Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZUT:2006:AZ1039

Instantie
Rechtbank Zutphen
Datum uitspraak
24-10-2006
Datum publicatie
27-10-2006
Zaaknummer
06/460368-06
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte is veroordeeld voor diefstal tot een gevangenisstraf van 6 maanden, waarvan 2 voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaar. Voorts verbeurdverklaring van een aantal goederen en veroordeelde dient aan benadeelde partijen schadevergoeding te betalen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK ZUTPHEN

Sector Straf

Meervoudige kamer

Parketnummer(s): 06/460368-06

Uitspraak d.d.: 24 oktober 2006

ad informandum: 460368-06

tegenspraak / dip

VERKORT VONNIS

in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren te [plaats] op [geboortedatum],

wonende te [plaats]

thans gedetineerd in het huis van bewaring te Doetinchem, Hogenslagweg 8.

Onderzoek van de zaak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 10 oktober 2006.

De tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

hij in of omstreeks de periode van 04 maart 2006 tot en met 6 maart 2006 te Apeldoorn met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een personenauto (merk Citroën Berlingo, kenteken [kenteken]) heeft weggenomen 30, althans een of meer CD-rom(s) en/of een rijbewijs en/of een paspoort en/of kentekenbewijs en/of een creditcard, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer A] en/of [slachtoffer B] auto's, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak en/of verbreking;

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

2.

hij op of omstreeks 14 maart 2006 te Apeldoorn met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een personenauto (merk VW Golf, kenteken [kenteken]) heeft weggenomen een landkaart en/of een veiligheidsvest en/of een frontje (van een autoradiocdspeler), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer C], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak en/of verbreking;

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

ALTHANS, dat

hij op of omstreeks 14 maart 2006 te Apeldoorn ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een personenauto (merk VW Golf, kenteken [kenteken]) weg te nemen een landkaart en/of een veiligheidsvest en/of een frontje (van een autoradiocdspeler), geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer C], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en zich daarbij de toegang tot de plaats des misdrijfs te verschaffen en/of die/dat weg te nemen goed(eren) onder zijn bereik te brengen door middel van braak, verbreking en/of inklimming, (met een life hammer) een ruit van die auto heeft ingeslagen en/of (vervolgens) in het dashbordkastje heeft gekeken en/of (daaruit) die landkaart en dat veiligheidsvest heeft gepakt en/of (vervolgens) dat frontje heeft losgemaakt en/of (vervolgens) genoemd(e) goed(eren) in zijn, verdachtes, rugzak heeft gedaan, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht

3.

hij op of omstreeks 23 april 2006 te Apeldoorn met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een personenauto (merk Renault Espace, kenteken [kenteken]) heeft weggenomen een navigatiesysteem en/of een (bijbehorende) beugel, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer D], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft

en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak en/of verbreking;

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

4.

hij in of omstreeks de periode van 25 maart 2006 tot en met 26 maart 2006 te Apeldoorn met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een personenauto (merk Nissan, kenteken [kenteken]) heeft weggenomen een autoradio, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer E], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft en/of het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak, verbreking

en/of inklimming;

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

5.

hij in of omstreeks de periode van 18 juni 2004 tot en met 21 juni 2004 te Apeldoorn met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een pand (gelegen aan het [straat]) heeft weggenomen een computer en/of een beeldscherm (flatscreen), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan de gemeente Apeldoorn, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

Taal- en/of schrijffouten

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten en/of kennelijke omissies voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1, 2 primair, 3, 4 en 5 ten laste gelegde heeft begaan, te weten dat:

1.

hij in de periode van 4 maart 2006 tot en met 6 maart 2006 te Apeldoorn met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een personenauto (merk Citroën Berlingo, kenteken [kenteken]) heeft weggenomen een of meer CD-rom(s) en een rijbewijs en een paspoort en kentekenbewijs en een creditcard, toebehorende aan [slachtoffer A] en/of [slachtoffer B] auto's, waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft en de weg te nemen goederen onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak;

2.

hij op of omstreeks 14 maart 2006 te Apeldoorn met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in een personenauto (merk VW Golf, kenteken [kenteken]) heeft weggenomen een veiligheidsvest en een frontje (van een autoradiocdspeler), toebehorende aan [slachtoffer C], waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft en de weg te nemen goederen onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak;

