Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZUT:2006:AZ5115

Instantie
Rechtbank Zutphen
Datum uitspraak
22-12-2006
Datum publicatie
22-12-2006
Zaaknummer
06/460453-06 en 06/471185-06
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Veroordeling terzake van vernieling en bedreiging. (Promis)

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZUTPHEN

Sector Straf

Meervoudige kamer

Parketnummers: 06/460453-06 en 06/471185-06 (gevoegd ter terechtzitting op de zitting van de politierechter in deze rechtbank op 23 oktober 2006)

Uitspraak d.d.: 22 december 2006

TEGENSPRAAK / ? - dip

VONNIS

in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren te [plaats] op [geboortedatum] 1986,

wonende te [plaats],

thans gedetineerd in de PI Haaglanden, PCS Unit 4 (BIBA en BGG) te 's-Gravenhage.

Onderzoek van de zaak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 12 december 2006.

De tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

(parketnummer 06/460453-06)

1.

hij op of omstreeks 25 augustus 2006, in de gemeente Apeldoorn, opzettelijk en wederrechtelijk een parkeermeter, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan de gemeente Apeldoorn, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, heeft vernield en/of beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt;

art 350 lid 1 Wetboek van Strafrecht

2.

hij op een of meer tijdstippen of omstreeks 25 augustus 2006, in de Apeldoorn, (telkens) -via voicemail en/of middels woorden (via [slachtoffer A])- [slachtoffer B] (hulpverleenster van de stichting Arcuris) heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk voornoemde [slachtoffer B] dreigend de woorden toegevoegd :"Hallo [slachtoffer B], ik ben [verdachte], als ik jou zie, ga ik jou neersteken. Vieze kankerbitch, stinkhoer, kutwijf. Je wou me gewoon de grond in trappen, ik wist het wel. Ik wist het gewoon vieze bitch, als ik jou zie, pas goed op, in je ooghoeken. Want als ik jou zie heb je een probleem, doei...." en/of "Ik pak een mes en ga er mee naar [slachtoffer B] en snij haar de polsen door", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;

art 285 lid 1 Wetboek van Strafrecht

(parketnummer 06/471185-06)

hij op of omstreeks 23 augustus 2006 in de gemeente Harderwijk, opzettelijk en wederrechtelijk een ruit (van een pand gelegen aan/nabij de [straat]), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan Slaaphuis Harderwijk en/of [slachtoffer B], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, heeft vernield en/of beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt;

art 350 lid 1 Wetboek van Strafrecht

Taal- en/of schrijffouten

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten en/of kennelijke omissies voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Overwegingen inzake het bewijs

1. De officier van justitie heeft geconcludeerd dat de rechtbank het onder parketnummer 06/460453-06 onder 1 en 2 tenlastegelegde bewezen zal verklaren. Voorts heeft de officier van justitie geconcludeerd dat de rechtbank tevens het onder parketnummer 06/471185-06 tenlastegelegde bewezen zal verklaren.

2. In de zaak, ten laste gelegd onder parketnummer 06/471185-06, betreffende de vernieling van een ruit, heeft [slachtoffer B], out-reachend hulpverleenster van de Stichting Arcuris in Apeldoorn en in Harderwijk en sinds maart 2006 de persoonlijke hulpverleenster van verdachte, (voetnoot 1) in haar aangifte / verklaring (voetnoot 2) aangegeven dat zij op woensdag 23 augustus 2006 als hulpverleenster aan het werk was in het slaaphuis te Harderwijk. Zij had daar een afspraak met verdachte. In het gesprek dat zij met hem had, deelde ze hem mee dat hij geschorst zou worden voor één maand, omdat hij eerder problemen had veroorzaakt. [slachtoffer B] verklaarde dat hij hier hierdoor door het lint ging en kwaad wegliep. Plotseling hoorde zij een harde klap en zag ze dat er een ruit was ingegooid met een colablikje. Nog dezelfde avond meldde verdachte zich bij de politie (voetnoot 3) en gaf zich aan. In zijn verhoor (voetnoot 4) verklaarde verdachte dat hij het niet eens was met de schorsing en dat hij het kleine raam van het slaaphuis met een colablikje had ingegooid.

