Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZUT:2006:AZ1328

Instantie
Rechtbank Zutphen
Datum uitspraak
31-10-2006
Datum publicatie
01-11-2006
Zaaknummer
06/460359-06
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte veroordeelt tot 5 jaar gevangenisstraf voor het oplichten van bejaarde mensen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJFS 2007, 16

Uitspraak

RECHTBANK ZUTPHEN

Sector Straf

Meervoudige kamer

Parketnummer: 06/460359-06

Uitspraak d.d.: 31 oktober 2006

tegenspraak/dip

VERKORT VONNIS

in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren te [plaats] ([land]) op [geboortedatum],

zonder bekende woon- of verblijfplaats hier te lande,

thans gedetineerd in het Huis van Bewaring te Doetinchem.

Onderzoek van de zaak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 17 oktober 2006.

Ter terechtzitting gegeven voornemen ovj ontnemingsvordering

Ter terechtzitting heeft de officier van justitie conform artikel 311, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering het voornemen kenbaar gemaakt in een later stadium een afzonderlijke ontnemingsvordering ex artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht aanhangig te maken.

De tenlastelegging

Nadat de tenlastelegging op de terechtzitting is gewijzigd is aan de verdachte ten laste gelegd dat:

1.

hij op of omstreeks 05 juli 2006 te Apeldoorn ter uitvoering van het door

verdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en)

wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van

een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door

een samenweefsel van verdichtsels, [slachtoffer A] te bewegen tot de afgifte van

geld, in elk geval van enig goed, met vorenomschreven oogmerk - zakelijk

weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met

de waarheid

- heeft verdachte deze [slachtoffer A] aangesproken en/of

- (vervolgens) aan deze [slachtoffer A] verteld dat zijn vrouw en kind een auto-ongeluk

hebben gekregen en/of

- verteld dat zijn kind 4 of 5 hechtingen in het gezicht heeft en/of

- gezegd dat hij, verdachte, naar hen toe wilde gaan maar zijn geld in de auto

lag en/of dat hij geen, althans onvoldoende geld had en/of

- heeft verdachte met een telefoon aan zijn gezicht op emotionele wijze

gevraagd: "en [naam] hoe is het" en/of

- heeft verdachte aan deze [slachtoffer A] gevraagd of zij met hem wilde pinnen en/of

of hij geld van haar kon krijgen, althans lenen,

althans (telkens) woorden van gelijke aard of strekking,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid

(incident 1)

art 326 Wetboek van Strafrecht

art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht

2.

hij op of omstreeks 5 juli 2006 te Apeldoorn met het oogmerk om zich en/of

(een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse

naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige

kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels [slachtoffer B] heeft

bewogen tot de afgifte van een geldbedrag van 400 euro, in elk geval van enig

goed, met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of

listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid

- heeft verdachte die [slachtoffer B] door het keukenraam aangeroepen en/of

- (vervolgens) gevraagd of hij, verdachte, mocht bellen en/of

- nadat hij, verdachte, de telefoon had neergelegd, gezegd dat hij een groot

probleem had, namelijk dat hij zo snel mogelijk naar zijn vrouw en zoontje

moest gaan om wat te regelen en/of dat zijn zoontje een wond met vijf

hechtingen heeft en/of

- gezegd dat hij, verdachte, geen geld meer heeft en de deur van zijn woning

is dichtgeslagen terwijl de sleutel in de woning ligt en/of

- gezegd dat hij, verdachte, even verderop op de [straat] woont en/of

- aan die [slachtoffer B] 400 euro gevraagd en/of gezegd dat hij vanavond dat bedrag

weer terug zou brengen,

althans (telkens) woorden van gelijke aard of strekking

waardoor die [slachtoffer B] werd bewogen tot bovenomschreven afgifte

(incident 2);

art 326 Wetboek van Strafrecht

3.