3.

hij op 23 april 2006 te Apeldoorn met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een personenauto (merk Renault Espace, kenteken [kenteken]) heeft weggenomen een navigatiesysteem en een (bijbehorende) beugel, toebehorende aan [slachtoffer D], waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft en de weg te nemen goed(eren) onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak;

4.

hij in of omstreeks de periode van 25 maart 2006 tot en met 26 maart 2006 te Apeldoorn met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een personenauto (merk Nissan, kenteken [kenteken]) heeft weggenomen een autoradio, toebehorende aan [slachtoffer E], waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft en het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak;

5.

hij in of omstreeks de periode van 18 juni 2004 tot en met 21 juni 2004 te Apeldoorn met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in een pand (gelegen aan het [straat]) heeft weggenomen een beeldscherm (flatscreen), toebehorende aan de gemeente Apeldoorn, waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft en het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak.

Bewijsverweer

De raadsvrouw heeft bij wijze van bewijsverweer aangevoerd, dat ten aanzien van het onder 2 ten laste gelegde feit er geen sprake is geweest van door verdachte het onder zijn bereik hebben gebracht van de uit de Golf weggenomen goederen. Naar de mening van de raadsvrouw is er geen sprake geweest van wegnemen van de goederen, aangezien verdachte onvoldoende heerschappij heeft verworven over de goederen. Ter onderbouwing van haar verweer heeft zij verwezen naar een niet nader aangeduid arrest van de Hoge Raad.

Ter zake van het desbetreffende arrest heeft de officier van justitie onweersproken aangevoerd dat het in die casus betrof het wegnemen van een koffer uit een auto. Anders dan in die casus betreft het in het onderhavige geval het wegnemen van goederen uit een auto, waarna deze zijn gedeponeerd in een aan verdachte toebehorende rugzak, die zich buiten de auto bevond.

De rechtbank is met de officier van justitie van oordeel dat het beroep dat de raadsvrouw heeft gedaan op het door haar aangehaalde arrest van de Hoge Raad niet slaagt. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de verdachte gedurende een bepaalde tijd (voldoende) heerschappij gehad over de door hem uit de auto weggenomen goederen.

Vrijspraak van het meer of anders tenlastegelegde

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. De verdachte behoort daarvan te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezene levert op de misdrijven:

feit 1, 2 primair, 3, 4 en 5: (telkens) diefstal door middel van braak.

Strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

Oplegging van straf en/of maatregel

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie (zie voor de inhoud van de vordering bijlage I).

De rechtbank acht na te melden strafoplegging in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

De rechtbank heeft bij de straftoemeting in het bijzonder in aanmerking genomen - en vindt daarin de redenen die tot de keuze van een deels onvoorwaardelijke vrijheidsstraf van na te melden duur leiden – dat verdachte heeft meegewerkt aan het onderzoek.

De rechtbank acht een deels voorwaardelijke gevangenisstraf op zijn plaats teneinde verdachte ervan te weerhouden opnieuw strafbare feiten te plegen.

Ad informandum gevoegde zaken

De rechtbank heeft tevens in aanmerking genomen de ter kennisneming gevoegde zaken, bekend onder parketnummer 460368-06.

Verdachte heeft bekend die feiten te hebben begaan en de officier van justitie heeft toegezegd dat voor die feiten geen verdere strafvervolging zal volgen.

In beslag genomen voorwerpen

De na te melden in beslag genomen en nog niet teruggegeven voorwerpen, volgens opgave van verdachte aan hem toebehorend, zijn vatbaar voor verbeurdverklaring, nu de voorwerpen geheel of grotendeels door middel van het bewezen verklaarde zijn verkregen.

De rechtbank heeft hierbij rekening gehouden met de draagkracht van verdachte.

Vordering tot schadevergoeding

De benadeelde partij [slachtoffer C] heeft zich met een vordering tot schadevergoeding ten bedrage van € 250,-- gevoegd in het strafproces ten aanzien van het onder 2 tenlastegelegde.

