Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZUT:2006:AZ1042

Instantie
Rechtbank Zutphen
Datum uitspraak
24-10-2006
Datum publicatie
27-10-2006
Zaaknummer
06/460366-06
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte is veroordeeld voor aanranding van de eerbaarheid van een volwassen man alsmede ontuchtige handelingen met 2 minderjarige jongens. Betrokkene is veroordeeld tot een gevangenisstraf van 14 maanden waarvan 8 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 5 jaren en voorts is de voorwaarde daaraan verbonden dat betrokkene zich gedurende de proeftijd van 3 jaren laat behandelen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK ZUTPHEN

Sector Straf

Meervoudige kamer

Parketnummer(s): 06/460366-06

Uitspraak d.d.: 24 oktober 2006

tegenspraak / dip

VERKORT VONNIS

in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren te [plaats] op [geboortedatum],

wonende te [plaats],

thans gedetineerd in het huis van bewaring te Zutphen, verlengde Ooyerhoekseweg 21.

Onderzoek van de zaak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 10 oktober 2006.

Ter terechtzitting gegeven beslissing

Het verzoek van de raadsman tot opheffing van de voorlopige hechtenis is afgewezen.

De tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2005 tot en met 15 februari 2006 te Harderwijk, althans in Nederland, door geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of bedreiging met geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) [slachtoffer A] heeft gedwongen tot het ondergaan van (een) handeling(en) die bestond(en) uit of mede bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer A], hebbende verdachte zijn vinger in de anus van die [slachtoffer A] gebracht en/of geduwd en/of de billen van die [slachtoffer A] betast/aangeraakt en bestaande dat geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) en/of die bedreiging met geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) hierin dat verdachte die [slachtoffer A] onverhoeds - en aldus mogelijk verzet brekend - heeft betast en (aldus) voor die [slachtoffer A] een bedreigende situatie heeft doen ontstaan;

art 242 Wetboek van Strafrecht

ALTHANS, dat

hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2005 tot en met 15 februari 2006 te Harderwijk, althans in Nederland, door geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of bedreiging met geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) [slachtoffer A] heeft gedwongen tot het plegen en/of dulden van een of meer ontuchtige handelingen, bestaande uit het betasten/aanraken van de billen van die [slachtoffer A] en bestaande dat geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) en/of die bedreiging met geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) hierin dat verdachte die [slachtoffer A] onverhoeds - en aldus mogelijk verzet brekend - heeft betast en/of (aldus) voor die [slachtoffer A] een bedreigende situatie heeft doen ontstaan;

art 246 Wetboek van Strafrecht

2.

hij in of omstreeks de periode van 3 juli 2006 tot en met 4 juli 2006 te Putten, althans in Nederland, meermalen, althans eenmaal, door geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of bedreiging met geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) [slachtoffer B] (geboren [geboortedatum]) (telkens) heeft gedwongen tot het plegen en/of dulden van een of meer ontuchtige handeling(en), bestaande uit het (telkens) betasten en/of aanraken van de penis en/of de schaamstreek en/of de buik van die [slachtoffer B] en bestaande dat geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) en/of die bedreiging met geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) (telkens) uit het onverhoeds - en aldus mogelijk verzet brekend - betasten en/of aanraken en/of het (telkens) misbruik maken van het fysieke overwicht en/of psychische overwicht en/of psychische druk van verdachte op die minderjarige [slachtoffer B];

art 246 Wetboek van Strafrecht

ALTHANS, dat

hij in of omstreeks de periode van 3 juli 2006 tot en met 4 juli 2006 te Putten, althans in Nederland, met [slachtoffer B] (geboren [geboortedatum]), die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt, een of meer ontuchtige handeling(en) heeft gepleegd, bestaande uit het (telkens) betasten en/of aanraken van de penis en/of de schaamstreek van die [slachtoffer B];

art 247 Wetboek van Strafrecht

3.