3. Blijkens het hoofdproces-verbaal (voetnoot 5) in de zaak, ten laste gelegd onder parketnummer 06/460453-06, heeft [slachtoffer B] op vrijdag 25 augustus 2006 aangifte van bedreiging gedaan. In haar verklaring (voetnoot 6) staat dat verdachte, toen hij op donderdag 24 augustus 2006 vrijkwam, na te zijn aangehouden en in verzekering te zijn gesteld in verband met het ingooien van de ruit van het slaaphuis, zich weer meldde bij [slachtoffer B]. Zij deelde hem mee dat de hem eerder opgelegde schorsing van één maand was verlengd met acht maanden. Ze verwees hem naar het slaaphuis.

4. In de verklaring van [slachtoffer B] staat dat verdachte vervolgens herhaaldelijk contact heeft gezocht met haar, maar dat zij heeft geweigerd de telefoon op te nemen. Op vrijdag 25 augustus 2006 liet verdachte een voicemail achter. [slachtoffer B] hoorde dat verdachte het volgende bericht had ingesproken: "Hallo [slachtoffer B], ik ben [verdachte], als ik jou zie ga ik jou neersteken. Vieze kankerbitch, stinkhoer, kutwijf. Je wou me gewoon de grond in trappen, ik wist het wel. Ik wist het gewoon vieze bitch, als ik jou zie, pas goed op, in je ooghoeken. Want als ik jou zie heb je een probleem, doei..." [slachtoffer B] verklaarde dat ze bang was dat verdachte haar wat aan zou doen. De verbalisante die de aangifte van [slachtoffer B] opnam, heeft het voicemailbericht uitgeluisterd en opgemerkt dat dit de letterlijke tekst is van het voicemailbericht.

5. Uit de verklaring van [slachtoffer B] blijkt verder dat zij op 24 augustus 2006 van haar collega, [slachtoffer A], werkzaam in het slaaphuis te Apeldoorn, had gehoord dat verdachte haar de middag van die dag had bedreigd.

6. Naar aanleiding hiervan hoort de politie ook [slachtoffer A]. Zij verklaarde (voetnoot 7) dat er op donderdag 24 augustus 2006 een jonge jongen naar het slaaphuis in Apeldoorn kwam. De jongen gaf op dat zijn naam [verdachte] was. Hij zei tegen haar dat hij een mes zou pakken en dat hij ermee naar [slachtoffer B] zou gaan en haar de polsen door zou snijden. Ze gaf verder aan dat de jongen een beetje in de war leek en labiel. Uit de verklaring van [slachtoffer B] kan evenwel niet met zekerheid worden afgeleid dat [slachtoffer A] haar de letterlijke tekst van die bedreiging heeft meegedeeld. Om die reden kan het tenlastegelegde in zoverre niet worden bewezen.

7. In zijn verhoor (voetnoot 8) verklaarde verdachte dat hij de voicemail van [slachtoffer B] op 25 augustus 2006 heeft ingesproken. Verdachte verklaarde dat wat hij toen gezegd heeft, niet zo leuk was en ook niet zo netjes. Verdachte gaf aan dat hij [slachtoffer B] goed heeft laten weten dat hij erg boos was. Hij ontkende echter dat hij de letterlijke tekst heeft gesproken van de voicemail. In zijn tweede verhoor (voetnoot 9) gaf hij echter aan dat hij [slachtoffer B] wel bedreigd had.

