Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZUT:2006:AZ0096

Instantie
Rechtbank Zutphen
Datum uitspraak
10-10-2006
Datum publicatie
13-10-2006
Zaaknummer
06/922018-04
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Voorwardelijk gevangenisstraf en taakstraf voor oplichting.

Verdachtte heeft gedurende langere tijd opzettelijk bedrijfsmatig op termijn opvorderbare gelden van het publiek aangetrokken en ter beschikking gehad, tegen onwaarschijnlijk hoge rentepercentages.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZUTPHEN

Sector Straf

Meervoudige kamer

Parketnummer: 06/922018-04

Uitspraak d.d.: 10 oktober 2006

Tegenspraak / dip

In de zaak tegen:

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] 1933 te [plaats],

wonende te [adres].

Onderzoek van de zaak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 26 september 2006.

Ter zitting gegeven beslissing

De rechtbank heeft het preliminaire verweer van de raadsman, strekkende tot de niet-ontvankelijk verklaring van het openbaar ministerie in verband met overschrijding van de redelijke termijn, verworpen.

De tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

hij, al dan niet handelende onder de naam [bedrijf A] en/of [bedrijf B], in de periode van 1 januari 2002 tot en met 30 januari 2004, te Ermelo, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal, (telkens) al dan niet opzettelijk

bedrijfsmatig al dan niet op termijn opvorderbare gelden van het publiek heeft aangetrokken en/of heeft doen aantrekken en/of ter beschikking heeft gehad en/of ter beschikking heeft doen hebben, dan wel in enigerlei vorm heeft bemiddeld en/of heeft doen bemiddelen terzake van het bedrijfsmatig van het publiek aantrekken en/of ter beschikking verkrijgen van al dan niet op termijn opvorderbare gelden, onder meer van de navolgende personen voor de navolgende bedragen:

1. [medeverdachte A] voor een bedrag van 15.000 Euro en/of een of meergeldbedrag(en)

(zie dossier bijlage AH15-D-031-03);

2. [medeverdachte B] en/of [medeverdachte D] voor een bedrag van 25.000 Euro en/of een of meer ander(e) geldbedrag(en)

(zie dossier bijlage AH18-D-003);

3. [medeverdachte C] en/of [medeverdachte C] voor een bedrag van 1.000 Euro en/of een of meer ander(e) geldbedrag(en)

(zie dossier bijlage AH15-D-030-16);

4. [medeverdachte D] en/of [medeverdachte D] voor een bedrag van 15.000 Euro en/of een of meer andere(e) geldbedrag(en)

(zie dossier bijlage AH15-d-030-15);

5. [medeverdachte E] voor een bedrag van 41.600 euro en/of een of meer ander(e) geldbedrag(en)

(zie dossier bijlagen AH15-D-030-10 en AH15-D-030-11);

6. [medeverdachte F] en/of [medeverdachte F] voor een bedrag van 8.000 Euro en/of een of meer ander(e) geldbedrag(en)

(zie dossier bijlage AH15-D-029-08);

7. [medeverdachte G] en/of [medeverdachte G] voor een bedrag van 20.000 Euro en/of een of meer ander(e) geldbedrag(en)

(zie dossier bijlage AH15-D-029-05).

2.

hij, al dan niet handelende onder de naam [bedrijf A] en/of [bedrijf B], in de periode 1 januari 2002 tot en met 31 december 2003, te Ermelo en/of Mijdrecht en/of Hoorn en/of Dieren, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer andere(n), althans alleen, meermalen, althans eenmaal, (telkens) met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [bedrijf C] en/of [bedrijf D] en/of [bedrijf E] heeft bewogen tot de afgifte van een of meer geldbedragen, in elk geval van enig goed, te weten een door dat bedrijf/die bedrijven geplaatste advertentie en/of het aangaan van een schuld, te weten een of meer geldleningsovereenkomst(en), in ieder geval enige burgerrechtelijke overeenkomst, te weten een overeenkomst tot het plaatsen van een advertentie, hebbende hij, verdachte, met vorenomschreven oogmerk (telkens) – zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid zich aan (vertegenwoordigers van) voormelde bedrijven heeft gepresenteerd als zijnde een kredietwaardige en/of betrouwbare opdrachtgever, waardoor [bedrijf C] en/of [bedrijf D] en/of [bedrijf E] werd bewogen tot bovenomschreven afgifte en/of het aangaan van bovengenoemde schuld.

