Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZUT:2006:AZ1580

Instantie
Rechtbank Zutphen
Datum uitspraak
20-09-2006
Datum publicatie
09-11-2006
Zaaknummer
70266 / HA ZA 05-598
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Vervoersovereenkomst; sprake van voorraadverschillen; de door de vervoerder gegeven garantie gaat vóór de in de algemene voorwaarden opgenomen exoneratieclausule; vordering in reconventie wordt afgewezen nu opdrachtgever te laat heeft geklaagd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK Zutphen

Sector Civiel – Afdeling Handel

zaaknummer / rolnummer: 70266 / HA ZA 05-598

Vonnis van 20 september 2006

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

VOS TRANSPORT B.V.,

gevestigd te Apeldoorn,

eiseres in conventie,

verweerster in reconventie,

procureur mr. F. Leemans,

advocaat mr. B.N.J. de Wilde te Eindhoven,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

NORBOUW B.V.,

gevestigd te Apeldoorn,

gedaagde in conventie,

eiseres in reconventie,

procureur mr. A.J.H. Ozinga,

advocaat mr. L.F. Jansen te Hoofddorp.

Partijen zullen hierna Vos Transport en Norbouw genoemd worden.

1. De procedure

1.1.Het verdere verloop van de procedure blijkt uit:

- Het vonnis van 2 november 2005

- het proces-verbaal van comparitie van 10 januari 2006

- de conclusie van repliek in conventie en van antwoord in voorwaardelijke reconventie

- de conclusie van dupliek in conventie en van repliek in voorwaardelijke reconventie

- de conclusie van dupliek in voorwaardelijke reconventie

- de akte uitlating productie van de zijde van Norbouw.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1. Partijen zijn, ingaande vanaf 1 januari 2002, een overeenkomst voor onbepaalde duur aangegaan, hierna te noemen: de overeenkomst. De inhoud van de overeenkomst is neergelegd in een brief van Norbouw aan Vos Transport van 1 januari 2001 met als onderwerp “overeenkomst logistieke functie 2002”. De overeenkomst ziet op het door Vos Transport vervoeren, opslaan en uitleveren van goederen van en aan Norbouw.

2.2. In de overeenkomst is onder meer bepaald:

“(...)

7 Alle goederen zijn door Norbouw tegen de voorraadwaarde verzekerd tijdens de opslag voor brandschade, diefstal na braak en dergelijke.

8(...)

Vos Transport B.V. zorgt voor een deugdelijke in en uitgangscontrole voor beide partijen.

(....)

18 De uitgangscontrole dient erop gericht te zijn dat exact volgens de opdracht tot levering uitgeleverd wordt. (Hierdoor worden voorraadverschillen voorkomen)

? Men dient goed te letten op de aantallen en het juiste profielcode.

Deze code staat duidelijk op de Catnic lateien aangegeven.

(....).”

2.3. Bij brief van 4 februari 2002 schrijft Vos Transport aan Norbouw onder meer:

“Tijdens ons gesprek zijn de volgende aanpassingen aan het bestaande contract geaccordeerd door beider partijen:

(...)

Ad 7. Vos Transport wil benadrukken dat de goederen in opslag van Norbouw onder de algemene vervoerscondities vallen. Vos Transport accepteert geen enkele aansprakelijkheid voor de goederen.

Ad 8. Vos Transport zal bij iedere laad- en losactiviteit zo goed als mogelijk een productcontrole uitvoeren. Indien met het blote oog kan worden vastgesteld dat de conditie van de goederen niet conform de maat is zal direct contact op worden genomen met Norbouw. Vos Transport kan echter geen verantwoordelijkheid nemen voor de volledige technische controle van de goederen. (...)”

2.4. Bij brief van 11 februari 2002 heeft Norbouw de brief van Vos Transport van 4 februari 2002 beantwoord. Norbouw schrijft onder meer:

“Betr.: Uw schrijven d.d. 4 Febr. 2002

Aanvulling contract Norbouw- Vos Transport.

Geachte [naam],

naar aanleiding van Uw bovengenoemd schrijven, delen wij U het volgende mede:

Met de posities Ad 1, 7, 8, 10 en 12 gaan wij akkoord

(....)”