8. Uit het hoofdproces-verbaal (voetnoot 10) in diezelfde zaak blijkt voorts dat verdachte zich in de nacht van donderdag 24 op vrijdag 25 augustus 2006 meldde bij het politiebureau aan de [straat] te Apeldoorn. Hij wilde een slaapplaats. De dienstdoende verbalisanten weigerden hem een slaapplaats in het politiebureau te verschaffen en stuurden verdachte weg. Vervolgens veroorzaakte verdachte overlast in de omgeving van het politiebureau. Uit de verklaring van [getuige] (voetnoot 11) blijkt dat zij in de vroege nacht van vrijdag 25 augustus 2006 lawaai hoorde. Ze keek uit het raam en zag dat een jongeman met een stoeptegel tegen een parkeermeter sloeg. Hij sloeg meerdere keren en als gevolg daarvan raakte de parkeermeter beschadigd en kwam scheef te staan. Ze belde hierop de politie. De verbalisanten die ter plaatse kwamen, gingen in gesprek met verdachte. Hij werd echter niet aangehouden en toen de politie weer weg was, zag [getuige] dat verdachte dezelfde parkeermeter vernielde door er opnieuw met een stoeptegel tegenaan te slaan. Uit het relaas van verbalisanten (voetnoot 12) blijkt dat zij op vrijdag 25 augustus 2006 omstreeks 15:30 uur zagen dat de parkeermeter inderdaad vernield was. Van dat feit heeft de gemeente Apeldoorn aangifte gedaan. (voetnoot 13) In die aangifte staat dat er zoveel schade aan het binnenwerk van de parkeermeter was toegebracht dat de parkeermeter als vernield moest worden beschouwd. Verdachte werd hierover verhoord en in zijn verklaring (voetnoot 14) heeft hij toegegeven dat hij de parkeermeter heeft vernield, omdat hij hulp nodig heeft.

9. De rechtbank is van oordeel dat de feiten bewezen kunnen worden als hierna onder het kopje 'bewezenverklaring' omschreven.

Bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder parketnummer 06/460453-06 onder 1 en 2 tenlastegelegde en het onder parketnummer 06/471185-06 tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:

Parketnummer 06/460453-06:

1.

hij op 25 augustus 2006 in de gemeente Apeldoorn opzettelijk en wederrechtelijk een parkeermeter, toebehorende aan de gemeente Apeldoorn, heeft vernield;

2.

hij op 25 augustus 2006 in de gemeente Apeldoorn via voicemail [slachtoffer B] (hulpverleenster van de stichting Arcuris) heeft bedreigd met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk voornoemde [slachtoffer B] dreigend de woorden toegevoegd :"Hallo [slachtoffer B], ik ben [verdachte], als ik jou zie, ga ik jou neersteken. Vieze kankerbitch, stinkhoer, kutwijf. Je wou me gewoon de grond in trappen, ik wist het wel. Ik wist het gewoon vieze bitch, als ik jou zie, pas goed op, in je ooghoeken. Want als ik jou zie heb je een probleem, doei....";

Parketnummer 06/471185-06:

3.

hij op 23 augustus 2006 in de gemeente Harderwijk opzettelijk en wederrechtelijk een ruit van een pand, gelegen aan/nabij de [straat], toebehorende aan een ander dan aan verdachte, heeft vernield.

Vrijspraak van het meer of anders tenlastegelegde

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. De verdachte behoort daarvan te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezene levert op de misdrijven:

Ten aanzien van het onder parketnummer 06/460453-06 onder 1 en het onder parketnummer 06/471185-06 tenlastegelegde, telkens:

Vernieling

Ten aanzien van het onder parketnummer 06/460453-06 onder 2:

Bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht

Strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

Oplegging van straf en/of maatregel

1. De officier van justitie heeft gevorderd dat de rechtbank aan verdachte zal opleggen een gevangenisstraf voor de duur van vijf maanden, waarvan één maand voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren. Aan het voorwaardelijk strafdeel dient volgens de officier van justitie een bijzondere voorwaarde te worden verbonden, te weten dat verdachte gedurende de proeftijd op geen enkele wijze contact zal opnemen met voornoemde [slachtoffer B].

