Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZUT:2006:AZ0255

Instantie
Rechtbank Zutphen
Datum uitspraak
18-10-2006
Datum publicatie
18-10-2006
Zaaknummer
06/920004-04
Formele relaties
Hoger beroep: ECLI:NL:GHARN:2009:BH2774, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Rechtbank veroordeelt verdachte K. in beleggingsfraudezaak Eco Brasil tot vier jaar celstraf.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK ZUTPHEN

Sector Straf

Meervoudige kamer

Parketnummer: 06/920004-04

Uitspraak d.d.: 18 oktober 2006

Tegenspraak/ oip

VERKORT VONNIS

in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren te [plaats en datum] 1951,

wonende te [woonplaats],

thans verblijvende in het huis van bewaring te Zutphen.

Onderzoek van de zaak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van 11 juli 2006 en 6 oktober 2006.

Ter terechtzitting gegeven beslissingen

Ter terechtzitting van 24 februari 2006:

- Het verzoek van de raadsman om getuigen te horen is gedeeltelijk ingewilligd.

- Het verzoek van de raadsman om een open verwijzing naar de rechter-commissaris is afgewezen.

- Het namens verdachte gedane verzoek om opheffing dan wel schorsing van de voorlopige hechtenis is afgewezen.

Ter terechtzitting van 12 mei 2006:

- Het verzoek van de raadsman om getuigen te horen is ingewilligd.

- Het verzoek om een open verwijzing naar de rechter-commissaris is afgewezen.

- De rechtbank heeft geoordeeld dat het aan het dossier toegevoegde schematische overzicht in voldoende mate voldoet aan het verzoek van de rechtbank.

- De stukken met betrekking tot het SFO, bestanden van de curator en exactbestanden dienen aan het dossier te worden toegevoegd.

- Het namens verdachte gedane verzoek om opheffing dan wel schorsing van de voorlopige hechtenis is afgewezen.

Ter terechtzitting van 11 juli 2006:

- Het namens verdachte gedane verzoek tot opheffing dan wel schorsing van de voorlopige hechtenis is afgewezen.

Ontnemingsvordering

Ter terechtzitting van 24 februari 2006 heeft de officier van justitie conform artikel 311,

eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering het voornemen kenbaar gemaakt in een later stadium een afzonderlijke ontnemingsvordering ex artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht aanhangig te maken.

De tenlastelegging

Nadat de tenlastelegging op de terechtzitting van 6 oktober 2006 is gewijzigd is aan de verdachte ten laste gelegd dat:

1.

dat Eco Brasil BV en/of één of meer aan Eco Brasil BV gelieerde

rechtspersonen, in elk geval een rechtspersoon,

op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 mei 1998 tot en

met 2 oktober 2003 in de gemeente(n) Groenlo en/of Winterswijk en/of (elders)

in Nederland,

(telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

met het oogmerk om zich of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het

aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door listige

kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels,

een of meer van de hieronder genoemde perso(o)n(en), en/of een of meer

(andere) perso(o)n(en) (hierna te noemen "beleggers") ,

heeft/hebben bewogen tot de afgifte van een hieronder genoemde hoeveelheid

geld, althans een geldbedrag en in elk geval van enig goed en/of tot het ter

beschikking stellen van gegevens met geldswaarde in het handelsverkeer en/of

tot het aangaan van een schuld en/of tot het teniet doen van een inschuld,

hierin bestaande dat Eco Brasil BV en/of één of meer aan Eco Brasil BV

gelieerde rechtspersonen,in elk geval een rechtspersoon,

(telkens) met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - opzettelijk

valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid

-zich heeft/hebben voorgewend dat de door Eco Brasil BV en/of één of meer aan

Eco Brasil BV gelieerde rechtspersonen, in elk geval een rechtspersoon

ontvangen gelden van de beleggers zouden worden belegd in bosbouw en/of in

onroerend goed en/of (die) bosbouw, (dat) onroerend goed in eigendom had(den) en/of in andere financiële producten en/of

-zich heeft/hebben voorgedaan als een legale en/of solide beleggingsinstelling en/of legale en/of solide kredietinstelling en/of

-middels (een) contract(en) en/of overeenkomst(en) het recht van vruchtgebruik

op geplantte en/of in de toekomst te planten bomen zal/zullen verlenen en/of

overdragen aan kopers

-(maandelijkse) (beleggings)rendementen, lagere, gunstigere (woon)lasten en/of

hypothecaire zekerheid en/of teruggaaf van het ingelegde geld aangeboden en/of gegarandeerd

waardoor de beleggers werden bewogen tot bovengenoemde afgifte en/of ter

beschikking stelling en/of aangaan en/of tenietdoening

zulks terwijl hij, verdachte, tezamen en in vereniging met een ander of

anderen, althans alleen, tot bovenomschreven strafba(a)r(e) feit(en) opdracht

heeft gegeven, althans feitelijke leiding heeft gegeven aan bovenomschreven

verboden gedraging(en);

ter zake van Eco Brasil BV en/of één of meer aan Eco Brasil BV gelieerde

rechtspersonen, in elk geval een rechtspersoon, zijn de onderstaande

perso(o)n(en) bewogen tot afgifte van geld en/of tot het ter beschikking

stellen van gegevens met geldswaarde in het handelsverkeer en/of tot het

aangaan van een schuld en/of tot het teniet doen van een inschuld:

Aangifte Naam: Ingelegd geldbedrag: Periode van inleg:

nr.: geldbedrag

- A001 [slachtoffer A] 5.100,- in december 2002;

- A002 [slachtoffer B] 102.506,- in maart 2003;

- A005 [slachtoffer C] 36.754,- in oktober, november en

december 2002;

- A006 [slachtoffer D] 15.000,- in juni 2002;

- A022 [slachtoffer E] 29.496,- in maart 2002;

- A028 [slachtoffer F] 49.462,- in mei 2000 en juli 2001;

- A029 [slachtoffer G] 36.666,- in november 2000 en oktober

2001;

- A030 [slachtoffer H] 68.067,- in mei 1999;

- A036 [slachtoffer I] 22.689,- in mei 2001;

- A038 [slachtoffer J] 43.109,- in april 2000 en oktober

2001;

- A041 [slachtoffer K] 22.689,- in juli 2000;

- A046 [slachtoffer L] 15.882,- in oktober 1998 en februari

2000;

- A049 [slachtoffer M] 82.550,- in juli 2002 en februari

2003;

- A050 [slachtoffer N] 11.344,- in februari 2001;

- A053 [slachtoffer O] 23.179,- in augustus 1999 en januari

2002;