2.5. Bij aangetekende brief van 29 oktober 2004 heeft Norbouw de overeenkomst met Vos Transport opgezegd. Norbouw schrijft in de brief onder meer:

“Zoals in het contract is beschreven houden wij rekening met een goed verloop en afwikkeling van de opzegtermijn voor de komende 3 maanden.”

2.6. Voor werkzaamheden die Vos Transport in de periode van 20 september 2004 tot en met 22 februari 2005 heeft verricht heeft zij aan Norbouw facturen verzonden tot een totaalbedrag van € 25.707,27. Onder meer bij brieven van 18 en 25 februari 2005 heeft Vos Transport Norbouw tot betaling van het openstaande bedrag gesommeerd.

2.7. Bij brief van 1 maart 2005 schrijft Norbouw aan Vos Transport:

“Wij hebben op 28 december 2004, in aanwezigheid van onze externe accountant, onze, bij uw bedrijf ondergebrachte, goederen aan een jaarlijkse inventarisatie onderworpen. Tijdens de aansluiting van deze voorraadtelling met onze artikeladministratie zijn wij geconfronteerd met forse voorraadverschillen door het gehele assortiment heen. Nu wij bij nadere interne controle geen onregelmatigheden in onze administratie hebben aangetroffen, moeten wij concluderen dat deze goederen tijdens het beheer door uw vennootschap zijn verdwenen. Bovendien zijn wij op grond van eerdere voorraadtellingen niet eerder met zulke verschillen geconfronteerd.

Wij stellen u hierbij aansprakelijk voor de door ons geleden schade voor een totaalbedrag groot € 17.634,22 exclusief omzetbelasting. (...)

Bovendien hebben wij ten aanzien van een tweetal van uw fakturen geconstateerd dat deze niet op basis van het geldend contract aan ons zijn berekend; deze fakturen met nummer 502237 d.d. 10-02-2005 alsook nummer 502964 d.d. 17-02-2005 kunnen wij hierdoor niet accorderen en zullen aan u worden geretourneerd. (...)”

3. De vordering in conventie

3.1. Vos Transport vordert, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, om Norbouw te veroordelen tot betaling van een bedrag van € 25.707,27 alsmede een bedrag van € 3.856,09 aan buitengerechtelijke incassokosten en de wettelijke handelsrente over de hoofdsom vanaf de opeisbaarheid van de facturen, althans vanaf de dag der dagvaarding, tot aan de dag der algehele voldoening, met veroordeling van Norbouw in de kosten van dit geding.

3.2. Vos Transport legt aan haar vordering, tegen de achtergrond van de vaststaande feiten, onder meer de navolgende stellingen ten grondslag.

Vos Transport heeft Norbouw verschillende malen gesommeerd tot betaling van de openstaande facturen. Toen betaling uitbleef was zij genoodzaakt om een incassobureau in te schakelen. Norbouw heeft slechts twee van de in totaal 25 facturen betwist. De twee facturen betreffen werkzaamheden die door Vos Transport zijn verricht op basis van een mondelinge opdracht van Norbouw, zodat Norbouw ook die facturen verschuldigd is. Dat Norbouw een tegenvordering op Vos Transport heeft in verband met de genoemde voorraadverschillen wordt betwist. Voor verrekening of opschorting van de betaling van de facturen bestaat geen enkele grond. Norbouw heeft de schade niet toegelicht of gespecificeerd terwijl de opname van de voorraad eind december 2004 geheel buiten Vos Transport om heeft plaatsgevonden. Vos Transport betwist zowel het bestaan van de voorraadverschillen als haar betrokkenheid daarbij. Op grond van de nadere afspraken is Vos Transport bovendien niet aansprakelijk voor de goederen, dus ook niet voor eventuele voorraadverschillen. Ook zijn de algemene voorwaarden van Vos Transport van toepassing.

4. Het verweer in conventie

4.1. Norbouw concludeert dat de rechtbank Vos Transport bij vonnis niet-ontvankelijk zal verklaren in haar vordering, dan wel deze zal afwijzen met veroordeling van Vos Transport in de kosten van de procedure, waaronder de kosten van juridische bijstand.