2. De verdachte heeft zich ter terechtzitting op het standpunt gesteld dat hij direct vrij wil komen.

3. De rechtbank acht na te melden strafoplegging in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken. In de hierna te noemen omstandigheden heeft de rechtbank de redenen gevonden die tot de keuze van een deels onvoorwaardelijke gevangenisstraf van na te melden duur leiden.

4. De rechtbank stelt vast dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de vernieling van een ruit en een parkeermeter. Daarnaast heeft verdachte zijn persoonlijke hulpverleenster bedreigd. Die feiten zijn ernstig en mede daarom heeft verdachte vanaf 25 augustus 2006 onafgebroken in voorarrest gezeten. Ofschoon de rechtbank zich realiseert dat de lengte van het voorarrest zich op het eerste gezicht niet lijkt te verhouden tot de ernst van het bewezenverklaarde, is van belang dat de rechtbank is gebleken dat verdachte kampt met forse persoonlijkheids- of ontwikkelingsproblematiek. Daarvoor lijkt een concrete en intensieve begeleiding, al dan niet resulterend in een behandeling, op korte termijn niet alleen wenselijk, maar ook zeker noodzakelijk om recidive in de toekomst te voorkomen. Die noodzaak tot begeleiding kan, in het licht van de bewezenverklaarde feiten en het ontbreken van een concreet behandeladvies, echter niet in het kader van deze strafzaak concreet worden vormgegeven. Daarvoor dienen andere wegen bewandeld te worden. Voor zowel verdachte als de maatschappij als zodanig is voor het succesvol afronden van een concrete en intensieve behandeling onmisbaar dat hulpverlenende instanties voor verdachte sturend en begeleidend optreden.

5. Gelet op de duur van het voorarrest kan de rechtbank echter geen andere conclusie trekken dan dat verdachtes criminele handelen inmiddels afdoende is vergolden.

6. Anders dan de officier van justitie heeft gevorderd, zal de rechtbank geen contactverbod als bijzondere voorwaarde opleggen aan verdachte. De rechtbank stelt voorop dat medewerkers van hulpverlenende instanties, wanneer zij worden geconfronteerd met geweld of bedreiging, zich in hun dagelijkse werk gevrijwaard moeten kunnen weten van crimineel handelen of de dreiging daarvan. Om dat doel te bereiken kunnen verschillende wegen worden bewandeld, waarbij onder omstandigheden ook het strafrecht ingezet kan worden.

7. In het onderhavige geval doet zich de bijzonderheid voor dat degene waarvan de officier van justitie heeft gevorderd dat zij moet worden beschermd door middel van een contactverbod, werkzaam is bij één van de weinige instanties waarvan verondersteld mag worden dat deze verdachte hulp kan bieden. Zoals hiervoor overwogen acht de rechtbank van groot belang dat verdachte wordt begeleid, zodat criminele recidive niet meer zal plaatsvinden. Aangezien de rechtbank in strafrechtelijke zin thans geen mogelijkheden ziet een behandeling in het kader van de afdoening van deze zaak te doen plaatsvinden, resteert voor het vormgeven van verdachtes verdere toekomst op dit moment slechts zijn eigen initiatief. Om die reden is het van belang de toegang tot hulpverlening voor verdachte laagdrempelig te houden. Het nastreven van dat belang staat in het onderhavige geval op gespannen voet met de eis van de officier van justitie dat verdachte zal worden bevolen geen contact met [slachtoffer B] op te nemen. Die eis komt er in deze bijzondere situatie immers op neer dat verdachte zich als gevolg van een contactverbod niet zal kunnen wenden tot de stichting Arcuris, aangezien [slachtoffer B] daar werkzaam is. De rechtbank is van oordeel dat verdachte die toegang tot hulpverlening niet mag worden onthouden, in het licht van de hiervoor genoemde belangen.