- A065B [slachtoffer P] 58.991,- in december 1999 en

augustus 2000;

- A065C [slachtoffer Q] 63.529,- in juni 2000 en juli 2001;

- A067 [slachtoffer R] 31.764,- in november 1999 en juni

2000;

- A074 [slachtoffer S] 34.033,- in oktober 1999 en mei 2000;

- A078 [slachtoffer T] 27.174,- in november 1999 en april

2002;

- A079 [slachtoffer U] 73.512,- in juli 1999 en maart 2001;

- A086 [slachtoffer V] 145.323,- in juni 1998 en mei en juli

2000;

- A089 [slachtoffer W] 45.378,- in augustus 2000;

- A095 [slachtoffer X] 42.689,- in oktober 2000 en juni

2002;

- A098 [slachtoffer Y] 47.190,- in september 1998, januari

en augustus 1999, september

2001 en september 2002;

- A102 [slachtoffer Z] 11.345,- in februari 2003;

- A105 [slachtoffer AA] 11.344,- in augustus 1999;

- A126 [slachtoffer AB] 128.947,- in augustus 1998, oktober

en november 2000 en in

september en oktober 2002;

- A127 [slachtoffer AC] 95.746,- in augustus, september,

oktober 1998 en februari

1999 en in oktober 2002;

- A129 [slachtoffer AD] 340.335,- in mei 1999;

- A135 [slachtoffer AE] 22.689,- in november 2001;

- A136 [slachtoffer AF] 102.099,- in augustus 1999, september

2000 en in januari 2002;

- A137 [slachtoffer AG] 111.675,- in februari en september

1999 en februari 2003;

- A146 [slachtoffer AH] 2.722,- in oktober 1999;

- A156 [slachtoffer AI] 72.309,- in augustus 1999 en maart,

november 2002;

- A168 [slachtoffer AJ] 9.075,- in juni 2000.

[proces-verbaal zaak 4: Eco Brasil]

art 326 Wetboek van Strafrecht

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

ALTHANS, dat

indien vorenstaande niet tot een veroordeling kan/mocht leiden

Hij, verdachte, op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1

mei 1998 tot en met 2 oktober 2003 in de gemeente(n) Groenlo en/of

Winterswijk en/of (elders) in Nederland, (telkens) tezamen en in vereniging

met Eco Brasil BV en/of één of meer aan Eco Brasil BV gelieerde

rechtspersonen, in elk geval een rechtspersoon, en/of met een of meer

anderen, althans alleen met het oogmerk om zich of een ander wederrechtelijk

te bevoordelen door het

aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door listige

kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels,

een of meer van de hieronder genoemde perso(o)n(en), en/of een of meer

(andere) perso(o)n(en) (hierna te noemen "beleggers") ,

heeft bewogen tot de afgifte van een hieronder genoemde hoeveelheid geld,

althans een geldbedrag en in elk geval van enig goed en/of tot het ter

beschikking stellen van gegevens met geldswaarde in het handelsverkeer en/of

tot het aangaan van een schuld en/of tot het teniet doen van een inschuld

hierin bestaande dat hij verdachte tezamen en in vereniging met met Eco

Brasil BV en/of één of meer aan Eco Brasil BV gelieerde rechtspersonen, in elk

geval een rechtspersoon, en/of met een of meer anderen, althans alleen

(telkens) met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - opzettelijk

valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid

-zich heeft voorgewend dat de door hem, verdachte en/of Eco Brasil BV en/of

één of meer aan Eco Brasil BV gelieerde rechtspersonen, in elk geval een

rechtspersoon, en/of met een of meer anderen ontvangen gelden van de beleggers

zouden worden belegd in bosbouw en/of onroerend goed en/of (die) bosbouw, (dat) onroerend goed in eigendom had(den) en/of in andere financiële producten en/of

-zich heeft voorgedaan als een vertegenwoordiger van een legale en/of solide

beleggingsinstelling en/of legale en/of solide kredietinstelling en/of

-(maandelijkse) (beleggings)rendementen, lagere, gunstigere (woon)lasten

en/of hypothecaire zekerheid en/of teruggaaf van het ingelegde geld aangeboden en/of gegarandeerd en/of

-middels (een) contract(en) en/of overeenkomst(en) het recht van vruchtgebruik

op geplantte en/of in de toekomst te planten bomen zal/zullen verlenen en/of

overdragen aan kopers,

waardoor de beleggers werden bewogen tot bovengenoemde afgifte en/of ter

beschikking stelling en/of aangaan en/of tenietdoening;

ter zake van Eco Brasil BV en/of één of meer aan Eco Brasil BV gelieerde

rechtspersonen, in elk geval een rechtspersoon, zijn de onderstaande

perso(o)n(en) bewogen tot afgifte van geld en/of tot het ter beschikking

stellen van gegevens met geldswaarde in het handelsverkeer en/of tot het

aangaan van een schuld en/of tot het teniet doen van een inschuld:

althans alleen,

Aangifte Naam: Ingelegd geldbedrag: Periode van inleg:

nr.: geldbedrag

- A001 [slachtoffer A] 5.100,- in december 2002;

- A002 [slachtoffer B] 102.506,- in maart 2003;

- A005 [slachtoffer C] 36.754,- in oktober, november en

december 2002;

- A006 [slachtoffer D] 15.000,- in juni 2002;

- A022 [slachtoffer E] 29.496,- in maart 2002;

- A028 [slachtoffer F] 49.462,- in mei 2000 en juli 2001;

- A029 [slachtoffer G] 36.666,- in november 2000 en oktober

2001;

- A030 [slachtoffer H] 68.067,- in mei 1999;

- A036 [slachtoffer I] 22.689,- in mei 2001;

- A038 [slachtoffer J] 43.109,- in april 2000 en oktober

2001;

- A041 [slachtoffer K] 22.689,- in juli 2000;

- A046 [slachtoffer L] 15.882,- in oktober 1998 en februari

2000;

- A049 [slachtoffer M] 82.550,- in juli 2002 en februari

2003;

- A050 [slachtoffer N] 11.344,- in februari 2001;

- A053 [slachtoffer O] 23.179,- in augustus 1999 en januari

2002;

- A065B [slachtoffer P] 58.991,- in december 1999 en

augustus 2000;

- A065C [slachtoffer Q] 63.529,- in juni 2000 en juli 2001;

- A067 [slachtoffer R] 31.764,- in november 1999 en juni

2000;

- A074 [slachtoffer S] 34.033,- in oktober 1999 en mei 2000;

- A078 [slachtoffer T] 27.174,- in november 1999 en april

2002;