4.2. Norbouw voert de volgende verweren aan.

Norbouw heeft de twee facturen van Vos Transport geretourneerd omdat deze niet, conform de overeenkomst, zijn gebaseerd op een kilogramtarief maar op een manuur tarief. Vos Transport weigert om de ontstane problemen met Norbouw te bespreken; zij verlangt eerst betaling van alle facturen. Derhalve is zonder noodzaak een incassobureau ingeschakeld. Bij brief van 1 maart 2005 heeft Norbouw Vos Transport aansprakelijk gesteld voor de geconstateerde voorraadverschillen en een factuur voor een bedrag van

€ 17.634,22 bijgesloten, welke factuur opeisbaar is. Vos Transport weigert deze factuur te voldoen zodat zij in gebreke is. Norbouw is primair gerechtigd om ex artikel 6:127 van het Burgerlijk Wetboek (BW) haar factuur te verrekenen met de facturen van Vos Transport. Subsidiair beroept Norbouw zich op het recht om, gelet op de schuld van Vos Transport, betaling van de facturen op te schorten ex artikel 6:262 juncto 6:52 BW. Norbouw heeft nooit de algemene voorwaarden van Vos Transport geaccepteerd. Norbouw heeft in de overeenkomst verwezen naar toepasselijkheid van haar eigen voorwaarden, zodat die prevaleren. In artikel 8 van de overeenkomst is bovendien bepaald dat Vos Transport in staat voor een deugdelijke in- en uitgangscontrole. Als er al sprake is van een exoneratieclausule waar Vos Transport zich op kan beroepen, dan gaat de garantiebepaling van artikel 8 daar op voor. Uitsluiting van alle aansprakelijkheid is sowieso uit den boze en kan als kennelijk onredelijk bezwarend worden gezien. Norbouw betwist de buitengerechtelijke incassokosten die Vos Transport vordert.

Vos Transport heeft niet voldaan aan haar substantiëringsplicht.

5. De vordering in voorwaardelijke reconventie

5.1. Norbouw vordert voorwaardelijk dat de rechtbank Vos Transport bij vonnis zal veroordelen tot betaling van de schadevergoeding ad € 20.984,72 (inclusief omzetbelasting), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf het moment der opeisbaarheid tot aan het moment van voldoening en met veroordeling van Vos Transport in de kosten van deze procedure, met inbegrip van de kosten voor juridische bijstand.

5.2. Norbouw legt aan haar vordering, tegen de achtergrond van de vaststaande feiten, al hetgeen zij in conventie heeft gesteld alsmede onder meer de navolgende stellingen ten grondslag.

Aangezien Norbouw bij interne controle geen onregelmatigheden in haar administratie heeft aangetroffen moeten de voorraadverschillen zijn ontstaan doordat tijdens het beheer van Vos Transport goederen zijn verdwenen. Dit levert grove schuld op van Vos Transport, op grond waarvan zij voor de schade van Norbouw aansprakelijk is. Vos Transport heeft niet voldaan aan de op haar als bewaarnemer rustende zorgplicht, zoals is bepaald in artikel 7:602 BW. Op grond van de artikelen 8 en 18 van de overeenkomst was Vos Transport immers gehouden tot een deugdelijke in- en uitgangscontrole, dit onder meer teneinde voorraadverschillen te voorkomen. Dit brengt mee dat het aan Vos Transport is om te bewijzen dat zij haar werk deugdelijk heeft verricht. Bij de periodieke evaluaties van de uitvoering van de overeenkomst is steeds gebleken dat de medewerkers van Vos Transport niet in staat waren om foutloos orders van Norbouw te “picken”. Ook is gebleken dat de medewerkers van Vos Transport slordig met de goederen omgingen en niet in staat waren die goederen op een overzichtelijke manier te sorteren. Dit is ook de reden geweest dat Norbouw de overeenkomst met Vos Transport heeft opgezegd.

6. Het verweer in (voorwaardelijke) reconventie

6.1. Vos Transport concludeert dat de rechtbank bij vonnis de vordering van Norbouw zal afwijzen althans Norbouw zal veroordelen tot nadere bewijsvoering en uitleg van de vordering, met veroordeling van Norbouw in de kosten van de procedure.