hij op of omstreeks 29 juni 2006 te Twello, gemeente Voorst, met het oogmerk om

zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van

een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige

kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [slachtoffer C] heeft

bewogen tot de afgifte van 450 euro, in elk geval van enig goed, hebbende

verdachte met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of

listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid

- is hij, verdachte, de woning van die [slachtoffer C] binnengelopen en/of

- gezegd dat zijn, verdachte's, vrouw met de auto een ongeluk heeft gehad en/of

- gezegd dat hij, verdachte, 450 euro nodig heeft om zijn vrouw op te halen

en/of

- gezegd dat hij, verdachte, geen geld meer heeft en de deur van zijn woning

is dichtgeslagen terwijl de sleutel aan de binnenkant van de deur zit en/of

- gezegd dat hij, verdachte, tegenover [slachtoffer C] woont op nummer [nummer] en/of

- tegen die [slachtoffer C] gezegd dat hij vanavond voor 22.00 uur het geld weer

terug zou brengen,

althans (telkens) woorden van gelijke aard of strekking

, waardoor die [slachtoffer C] werd bewogen tot bovenomschreven afgifte

(incident 3);

art 326 Wetboek van Strafrecht

4.

hij op of omstreeks 28 juni 2006 te Twello, gemeente Voorst, met het oogmerk om

zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van

een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige

kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [slachtoffer D] heeft

bewogen tot de afgifte van 400 euro, in elk geval van enig goed, hebbende

verdachte met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of

listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid

- heeft verdachte bij de woning van die [slachtoffer D] aangebeld en/of

- (vervolgens) gezegd dat hij, verdachte, in de buurt woont en dat [slachtoffer D]

zijn vrouw [naam] zou kennen en/of

- gevraagd of hij, verdachte, mocht bellen en/of

- gezegd dat zijn, verdachte's, vrouw en zoontje een ongeluk hebben gehad

en/of dat zijn zoontje vijf hechtingen zou hebben en/of

- gezegd dat hij, verdachte, geen geld meer heeft en de deur van zijn woning

is dichtgeslagen terwijl de sleutel in de woning lag en/of

- aan die [slachtoffer B] 380 euro gevraagd en/of gezegd dat hij die avond voor

21.00 uur dat bedrag weer terug zou komen brengen,

althans (telkens) woorden van gelijke aard of strekking

, waardoor die [slachtoffer D] werd bewogen tot bovenomschreven afgifte

(incident 4);

art 326 Wetboek van Strafrecht

5.

hij op of omstreeks 25 juni 2006 te Apeldoorn met het oogmerk om zich en/of

(een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse

naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige

kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [slachtoffer E] heeft

bewogen tot de afgifte van 600 euro, in elk geval van enig goed, hebbende

verdachte met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of

listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid

- heeft verdachte bij de woning van die [slachtoffer E] aangebeld en/of

- gevraagd of hij, verdachte, mocht bellen en/of

- gezegd dat zijn, verdachte's, vrouw en zoontje in de buurt van Amstelveen

een ongeluk hebben gehad en/of dat zijn zoontje zeven hechtingen zou hebben

en/of

- (vervolgens) heeft hij, verdachte, met de telefoonhoorn in de hand gesproken

over een ongeluk en/of

- aan die [slachtoffer E] 500 en/of 600 euro gevraagd zodat hij naar zijn vrouw kon

gaan en/of gezegd dat hij die avond dat bedrag weer terug zou komen brengen,

althans (telkens) woorden van gelijke aard of strekking

, waardoor die [slachtoffer E] werd bewogen tot bovenomschreven afgifte

(incident 8);

art 326 Wetboek van Strafrecht

6.