- A079 [slachtoffer U] 73.512,- in juli 1999 en maart 2001;

- A086 [slachtoffer V] 145.323,- in juni 1998 en mei en juli

2000;

- A089 [slachtoffer W] 45.378,- in augustus 2000;

- A095 [slachtoffer X] 42.689,- in oktober 2000 en juni

2002;

- A098 [slachtoffer Y] 47.190,- in september 1998, januari

en augustus 1999, september

2001 en september 2002;

- A102 [slachtoffer Z] 11.345,- in februari 2003;

- A105 [slachtoffer AA] 11.344,- in augustus 1999;

- A126 [slachtoffer AB] 128.947,- in augustus 1998, oktober

en november 2000 en in

september en oktober 2002;

- A127 [slachtoffer AC] 95.746,- in augustus, september,

oktober 1998 en februari

1999 en in oktober 2002;

- A129 [slachtoffer AD] 340.335,- in mei 1999;

- A135 [slachtoffer AE] 22.689,- in november 2001;

- A136 [slachtoffer AF] 102.099,- in augustus 1999, september

2000 en in januari 2002;

- A137 [slachtoffer AG] 111.675,- in februari en september

1999 en februari 2003;

- A146 [slachtoffer AH] 2.722,- in oktober 1999;

- A156 [slachtoffer AI] 72.309,- in augustus 1999 en maart,

november 2002;

- A168 [slachtoffer AJ] 9.075,- in juni 2000.

[proces-verbaal zaak 4: Eco Brasil]

art 326 Wetboek van Strafrecht

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

2.

dat Eco Brasil BV en/of één of meer aan Eco Brasil BV gelieerde

rechtspersonen, in elk geval een rechtspersoon,

op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 mei 1998 tot en

met 2 oktober 2003 in de gemeente(n) Groenlo en/of Winterswijk en/of (elders)

in Nederland,

(telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

(telkens) opzettelijk bedrijfsmatig, al dan niet op termijn opvorderbare

gelden, van het publiek heeft/hebben aangetrokken, ter beschikking

heeft/hebben gekregen en/of ter beschikking heeft/hebben gehad, danwel in

enigerlei vorm heeft/hebben bemiddeld terzake van het bedrijfsmatig van het

publiek aantrekken of ter beschikking krijgen van al dan niet op termijn

opvorderbare gelden,

zulks terwijl hij, verdachte, tezamen en in vereniging met een ander of

anderen, althans alleen, tot bovenomschreven strafba(a)r(e) feit(en) opdracht

heeft gegeven, althans feitelijke leiding heeft gegeven aan bovenomschreven

verboden gedraging(en);

[proces-verbaal zaak 4: Eco Brasil]

art 82 lid 1 Wet toezicht kredietwezen 1992

ALTHANS, dat

indien het vorenstaande niet tot een veroordeling kan/mocht leiden

hij, verdachte, één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 mei

1998 tot en met 2 oktober 2003 in de gemeente(n) Groenlo en/of Winterswijk

en/of (elders) in Nederland,

tezamen en in vereniging met Eco Brasil BV en/of één of meer aan Eco Brasil BV

gelieerde rechtspersonen, in elk geval een rechtspersoon en/of met een of

meer ander(en) althans alleen,

(telkens) opzettelijk bedrijfsmatig, al dan niet op termijn opvorderbare

gelden, van het publiek heeft aangetrokken, ter beschikking heeft gekregen

en/of ter beschikking heeft gehad, danwel in enigerlei vorm heeft bemiddeld

terzake van het bedrijfsmatig van het publiek aantrekken of ter beschikking

krijgen van al dan niet op termijn opvorderbare gelden,

[proces-verbaal zaak 4: Eco Brasil]

art 82 lid 1 Wet toezicht kredietwezen 1992

3.

hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 mei 1998 tot

en met 2 oktober 2003 in de gemeente(n) Groenlo en/of Winterswijk en/of

(elders) in Nederland tezamen en in vereniging met een ander of anderen,

althans alleen,

opzettelijk heeft deelgenomen aan een organisatie (mede) bestaande uit

[medeverdachte A] en/of [medeverdachte B] en/of Eco Brasil BV en/of een of meer andere

rechts- en/of natuurlijke perso(o)n(en), welke organisatie tot oogmerk had het

plegen van -zakelijk weergegeven-:

-oplichting van beleggers (artikel 326 Wetboek van Strafrecht) en/of

-het opzettelijk zonder vergunning bedrijfsmatig aantrekken van al dan niet op

termijn opvorderbare gelden van het publiek (artikel 82 van de Wet toezicht

kredietwezen 1992) althans het plegen van misdrijven,

zulks terwijl verdachte oprichter, leider en/of bestuurder van genoemde

organisatie was;

[proces-verbaal zaak 4: Eco Brasil]

art 140 lid 1 Wetboek van Strafrecht

4.

dat N.V. Capital Ground and Building Investment, in elk geval een

rechtspersoon, op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1

november 2000 tot en met 14 april 2004 in de gemeente(n) Winterswijk en/of

Arnhem en/of (elders) in Nederland tezamen en in vereniging met een ander of

anderen, althans alleen,

(telkens) -al dan niet opzettelijk- buiten een besloten kring bij uitgifte

effecten, te weten

beleggings- en/of investeringsproducten in onroerend goed, heeft aangeboden,

danwel zodanige aanbieding via advertentie en/of documenten in het

vooruitzicht heeft gesteld aan (onder meer) [slachtoffer AG], [slachtoffer AI], [slachtoffer V],

[slachtoffer AJ], [slachtoffer AK] en/of [slachtoffer AE],

zulks terwijl hij, verdachte, tezamen en in vereniging met een ander of

anderen, althans alleen, tot bovenomschreven strafba(a)r(e) feit(en) opdracht

heeft gegeven, althans feitelijke leiding heeft gegeven aan bovenomschreven

verboden gedraging(en);

[proces-verbaal zaak 3: N.V. Capital Ground and Building Investment]

art 3 lid 1 Wet toezicht effectenverkeer 1995

ALTHANS, dat

indien vorenstaande niet tot een veroordeling kan/mocht leiden

hij, verdachte, op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1

november 2000 tot en met 14 april 2004 in de gemeente(n) Winterswijk en/of

Arnhem en/of (elders) in Nederland tezamen en in vereniging met N.V. Capital

Ground and Building Investement en/of een of meer rechts- en/of natuurlijke

personen, althans alleen,

(telkens) -al dan niet opzettelijk- buiten een besloten kring bij uitgifte

effecten, te weten beleggings- en/of investeringsproducten in onroerend goed,

heeft aangeboden, danwel zodanige aanbieding via advertentie en/of documenten

in het vooruitzicht heeft gesteld aan (onder meer) [slachtoffer AG], [slachtoffer AI],