6.2. Vos Transport voert, naast het gestelde in conventie, onder meer de volgende verweren aan.

Vos Transport betwist dat zij geen deugdelijke in- en uitgangscontrole heeft verricht. Norbouw heeft nimmer geklaagd over de in- en uitgangscontroles en ook heeft zij Vos Transport nimmer in gebreke gesteld of op voorraadverschillen gewezen. Wel waren de goederen moeilijk uit elkaar te houden en waren zij ook onvoldoende gestickerd. Het kwam regelmatig voor dat bepaalde goederen niet in de opslag van Vos Transport aanwezig waren. In dat geval kwamen medewerkers van Norbouw dat zelf controleren en bestelden zij een nieuwe partij of namen een andere maat mee. Dit was de gebruikelijke gang van zaken en leidde nimmer tot protest van Norbouw. In eerdere jaren is bij de opname van de voorraad door Norbouw niet gebleken van grote, onverklaarbare verschillen. Vos Transport had niet de taak om de voorraad te tellen of kwaliteitscontroles uit te voeren. Vos Transport betwist dat de interne administratie van Norbouw sluitend is en dat er sprake is geweest van voorraadverschillen eind 2004. Het is aan Norbouw om te bewijzen dat er voorraadverschillen waren en dat die het gevolg zijn van het handelen van Vos Transport. Er kunnen allerlei oorzaken zijn voor het ontstaan van voorraadverschillen. De medewerkers van Norbouw hadden vrije toegang tot de opslag van Vos Transport en kwamen regelmatig over de vloer. Nu Norbouw pas achteraf en niet gedurende de overeenkomst en zonder nadere motivering Vos Transport aansprakelijk heeft gesteld voor de voorraadverschillen dient zij bewijs daarvan te leveren. Uit de lijst van de accountant die door Norbouw is overgelegd blijkt niet hoe de voorraadverschillen zijn berekend.

Voor zover komt vast te staan dat in de overeenkomst geen sprake is van een exoneratieclausule, zoals in punt 7, doet Vos Transport een beroep op haar algemene voorwaarden.

Tussen Vos Transport en Norbouw is geen overeenkomst van bewaarneming gesloten. Als er sprake zou zijn van een op Vos Transport rustende zorgplicht als bewaarder dan geldt dat Vos Transport aan die zorgplicht heeft voldaan nu zij conform de overeenkomst heeft gehandeld.

7. De beoordeling

in conventie

7.1. De stelling dat Vos Transport niet heeft voldaan aan haar substantiëringsverplichting wordt gepasseerd nu, wat er van ook zij van die stelling, partijen over en weer voldoende in de gelegenheid zijn gesteld het debat te voeren en Norbouw overigens aan die stelling geen duidelijk rechtsgevolg verbindt.

7.2. Door Norbouw is, behoudens twee facturen, niet betwist dat zij de door Vos Transport aan haar gezonden facturen verschuldigd is. Ten aanzien van de twee betwiste facturen stelt Norbouw dat zij niet tot betaling is gehouden omdat die facturen zijn berekend op een manuurtarief en niet, zoals is vastgelegd in de overeenkomst, een kilogramtarief. Naar het oordeel van de rechtbank gaat dit verweer niet op. Door Vos Transport is immers, onbetwist, gesteld dat deze facturen werkzaamheden betroffen in het kader van het vervoeren van de gehele voorraad naar de nieuwe vervoerder van Norbouw. Niet gezegd kan worden dat dit werkzaamheden zijn waartoe partijen de overeenkomst zijn aangegaan. De overeenkomst ziet immers op de opslag en het transport van goederen ten behoeve van de bedrijfsvoering van Norbouw en niet op het verplaatsen van de gehele voorraad naar een andere vervoerder in verband met de opzegging van de overeenkomst door Norbouw. Anders dan Norbouw stelt ligt dan ook voor die werkzaamheden niet vast dat Vos Transport het kilogramtarief had behoren te hanteren zoals dat is opgenomen in de overeenkomst. Gelet op het feit dat Norbouw de in de twee facturen bedoelde werkzaamheden niet heeft betwist terwijl ook niet gesteld of gebleken is dat het gehanteerde uurtarief onredelijk of buitensporig is, kan Norbouw betaling daarvan niet achterwege laten op de enkele grond dat in de plaats van een kilogramtarief een tarief op basis van manuren in rekening is gebracht.