hij op of omstreeks 23 juni 2006 te Apeldoorn met het oogmerk om zich en/of

(een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse

naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige

kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [slachtoffer F] heeft

bewogen tot de afgifte van 600 euro, in elk geval van enig goed, hebbende

verdachte met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of

listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid

- heeft hij, verdachte, bij de woning van die [slachtoffer F] aangebeld en/of

- gezegd dat hij, verdachte, de buurman van de hoek is en/of

- gezegd dat zijn, verdachte's, vrouw met de auto een ongeluk in Amsterdam

hebben gehad en/of in het ziekenhuis liggen en/of

- gevraagd of hij, verdachte, mocht bellen en/of

- in de telefoonhoorn gezegd dat hij er zo snel mogelijk aan kwam en/of

- gezegd dat hij, verdachte, 600 euro nodig heeft en/of

- (vervolgens) met een taxi [slachtoffer F] naar een bankvestiging gebracht om die

[slachtoffer F] te laten pinnen en/of

- tegen die [slachtoffer F] gezegd dat hij morgen het geld weer terug zou brengen,

althans (telkens) woorden van gelijke aard of strekking

, waardoor die [slachtoffer F] werd bewogen tot bovenomschreven afgifte

(incident 11);

art 326 Wetboek van Strafrecht

7.

hij op of omstreeks 21 mei 2006 te Zutphen met het oogmerk om zich en/of (een)

ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam

en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen

en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [slachtoffer G] heeft bewogen tot

de afgifte van 550 euro en/of een gouden ketting met een gouden tientje, in

elk geval van enig goed, hebbende verdachte met vorenomschreven oogmerk -

zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in

strijd met de waarheid

- heeft hij, verdachte, bij die [slachtoffer G] aangebeld en/of

- (vervolgens) gezegd dat hij de zoon van de buurvrouw is en dat de buurvrouw

een ongeluk heeft gehad en dat hij, verdachte, daarom geld nodig heeft,

althans 350 euro nodig heeft en/of

- gezegd dat hij, verdachte, over een uur het geld terug zou brengen

althans (telkens) woorden van gelijke aard of strekking

, waardoor die [slachtoffer G] werd bewogen tot bovenomschreven afgifte

(incident 16);

en/of

hij op of omstreeks 21 mei 2006 te Zutphen met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een gouden ketting met een gouden tientje, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer G], in elk geval aan een ander dan aan verdachte.

Taal- en/of schrijffouten

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten en/of kennelijke omissies voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Gevoerd verweer

De raadsman van verdachte heeft ter terechtzitting het verweer gevoerd - onder verwijzing naar de uitspraak van het gerechtshof Arnhem van 25 april 2006 met parketnummer 21-007081-04 - dat verdachte bepaalde ten laste gelegde handelingen niet valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid heeft verricht. Die handelingen zijn

uitvoeringshandelingen en geen oplichtingsmiddelen en dienen uit de tenlastelegging te

worden gestreept. Alle ten laste gelegde feitelijkheden die valselijk en/of listiglijk en/of

bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid zijn verricht, dienen oplichtingsmiddelen te zijn,

aldus de raadsman.

Hierbij acht de raadsman van belang dat verdachte over het algemeen niet over geld

beschikte als hij iemand hierom vroeg. Zijn drijfveer om geld los te praten was immers

drugsbehoefte, waarvoor hij geld nodig had. Hierdoor dienen de opmerkingen van verdachte

dat hij geen geld had, te worden bestempeld als uitvoeringshandelingen en niet als

oplichtingsmiddelen. De desbetreffende opmerkingen zijn ten onrechte onder 1, 4e

gedachtestreepje, en onder 4, 5e gedachtestreepje, als oplichtingsmiddelen opgenomen, aldus

de raadsman.

Uit de onderhavige dagvaarding dienen voorts de volgende feitelijkheden te worden

gestreept:

feit 1: eerste, vijfde en zesde gedachtestreepje;

feit 2: eerste, tweede en laatste (deels: "aan die [slachtoffer B] 400 Euro gevraagd")

gedachtestreepje;

feit 4: eerste, derde en laatste (deels: "aan die [slachtoffer B] 380 Euro gevraagd")

gedachtestreepje;

feit 6: eerste, vierde en vijfde gedachtestreepje.