[slachtoffer V], [slachtoffer AJ], [slachtoffer AK] en/of [slachtoffer AE],

[proces-verbaal zaak 3: N.V. Capital Ground and Building Investment]

art 3 lid 1 Wet toezicht effectenverkeer 1995

5.

dat N.V. Capital Ground and Building Investment, in elk geval een

rechtspersoon,

op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 november 2000 tot

en met 14 april 2004 in de gemeente(n) Winterswijk en/of Arnhem en/of

(elders) in Nederland (telkens) tezamen en in vereniging met een ander of

anderen, althans alleen,

(telkens) opzettelijk bedrijfsmatig, al dan niet op termijn opvorderbare

gelden, van het publiek heeft/hebben aangetrokken, ter beschikking

heeft/hebben gekregen en/of ter beschikking heeft/hebben gehad, danwel in

enigerlei vorm heeft/hebben bemiddeld terzake van het bedrijfsmatig van het

publiek aantrekken of ter beschikking krijgen van al dan niet op termijn

opvorderbare gelden,

zulks terwijl hij, verdachte, tezamen en in vereniging met een ander of

anderen, althans alleen, tot bovenomschreven strafba(a)r(e) feit(en) opdracht

heeft gegeven, althans feitelijke leiding heeft gegeven aan bovenomschreven

verboden gedraging(en);

[proces-verbaal zaak 3: N.V. Capital Ground and Building Investment]

art 82 lid 1 Wet toezicht kredietwezen 1992

ALTHANS, dat

indien vorenstaande niet tot een veroordeling kan/mocht leiden

hij, verdachte, op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1

november 2000 tot en met 14 april 2004 in de gemeente(n) Winterswijk en/of

Arnhem en/of (elders) in Nederland,

tezamen en in vereniging met N.V. Capital Ground and Building Investement

en/of een of meer andere rechts-en/of natuurlijke personen, althans alleen,

(telkens) opzettelijk bedrijfsmatig, al dan niet op termijn opvorderbare

gelden, van het publiek heeft aangetrokken, ter beschikking heeft gekregen

en/of ter beschikking heeft gehad, danwel in enigerlei vorm heeft bemiddeld

terzake van het bedrijfsmatig van het publiek aantrekken of ter beschikking

krijgen van al dan niet op termijn opvorderbare gelden,

[proces-verbaal zaak 3: NV Capital Ground and Building Investment]

art 82 lid 1 Wet toezicht kredietwezen 1992

6.

dat N.V. Capital Ground and Building Investment, in elk geval een

rechtspersoon,

op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 november 2000 tot

en met 14 april 2004 in de gemeente(n) Winterswijk en/of Arnhem en/of

(elders) in Nederland tezamen en in vereniging met een ander of anderen,

althans alleen

(telkens) opzettelijk gebruik heeft gemaakt van (een) vals(e) of vervalst(e)

overeenkomst(en) en/of brief/ven, inzake investeringen bij N.V. Capital Ground

and Building Investment, althans bij een rechtspersoon,

(elk) zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te

dienen - als ware die/dat geschrift(en) (telkens) echt en onvervalst,

bestaande dat gebruikmaken (zakelijk weergegeven) hierin dat N.V. Capital

Ground and Building Investment genoemd(e) overeenkomst(en) en/of brief(ven)

ter kennis bracht aan [slachtoffer AJ], [slachtoffer AG] en/of [slachtoffer AK] (o.a. pv zaak 3

blz 68-69), in elk geval een persoon

en bestaande die valsheid of vervalsing - zakelijk weergegeven- hierin da in

de genoemde overeenkomst(en) en/of brief/ven was vermeld dat een/het

(ingelegde) geldbedrag is geinvesteerd/belegd, terwijl in werkelijkheid deze

investering/belegging niet is gedaan;

zulks terwijl hij, verdachte, tezamen en in vereniging met een ander of

anderen, althans alleen, tot bovenomschreven strafba(a)r(e) feit(en) opdracht

heeft gegeven, althans feitelijke leiding heeft gegeven aan bovenomschreven

verboden gedraging(en);

[proces-verbaal zaak 3: N.V. Capital Ground and Building Investment]

art 225 lid 2 Wetboek van Strafrecht

Taal- en/of schrijffouten

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten en/of kennelijke omissies voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Vrijspraak

Naar het oordeel van de rechtbank is niet wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 6 tenlastegelegde heeft begaan.

De tenlastelegging is zodanig gesteld dat verdachte zich als feitelijk leidinggevende schuldig zou hebben gemaakt aan het plegen van valsheid in geschrifte inzake investeringen bij NV Capital Ground and Building Investment, omdat in de overeenkomsten en/of brief met betrekking tot de in de ten laste legging genoemde benadeelden is vermeld dat het door hen ingelegde geld is geïnvesteerd/belegd, terwijl in werkelijkheid die investering/belegging niet zou zijn geschied.

Weliswaar staat in de geschriften in strijd met de waarheid vermeld dat de NV eigenaar is van het beleggingsobject aan het Beatrixpark te Winterswijk, maar op die onwaarheid heeft de opsteller van de tenlastelegging kennelijk niet het oog gehad. Gelet hierop en mede in aanmerking genomen dat, al dan niet via een gelieerde vennootschap, daadwerkelijk in onroerend goed is geïnvesteerd, dient vrijspraak te volgen.

Bewezenverklaring

Door en namens verdachte is ten aanzien van het onder 1 ten laste gelegde aangevoerd dat verdachte nimmer het oogmerk heeft gehad om de personen die gelden hebben ingelegd in Eco Brasil BV te benadelen. Verder is aangevoerd dat er onder leiding van verdachte op geen enkel moment sprake is geweest van het gebruik van listige kunstgrepen of van een samenweefsel van verdichtsels om personen te bewegen tot het inleggen van geldbedragen en dat verdachte niet verantwoordelijk kan worden gehouden voor hetgeen [medeverdachte B] en [medeverdachte A] na overname van Eco Brasil BV hebben gedaan.

De rechtbank verwerpt dit verweer en overweegt daartoe het volgende.