ALTHANS, dat

Hij, al dan niet handelende onder de naam [bedrijf A] en/of [bedrijf B], in de periode 1 januari 2002 tot en met 31 december 2003, te Ermelo en/of Mijdrecht en/of Hoorn en/of Dieren, althans in Nederland tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen een beroep of een gewoonte heeft gemaakt van het kopen van goederen, te weten advertenties in (regionale) bladen, te weten [blad A] en/of [blad B] en/of [blad C] en/of [blad D] en/of [blad E], met het oogmerk om zonder volledige betaling zich en/of (een) ander(en) de

beschikking over die goederen, te weten advertenties in voornoemde bladen te verzekeren.

3.

hij, al dan niet handelende onder de naam [bedrijf A] en/of [bedrijf B], in de periode van 1 januari 2002 tot en met 31 december 2003, te Ermelo, althans te Nederland, (telkens) met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [medeverdachte A], en/of [medeverdachte B] en/of [medeverdachte B], en/of [medeverdachte C] en/of [medeverdachte C], en/of [medeverdachte D] en/of [medeverdachte D], en/of [medeverdachte E], en/of [medeverdachte F] en/of [medeverdachte F], en/of [medeverdachte G] en/of [medeverdachte G], heeft bewogen tot de afgifte van een of meer geldbedragen, in elk geval van enig goed, en/of het aangaan van een schuld, te weten een of meer geldleningsovereenkomst(en), onder meer inhoudende de verplichting giraal dan wel chartaal een of meer geldbedragen aan verdachte(n) ter beschikking te stellen, in elk geval enige burgerrechtelijke overeenkomst, hebbende hij, verdachte, met vorenomschreven oogmerk (telkens) – zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid

- zich aan het publiek gepresenteerd middels advertenties in (regionale) bladen als vertegenwoordigde hij, verdachte en/of zijn mededader(s) een in Nederland gevestigde [bedrijf F] en/of [bedrijf A] en/of een internationaal bedrijf met een Nederlands filiaal en/of de Nederlandse Studiegroep en/of notaris [notaris] te [land], althans wordt zijn naam in de bedoelde advertentie(s) genoemd;

- in de bedoelde advertentie(s) zelf bedachte en/of verzonnen (hoge) percentages en/of rendementen genoemd;

- in de bedoelde advertentie(s) genoemd dat er een percentage en/of rendement van 0,5% was bestemd voor een goed doel naar keuze;

en/of

- (vervolgens) aan het (aldus) benaderde publiek het navolgende voorgespiegeld, althans voorgehouden:

a. dat er financieel voordeel behaald zou kunnen worden door middels

hem, verdachte en/of zijn mededader(s), geld te investeren en/of te

beleggen in een (niet nader gedefinieerd of omschreven) project en/of

programma;

b. dat (daarna) die (aldus) ter beschikking gekomen geldbedragen aan

hem, verdachte en/of zijn mededader(s), ter beschikking zouden worden

gesteld, waarna deze door hem, verdachte en/of zijn mededader(s),

zouden worden belegd, althans geïnvesteerd;

en/of

- (vervolgens) aan de/het geïnteresseerde (leden van het) publiek het navolgende is voorgespiegeld, althans voorgehouden:

a. dat het voorgehouden rendementspercentage vast en gegarandeerd is;

b. dat aan het einde van de looptijd van de overeenkomst de

terugbetaling van de uitgeleende, althans ter beschikking gestelde

gelden gegarandeerd is;

waardoor een of meer personen werd(en) bewogen tot bovenomschreven afgifte en/of het aangaan van bovenomschreven schuld.

ALTHANS, dat

hij, al dan niet handelend onder de naam [bedrijf A] en/of [bedrijf B], in de periode van 1 januari 2002 tot en met 31 december 2003, te Ermelo, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, (telkens) opzettelijk een of meer geldbedragen, in elk geval enig goed,

welk(e) geldbedrag(en), althans goed(eren) geheel of ten dele toebehorende aan [medeverdachte A], en/of [medeverdachte B] en/of [medeverdachte B], en/of [medeverdachte C] en/of [medeverdachte C], en/of [medeverdachte D] en/of [medeverdachte D], en/of [medeverdachte E], en/of [medeverdachte F] en/of [medeverdachte F], en/of [medeverdachte G] en/of [medeverdachte G], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, welk(e) geldbedrag(en) en/of goed(eren) verdachte anders dan door misdrijf, te

weten ingevolge een of meerdere geldleningsovereenkomst(en), althans een of meerdere burgerrechtelijke overeenkomst(en), onder zich had, zich wederrechtelijk heeft toegeëigend.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten en/of kennelijke omissies voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1, 2 primair en 3 primair ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

1.