Naar het oordeel van de rechtbank is, op grond van de gebezigde bewijsmiddelen en hetgeen verder ter terechtzitting met betrekking tot de vordering is gebleken, komen vast te staan dat de benadeelde partij als gevolg van het bewezen verklaarde handelen schade heeft geleden, begroot op € 150,-- (honderdvijftig euro), waarvoor verdachte naar burgerlijk recht aansprakelijk is. De vordering dient tot dit bedrag te worden toegewezen. Wat betreft het meer of anders gevorderde moet de vordering, als in zoverre ongegrond worden afgewezen.

De benadeelde partij gemeente Apeldoorn heeft zich met een vordering tot schadevergoeding ten bedrage van € 662,93 gevoegd in het strafproces ten aanzien van het onder 5 tenlastegelegde.

Naar het oordeel van de rechtbank is, op grond van de gebezigde bewijsmiddelen en hetgeen verder ter terechtzitting met betrekking tot de vordering is gebleken, komen vast te staan dat de benadeelde partij als gevolg van het bewezen verklaarde handelen schade heeft geleden tot na te melden bedrag, waarvoor verdachte naar burgerlijk recht aansprakelijk is. De vordering dient tot dit bedrag te worden toegewezen. Wat betreft het meer of anders gevorderde moet de vordering, als in zoverre ongegrond worden afgewezen.

Schadevergoedingsmaatregel

Gelet op het vorenstaande ziet de rechtbank aanleiding om aan verdachte op basis van het bepaalde in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de verplichting op te leggen tot betaling aan de Staat van sommen gelds ten behoeve van genoemde slachtoffers.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Deze strafoplegging/beslissing is gegrond op de artikelen 10, 14a, 14b, 14c, 33, 36f, 57, 63, 310 en 311 van het Wetboek van Strafrecht.

Beslissing

De rechtbank beslist als volgt.

Verklaart, zoals hiervoor overwogen, bewezen dat verdachte het onder 1, 2 primair, 3, 4 en 5 tenlastegelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart verdachte strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 (zes) maanden.

Bepaalt, dat een gedeelte van de gevangenisstraf, groot 2 (twee) maanden niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond dat veroordeelde zich vóór het einde van een proeftijd van 2 jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt dan wel de navolgende bijzondere voorwaarde niet heeft nageleefd.

Beveelt, dat de tijd, door veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorge-bracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht.

Heft het bevel tot voorlopig hechtenis op met ingang van het tijdstip waarop de duur van deze hechtenis gelijk wordt aan die van de onvoorwaardelijk opgelegde straf.

Verklaart verbeurd de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:

- 1 (een) autocassetterecorder Sony XR-C2300R (geen front);

- 1 (een) autoradio-voorfrontje JVC KD-S901R;

- 3 (drie) hamers, kleur: oranje, Life Hamer;

- 3 (drie) stuks gereedschap: 2 (twee) schroevendraaiers en 1 (een) gelijkend breekijzer;

- 1 (een) adapter, kleur: zwart, universeel, mogelijk universeel of nokia ouder type GSM;

- 1 (een) adapter, kleur: zwart, auto adapter voor GSM;

- 1 (een) adapter, kleur: zwart, Amplus auto adapter;

- 1 (een) autotelefoon, kleur: zwart, auto telefoonhouder

- 1 (een) adapter, kleur: grijs, Samsung;

- 1 (een) koptelefoon, kleur: grijs, Samsung.

Veroordeelt verdachte tot betaling van schadevergoeding aan de navolgende benadeelde partijen van de hierna genoemde bedragen, telkens vermeerderd met de kosten van het geding en de tenuitvoerlegging door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden steeds begroot op nihil.

Benadeelde partij Bedrag

1. [slachtoffer C] € 150,--.

2. gemeente Apeldoorn € 412,93.

Legt aan veroordeelde tevens de verplichting op aan de Staat ten behoeve van het /de navolgende slachtoffer(s) te betalen, met bepaling dat bij gebreke van betaling en verhaal hechtenis zal kunnen worden toegepast van na te melden duur zonder dat de betalingsverplichting vervalt.

Benadeelde partij Bedrag vervangende hechtenis

1. [slachtoffer C] € 150,-- 3 dagen.

2. gemeente Apeldoorn € 412,93 8 dagen.

Bepaalt dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Aldus gewezen door mrs. De Bie, voorzitter, Borgerhoff Mulder en Elders, rechters, in tegenwoordigheid van mr. Bunt, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 24 oktober 2006.