In de periode vanaf het oprichten door verdachte van Eco Brasil BV tot het moment dat verdachte de besloten vennootschap heeft verkocht zijn er gelden aangetrokken, waarbij aan beleggers toezeggingen zijn gedaan die niet zijn nagekomen. De suggestie is gewekt dat er een plan was uitgewerkt en dat er een infrastructuur voorhanden was om met de ingelegde gelden direct tot bosbouw in Brazilië over te kunnen gaan. Dit werd nog versterkt door de suggestie dat er al rendement werd uitgekeerd uit inkomsten die met de bosbouw werden gerealiseerd.

Ook de duur van de periode van de aangeboden beleggingen versterkte die suggestie. Er was ondermeer sprake van het aanbieden van beleggingen voor korte duur en het toezeggen van het uitbetalen van slotrendementen na die relatief korte periode. Daarmee werd de veronderstelling gewekt dat er sprake was van het bezit van grond met een kaprijpe houtopstand. Bij een niet kaprijpe houtopstand zou immers na afloop van de periode van die kortdurende belegging niet kunnen worden overgegaan tot het uitkeren van een slotrendement.

De investering die door Eco Brasil BV heeft plaatsgevonden betrof slechts een gering deel van het ingelegde geld. Daarmee zijn gronden aangekocht, maar niet is gebleken, dat het voor het daadwerkelijk kappen van bomen en het zagen en afvoeren van hout nodige materiaal was aangeschaft.

Verdachte heeft erkend, dat er geen houtkap heeft plaatsgevonden en dat geen inkomsten werden verworven.

In de periode waarin verdachte in 2000 weer de leiding van Eco Brasil BV op zich heeft genomen, is er evenmin enige concrete inspanning geleverd om rendement te behalen uit de in Brazilië geïnvesteerde gelden. Verdachte zette het beleid gewoon voort.

Gezien de bedragen die aan inleggelden zijn binnengehaald, het slechts marginale deel dat daarvan is aangewend voor het doel dat aan de beleggers is voorgehouden en gezien de

feitelijke besteding van de ingebrachte gelden, konden nimmer rendementen worden verkregen zoals aan de beleggers was voorgehouden.

Naar het oordeel van de rechtbank heeft verdachte als leidinggevende doelbewust in strijd gehandeld met de met de beleggers aangegane verplichting om met de ingelegde gelden rendementen te realiseren en aan de inleggers uit te betalen. Van betekenis is daarbij dat verdachte heeft erkend dat slechts tot betaling van rendement kon worden overgegaan uit de inleg van nieuwe participanten.

Ten aanzien van het onder 2 ten laste gelegde heeft de raadsman - kort samengevat - aangevoerd dat de Wet toezicht kredietwezen 1992 zich richt op bedrijven die kredieten verstrekken. In dit geval was er sprake van bedrijfsmatig aantrekken van gelden van derden ter investering in producten die door de onderneming werden aangeboden. Er was geen sprake van opvorderbare gelden. Een vergunning was niet nodig.

De rechtbank verwerpt het verweer.

De wetsgeschiedenis van artikel 82 van de Wet toezicht kredietwezen 1992 bevat geen aanwijzing dat de wetgever onder de omschrijving “opvorderbare gelden” iets anders wilde begrijpen dan wat het algemeen spraakgebruik eronder verstaat. De Hoge Raad heeft in zijn arrest van 18 april 2006 ( NJ 2006, 276) geoordeeld dat het artikel zich tot een ieder richt.

De raadsman heeft ten aanzien van feit 2 subsidiair aangevoerd dat overtreding niet opzettelijk heeft plaatsgevonden en dat verdachte dient te worden vrijgesproken dan wel dient te worden ontslagen van alle rechtsvervolging. Hij heeft daartoe aangevoerd dat er accountants en advocaten zijn geraadpleegd en dat die van mening waren dat geen vergunningen waren vereist om gelden aan te trekken.

De rechtbank is van oordeel dat de feitelijke grondslag van het verweer niet aannemelijk is geworden. Uit het onderzoek is naar voren gekomen, dat over het inwinnen van advies door verdachte tegenstrijdig is verklaard. Verdachte heeft ten overstaan van de FIOD verklaard, dat [medeverdachte B] verantwoordelijk was voor het al dan niet hebben van een vergunning. Deze had hem meegedeeld, dat een vergunning niet was vereist. [medeverdachte B] heeft bij de FIOD verklaard, dat hij advies had ingewonnen bij Nederlandsche Bank.

Ter zitting heeft verdachte verklaard, dat hierover advies is ingewonnen bij accountants en advocaten.

Daarnaast geldt, dat een beroep op verschoonbare rechtsdwaling (in beginsel) niet kan worden gebaseerd op een handelen naar aanleiding van adviezen van een accountant en/of een advocaat. Verdachte had zich in de bedrijfsvoering voor informatie en/of advies kunnen en moeten wenden tot de terzake bevoegde autoriteiten.

Ten aanzien van de conclusie van de raadsman dat het ontbreken van de opzet zou dienen te leiden tot vrijspraak dan wel ontslag van alle rechtsvervolging merkt de rechtbank op dat uit

artikel 2 van de Wet op de economische delicten volgt dat de in artikel 1 onder 1 en 2 van die wet genoemde economische delicten misdrijven zijn indien zij opzettelijk zijn begaan. Voor zover zij geen misdrijven zijn, zijn zij overtredingen. Het ontbreken van de opzet zou dus

niet zonder meer leiden tot het door raadsman beoogde gevolg.

Ten aanzien van feit 4 heeft de raadsman aangevoerd dat is getracht om aan de vereisten van de AFM te voldoen, daar vóór aanvang van het project juridisch advies is ingewonnen, maar dat daarbij de Wet toezicht effectenverkeer 1995 over het hoofd is gezien.

De rechtbank verwerpt het verweer op gronden zoals deze hiervoor ten aanzien van het onder 2 ten laste gelegde feit zijn uiteengezet. Ter aanvulling overweegt de rechtbank nog dat, op het moment dat er van de zijde van de AFM met de NV Capital Ground and Building Investement is begonnen te corresponderen om meer duidelijkheid te verkrijgen over de financiële producten van de NV, van de zijde van de NV in de richting van de AFM is verzwegen dat meer dan alleen appartementsrechten door haar werden verkocht.