hij, al dan niet handelende onder de naam [bedrijf A] en/of [bedrijf B], in de periode van 1 januari 2002 tot en met 30 januari 2004, te Ermelo, althans in Nederland, meermalen, telkens opzettelijk bedrijfsmatig op termijn opvorderbare gelden van het publiek heeft aangetrokken en ter beschikking heeft gehad, onder meer van de navolgende personen voor de navolgende bedragen:

1. [medeverdachte A] voor een bedrag van 15.000 euro en/of een of meer geldbedrag(en);

2. [medeverdachte B] en/of [medeverdachte D] voor een bedrag van 25.000 euro en/of een of meer ander(e) geldbedrag(en);

3. [medeverdachte C] en/of [medeverdachte C] voor een bedrag van 1.000 euro en/of een of meer ander(e) geldbedrag(en);

4. [medeverdachte D] voor een bedrag van 15.000 euro en/of een of meer andere(e) geldbedrag(en);

5. [medeverdachte E] voor een bedrag van 41.600 euro en/of een of meer ander(e) geldbedrag(en);

6. [medeverdachte F] voor een bedrag van 8.000 euro en/of een of meer ander(e) geldbedrag(en);

7. [medeverdachte G] voor een bedrag van 20.000 euro en/of een of meer ander(e) geldbedrag(en);

2.

hij, in de periode 1 januari 2002 tot en met 31 december 2003, te Ermelo en/of Mijdrecht en/of Hoorn en/of Dieren, althans in Nederland, meermalen, telkens met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse hoedanigheid en door een samenweefsel van verdichtsels, [bedrijf C] en [bedrijf D] en [bedrijf E], heeft bewogen tot de afgifte van enig goed, te weten een door die bedrijven geplaatste advertentie en/of het aangaan van een burgerrechtelijke overeenkomst, te weten een overeenkomst tot het plaatsen van een advertentie,

hebbende hij, verdachte, met vorenomschreven oogmerk telkens – zakelijk weergegeven - valselijk en bedrieglijk en in strijd met de waarheid zich aan (vertegenwoordigers van) voormelde bedrijven gepresenteerd als zijnde een kredietwaardige en betrouwbare opdrachtgever, waardoor [bedrijf C] en [bedrijf D] en [bedrijf E] werden bewogen tot bovenomschreven afgifte en/of het aangaan van bovengenoemde schuld;

3.

hij, al dan niet handelende onder de naam [bedrijf A] of [bedrijf B], in de periode van 1 januari 2002 tot en met 31 december 2003, te Ermelo, althans te Nederland, telkens met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en van een valse hoedanigheid en door een samenweefsel van verdichtsels, [medeverdachte A], en [medeverdachte B] en/of [medeverdachte B], en [medeverdachte C] en/of [medeverdachte C], en [medeverdachte D], en [medeverdachte E], en [medeverdachte F], en [medeverdachte G], heeft bewogen tot de afgifte van een of meer geldbedragen, hebbende hij, verdachte, met vorenomschreven oogmerk telkens – zakelijk weergegeven - valselijk en bedrieglijk en in strijd met de waarheid

- zich aan het publiek gepresenteerd middels advertenties in (regionale) bladen als vertegenwoordigde hij, een in Nederland gevestigde [bedrijf F] of [bedrijf A] of een internationaal bedrijf met een Nederlands filiaal of de Nederlandse Studiegroep,

of

in een of meer bedoelde advertentie(s) de naam van notaris [notaris] te [land] genoemd;

- in bedoelde advertenties zelf bedachte en/of verzonnen hoge percentages en/of rendementen genoemd;

- in bedoelde advertenties genoemd dat er een percentage en/of rendement van 0,5% was bestemd voor een goed doel naar keuze, en

- vervolgens aan het aldus benaderde publiek het navolgende voorgespiegeld, althans voorgehouden:

a. dat er financieel voordeel behaald zou kunnen worden door middels hem, verdachte, geld te investeren en/of te beleggen in een (niet nader gedefinieerd of omschreven) project of programma;

b. dat daarna die aldus ter beschikking gekomen geldbedragen aan hem, verdachte, ter beschikking zouden worden gesteld, waarna deze door hem, verdachte, zouden worden belegd, althans geïnvesteerd;

en

- vervolgens aan het publiek het navolgende voorgespiegeld, althans voorgehouden:

a. dat het voorgehouden rendementspercentage vast en gegarandeerd is;

b. dat aan het einde van de looptijd van de overeenkomst de terugbetaling van de uitgeleende, althans ter beschikking gestelde gelden gegarandeerd is;

waardoor personen werden bewogen tot bovenomschreven afgifte.

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. De verdachte behoort daarvan te worden vrijgesproken.

