer dan drie maanden voor het uitbrengen van multi-disciplinaire rapportage.

De rechtbank vermeldt - in verband met het uitstel voor een langere tijd dan één maand - als klemmende redenen:

- de omstandigheid dat het uitbrengen van een multi-disciplinair rapport doorgaans langer op zich laat wachten dan één maand;

- het zittingsrooster van de rechtbank;

Stelt de stukken in handen van de officier van justitie ter fine als voormeld.

Beveelt de oproeping van verdachte tegen de nader te bepalen terechtzitting met kennisgeving daarvan aan zijn raadsman en de benadeelde partij.

Aldus gewezen door mr. Hemrica, voorzitter, mrs. Van Hoorn en Lucassen, rechters, in tegenwoordigheid van mr. De Bruijn-van der Sluijs, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 24 januari 2007.