Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZUT:2006:AZ1473

Instantie
Rechtbank Zutphen
Datum uitspraak
03-11-2006
Datum publicatie
03-11-2006
Zaaknummer
06/802362-05
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Pleger ontucht met zusje veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 6 (zes) maanden met een proeftijd van 2 jaren en een werkstraf gedurende 200 uren, subsidiair 100 dagen hechtenis.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZUTPHEN

Sector Straf

Meervoudige kamer

Parketnummer(s): 06/802362-05 Van Dongen

Uitspraak d.d.: 3 november 2006

tegenspraak/ dip

VERKORT VONNIS

in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren te [plaats] op [geboortedatum],

wonende te [plaats].

Onderzoek van de zaak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 20 oktober 2006.

De tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 01 september 2003 tot 14 mei 2004 te Nunspeet en/of te Hulshorst en/of elders in het arrondissement Zutphen, met (zijn zusje) [slachtoffer] ([slachtoffer]), geboren op [geboortedatum], die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren had bereikt, buiten echt een of meer ontuchtige handeling(en) heeft gepleegd, die bestond(en) uit of mede bestond(en) uit het seksueel

binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer], hebbende verdachte (telkens) opzettelijk

- zijn vinger(s) in de vagina van die [slachtoffer] gestoken en/of gebracht en/of bewogen en/of

- zijn tong in de mond van die [slachtoffer] gestoken/gebracht en/of

- zijn tong in/tegen de vagina van die [slachtoffer] gestoken/gebracht en/of

- die [slachtoffer] op haar mond en/of in haar nek en/of in haar hals gezoend en/of

- de (blote) benen en/of (blote) billen van die [slachtoffer] betast en/of

- de (blote) borsten van die [slachtoffer] gezoend en/of betast en/of

- de vagina van die [slachtoffer] betast en/of

- de hand(en) van die [slachtoffer] op zijn penis gelegd en/of

- zijn penis door die [slachtoffer] laten vasthouden;

art 245 Wetboek van Strafrecht

ALTHANS, dat

hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 01 september 2003 tot en met 31 december 2004 te Nunspeet en/of Hulshorst en/of elders in het arrondissement Zutphen ontucht heeft gepleegd met de aan zijn zorg en/of waakzaamheid toevertrouwde minderjarig zusje [slachtoffer] ([slachtoffer]), geboren op [geboortedatum], immers heeft hij opzettelijk ontuchtig

- zijn vinger(s) in de vagina van die [slachtoffer] gestoken en/of gebracht en/of bewogen en/of

- zijn tong in de mond van die [slachtoffer] gestoken/gebracht en/of

- zijn tong in/tegen de vagina van die [slachtoffer] gestoken/gebracht en/of

- die [slachtoffer] op haar mond en/of in haar nek en/of in haar hals gezoend en/of

- de (blote) benen en/of (blote) billen van die [slachtoffer] betast en/of

- de (blote) borsten van die [slachtoffer] gezoend en/of betast en/of

- de vagina van die [slachtoffer] betast en/of

- de hand(en) van die [slachtoffer] op zijn penis gelegd en/of

- zijn penis door die [slachtoffer] laten vasthouden;

art 249 lid 1 Wetboek van Strafrecht

Taal- en/of schrijffouten

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten en/of kennelijke omissies voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, te weten dat verdachte het hem primair ten laste gelegde heeft begaan, te weten dat:

hij op tijdstippen in de periode van 1 september 2003 tot 14 mei 2004 te Nunspeet en te Hulshorst en/of elders in het arrondissement Zutphen, met (zijn zusje) [slachtoffer] ([slachtoffer]), geboren op [geboortedatum], die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren had bereikt, buiten echt een ontuchtige handelingen heeft gepleegd, die mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer], hebbende verdachte telkens opzettelijk

- zijn vinger(s) in de vagina van die [slachtoffer] gebracht en/of bewogen en/of

- zijn tong in de mond van die [slachtoffer] gebracht en/of

- die [slachtoffer] op haar mond en/of in haar nek en/of in haar hals gezoend en/of

- de (blote) benen en/of (blote) billen van die [slachtoffer] betast en/of

- de (blote) borsten van die [slachtoffer] gezoend en/of betast en/of

- de vagina van die [slachtoffer] betast en/of

- de hand(en) van die [slachtoffer] op zijn penis gelegd en/of

- zijn penis door die [slachtoffer] laten vasthouden.