8. Teneinde niettemin enige bescherming te bieden aan het slachtoffer [slachtoffer B] en om verdachte in te prenten dat hij zich zal dienen te onthouden van crimineel gedrag, zal de rechtbank aan het voorwaardelijk strafdeel de algemene voorwaarde verbinden dat verdachte zich gedurende een proeftijd van twee jaren niet schuldig zal maken aan het plegen van strafbare feiten.

Vorderingen tot schadevergoeding

Blijkens de voegingsformulieren benadeelde partij in het strafproces hebben zich als benadeelde gevoegd de Opvang Harderwijk en de gemeente Apeldoorn.

Ten aanzien van het onder parketnummer 06/471185-06 tenlastegelegde heeft de Opvang Harderwijk een vordering tot schadevergoeding ten bedrage van ? 150,= ingediend. Ten aanzien van het onder parketnummer 06/460453-06 onder 1 tenlastegelegde heeft de gemeente Apeldoorn een vordering tot schadevergoeding ten bedrage van ? 1.116,50 ingediend.

De officier van justitie heeft geconcludeerd dat de rechtbank de vorderingen tot schadevergoeding niet-ontvankelijk zal verklaren, aangezien deze niet eenvoudig van aard zijn. De rechtbank deelt deze opvatting evenwel niet geheel.

Uit het voegingsformulier van de benadeelde Opvang Harderwijk blijkt de rechtbank niet dat aan de vordering tot schadevergoeding enige onderbouwing ten grondslag is gelegd. Om die reden zal deze benadeelde partij niet-ontvankelijk moeten worden verklaard in haar vordering. Benadeelde kan haar vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

Uit het voegingsformulier van de benadeelde Gemeente Apeldoorn blijkt de rechtbank dat de vordering tot schadevergoeding deugdelijk is onderbouwd door middel van een specificatie van de geleden schade en de kosten die gepaard gaan met vervanging van de parkeermeter.

Naar het oordeel van de rechtbank is, op grond van de gebezigde bewijsmiddelen en hetgeen verder ter terechtzitting met betrekking tot de vordering is gebleken, komen vast te staan dat de benadeelde partij als gevolg van het onder 1 bewezen verklaarde handelen rechtstreeks tot het gevorderde bedrag schade heeft geleden, waarvoor verdachte naar burgerlijk recht aansprakelijk is. De vordering is voor toewijzing vatbaar.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Deze strafoplegging is gegrond op de artikelen 10, 14a, 14b, 14c, 27, 57, 285 en 350 van het Wetboek van Strafrecht.

BESLISSING

De rechtbank beslist als volgt.

Verklaart, zoals hiervoor overwogen, bewezen dat verdachte het onder parketnummer 06/460453-06 onder 1 en 2 tenlastegelegde en het onder parketnummer 06/471185-06 tenlastegelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart verdachte strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 5 (vijf) maanden.

Bepaalt, dat een gedeelte van de gevangenisstraf, groot 1 (één) maand niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond dat veroordeelde zich vóór het einde van een proeftijd van 2 jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Beveelt, dat de tijd, door veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht.

Heft op het bevel tot voorlopige hechtenis.

Verklaart de benadeelde partij Opvang Harderwijk niet-ontvankelijk in haar vordering.

Veroordeelt verdachte tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij Gemeente Apeldoorn[DH1], van een bedrag van ? 1.116,50, vermeerderd met betaling van de kosten van het geding en de tenuitvoerlegging door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil.

Aldus gewezen door mrs. Borgerhoff Mulder, voorzitter, Van der Hooft en Van Breda, rechters, in tegenwoordigheid van mr. Kuipers, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 22 december 2006.

1 Zie hiervoor het proces-verbaal, genummerd PL0620/06-347137 (gevoegd als dossierpagina 29 bij het hoofdproces-verbaal, genummerd PL0620/06-206664), in de wettelijke vorm opgemaakt door [agent A], hoofdagent van politie in het politiedistrict Apeldoorn.