Dit wegstrepen leidt ertoe dat de tenlastelegging zodanig wordt gedenatureerd dat geen

bewezenverklaring kan volgen ten aanzien van de feiten 1, 2, 4 en 6, aldus de raadsman.

De rechtbank volgt dit verweer niet.

Ook indien de mededelingen van verdachte dat hij geen geld had (feit 1, 4e gedachtestreepje,

en feit 4, 5e gedachtestreepje) op waarheid berustten, brengt dit niet zonder meer met zich dat

die mededelingen geen oplichtingsmiddelen zijn. Ook op zichzelf ware mededelingen

kunnen ertoe strekken om aan het onware een schijn van waarheid te geven en aldus bij te

dragen aan de (poging tot) oplichting. Daarvan is naar het oordeel van de rechtbank in het onderhavige geval sprake. Verdachte bediende zich in beide gevallen van het onware verhaal dat – kort gezegd - zijn vrouw en zoon een ongeluk hadden gehad en dat hij geld nodig had om hen te helpen. Dat verdachte, in de context van dit samenweefsel van verdichtsels, de op zichzelf ware mededeling deed dat hij geen geld bij zich heeft, kan geacht worden eraan te hebben bijgedragen dat de slachtoffers meenden dat verdachte de waarheid sprak en daarmee zich in sterkere mate gedwongen voelden verdachte geld te (willen gaan) geven.

Hoewel het de raadsman voorts moet worden nagegeven dat de door hem vervolgens

benoemde onderdelen van de tenlastelegging op zichzelf beschouwd mededelingen van

feitelijke aard zijn, dragen die mededelingen, telkenmale bezien in onderling verband en in

samenhang met hetgeen bij elk feit overigens ten laste is gelegd, bij aan de conclusie dat

sprake is van een samenweefsel van verdichtsels als bedoeld in artikel 326 van het Wetboek

van Strafrecht.

De rechtbank ziet derhalve geen grond voor het oordeel dat de desbetreffende onderdelen uit

de tenlastelegging dienen te worden gestreept. Mede gelet hierop, komt zij tot de volgende

bewezenverklaring.

Bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de ten laste gelegde feiten heeft begaan, te weten dat:

1.

hij op 05 juli 2006 te Apeldoorn ter uitvoering van het door

verdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door een of meer listige kunstgrepen en door een samenweefsel van verdichtsels, [slachtoffer A] te bewegen tot de afgifte van

geld, met vorenomschreven oogmerk – zakelijk weergegeven – valselijk en listiglijk en bedrieglijk en in strijd met de waarheid

- deze [slachtoffer A] heeft aangesproken en

- (vervolgens) aan deze [slachtoffer A] heeft verteld dat zijn vrouw en kind een auto-ongeluk

hebben gekregen en

- heeft verteld dat zijn kind 4 of 5 hechtingen in het gezicht heeft en

- heeft gezegd dat hij, verdachte, naar hen toe wilde gaan maar zijn geld in de auto

lag en dat hij geen geld had en

- met een telefoon aan zijn gezicht op emotionele wijze

heeft gevraagd: "en [naam] hoe is het" en

- aan deze [slachtoffer A] heeft gevraagd of zij met hem wilde pinnen en

of hij geld van haar kon krijgen, althans lenen,

althans (telkens) woorden van gelijke aard of strekking,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

2.

hij op 5 juli 2006 te Apeldoorn met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door een of meer listige kunstgrepen en door een samenweefsel van verdichtsels, [slachtoffer B] heeft bewogen tot de afgifte van een geldbedrag van 400 euro, met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en listiglijk en bedrieglijk en in strijd met de waarheid

- die [slachtoffer B] door het keukenraam heeft aangeroepen en

- (vervolgens) heeft gevraagd of hij, verdachte, mocht bellen en

- nadat hij, verdachte, de telefoon had neergelegd, heeft gezegd dat hij een groot

probleem had, namelijk dat hij zo snel mogelijk naar zijn vrouw en zoontje

moest gaan om wat te regelen en dat zijn zoontje een wond met vijf

hechtingen heeft en

- heeft gezegd dat hij, verdachte, geen geld meer heeft en de deur van zijn woning

is dichtgeslagen terwijl de sleutel in de woning ligt en

- heeft gezegd dat hij, verdachte, even verderop op de [straat] woont en

- heeft aan die [slachtoffer B] 400 euro gevraagd en gezegd dat hij vanavond dat bedrag

weer terug zou brengen,

althans (telkens) woorden van gelijke aard of strekking

waardoor die [slachtoffer B] werd bewogen tot bovenomschreven afgifte.