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 primair, 2 primair, 3, 4 primair, en 5 primair ten laste gelegde heeft begaan, te weten dat:

1.

dat Eco Brasil BV op tijdstippen in de periode van 1 mei 1998 tot en met 2 oktober 2003 in de gemeente(n) Groenlo en/of Winterswijk en/of elders in Nederland, telkens met het oogmerk om zich of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, de hieronder genoemde personen, en andere personen (hierna te noemen "beleggers"), heeft bewogen tot de afgifte van een hieronder genoemde hoeveelheid geld, althans een geldbedrag en/of tot het aangaan van een schuld, hierin bestaande dat Eco Brasil BV telkens met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven – opzettelijk valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid

-heeft voorgewend dat de door Eco Brasil BV ontvangen gelden van de beleggers zouden worden belegd in bosbouw en/of in onroerend goed en/of (die) bosbouw, (dat) onroerend goed in eigendom had

-zich heeft voorgedaan als een legale en/of solide beleggingsinstelling, en

-middels contracten en/of overeenkomsten het recht van vruchtgebruik op geplante en/of in de toekomst te planten bomen verleend en overdragen aan kopers,

-(maandelijkse) (beleggings)rendementen, lagere, gunstigere (woon)lasten en/of

hypothecaire zekerheid en/of teruggaaf van het ingelegde geld aangeboden en/of gegarandeerd;

waardoor de beleggers werden bewogen tot bovengenoemde afgifte en/of aangaan van een schuld,

zulks terwijl hij, verdachte, in de periode van 1 mei 1998 tot 16 november 2000 tezamen en in vereniging met een ander of anderen feitelijke leiding heeft gegeven aan bovenomschreven verboden gedragingen;

ter zake van Eco Brasil BV zijn de onderstaande personen bewogen tot afgifte van geld

en/of tot het aangaan van een schuld:

Aangifte Naam: Ingelegd geldbedrag: Periode van inleg:

nr.: (in € en afgerond)

- A001 [slachtoffer A] 5.100,- in december 2002;

- A002 [slachtoffer B] 102.506,- in maart 2003;

- A005 [slachtoffer C] 36.754,- in oktober, november en

december 2002;

- A006 [slachtoffer D] 15.000,- in juni 2002;

- A022 [slachtoffer E] 29.496,- in maart 2002;

- A028 [slachtoffer F] 49.462,- in mei 2000 en juli 2001;

- A029 [slachtoffer G] 36.666,- in november 2000 en oktober

2001;

- A030 [slachtoffer H] 68.067,- in mei 1999;

- A036 [slachtoffer I] 22.689,- in 2001;

- A038 [slachtoffer J] 43.109,- in april 2000 en oktober

2001;

- A041 [slachtoffer K] 22.689,- in juli 2000;

- A046 [slachtoffer L] 15.882,- in oktober 1998 en februari

2000;

- A049 [slachtoffer M] 82.550,- in juli 2002 en februari

2003;

- A050 [slachtoffer N] 11.344,- in februari 2001;

- A053 [slachtoffer O] 23.179,- in augustus 1999 en januari

2002;

- A065B [slachtoffer P] 58.991,- in december 1999 en

augustus 2000;

- A065C [slachtoffer Q] 63.529,- in juni 2000 en juli 2001;

- A067 [slachtoffer R] 31.764,- in november 1999 en juni

2000;

- A074 [slachtoffer S] 34.033,- in oktober 1999 en mei 2000;

- A078 [slachtoffer T] 27.174,- in november 1999 en april

2002;

- A079 [slachtoffer U] 73.512,- in juli 1999 en maart 2001;

- A086 [slachtoffer V] 145.323,- in juni 1998 en mei en juli

2000;

- A089 [slachtoffer W] 45.378,- in augustus 2000;

- A095 [slachtoffer X] 42.689,- in oktober 2000 en juni

2002;

- A098 [slachtoffer Y] 47.190,- in september 1998, januari

en augustus 1999, september

2001 en september 2002;

- A102 [slachtoffer Z] 11.345,- in februari 2003;

- A105 [slachtoffer AA] 11.344,- in augustus 1999;

- A126 [slachtoffer AB] 128.947,- in augustus 1998, oktober

en november 2000 en in

september en oktober 2002;

- A127 [slachtoffer AC] 95.746,- in augustus, september,

oktober 1998 en februari

1999 en in oktober 2002;

- A129 [slachtoffer AD] 340.335,- in mei 1999;

- A135 [slachtoffer AE] 22.689,- in november 2001;

- A136 [slachtoffer AF] 102.099,- in augustus 1999, september

2000 en in januari 2002;

- A137 [slachtoffer AG] 111.675,- in februari en september

1999 en februari 2003;

- A146 [slachtoffer AH] 2.722,- in oktober 1999;

- A156 [slachtoffer AI] 72.309,- in augustus 1999 en maart,

november 2002;

- A168 [slachtoffer AJ] 9.075,- in juni 2000.

2.

dat Eco Brasil BV op tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 mei 1998 tot en met

2 oktober 2003 in de gemeente(n) Groenlo en/of Winterswijk en/of elders in Nederland, telkens opzettelijk bedrijfsmatig, al dan niet op termijn opvorderbare gelden, van het publiek heeft aangetrokken, ter beschikking heeft gekregen en ter beschikking heeft gehad,

zulks terwijl hij, verdachte, in de periode van 1 mei 1998 tot 16 november 2000 tezamen en in vereniging met een ander of anderen, feitelijke leiding heeft gegeven aan bovenomschreven verboden gedragingen;

3.

hij op één of meer tijdstippen in de periode van 1 mei 1998 tot en met 2 oktober 2003 in de gemeente(n) Groenlo en/of Winterswijk en/of elders in Nederland, opzettelijk heeft deelgenomen aan een organisatie bestaande uit [medeverdachte A] en/of [medeverdachte B] en/of Eco Brasil BV en/of een of meer andere rechts- en/of natuurlijke perso(o)n(en), welke organisatie tot oogmerk had het plegen van -zakelijk weergegeven-:

-oplichting van beleggers, en

-het opzettelijk zonder vergunning bedrijfsmatig aantrekken van al dan niet op

termijn opvorderbare gelden van het publiek,

zulks terwijl verdachte in de periode van 1 mei 1998 tot 16 november 2000 oprichter, leider en/of bestuurder van genoemde organisatie was;

4.

dat N.V. Capital Ground and Building Investment op tijdstippen in de periode van

1 november 2000 tot en met 14 april 2004 in de gemeente(n) Winterswijk en/of

Arnhem en/of elders in Nederland, telkens opzettelijk buiten een besloten kring bij uitgifte

effecten, te weten beleggings- en/of investeringsproducten in onroerend goed, heeft aangeboden, danwel zodanige aanbieding via advertentie en/of documenten in het vooruitzicht heeft gesteld aan onder meer [slachtoffer AG], [slachtoffer AI], [slachtoffer V], [slachtoffer AJ], [slachtoffer AK] en [slachtoffer AE], zulks terwijl hij, verdachte, in de periode van tezamen en in vereniging met een ander of anderen feitelijke leiding heeft gegeven aan bovenomschreven verboden gedragingen;

5.

dat N.V. Capital Ground and Building Investment op tijdstippen in de periode van

1 november 2000 tot en met 14 april 2004 in de gemeente(n) Winterswijk en/of Arnhem en/of elders in Nederland, telkens opzettelijk bedrijfsmatig, al dan niet op termijn opvorderbare gelden, van het publiek heeft aangetrokken, ter beschikking heeft gekregen en ter beschikking heeft gehad,

zulks terwijl hij, verdachte, tezamen en in vereniging met een ander of anderen feitelijke leiding heeft gegeven aan bovenomschreven verboden gedragingen;

Nadere bewijsoverweging.