2 Zie hiervoor het proces-verbaal, genummerd PL0612/06-345847 (gevoegd als dossierpagina 16), in de wettelijke vorm opgemaakt door [agent B], hoofdagent van politie in het politiedistrict Noord-West Veluwe.

3 Zie hiervoor het proces-verbaal, genummerd PL0620/06-345847 (gevoegd als dossierpagina 9), in de wettelijke vorm opgemaakt door [agent C] en [agent D], respectievelijk hoofdagent en agent van politie in het politiedistrict Noord-West Veluwe.

4 Zie hiervoor het proces-verbaal, genummerd PL0620/06-345847 (gevoegd als dossierpagina 19), in de wettelijke vorm opgemaakt door [agent E] en [agent F], respectievelijk agent en aspirant van politie in het politiedistrict Noord-West Veluwe.

5 Waar in dit vonnis wordt gesproken over het hoofdproces-verbaal, wordt daarmee bedoeld het proces-verbaal, genummerd PL0620/06-206664, in de wettelijke vorm opgemaakt door [agent G], brigadier van politie in het politiedistrict Apeldoorn, door hem gesloten en getekend op 4 september 2006.

6 Zie hiervoor het proces-verbaal, genummerd PL0620/06-347137 (gevoegd als dossierpagina 29 bij het hoofdproces-verbaal), in de wettelijke vorm opgemaakt door [agent A], hoofdagent van politie in het politiedistrict Apeldoorn.

7 Zie hiervoor het proces-verbaal, genummerd PL0620/06-347137 (gevoegd als dossierpagina 33 bij het hoofdproces-verbaal), in de wettelijke vorm opgemaakt door [agent G], brigadier van politie in het politiedistrict Apeldoorn.

8 Zie hiervoor het proces-verbaal, genummerd PL0620/06-346742 (gevoegd als dossierpagina 35 bij het hoofdproces-verbaal), in de wettelijke vorm opgemaakt door [agent G], brigadier van politie in het politiedistrict Apeldoorn.

9 Zie hiervoor het proces-verbaal, genummerd PL0620/06-346742 (gevoegd als dossierpagina 38 bij het hoofdproces-verbaal), in de wettelijke vorm opgemaakt door [agent G], brigadier van politie in het politiedistrict Apeldoorn.

10 Waar in dit vonnis wordt gesproken over het hoofdproces-verbaal, wordt daarmee bedoeld het proces-verbaal, genummerd PL0620/06-206664, in de wettelijke vorm opgemaakt door [agent G], brigadier van politie in het politiedistrict Apeldoorn, door hem gesloten en getekend op 4 september 2006.

11 Zie hiervoor het proces-verbaal, genummerd PL0620/06-346742 (gevoegd als dossierpagina 21 bij het hoofdproces-verbaal), in de wettelijke vorm opgemaakt door [agent H] en [agent I], respectievelijk hoofdagent en agent van politie in het politiedistrict Apeldoorn.

12 Zie hiervoor het proces-verbaal, genummerd PL0620/06-346742 (gevoegd als dossierpagina 18 bij het hoofdproces-verbaal), in de wettelijke vorm opgemaakt door [agent I] en [agent H], respectievelijk agent en hoofdagent van politie in het politiedistrict Apeldoorn.

13 Zie hiervoor het proces-verbaal, genummerd PL0620/06-346742 (gevoegd als dossierpagina 19 bij het hoofdproces-verbaal), in de wettelijke vorm opgemaakt door [agent K], brigadier van politie in het politiedistrict Apeldoorn.

14 Zie hiervoor het proces-verbaal, genummerd PL0620/06-346742 (gevoegd als dossierpagina 23 bij het hoofdproces-verbaal), in de wettelijke vorm opgemaakt door [agent G], brigadier van politie in het politiedistrict Apeldoorn.

[DH1]naam en voorletters, postcode, woonplaats, adres, zo mogelijk bank- of girorekeningnummer

Parketnummers: 06/460453-06 en 06/471185-06 (gev. ttz.) blad 9