7.3. Norbouw heeft als verweer voorts aangevoerd dat zij gerechtigd is om de vordering van Vos Transport te verrekenen met de schade die zij heeft geleden ten gevolge van de voorraadverschillen, welke schade Norbouw heeft begroot op € 17.634,22. Als subsidiair verweer voert Norbouw aan dat zij bevoegd is de betaling van de facturen op te schorten in verband met de vordering op Vos Transport uit hoofde van de door Vos Transport veroorzaakte schade. Gelet op hetgeen hierna, bij de vordering in reconventie, nog zal worden overwogen kunnen beide verweren niet slagen aangezien de aansprakelijkheid van Vos Transport jegens Norbouw voor schade ten gevolge van voorraadverschillen niet komt vast te staan.

7.4. Nu ook overigens niet is gebleken van bezwaren tegen de door Vos Transport in rekening gebrachte bedragen waarvan zij betaling vordert, zal de hoofdsom worden toegewezen. Ook de gevorderde rente kan worden toegewezen nu daartegen geen verweer is gevoerd.

7.5. Vos Transport vordert buitengerechtelijke incassokosten tot een bedrag van 15% van de hoofdsom, in totaal € 3.856,09. Vos Transport heeft niet voldoende onderbouwd gesteld dat zij deze kosten daadwerkelijk heeft gemaakt en dat die kosten betrekking hebben op verrichtingen die meer omvatten dan enkele aanmaningen, het inwinnen van inlichtingen of het op gebruikelijke wijze samenstellen van het dossier. Mede gelet op het verweer van Norbouw wordt de vordering tot betaling van de buitengerechtelijke incassokosten dan ook afgewezen.

7.6. Norbouw zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van Vos Transport worden begroot op:

- dagvaarding 71,93

- vast recht 650,00

- salaris procureur 1.737,00 (3 punten × tarief € 579,00)

Totaal € 2.458,93

in (voorwaardelijke) reconventie

7.7. Norbouw stelt dat Vos Transport grove schuld te verwijten is nu zij heeft nagelaten op een deugdelijke wijze zorg te dragen voor de aan haar toevertrouwde goederen ten gevolge waarvan Norbouw schade heeft geleden doordat er goederen van haar uit de opslag van Vos Transport zijn verdwenen. Derhalve is Vos Transport tekort geschoten in haar plicht om als zorgvuldig bewaarnemer zorg te dragen voor die goederen en is haar handelen ook in strijd met de overeenkomst die er immers in voorziet dat Vos Transport een deugdelijke in- en uitgangscontrole diende te verrichten. Vos Transport betwist zowel het bestaan van de voorraadverschillen als dat zij op onjuiste wijze de in- en uitgangscontrole zou hebben verricht of anderszins niet voldoende zorg zou hebben betracht ten aanzien van de in haar opslag aanwezige goederen van Norbouw.

7.8. Vos Transport heeft gesteld dat de vordering van Norbouw reeds dient te worden afgewezen nu Vos Transport aansprakelijkheid voor dat soort gevallen heeft uitgesloten. Vos Transport heeft onder meer gewezen op de door haar gehanteerde algemene voorwaarden, te weten de Physical Distribution Voorwaarden, de Transport en Logistiek Nederland Algemene Betalingsvoorwaarden, de Algemene Vervoerscondities 1983 en de eigen algemene voorwaarden van Vos Transport. Vos Transport stelt dat uit die condities blijkt dat de goederen goed en deugdelijk verpakt dienen te zijn en dat de aansprakelijkheid van Vos Transport “voor beschadiging” vervalt zodra er sprake is van onvoldoende verpakking. Het onderhavige geschil heeft echter geen betrekking op schade ten gevolge van ondeugdelijke verpakking maar op de mogelijke betrokkenheid van Vos Transport bij het vermist raken van goederen van Norbouw in haar opslag. Voor het overige stelt Vos Transport slechts dat in de voorwaarden is aangegeven hoe de in- en uitgangscontrole in een normaal geval plaatsvindt. Daarmee heeft Vos Transport naar het oordeel van de rechtbank niet, althans niet voldoende duidelijk gesteld welke bepalingen uit deze voorwaarden relevant zijn voor de beoordeling van haar eventuele aansprakelijkheid in het onderhavige geschil zodat de rechtbank aan de stellingen van Vos Transport op dit punt voorbij gaat. Dit brengt mee dat een bespreking van de overige stellingen van partijen ten aanzien van de algemene voorwaarden van Vos Transport achterwege kan blijven.