Bewijsoverweging

Door en namens de verdachte is terzake het onder 1 ten laste gelegde, het bedrijfsmatige karakter van het strafrechtelijk verwijt betwist.

De rechtbank overweegt dienaangaande dat de wijze waarop verdachte zijn laakbare activiteiten heeft ontplooid, met name de inhoud en het aantal van door hem geplaatste advertenties, de lange periode waarin het delict zich heeft afgespeeld alsmede het aantal personen van wie verdachte op termijn opvorderbare gelden heeft aangetrokken en het totale daarmee gemoeide bedrag ad ruim € 400.000,=, redelijkerwijs geen andere conclusie toelaten dan dat verdachte bedrijfsmatig heeft gehandeld.

Het namens verdachte gevoerde verweer ter zake van het onder 3 ten laste gelegde, namelijk dat niet van opzet sprake was, is ondermeer onderbouwd met het ter zitting overgelegde overzicht van door verdachte aan [naam] geleende gelden. De rechtbank wijst er hierbij echter op, dat in dat overzicht data worden vermeld die liggen na de data waarop verdachte gelden van anderen is begonnen te verwerven en derhalve niet kan dienen ter staving van verdachtes betoog dat, nadat hij bekend was geraakt met de hoge percentages die [naam] aan hem zou uitbetalen, dit zijn, verdachtes, richtsnoer zou zijn geweest voor de rentepercentages die hij zelf aanbood op leningen. Overigens stuit dit verweer af op de inhoud van de bewijsmiddelen. Hetzelfde geldt voor een soortgelijk verweer gevoerd ter zake van het onder 2 ten laste gelegde.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezene levert op de misdrijven:

- feit 1: overtreding van een voorschrift gesteld bij of krachtens artikel 82 van de Wet toezicht kredietwezen 1992, meermalen gepleegd;

- feit 2 primair: oplichting, meermalen gepleegd;

- feit 3 primair: oplichting, meermalen gepleegd.

Strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aanne-melijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

Oplegging van straf en/of maatregel

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie (zie voor de inhoud van de vordering bijlage I).

De rechtbank acht na te melden strafoplegging in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezen-verklaarde en de omstandigheden waar-onder dit is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander tijdens het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

De rechtbank heeft enerzijds in aanmerking genomen dat verdachte gedurende een lange periode op grote schaal misbruik heeft gemaakt van het vertrouwen van zijn slachtoffers en hen daardoor financieel heeft geschaad. Verdachte heeft daarbij de belangen van het publiek, die de Wet op het kredietwezen 1992 beoogt te beschermen, doelbewust terzijde geschoven en ondergeschikt gemaakt aan zijn eigen belangen. Verdachte heeft puur gehandeld voor zijn eigen gewin.

Anderzijds heeft de rechtbank in de strafmaat rekening gehouden met de tijd die is verstreken tussen de inverzekeringstelling van verdachte (20 januari 2004) en de dag van de uitspraak (heden), zijnde ruim 2 jaar en 8 maanden. De rechtbank zou ingeval er geen sprake zou zijn geweest van een overschrijding van de redelijke termijn, een (deels) onvoorwaardelijke gevangenisstraf hebben opgelegd, maar zal thans volstaan met het opleggen van na te noemen straf.

Toepasselijke wetsartikelen

De oplegging van straf is gegrond op de artikelen:

- 10, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 27, 57, 91 en 326 van het Wetboek van Strafrecht;

- 1, 2 en 6 van de Wet op de economische delicten;

- 82 van de Wet toezicht kredietwezen 1992.

Beslissing

De rechtbank beslist als volgt.

Verklaart, zoals hiervoor overwogen, bewezen dat verdachte het onder 1, 2 primair en 3 primair ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezenverklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte voor het bewezenverklaarde tot een gevangenisstraf voor de duur

van 3 (drie) maanden.

Bepaalt, dat de gevangenisstraf niet zal worden tenuitvoerge-legd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond dat veroor-deelde zich vóór het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Veroordeelt de verdachte tot de navolgende taakstraf, te weten een werkstraf gedurende 200 (tweehonderd) uren, met bevel dat indien deze straf niet naar behoren wordt verricht vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 100 (honderd) dagen.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van de werkstraf in verzekering is doorgebracht, bij de uitvoering van die straf in mindering wordt gebracht volgens de maatstaf dat voor de dagen in voorarrest doorgebracht 2 uur per dag in mindering wordt gebracht.

Aldus gewezen door mr. De Bie, voorzitter, mrs. Van der Hooft en Donker, rechters,

in tegenwoordigheid van Wiering, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting

van 10 oktober 2006.