3.

hij op 29 juni 2006 te Twello, gemeente Voorst, met het oogmerk om

zich wederrechtelijk te bevoordelen door een samenweefsel van verdichtsels, [slachtoffer C] heeft bewogen tot de afgifte van 450 euro, hebbende verdachte met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en bedrieglijk en in strijd met de waarheid

- de woning van die [slachtoffer C] is binnengelopen en

- heeft gezegd dat zijn, verdachtes, vrouw met de auto een ongeluk heeft gehad en

- heeft gezegd dat hij, verdachte, 450 euro nodig heeft om zijn vrouw op te halen

en

- heeft gezegd dat hij, verdachte, geen geld meer heeft en de deur van zijn woning

is dichtgeslagen terwijl de sleutel aan de binnenkant van de deur zit en

- heeft gezegd dat hij, verdachte, tegenover [slachtoffer C] woont op nummer [nummer] en

- tegen die [slachtoffer C] heeft gezegd dat hij vanavond voor 22.00 uur het geld weer

terug zou brengen,

althans (telkens) woorden van gelijke aard of strekking, waardoor die [slachtoffer C] werd bewogen tot bovenomschreven afgifte.

4.

hij op 28 juni 2006 te Twello, gemeente Voorst, met het oogmerk om

zich wederrechtelijk te bevoordelen door een samenweefsel van verdichtsels, [slachtoffer D] heeft bewogen tot de afgifte van 400 euro, hebbende verdachte met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en bedrieglijk en in strijd met de waarheid

- bij de woning van die [slachtoffer D] heeft aangebeld en

- (vervolgens) heeft gezegd dat hij, verdachte, in de buurt woont en dat [slachtoffer D]

zijn vrouw [naam] zou kennen en

- heeft gevraagd of hij, verdachte, mocht bellen en

- heeft gezegd dat zijn, verdachte's, vrouw en zoontje een ongeluk hebben gehad

en dat zijn zoontje vijf hechtingen zou hebben en

- heeft gezegd dat hij, verdachte, geen geld meer heeft en de deur van zijn woning

is dichtgeslagen terwijl de sleutel in de woning lag en

- aan die [slachtoffer B] 380 euro heeft gevraagd en gezegd dat hij die avond voor

21.00 uur dat bedrag weer terug zou komen brengen,

althans (telkens) woorden van gelijke aard of strekking, waardoor die [slachtoffer D] werd bewogen tot bovenomschreven afgifte.

5.

hij op 25 juni 2006 te Apeldoorn met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door een of meer listige kunstgrepen en door een samenweefsel van verdichtsels, [slachtoffer E] heeft bewogen tot de afgifte van 600 euro, hebbende verdachte met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en listiglijk en bedrieglijk en in strijd met de waarheid

- bij de woning van die [slachtoffer E] heeft aangebeld en

- heeft gevraagd of hij, verdachte, mocht bellen en

- heeft gezegd dat zijn, verdachte's, vrouw en zoontje in de buurt van Amstelveen

een ongeluk hebben gehad en dat zijn zoontje zeven hechtingen zou hebben

en

- (vervolgens) met de telefoonhoorn in de hand heeft gesproken

over een ongeluk en

- aan die [slachtoffer E] 600 euro heeft gevraagd zodat hij naar zijn vrouw kon

gaan en gezegd dat hij die avond dat bedrag weer terug zou komen brengen,

althans (telkens) woorden van gelijke aard of strekking, waardoor die [slachtoffer E] werd bewogen tot bovenomschreven afgifte.