7.9. Vos Transport wijst voorts op haar brief van 4 februari 2002, waarin zij in aanvulling op punt 7 uit de overeenkomst aangeeft dat zij geen enkele aansprakelijkheid voor de goederen accepteert. In een brief van 11 februari 2002 heeft Norbouw onder meer op deze door Vos Transport voorgestelde aanvulling gereageerd. Uit die brief blijkt dat Norbouw onomwonden en zonder enige beperking zich met die aanvulling op de overeenkomst akkoord verklaart. Daaruit volgt dat partijen, ter aanvulling op de eerder gesloten overeenkomst, zijn overeengekomen dat Vos Transport niet aansprakelijk is voor de goederen. Dat partijen op andere punten niet tot overeenstemming kwamen over voorgestelde aanvullingen op de overeenkomst, zoals Norbouw stelt en uit de brief van Norbouw van 11 februari 2002 blijkt, doet niet af aan de door Norbouw gegeven instemming met (onder andere) de door Vos Transport voorgestelde aansprakelijkheidsbeperking bij punt 7 van de overeenkomst.

7.10. Wat betreft deze aanvulling op de overeenkomst heeft Norbouw voorts gesteld dat een uitsluiting van alle aansprakelijkheid door Vos Transport hoe dan ook als kennelijk onredelijk bezwarend heeft te gelden. Deze stelling van Norbouw wordt niet gevolgd. In zijn algemeenheid kan niet gezegd worden dat iedere volledige uitsluiting van aansprakelijkheid zonder meer onredelijk bezwarend is. Of dit het geval hangt (mede) af van de aard en overige inhoud van de overeenkomst, de wijze van totstandkoming, de wederzijds kenbare belangen van partijen en de overige omstandigheden van het geval zoals bijvoorbeeld een mogelijke wanverhouding tussen de prijs en het risico. Ook kan daarbij van betekenis zijn dat een der partijen zich tegen het risico van schade heeft verzekerd of heeft kunnen verzekeren. Dat doet zich hier voor, aangezien partijen in de overeenkomst, bij punt 7, zijn overeengekomen dat Norbouw alle goederen tegen voorraadwaarde zou verzekeren tegen brandschade, diefstal na braak “en dergelijke”. Uit deze bepaling heeft Vos Transport mogen afleiden dat Norbouw het risico van schade of vervreemding adequaat zou verzekeren zodat zonder nadere onderbouwing, die echter ontbreekt, niet op voorhand gezegd kan worden dat de uitsluiting van iedere aansprakelijkheid voor de goederen door Vos Transport onredelijk bezwarend is voor Norbouw.

7.11. Norbouw heeft daarnaast gewezen op het bepaalde in de punten 8 en 18 van de overeenkomst, waarmee volgens haar door Vos Transport een garantie is gegeven voor een deugdelijke in- en uitgangscontrole. Aangezien die ingangscontrole mede tot doel heeft het voorkomen van voorraadverschillen gaat deze garantie, aldus Norbouw, voor op de exoneratieclausule.