Vrijspraak van het meer of anders tenlastegelegde

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. De verdachte behoort daarvan te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezene levert op het misdrijf:

met iemand die de leeftijd van twaalf jaren, maar nog niet die van zestien jaren heeft bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen plegen die mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam, meermalen gepleegd.

Strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

Oplegging van straf en/of maatregel

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie (zie voor de inhoud van de vordering bijlage I).

Gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, de omstandigheden waaronder dit is begaan, alsmede gelet op de persoon en de omstandigheden van de verdachte zoals van één en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, acht de rechtbank een gevangenisstraf met daarnaast een taakstraf als na te melden op zijn plaats. Bedoelde taakstraf zal moeten worden verricht op een projectplaats als opgenomen in de door de Reclassering Nederland gehanteerde lijst van projectplaatsen.

De rechtbank heeft bij de straftoemeting in het bijzonder in aanmerking genomen dat de psychische gevolgen van dit soort misdrijven voor het slachtoffer veelal ernstig en langdurig zijn, zoals in dit geval ook is gebleken.

De rechtbank rekent het verdachte zwaar aan, dat hij als volwassen man gedurende een lange periode zijn grenzen niet heeft bewaakt tegenover een minderjarige, die bovendien nog zijn zusje was.

De rechtbank acht een voorwaardelijke gevangenisstraf op zijn plaats teneinde verdachte ervan te weerhouden opnieuw strafbare feiten te plegen.

Vordering tot schadevergoeding

De benadeelde partij [slachtoffer] heeft zich met een vordering tot schadevergoeding ten bedrage van € 3.417,80 gevoegd in het strafproces ten aanzien van het tenlastegelegde.

Nu niet is weersproken dat de benadeelde partij, zoals deze heeft gesteld, als gevolg van het bewezen verklaarde handelen schade heeft geleden tot het gevorderde bedrag en nu de vordering de rechtbank niet ongegrond of onrechtmatig voorkomt, zal de vordering tot het gevorderde bedrag worden toegewezen.

De verdachte is voor de schade -naar burgerlijk recht- aansprakelijk.

Schadevergoedingsmaatregel

Gelet op het vorenstaande ziet de rechtbank aanleiding om aan verdachte op basis van het bepaalde in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de verplichting op te leggen tot betaling aan de Staat van een som gelds ten behoeve van genoemd slachtoffer.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Deze strafoplegging/beslissing is gegrond op de artikelen 10, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 27, 36f, 57 en 245 van het Wetboek van Strafrecht.

Beslissing

De rechtbank beslist als volgt.

Verklaart, zoals hiervoor overwogen, bewezen dat verdachte het primair tenlastegelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart verdachte strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 (zes) maanden.

Bepaalt, dat de gevangenisstraf niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond dat veroordeelde zich vóór het einde van een proeftijd van 2 jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Veroordeelt de verdachte tot de navolgende taakstraf, te weten:

een werkstraf gedurende 200 (tweehonderd) uren, met bevel dat indien deze straf niet naar behoren wordt verricht vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 100 (eenhonderd) dagen.

Beveelt dat voor de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van de taakstraf in verzekering en voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van die straf uren in mindering wordt gebracht volgens de maatstaf dat voor de eerste zestig dagen in voorarrest doorgebracht 2 uur per dag in mindering wordt gebracht en voor de overige dagen 1 uur per dag.

Veroordeelt verdachte tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [slachtoffer], van een bedrag van € 3.417,80, met veroordeling van verdachte in de kosten van het geding en de tenuitvoerlegging door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil en vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de datum van indiening van het voegingsformulier, te weten 9 oktober 2006.

Legt aan veroordeelde de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer], een bedrag te betalen van € 3.417,80, met bevel dat bij gebreke van betaling en verhaal 68 (achtenzestig) dagen hechtenis zal kunnen worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt.

Bepaalt dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Aldus gewezen door mrs. Van Harreveld, voorzitter, Van Lookeren Campagne en Follender Grossfeld, rechters, in tegenwoordigheid van mr. Bunt, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 3 november 2006.