Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZUT:2006:AZ3285

Instantie
Rechtbank Zutphen
Datum uitspraak
10-10-2006
Datum publicatie
29-11-2006
Zaaknummer
80930 / KG ZA 06-276
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Geen uitzendverbod voor filmopname van televisieprogramma "Blik op de weg". Vrije meningsuiting gaat in dit geval boven privacy.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK Zutphen

Sector Civiel – Afdeling Handel

zaaknummer / rolnummer: 80930 / KG ZA 06-276

Vonnis in kort geding van 10 oktober 2006

in de zaak van

1. [eiser],

2. [eiseres],

beiden wonende te [plaats], gemeente [gemeente],

eisers,

procureur mr. A.V.P.M. Gijselhart,

advocaat mr. P.W.H. Stassen te Eindhoven,

tegen

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

LEO DE HAAS TV-PRODUKTIES B.V.,

gevestigd te Apeldoorn,

2. [gedaagde],

wonende te [plaats], gemeente [gemeente],

gedaagden,

procureur mr. S.W. van Dijk,

advocaat mr. S.M. van der Zwan te Dieren.

Partijen zullen hierna [eisers] (om eisers gezamenlijk aan te duiden) en eiser respectievelijk eiseres (om eisers afzonderlijk aan te duiden). Gedaagden zullen Leo de Haas c.s. genoemd worden. Gedaagde sub 2 zal als [gedaagde] in privé worden aangeduid.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding

- de mondelinge behandeling

- de pleitnota van [eisers]

- de pleitnota van Leo de Haas c.s..

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1. Leo de Haas c.s. produceert televisieprogramma's, waaronder het televisieprogramma "Blik op de Weg" (hierna: “Blik op de Weg”). Daarin worden onder andere film- en video-opnames vertoond die betrekking hebben op het verkeer en de verkeersveiligheid.

2.2. Op 3 juni 2005 is [eiser] is door de politie aangehouden, wegens een snelheidsovertreding en het negeren van een rood kruis. [eiser] is daarvoor geverbaliseerd. De verkeersovertredingen zijn vanuit een (niet als zodanig herkenbare) politieauto op de video opgenomen. Bij de aanhouding is [eisers] door een cameraman van Leo de Haas TV Produkties gefilmd. Bij die gelegenheid heeft [eisers] laten weten dat hij geen toestemming geeft voor uitzending van de filmopnames.

2.3. Op 7 juni 2005 heeft [eisers], via een advocaat, per fax aan [gedaagde] medegedeeld dat hij zich verzet tegen uitzending van de gemaakte opnames.

2.4. Op voormelde brief van [eisers] heeft Leo de Haas c.s., bij brief van 13 juni 2005, onder meer geantwoord dat hij zich zal houden aan de wet en dat [eisers] niet herkenbaar in beeld zal worden gebracht.

2.5. Per fax van 29 september 2006 heeft de advocaat van [eisers] nadere informatie verstrekt aan Leo de Haas c.s., te weten een door eiser opgesteld feitenrelaas en een kopie van een deel van een proces verbaal van 5 oktober 2005 ter zake een aangifte door eiseres van mishandeling / poging tot verkrachting. In deze fax is wederom gevraagd om de op 3 juni 2005 gemaakte beelden niet uit te zenden.

2.6. Bij brief van 29 september 2006 heeft Leo de Haas c.s. aan [eisers] medegedeeld dat de van [eisers] gemaakte opnames zullen worden uitgezonden in een aflevering van “Blik op de weg” op 10 oktober 2006.

3. Het geschil

3.1. [eisers] vordert dat de voorzieningenrechter bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis

1. primair

gedaagden hoofdelijk zal verbieden om de beelden van [eisers] uit te zenden of te doen uitzenden op straffe van een dwangsom van EUR. 500.000,00 indien Leo de Haas c.s. dit verbod overtreedt,

2. subsidiair:

zodanige ordemaatregelen te treffen gericht op het waarborgen van de privacy van [eisers] als de voorzieningenrechter in goede justitie vermeent te behoren,

zulks met veroordeling van Leo de Haas c.s. in de kosten van de procedure.

3.2. Leo de Haas c.s. voert verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling

4.1. Allereerst vordert [eisers] hoofdelijke veroordeling van Leo de Haas c.s. Hij voert voor wat betreft de hoofdelijke verbondenheid van [gedaagde] in privé niet meer aan dan dat deze het in zijn macht heeft om de betreffende uitzending door een derde te doen verzorgen. Dit is echter onvoldoende om tot een hoofdelijke aansprakelijkheid te concluderen. De vorderingen voor zover tegen [gedaagde] in privé gericht zullen dan ook worden afgewezen.

4.2. Uit de ter zitting getoonde videobeelden blijkt dat de opnames bestaan uit beelden gemaakt vanuit de politieauto van een snelheidsovertreding en het rijden op een door een rood kruis afgesloten weggedeelte door [eisers]. Eiser is vervolgens niet herkenbaar in beeld, omdat hij achter een kofferbak staat. Ook is op de beelden eiser te zien (met onherkenbaar gemaakt gezicht) die in de politieauto met de verbaliserende politieagente (in burger) de beeldopnames bekijkt en discussieert over – onder meer – de ernst van de verkeersovertredingen, het nut van het afsluiten van weghelften door rode kruizen en de werking daarvan. Tevens is te zien dat eiseres op haar hurken naast de auto zit. Haar gezicht is evenmin herkenbaar in beeld gebracht. De opnames zijn voorzien van een neutraal commentaar.