Wanneer er sprake is van een door één der partijen gegeven garantie dan is dat naar het oordeel van de rechtbank in het algemeen te beschouwen als een zo wezenlijk onderdeel van de toegezegde prestatie dat deze niet, althans niet zonder meer door een in algemene bewoordingen gestelde exoneratieclausule opzij kan worden gezet. Partijen verschillen van mening over de betekenis die in dit verband toekomt aan de in- en uitgangscontroles die Vos Transport ingevolge de overeenkomst diende uit te voeren. Vos Transport heeft met name gewezen op de praktische gang van zaken bij het controleren van de voorraad, op grond waarvan het voor haar niet mogelijk was om de precieze stand van de voorraad bij te houden, hetgeen volgens Vos Transport bekend was bij Norbouw en ook haar instemming had. Norbouw heeft de stellingen van Vos Transport betwist en in het bijzonder gewezen op het bepaalde bij de punten 8 en 18 van de overeenkomst. In punt 18 van de overeenkomst is expliciet opgenomen dat een deugdelijke uitgangscontrole door Vos Transport er toe strekt voorraadverschillen te voorkomen. Vos Transport heeft de stellingen van Norbouw met betrekking tot het bepaalde in de punten 8 en, met name, 18 van de overeenkomst als zodanig niet bestreden doch er op gewezen dat wijze waarop de overeenkomst werd uitgevoerd meebracht dat een strikte controle op voorraadverschillen niet goed mogelijk was. Nu echter het bepaalde in de punten 8 en 18 van de overeenkomst meebrengt dat de werkzaamheden van Vos Transport er (mede) op gericht dienden te zijn om het ontstaan van voorraadverschillen te voorkomen, zoals door Norbouw is gesteld en door Vos Transport onvoldoende is bestreden, staat dit er aan in de weg dat Vos Transport tevens iedere aansprakelijkheid voor schade ten gevolge van voorraadverschillen uitsluit. Derhalve komt aan Vos Transport in deze geen beroep toe op de uitsluiting van haar aansprakelijkheid zoals bedoeld in de aanvulling op punt 7 van de overeenkomst.

7.12. Het verweer van Vos Transport dat zij nimmer in gebreke is gesteld dan wel is gewezen op de voorraadverschillen gaat reeds niet op nu, zoals tussen partijen vast staat, Norbouw bij brief van 1 maart 2005 Vos Transport heeft ingelicht over de voorraadverschillen en haar daarvoor aansprakelijk heeft gesteld. Ter comparitie van partijen heeft Vos Transport voorts opgemerkt dat, nu Norbouw pas op 1 maart 2005 geklaagd heeft over de voorraadverschillen, haar de mogelijkheid is ontnomen om dat nog te controleren. Bovendien, zo stelt Vos Transport, is zij verzekerd voor (onder meer) vermiste goederen en kon zij de claim van Norbouw niet meer bij haar verzekeraar aanmelden. Dit omdat de goederen toen inmiddels niet meer apart lagen en, zo stelt Vos Transport, omdat de goederen nooit gedetailleerd en per stuk zijn omschreven en aan haar zijn geleverd. Ter comparitie van partijen heeft [woord[woordvoerder namens Norbouw]namens Norbouw] daarover onder meer verklaard dat na de inventarisatie van de voorraad bij Vos Transport, eind 2004, enorme voorraadverschillen waren geconstateerd en dat Norbouw toen, omdat zij niet direct Vos Transport als schuldige wilde aanwijzen, eerst haar eigen administratie heeft gecontroleerd. “In de derde of vierde week van januari 2005 werd duidelijk dat onze administratie op orde was en dat de fout dus bij Vos moest liggen” aldus [woordvoerder namens Norbouw].

7.13. In de stellingen van Vos Transport zoals in de vorige overweging weergegeven ligt besloten dat zij Norbouw verwijt dat zij Vos Transport niet binnen bekwame tijd nadat de voorraadverschillen waren ontdekt, daarvan op de hoogte heeft gebracht. Vos Transport stelt dat zij daardoor is benadeeld in de zin dat het haar daardoor vrijwel onmogelijk is gemaakt om de claim te onderzoeken en eventueel te weerleggen.