Door en namens verdachte is aangevoerd dat verdachte door het verkopen van Eco Brasil BV met ingang van december 1999 niet meer betrokken is geweest bij Eco Brasil BV en dat hij daarom niet verantwoordelijk kan worden gehouden voor eventuele strafbare feiten die ná december 1999 door deze rechtspersoon zijn gepleegd.

De rechtbank heeft in de onder 1 tot en met 3 bewezen geachte feiten wat het feitelijk leidinggeven door verdachte betreft, telkens de pleegperiode 1 mei 1998 tot 16 november 2000 bewezen verklaard. Hoewel verdachte ter terechtzitting heeft aangevoerd dat hij vanaf december 1999 niet meer bij de vennootschap betrokken was, blijkt uit de bewijsmiddelen dat verdachte tot ten minste 16 november 2000 bij Eco Brasil betrokken is geweest. Van belang hierbij is dat, zoals naar voren komt uit het verslag van de aandeelhoudersvergadering van 14 november 2000, dat aan verdachte met ingang van 16 november 2000 als directeur eervol ontslag is verleend.

Vrijspraak van het meer of anders tenlastegelegde

Wat meer of anders is ten las-te gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. De verdachte behoort daarvan te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezene levert op de misdrijven:

1. primair:

- oplichting, meermalen gepleegd door een rechtspersoon, terwijl verdachte feitelijke leiding heeft gegeven aan de verboden gedragingen;

en

- oplichting, meermalen gepleegd door een rechtspersoon, terwijl verdachte tezamen en in vereniging met een ander of anderen feitelijke leiding heeft gegeven aan de verboden gedragingen;

2. primair:

- overtreding van een voorschrift gesteld bij artikel 82, eerste lid, van de Wet toezicht kredietwezen 1992, opzettelijk begaan door een rechtspersoon, meermalen gepleegd, terwijl verdachte feitelijke leiding heeft gegeven aan de verboden gedragingen;

en

- overtreding van een voorschrift gesteld bij artikel 82, eerste lid, van de Wet toezicht kredietwezen 1992, opzettelijk begaan door een rechtspersoon, meermalen gepleegd, terwijl verdachte tezamen en in vereniging met een ander of anderen feitelijke leiding heeft gegeven aan de verboden gedragingen;

3.

deelnemen aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven, terwijl verdachte oprichter, leider en bestuurder is geweest.

4. primair:

- overtreding van een voorschrift gesteld bij artikel 3 van de Wet toezicht effectenverkeer 1995, opzettelijk begaan door een rechtspersoon, meermalen gepleegd, terwijl verdachte tezamen en in vereniging met een ander feitelijke leiding heeft gegeven aan de verboden gedragingen;

5. primair:

- overtreding van een voorschrift gesteld bij artikel 82, eerste lid, van de Wet toezicht kredietwezen 1992, opzettelijk begaan door een rechtspersoon, meermalen gepleegd, terwijl verdachte tezamen en in vereniging met een ander of anderen feitelijke leiding heeft gegeven aan de verboden gedragingen.

Strafbaarheid van de verdachte

Het namens verdachte gevoerde verweer dat hij terzake van feit 2 dient te worden ontslagen van alle rechtsvervolging wordt verworpen op de gronden, zoals die voor de bewezen verklaarde feiten met betrekking dit feit staan vermeld.

Verdachte is strafbaar, nu ook overigens geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

Oplegging van straf en/of maatregel

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie (zie voor de inhoud van de vordering bijlage I).

De rechtbank acht na te melden strafoplegging in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

De rechtbank heeft bij de straftoemeting in het bijzonder in aanmerking genomen - en vindt daarin de redenen die tot de keuze van een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf van na te melden duur leiden – dat verdachte leiding heeft gegeven aan criminele organisaties, die onder meer het oogmerk hadden om oplichting te plegen. Op geraffineerde wijze is (mede) onder leiding

van verdachte gedurende een lange periode stelselmatig geld van niets vermoedende slachtoffers afhandig gemaakt. Door voormelde organisaties is geld onttrokken aan het publiek door het voor te houden dat hoge rendementen konden worden behaald door te investeren in bosbouw in Brazilië en in onroerend goed. Slechts een gering deel van de ingelegde gelden is daadwerkelijk geïnvesteerd. Het resterende gedeelte is aangewend voor andere doeleinden, ondermeer ten eigen bate van verdachte.

De investeringen die wel zijn gedaan hadden nimmer kunnen leiden tot het uitbetalen van de rendementen die waren toegezegd.

De rendementsuitkeringen werden uitsluitend gedaan uit de inleggelden van nieuwe participanten en niet uit door investeringen verkregen inkomsten. Verdachte en zijn organisaties hebben daarmee het vertrouwen dat beleggers in hen hadden gesteld ernstig beschaamd. Verdachte heeft zich kennelijk laten leiden door snel financieel gewin en het voeren van een luxueuze levensstijl. Inleggers zijn zelfs verleid nog hogere hypothecaire schulden aan te gaan dan zij al hadden. Door de handelwijze van verdachte zullen zij nog jaren met de nadelige financiële gevolgen daarvan worden geconfronteerd.

De rechtbank rekent verdachte nog aan, dat hij na het beëindigen van zijn activiteiten ten behoeve van Eco Brasil BV met een andere vennootschap is voortgegaan met het verrichten van vergelijkbare gedragingen.

Daarnaast neemt de rechtbank in aanmerking dat verdachte op geen enkele wijze tot uiting heeft gebracht dat hij de strafwaardigheid van zijn handelen inziet. Verdachte schuift ten aanzien van Eco Brasil BV de schuld af naar [medeverdachte B] en [medeverdachte A], stellende dat er in de periode waarin hij leiding heeft gegeven er geen strafbare gedragingen zijn verricht. Met betrekking tot NV Capital Ground and Building Investment schuift hij de schuld af op de FIOD, stellende dat hij slechts door het ingrijpen van de FIOD niet meer aan zijn betalingsverplichtingen jegens de benadeelden kon voldoen.

