Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZUT:2006:AZ3769

Instantie
Rechtbank Zutphen
Datum uitspraak
05-12-2006
Datum publicatie
06-12-2006
Zaaknummer
06/800081-06
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Vrijspraak in zedenzaak.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZUTPHEN

Sector Straf

Meervoudige kamer

Parketnummer: 06/800081-06

Uitspraak d.d.: 05 december 2006

tegenspraak - oip

VERKORT VONNIS

in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren te [plaats] op [geboortedatum],

wonende te [adres].

Onderzoek van de zaak

De politierechter heeft deze strafzaak op 29 augustus 2006 verwezen naar de meervoudige kamer voor strafzaken.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van

29 augustus 2006 en 21 november 2006.

De tenlastelegging

Aan bovenbedoelde gedagvaarde persoon wordt tenlastegelegd dat:

hij op of omstreeks 1 oktober 2005 in de gemeente Apeldoorn, met [slachtoffer], van wie hij, verdachte, wist dat die [slachtoffer] in staat van bewusteloosheid, verminderd bewustzijn of lichamelijke onmacht verkeert dan wel aan een zodanige gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis van haar geestvermogens leed dat die [slachtoffer] niet of onvolkomen in staat was haar wil daaromtrent te bepalen of kenbaar te maken of daartegen weerstand te bieden, handelingen heeft gepleegd, die bestond(en) uit het seksueel binnendringen van

het lichaam van die [slachtoffer], hebbende verdachte, zijn, verdachtes, vinger(s) in de vagina van die [slachtoffer] gebracht/geduwd/gehouden.

art 243 Wetboek van Strafrecht

ALTHANS, dat:

hij op of omstreeks 01 oktober 2005 in de gemeente Apeldoorn, met [slachtoffer], van wie hij, verdachte, wist dat die [slachtoffer] in staat van bewusteloosheid, verminderd bewustzijn of lichamelijke onmacht verkeerde, dan wel aan een zodanige gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis van zijn/haar geestvermogens leed dat die [slachtoffer] niet of onvolkomen in staat was zijn/haar wil daaromtrent te bepalen of kenbaar te maken of daartegen weerstand te bieden, een of meer ontuchtige handeling(en) heeft gepleegd, bestaande uit het brengen/duwen/houden van zijn, verdachtes, vinger(s) in de vagina van die [slachtoffer];

art 247 Wetboek van Strafrecht

Vrijspraak

Naar het oordeel van de rechtbank is niet wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het primair dan wel het subsidiair tenlastegelegde heeft begaan, zodat hij daarvan zal worden vrijgesproken.

Ter toelichting wordt het volgende overwogen:

- Blijkens haar verklaringen is aangeefster door een plotseling opkomende, maar kortdurende diepe slaap overvallen en heeft zij niets bemerkt van hetgeen in die slaapperiode zou zijn voorgevallen (vingeren door verdachte en/of het betasten van de borsten door de getuige/medebetrokkene [getuige/medebetrokkene]), terwijl zij evenmin melding maakt van in dit verband mogelijk relevante bijzonderheden aan haar lichaam of kleding.

- Voornoemde [getuige/medebetrokkene] heeft niet alleen elke vorm van betrokkenheid ontkend, maar bovendien verklaard niet meer ter plaatse te zijn geweest in de door aangeefster bedoelde periode.

- De voor hemzelf belastende verklaringen die verdachte tegenover diverse getuigen heeft afgelegd en die de enige aanleiding vormde voor de onderhavige aangifte, sluiten niet uit dat de feitelijke gang van zaken een andere is geweest dan uit die verklaringen naar voren komt.

In dit verband is van belang, dat verdachte blijkens het dossier en het ter terechtzitting verhandelde toenmaals (ook) zelf zeer veel alcohol tot zich had genomen, dat zijn geheugen omtrent de voorgaande uren lacunes vertoont, dat hij omtrent enig seksueel contact met aangeefster geen herinnering heeft, dat hij daartoe de volgende dag slechts concludeerde op grond van herkenning van de (vaginale) geur aan zijn vingers en dat hij vervolgens, uit (hoe dan ook misplaatste) bravoure, deze conclusie heeft gepresenteerd als een zekerheid tegenover verscheidene personen in zijn omgeving/leefwereld.

- Nu het belastende bewijsmateriaal feitelijk herleidbaar is tot slechts één bron, die bovendien geen zekerheid stelt te kunnen verschaffen, is de rechtbank van oordeel dat voor een bewezenverklaring geen deugdelijke, althans geen overtuiging rechtvaardigende basis aanwezig is.

Vordering tot schadevergoeding

De benadeelde partij [slachtoffer], wonende te [adres], heeft zich met een vordering tot schadevergoeding ten bedrage van

€ 1.050,00, gevoegd in het strafproces ten aanzien van het tenlastegelegde.

Nu, gelet op het bovenoverwogene, niet wordt voldaan aan de wettelijke ontvankelijkheidvereisten betreffende de vordering van de benadeelde partij, zal deze in haar vordering niet-ontvankelijk worden verklaard.

Beslissing

De rechtbank beslist als volgt.

Verklaart niet bewezen, dat verdachte het primair en subsidiair tenlastegelegde heeft begaan en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart de benadeelde partij [slachtoffer], niet-ontvankelijk in haar vordering.

Aldus gewezen door mr. Van Harreveld, voorzitter, mr. Van der Hooft en mr. Lucassen, rechters, in tegenwoordigheid van Beers-de Badts, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 05 december 2006.