hij op één of meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 april 2005 tot en met 31 december 2005 te Putten, althans in Nederland, (telkens) door geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of bedreiging met geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) [slachtoffer C] ([slachtoffer C], geboren op [geboortedatum])(telkens) heeft gedwongen tot het plegen en/of dulden van een of meer ontuchtige handeling(en), bestaande uit het (telkens) betasten en/of aanraken van de penis en/of de schaamstreek van die [slachtoffer C] en bestaande dat geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) en/of die bedreiging met geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) uit het (telkens) onverhoeds - en aldus mogelijk verzet brekend - betasten en/of aanraken en/of en/of het (telkens) misbruik maken van het fysieke overwicht en/of psychische overwicht en/of psychische druk van verdachte op die minderjarige [slachtoffer B];

art 246 Wetboek van Strafrecht

ALTHANS, dat

hij in of omstreeks 1 april 2005 tot en met 31 december 2005 te Putten, althans in Nederland met [slachtoffer C] ([slachtoffer C], geboren op [geboortedatum]), die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt, een of meer ontuchtige handeling(en) heeft gepleegd, bestaande uit het (telkens) betasten en/of aanraken van de penis en/of de schaamstreek van die [slachtoffer C];

art 247 Wetboek van Strafrecht

De tenlastelegging

Nadat de tenlastelegging op de terechtzitting is gewijzigd is aan de verdachte ten laste gelegd dat:

1 subsidiair

hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2005 tot en met 15 februari 2006 te Harderwijk, althans in Nederland, door geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of bedreiging met geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) [slachtoffer A] heeft gedwongen tot het plegen en/of dulden van een of meer ontuchtige handelingen, bestaande uit het betasten/aanraken van de billen en/of de schaamstreek van die [slachtoffer A] en bestaande dat geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) en/of die bedreiging met geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) hierin dat verdachte die [slachtoffer A] onverhoeds - en aldus mogelijk verzet brekend - heeft betast en/of (aldus) voor die [slachtoffer A] een bedreigende situatie heeft doen ontstaan

Taal- en/of schrijffouten

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten en/of kennelijke omissies voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De rechtbank overweegt in dit verband dat zulks met name geldt voor de vermelding van de naam [slachtoffer B] in het onder 3 primair (laatste woord) ten laste gelegde feit. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Vrijspraak

Naar het oordeel van de rechtbank is niet wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 primair tenlastegelegde heeft begaan aangezien niet is bewezen dat verdachte bij aangever is binnengedrongen.

De verdachte behoort hiervan te worden vrijgesproken.

Bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 subsidiair, 2 primair en 3 primair ten laste gelegde heeft begaan, te weten dat:

1.

hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2005 tot en met 15 februari 2006 te Harderwijk, door een andere feitelijkheid [slachtoffer A] heeft gedwongen tot het dulden van een of meer ontuchtige handelingen, bestaande uit het betasten van de billen en/of schaamstreek van die [slachtoffer A] en bestaande die andere feitelijkheid hierin dat verdachte die [slachtoffer A] onverhoeds heeft betast;

2.

hij in of omstreeks de periode van 3 juli 2006 tot en met 4 juli 2006 in Nederland, meermalen, door andere feitelijkheden [slachtoffer B] (geboren [geboortedatum]) telkens heeft gedwongen tot het dulden van ontuchtige handeling(en), bestaande uit het betasten van de schaamstreek en de buik van die [slachtoffer B] en bestaande die feitelijkheden uit het onverhoeds betasten en/of aanraken en het misbruik maken van het fysieke overwicht en/of psychische overwicht van verdachte op die minderjarige [slachtoffer B];

3.

hij op één of meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 april 2005 tot en met 31 december 2005 te Putten, (telkens) door feitelijkheden [slachtoffer C] ([slachtoffer C], geboren op [geboortedatum]) heeft gedwongen tot het dulden van ontuchtige handelingen, bestaande uit het betasten en/of aanraken van de penis en/of de schaamstreek van die [slachtoffer C] en bestaande die feitelijkheden uit het onverhoeds betasten en/of aanraken en/of het misbruik maken van het fysieke overwicht en/of psychische overwicht van verdachte op die minderjarige [slachtoffer C];

Bewijsverweer

De raadsman heeft bij wijze van bewijsverweer aangevoerd, dat er geen sprake is geweest van onvrijwilligheid bij [slachtoffer A], aangezien die [slachtoffer A] nadien bij twee gelegenheden heeft ingestemd met de seksuele handelingen van verdachte zodat geoordeeld zou moeten worden dat alsnog achteraf toestemming zou zijn verleend.

De rechtbank verwerpt dit verweer. Daargelaten dat uit de verklaringen van de verdachte en het slachtoffer van instemming niet blijkt, heft een achteraf verleende toestemming de strafbaarheid niet op.