6.

hij op 23 juni 2006 te Apeldoorn met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door een of meer listige kunstgrepen en door een samenweefsel van verdichtsels, [slachtoffer F] heeft bewogen tot de afgifte van 600 euro, hebbende verdachte met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en listiglijk en bedrieglijk en in strijd met de waarheid

- bij de woning van die [slachtoffer F] heeft aangebeld en

- heeft gezegd dat hij, verdachte, de buurman van de hoek is en

- heeft gezegd dat zijn, verdachte's, vrouw met de auto een ongeluk in Amsterdam

hebben gehad en in het ziekenhuis liggen en

- heeft gevraagd of hij, verdachte, mocht bellen en

- in de telefoonhoorn heeft gezegd dat hij er zo snel mogelijk aan kwam en

- heeft gezegd dat hij, verdachte, 600 euro nodig heeft en

- (vervolgens) met een taxi [slachtoffer F] naar een bankvestiging heeft gebracht om die

[slachtoffer F] te laten pinnen en

- tegen die [slachtoffer F] heeft gezegd dat hij morgen het geld weer terug zou brengen,

althans (telkens) woorden van gelijke aard of strekking, waardoor die [slachtoffer F] werd bewogen tot bovenomschreven afgifte.

7.

hij op 21 mei 2006 te Zutphen met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door een samenweefsel van verdichtsels, [slachtoffer G] heeft bewogen tot de afgifte van 550 euro, hebbende verdachte met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en bedrieglijk en in strijd met de waarheid

- bij die [slachtoffer G] heeft aangebeld en

- (vervolgens) heeft gezegd dat hij de zoon van de buurvrouw is en dat de buurvrouw

een ongeluk heeft gehad en dat hij, verdachte, daarom geld nodig heeft,

althans 350 euro nodig heeft en

- heeft gezegd dat hij, verdachte, over een uur het geld terug zou brengen

althans (telkens) woorden van gelijke aard of strekking, waardoor die [slachtoffer G] werd bewogen tot bovenomschreven afgifte

en

hij op 21 mei 2006 te Zutphen met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een gouden ketting met een gouden tientje, toebehorende aan [slachtoffer G].

Vrijspraak van het meer of anders tenlastegelegde

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. De verdachte behoort daarvan te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezene levert op de misdrijven:

Feit 1:

Poging tot oplichting

De feiten 2 tot en met 6 telkens:

Oplichting

feit 7:

Oplichting

en

Diefstal

Strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

Oplegging van straf en/of maatregel

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie (zie voor de inhoud van de vordering bijlage I).

De rechtbank acht na te melden strafoplegging in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

De rechtbank heeft bij de straftoemeting in het bijzonder in aanmerking genomen - en vindt daarin de redenen die tot de keuze van een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf van na te melden duur leiden – dat verdachte een groot aantal slachtoffers (47) door het debiteren van zielige, onware verhalen geld afhandig heeft gemaakt of gepoogd heeft afhandig te maken. Daarnaast heeft hij niet geschroomd, als dat kennelijk te pas kwam, ook te stelen. De rechtbank neemt het verdachte bijzonder kwalijk dat het slachtoffers betroffen uit een kwetsbare groep van de maatschappij. Alle slachtoffers zijn op ver gevorderde leeftijd. Verdachte heeft met deze ernstige feiten het vertrouwen van de slachtoffers geschaad en bij hen en hun omgeving gevoelens van angst, onveiligheid en emotionele schade veroorzaakt. Bovendien heeft verdachte zich bij één van de slachtoffers tevens schuldig gemaakt aan diefstal van een sieraad, dat voor het slachtoffer grote emotionele waarde had.

Voorts is komen vast te staan dat de verdachte ongewenst vreemdeling is en blijkens een hem betreffend uittreksel uit het Justitieel Documentatieregister d.d. 6 juli 2006, reeds meermalen tot gevangenisstraffen van niet geringe duur is veroordeeld voor het plegen van soortgelijke feiten, hetgeen hem er kennelijk niet van heeft weerhouden de onderhavige feiten te plegen.