De rechtbank houdt daarnaast rekening met de omstandigheid dat zij ten aanzien van de onder 1, 2 en 3 bewezen verklaarde feiten komt bewezenverklaring van een beperktere delictsperiode komt dan de officier van justitie en dat verdachte wordt vrijgesproken van feit 6, waardoor de op te leggen straf lager zal zijn dan door de officier van justitie is gevorderd.

De rechtbank houdt er voorts rekening mee dat verdachte eerder met politie en justitie in aanraking is geweest en is veroordeeld voor feitelijk leiding geven aan fraude.

Vordering tot schadevergoeding

De volgende benadeelde partijen hebben zich met een vordering tot schadevergoeding gevoegd in het strafproces.

Ten aanzien van het onder 1 ten laste gelegde:

[slachtoffer AD] € 860.000,--

[slachtoffer X] € 51.346,99

[slachtoffer H] € 76.235,04

[slachtoffer I] € 19.613,09

[slachtoffer J] € 43.109,11

[slachtoffer K] € 22.689,--

[slachtoffer L] € 4.537,80

[slachtoffer M] € 86.235,60

[slachtoffer O] € 23.180,80

[slachtoffer P] geen bedrag vermeld

[slachtoffer Q] € 45.518,42

[slachtoffer R] € 24.716,--

[slachtoffer S] € 34.033,--

[slachtoffer U] € 73.512,--

[slachtoffer T] € 24.874,--

[slachtoffer W] € 50.797,75

[slachtoffer Y] € 47.190,--

[slachtoffer AB] € 13.849,48

[slachtoffer AE] € 25.184,--

[slachtoffer AF] € 66.744,42

[slachtoffer AH] € 12.022,--

[slachtoffer AI] € 76.187,--

[slachtoffer AJ] € 5.909,--

[slachtoffer G] € 36.665,83

[slachtoffer E] € 26.650,81

[slachtoffer C] € 36.754,--

[slachtoffer B] € 105.376,25

[slachtoffer A] € 5.100,--

Ten aanzien van het onder 4 ten laste gelegde:

[slachtoffer V] € 145.323,--

De officier van justitie heeft primair verzocht de vorderingen toe te wijzen - rekening

houdend met de door de FIOD-ECD vastgestelde terugbetalingen - vermeerderd met de wettelijke rente. Verder heeft de officier van justitie verzocht de schadevergoedingsmaatregel als bedoeld in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht op te leggen met vervangende hechtenis indien de verdachte niet aan de maatregel voldoet. Voor zover de rechtbank zich op het standpunt mocht stellen dat de vorderingen ter verificatie bij de curator moeten worden ingediend, heeft de officier van justitie subsidiair verzocht alleen de schadevergoedingsmaatregel ex artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht op te leggen.

De raadsman van verdachte heeft aangevoerd dat, indien de rechtbank zou komen tot enige bewezen verklaring, de vorderingen van de benadeelde partijen afgewezen dienen te worden dan wel niet-ontvankelijk dienen te worden verklaard daar verdachte failliet is verklaard. Verder heeft de raadsman op gronden als vermeld in de pleitnotitie aangevoerd dat de vorderingen niet zo eenvoudig van aard zijn dat zij zich lenen voor behandeling in het kader van de strafzaak.

De rechtbank heeft vastgesteld dat de vorderingen zijn gebaseerd op overeenkomsten die de benadeelde partijen hebben gesloten met naderhand gefailleerde BV’s. Ingevolge artikel 26 van de Faillissementswet kunnen rechtsvorderingen, die voldoening van een verbintenis uit de boedel ten doel hebben, gedurende het faillissement tegen de gefailleerde op geen andere wijze worden ingesteld dan door het ter verificatie indienen bij de curator.

Een bestuurder van een vennootschap kan persoonlijk aansprakelijk worden gesteld voor de schade die het gevolg is van handelen door de vennootschappen waarvoor die vennootschappen naar burgerlijk recht aansprakelijk zijn. De rechtbank heeft bewezen verklaard, dat verdachte feitelijke leiding heeft gegeven aan strafbare gedragingen van de failliete vennootschappen.

Nu verdachte ook persoonlijk failliet is verklaard, dienen de benadeelde partijen naar het oordeel van de rechtbank hun vorderingen eveneens in te dienen bij de curator.

De rechtbank zal de benadeelde partijen niet ontvankelijk verklaren in hun vorderingen.

Nu niet alle benadeelden zich in dit strafproces hebben gevoegd, zal de rechtbank ter voorkoming van een mogelijk ongelijke behandeling van de benadeelden/crediteuren niet de schadevergoedingsmaatregel ex artikel 36f van het Wetboek van strafrecht aan verdachte opleggen.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Deze strafoplegging is gegrond op de artikelen:

- 1, 10, 27, 47, 51, 57, 63, 91, 140 en 326 van het Wetboek van Strafrecht;

- 1, 2 en 6 van de Wet op de economische delicten;

- 82 van de Wet toezicht kredietwezen 1992;

- 3 van de Wet toezicht effectenverkeer 1995.

Beslissing

De rechtbank beslist als volgt.

Verklaart niet bewezen, dat verdachte het onder 6 tenlastegelegde heeft begaan en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart, zoals hiervoor overwogen, bewezen dat verdachte het 1 primair, 2 primair, 3, 4 primair, en 5 primair tenlastegelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart verdachte strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van vier jaren.

Beveelt, dat de tijd, door veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht.

Verklaart de benadeelde partijen:

[slachtoffer AD], [slachtoffer X], [slachtoffer H], [slachtoffer I], [slachtoffer J], [slachtoffer K], [slachtoffer L], [slachtoffer M], [slachtoffer O],

[slachtoffer P], [slachtoffer Q], [slachtoffer R], [slachtoffer S],

[slachtoffer U], [slachtoffer T], [slachtoffer W], [slachtoffer Y], [slachtoffer AB], [slachtoffer AE], [slachtoffer AF], [slachtoffer AH], [slachtoffer AI], [slachtoffer AJ], [slachtoffer G], [slachtoffer E],

[slachtoffer C], [slachtoffer B], [slachtoffer A] en [slachtoffer V]

niet-ontvankelijk in hun vorderingen.

Aldus gewezen door mrs. Elders, voorzitter, Van Lookeren Campagne en Van Baaren, rechters, in tegenwoordigheid van Jansen, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 18 oktober 2006.