Vrijspraak van het meer of anders tenlastegelegde

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. De verdachte behoort daarvan te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezene levert op de misdrijven:

feit 1 subsidiair: feitelijke aanranding van de eerbaarheid;

feit 2: met iemand beneden de leeftijd van zestien jaren buiten echt ontuchtige handelingen plegen, meermalen gepleegd;

feit 3: met iemand beneden de leeftijd van zestien jaren buiten echt ontuchtige handelingen plegen.

Strafbaarheid van de verdachte

Naar de persoon van de verdachte is een psychiatrisch en psychologisch onderzoek verricht, waarvan de resultaten zijn neergelegd in een rapport gedateerd 2 oktober 2006 en opgesteld door H.E.M. van Beek, psychiater, en een rapport gedateerd 3 oktober 2006 en opgesteld door drs. L.J. Rempt, psycholoog. Met de conclusie van dit onderzoek, te weten dat verdachte ten aanzien van de aan hem ten laste gelegde feiten verminderd toerekeningsvatbaar moet worden beschouwd, kan de rechtbank zich verenigen. Zij neemt deze conclusie over.

Voorts heeft de heer R.G.A. Klomp, werkzaam bij Stichting Reclassering Nederland, te Zutphen, een rapport d.d. 2 oktober 2006 uitgebracht, waarin het navolgende advies wordt gegeven:

"Wij adviseren de rechtbank aan betrokkene een deels voorwaardelijke straf op te leggen met de bijzondere voorwaarde dat hij zich gedraagt naar de aanwijzingen van de reclassering en dat hij zich laat behandelen door de forensisch psychiatrische polikliniek "De Waag" of een vergelijkbare instelling. Wij adviseren om voor de bijzondere voorwaarde een proeftijd op te leggen van 5 jaar."

Strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu ook overigens geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

Oplegging van straf en/of maatregel

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie (zie voor de inhoud van de vordering bijlage I).

De rechtbank acht na te melden strafoplegging in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

De rechtbank heeft bij de straftoemeting in het bijzonder in aanmerking genomen - en vindt daarin de redenen die tot de keuze van een deels onvoorwaardelijke vrijheidsstraf van na te melden duur leiden – dat verdachte, door te handelen als bewezen verklaard, de slachtoffers een traumatische ervaring heeft bezorgd en -naar mag worden aangenomen- bovendien heeft bijgedragen aan de in de samenleving levende onveiligheidsgevoelens.

De rechtbank acht een deels voorwaardelijke gevangenis-straf op zijn plaats teneinde verdachte ervan te weerhouden opnieuw strafbare feiten te plegen. De rechtbank zal voorts de bijzondere voorwaarde(n) stellen, dat hij zich gedraagt naar de aanwijzingen van de reclassering en dat hij zich laat behandelen door de forensisch psychiatrische polikliniek "De Waag" of een vergelijkbare instelling.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Deze strafoplegging is gegrond op de artikelen 10, 14a, 14b, 14c, 14d, 27, 57 en 246 van het Wetboek van Strafrecht.

Beslissing

De rechtbank beslist als volgt.

Verklaart niet bewezen, dat verdachte het onder 1 primair tenlastegelegde heeft begaan en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart, zoals hiervoor overwogen, bewezen dat verdachte het onder 1 subsidiair, 2 primair en 3 primair tenlastegelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart verdachte strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 14 (veertien) maanden.

Bepaalt, dat een gedeelte van de gevangenisstraf, groot 8 (acht) maanden niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond dat veroordeelde zich vóór het einde van een proeftijd van 5 (vijf) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Stelt als bijzondere voorwaarde, dat veroordeelde zich gedurende de proeftijd van 3 (drie) jaren zal gedragen naar de aanwijzingen en voorschriften die veroordeelde zullen worden gegeven door of namens de reclassering, zolang de reclassering dit noodzakelijk oordeelt, ook als dit inhoudt dat veroordeelde zich ambulant zal laten behandelen door forensisch psychiatrische polikliniek "De Waag" of een vergelijkbare instelling. De veroordeelde zal zich dan houden aan regels die door of namens de leiding van deze polikliniek zullen worden gegeven.

Geeft de reclasseringsinstelling opdracht de veroordeelde bij de naleving van de opgelegde voorwaarde(n) hulp en steun te verlenen.

Beveelt, dat de tijd, door veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht.

Aldus gewezen door mrs. Borgerhoff Mulder, voorzitter, De Bie en Elders, rechters, in tegenwoordigheid van mr. Bunt, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 24 oktober 2006.