Ad informandum gevoegde zaken

De rechtbank heeft tevens in aanmerking genomen de ter kennisneming gevoegde zaken, bekend onder het hiervoor vermelde parketnummer en de parketnummers 06/801695-06 en 802004-06, nu aannemelijk is geworden dat verdachte deze feiten heeft gepleegd - verdachte heeft deze feiten immers ter terechtzitting bekend - en de officier van justitie heeft toegezegd dat voor die feiten geen verdere strafvervolging zal volgen.

Vordering tot schadevergoeding

De benadeelde partij [slachtoffer E], [adres], rekeningnummer [nummer] heeft zich met een vordering tot schadevergoeding ten bedrage van € 600,-- gevoegd in het strafproces ten aanzien van het onder 5 tenlastegelegde.

De benadeelde partij [slachtoffer C], [adres], heeft zich met een vordering tot schadevergoeding ten bedrage van € 450,-- gevoegd in het strafproces ten aanzien van het onder 3 tenlastegelegde.

De benadeelde partij [slachtoffer G], [adres], rekeningnummer [nummer], heeft zich met een vordering tot schadevergoeding ten bedrage van € 850,-- gevoegd in het strafproces ten aanzien van het onder 7 tenlastegelegde.

Nu niet is weersproken dat de benadeelde partijen, zoals deze hebben gesteld, als gevolg van het bewezen verklaarde handelen schade hebben geleden tot de gevorderde bedragen en de vorderingen de rechtbank niet ongegrond of onrechtmatig voorkomen, zullen deze vorderingen worden toegewezen.

Schadevergoedingsmaatregel

Gelet op het vorenstaande ziet de rechtbank aanleiding om aan verdachte op basis van het bepaalde in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de verplichting op te leggen tot betaling aan de Staat van een som gelds ten behoeve van genoemde slachtoffers.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Deze strafoplegging/beslissing is gegrond op de artikelen 24c, 36f, 57, 310 en 326 van het Wetboek van Strafrecht.

Beslissing

De rechtbank beslist als volgt.

Verklaart, zoals hiervoor overwogen, bewezen dat verdachte de tenlastegelegde feiten heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart verdachte strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 5 (vijf) jaar.

Beveelt, dat de tijd, door veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht.

Veroordeelt verdachte tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [slachtoffer E], [adres], rekeningnr. [nummer], van een bedrag van € 600,--, met veroordeling van verdachte in de kosten van het geding en de tenuitvoerlegging door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil en vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 25 juni 2006.

Legt aan veroordeelde de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer E], een bedrag te betalen van € 600,--, met bevel dat bij gebreke van betaling en verhaal 12 dagen hechtenis zal kunnen worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt.

Bepaalt dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Veroordeelt verdachte tot betaling van schadevergoeding aan de navolgende benadeelde partijen van de hierna genoemde bedragen, telkens vermeerderd met de kosten van het geding en de tenuitvoerlegging door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden steeds begroot op nihil.

Benadeelde partij Bedrag

1.[slachtoffer C], [adres], € 450,--

2.[slachtoffer G], [adres], rek. nr. [nummer] € 850,--

Legt aan veroordeelde tevens de verplichting op aan de Staat ten behoeve van de navolgende slachtoffers te betalen, met bepaling dat bij gebreke van betaling en verhaal hechtenis zal kunnen worden toegepast van na te melden duur zonder dat de betalingsverplichting vervalt.

Benadeelde partij Bedrag vervangende hechtenis

1.[slachtoffer C] € 450,-- 9

2.[slachtoffer G] € 850,-- 17.

Bepaalt dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partijen in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partijen daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Aldus gewezen door mrs. De Bie, voorzitter, Van der Hooft en Van Breda, rechters, in tegenwoordigheid van Heebink, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 31 oktober 2006.