In het algemeen is degene die een gebrek in de prestatie van zijn contractspartner constateert, gehouden zijn wederpartij daarvan binnen bekwame tijd op de hoogte te brengen. Voorbeelden van deze regel zijn onder meer neergelegd in artikel 6:89 en, voor koop, artikel 7:23 lid 1 BW. De strekking van deze regel is bescherming van de wederpartij tegen late en daardoor moeilijk te controleren of te betwisten klachten. In hoeverre er sprake is van te laat klagen hangt af van de concrete omstandigheden van het geval. Naar het oordeel van de rechtbank is het daarop gerichte verweer van Vos Transport gegrond. Uit de verklaring van [woordvoerder namens Norbouw] blijkt immers dat Norbouw al in december 2004 naar haar zeggen enorme voorraadverschillen constateert. Mede gelet op het feit dat toen reeds duidelijk was dat de overeenkomst ten einde liep en de bij Vos Transport aanwezige voorraad eind januari 2005 zou worden verplaatst naar de nieuwe vervoerder van Norbouw, had Norbouw Vos Transport direct of kort na de ontdekking van de voorraadverschillen daarvan op de hoogte dienen te brengen. Van belang daarbij is dat, zoals Vos Transport stelt, het duidelijk moet zijn geweest dat de verplaatsing van de voorraad naar de nieuwe vervoerder van Norbouw het controleren van de juistheid van de eind december 2004 uitgevoerde voorraadtelling in hoge mate compliceerde. Dat Norbouw, zoals zij stelt, eerst enkele weken nodig had om de eigen administratie op eventuele fouten na te gaan, doet daar niet aan af. Dit had Norbouw niet hoeven te weerhouden om Vos Transport alvast op de hoogte te brengen van de geconstateerde verschillen zodat Vos Transport, gelet ook op het feit dat eind januari 2005 de gehele voorraad uit haar macht zou raken, nog voldoende tijd zou hebben om de beweringen van Norbouw te staven. Dat geldt evenzeer voor de stelling van Norbouw dat Vos Transport weigerde om, op directieniveau, met haar te komen praten. Zo dat het geval was hoefde die weigering Norbouw er niet van te weerhouden Vos Transport op de hoogte te brengen van de geconstateerde voorraadverschillen. Door dat niet te doen is het juist voorstelbaar dat er bij Vos Transport, wiens facturen niet werden betaald, weinig bereidheid bestond om in te gaan op het verzoek om te komen praten.

7.14. Voorts volgt uit de verklaring van [woordvoerder namens Norbouw] dat Norbouw in de derde of vierde week van januari 2005 zeker wist dat Vos Transport voor de voorraadverschillen verantwoordelijk was. Zonder nadere verklaring, die ontbreekt, is het niet acceptabel dat Norbouw vervolgens nog tot 1 maart 2005 wacht om Vos Transport daarvan op de hoogte te brengen, toen de voorraad inmiddels alweer bijna één maand bij een andere vervoerder was opgeslagen en daarin de nodige mutaties zullen zijn opgetreden. Daarmee is het weerleggen van deze klacht – in het geval Norbouw aannemelijk zou weten te maken dat er voorraadverschillen zijn opgetreden die zijn veroorzaakt door Vos Transport - onnodig bemoeilijkt ten nadele van Vos Transport. Vos Transport is bovendien mogelijk benadeeld nu zij, zoals zij ter comparitie van partijen onweersproken heeft gesteld, door deze gang van zaken de claim van Norbouw niet bij haar verzekeraar heeft kunnen aanmelden.

7.15. Uit het voorgaande volgt dat Norbouw zonder gebleken noodzaak onnodig lang heeft gewacht om Vos Transport van haar klacht met betrekking tot de voorraad op de hoogte te brengen waardoor het controleren en eventueel weerleggen van die klacht in hoge mate is bemoeilijkt. Dit brengt mee dat Norbouw zich niet alsnog er op kan beroepen dat de door haar gestelde voorraadverschillen aan Vos Transport kunnen worden toegerekend. Derhalve zal de vordering van Norbouw worden afgewezen.

7.16. Als de in het ongelijk gestelde partij zal Norbouw in de kosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van Vos Transport worden begroot op:

- salaris procureur 678,00 (1,5 punten × tarief € 452,00)

Totaal € 678,00

8. De beslissing

De rechtbank

in conventie

8.1. veroordeelt Norbouw om aan Vos Transport te betalen een bedrag van € 25.707,27

(vijfentwintigduizend zevenhonderd en zeven euro en zeventwintig eurocent) vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6: 119a BW, telkens vanaf de datum van opeisbaarheid van de facturen tot aan de dag der algehele voldoening,

8.2. veroordeelt Norbouw in de proceskosten, aan de zijde van Vos Transport tot op heden begroot op € 2.458,93,

8.3. verklaart dit vonnis in conventie tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

8.4. wijst het meer of anders gevorderde af,

in reconventie

8.5. wijst de vorderingen af,

8.6. veroordeelt Norbouw in de proceskosten, aan de zijde van Vos Transport tot op heden begroot op € 678,00.

Dit vonnis is gewezen door mr. P.F.A. Bierbooms en in het openbaar uitgesproken op

20 september 2006.?