4.3. Het gevorderde uitzendverbod houdt een beperking in van het recht van meningsuiting, als vervat in artikel 10 van het EVRM.

Artikel 10 EVRM vereist voor een dergelijke inbreuk op de vrijheid van meningsuiting een wettelijke grondslag, die in dit geval te vinden is in artikel 6:162 van het Burgerlijk Wetboek. Een inbreuk op artikel 10 EVRM is bovendien slechts mogelijk indien deze noodzakelijk is ter bescherming van een of meer in artikel 10 lid 2 EVRM genoemde belangen. Het door [eisers] ingeroepen recht op privacy kan als een zodanig belang worden aangemerkt.

De beoordeling komt derhalve neer op een afweging tussen het recht op privacy en het recht op vrije meningsuiting.

4.4. Die belangenafweging leidt in dit geval op na te melden gronden tot de conclusie dat de belangen van Leo de Haas c.s. dienen te prevaleren boven die van [eisers]

Tussen partijen staat vast dat het TV programma "Blik op de Weg", naast enige amusementswaarde, een educatief doel nastreeft, te weten het vergroten van de verkeersveiligheid door het tonen van onveilig verkeersgedrag en het geven van commentaar daarop. Daarmee wordt een serieus algemeen belang gediend.

[eisers] heeft aangevoerd dat zijn verkeersovertreding zo onbeduidend is dat uitzending daarvan geen journalistiek te respecteren belang dient.

Dit verweer wordt verworpen, alleen al op de grond dat de beelden de stelling van [eisers] dat hij slechts een kort moment over een verboden rijstrook reed, logenstraffen. Met name gelet op de discussie tussen eiser en de politieagente over de ernst van de door eiser gepleegde overtreding en de functie van de rode kruizen, is voldoende aannemelijk dat de beelden een educatieve waarde hebben. Dat uit de beelden niet blijkt van de door [eisers] gestelde achterliggende redenen voor de verkeersovertreding, doet hier niet aan af.

4.5. Dat [eisers] onevenredig nadeel zal ondervinden van de voorgenomen uitzending, is niet aannemelijk geworden.

De stelling van [eisers] dat gegronde vrees bestaat voor herkenning door een levensgevaarlijke stalker is niet aannemelijk geworden.

Leo de Haas c.s. stelt met juistheid dat sprake is van ongerijmdheden in het verhaal van [eisers] over de stalker en dat diverse door [eisers] gestelde feiten (van de auto die zij rijden, de volgorde van het incident met de stalker en de verkeersovertreding, het gebruik van een mes door de stalker en hun woningverkoop) in strijd zijn met informatie uit het proces-verbaal, de registers van het kadaster en het handelsregister. Voor de door Leo de Haas c.s. genoemde discrepanties heeft [eisers] een onvoldoende steekhoudende verklaring gegeven. Voor nadere bewijslevering is in deze procedure geen plaats.

4.6. Dat een gegronde vrees bestaat voor herbeleving van een emotionele periode is evenmin aannemelijk geworden. In de video-opnames wordt geen directe melding gemaakt van dit gestelde leed. Voor zover [eisers] al in kleine kring wordt herkend (ondanks dat de meest specifieke kenmerken zoals nummerplaat en gezichten onherkenbaar in beeld zijn gebracht) is het niet aannemelijk dat [eisers] door derden die het programma hebben gezien herinnerd zullen worden aan het gestelde achterliggende leed, nu dit leed ook naar hun eigen stellingen niet uit de uitzending blijkt. Voor eisers zelf geldt dat zij de uit te zenden beelden reeds ter zitting hebben bekeken, zodat niet valt in te zien dat een televisie-uitzending (waarnaar zij niet behoeven te bekijken) extra herinneringsleed toevoegt.

Voor zover [eisers] vreest als wegmisbruiker te boek te zullen staan, weegt dit individuele belang (dat vrijwel voor alle voor “Blik op de weg” gefilmde verkeersovertreders geldt) niet op tegen het door Leo de Haas c.s. mede gediende algemene belang van een educatief programma.

[eisers] heeft niet dan wel onvoldoende gemotiveerd betwist dat uitsluiting van iedere herkenning de facto zou betekenen dat het programma niet met beeldmateriaal kan worden gemaakt. Van herkenning van [eisers] zal bovendien niet snel sprake zijn omdat [eisers] kort in beeld is en de gezichten en de kentekenplaat onherkenbaar zijn gemaakt en ook overigens niet zeer kenmerkende zaken in beeld zijn gebracht.

4.7. De vorderingen zullen gelet op al het vorenstaande worden afgewezen.

4.8. [eisers] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. Daar [gedaagde] privé in de onderhavige procedure geen afzonderlijke kosten heeft hoeven maken, zullen enkel de proceskosten van Leo de Haas B.V. voor vergoeding in aanmerking komen. De kosten aan de zijde van Leo de Haas B.V. worden begroot op:

- vast recht EUR 248,00

- overige kosten 0,00

- salaris procureur 816,00

Totaal EUR 1.064,00

5. De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1. wijst de vorderingen af,

5.2. veroordeelt [eisers] in de proceskosten, aan de zijde van Leo de Haas TV-Produkties B.V. tot op heden begroot op EUR 1.064,00,

5.3. verklaart dit vonnis wat betreft de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. S.A.M. Vrendenbarg-Elsbeek en in het openbaar uitgesproken op 10 oktober 2006.