Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZUT:2006:AY9255

Instantie
Rechtbank Zutphen
Datum uitspraak
29-09-2006
Datum publicatie
02-10-2006
Zaaknummer
06/551389-06
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De verdachte heeft met een tractor een shovel, door middel van een ketting, de weg over gesleept, terwijl er geen waarschuwingstekens waren aangebracht om overige weggebruikers erop te attenderen dat de shovel door de tractor werd gesleept, waardoor het slachtoffer de ketting niet (tijdig) heeft gezien en zij daar met haar personenauto tegen op gebotst is, waardoor zij lichamelijk letsel heeft bekomen. De rechtbank veroordeelt de verdachte tot een geldboete van € 750,00, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 15 dagen hechtenis en een ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 8 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren.

Wetsverwijzingen
Wegenverkeerswet 1994
Wegenverkeerswet 1994 6
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JWR 2006/92

Uitspraak

RECHTBANK ZUTPHEN

Sector Straf

Meervoudige kamer

Parketnummer: 06/551389-06

Uitspraak d.d.: 29 september 2006

Tegenspraak/ dnip

VERKORT VONNIS

in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren te [plaats] op [geboortedatum] 1939,

wonende te [adres en woonplaats].

Onderzoek van de zaak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 15 september 2006.

De tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 24 januari 2006 (op of omstreeks 17.32 uur) in de gemeente Berkelland, als bestuurder van een voertuig (tractor), daarmee heeft gereden op de weg, de niet nader aangeduide toegangsweg naar de perce(e)l(en) 59 en/of 61 van de Diepenheimseweg, althans een weg, terwijl de omstandigheden als

volgt waren;

- het was donker en/of

- hij -verdachte- sleepte met het door hem bestuurde voertuig en ander voertuig (shovel) en/of

- ter plaatse bevond zich een kruising van voornoemde weg met de Diepenheimseweg, voor welke kruising in de rijrichting van verdachte het bord B6 van Bijlage 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (aanduidende: verleen voorrang aan bestuurders op de kruisende weg) was geplaatst.

Hij -verdachte- heeft zich, gelet op voornoemde omstandigheden, toen daar zodanig gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden door (zeer), althans aanmerkelijk onvoorzichtig en/of onoplettend te rijden, welk rijgedrag hieruit heeft bestaan dat hij: - met het door hem bestuurde voertuig (tractor) voornoemd voertuig (shovel)

heeft gesleept, waarbij beide voertuigen door een ketting van ongeveer 4 meter waren verbonden, terwijl de shovel onverlicht was en/of geen of onvoldoende waarschuwingssignalen/tekens waren aangebracht of andere maatregelen waren genomen om overige verkeersdeelnemers erop te attenderen dat de shovel door de tractor werd gesleept en/of

- voornoemde kruising is opgereden, zonder gevolg te geven aan voornoemd bord B6, immers heeft hij, verdachte, geen voorrang verleend aan een voor hem van rechts komende personenauto,

ten gevolge waarvan deze personenauto tegen de (verbindings)ketting en/of de shovel is aangereden en/of aangegleden waardoor (vervolgens) de bestuurder van de personenauto de macht over het stuur, althans de controle over het voertuig, is verloren en/of tegen een personenauto uit tegemoetkomende richting is gebotst, aangereden en/of aangegleden,

waardoor [slachtoffer] zwaar lichamelijk letsel, (te weten whiplash klachten) heeft bekomen of zodanig lichamelijk letsel dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan;

De in deze tenlastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voorzover daaraan in de Wegenverkeerswet 1994 betekenis is gegeven, geacht in dezelfde betekenis te zijn gebezigd;

art 6 Wegenverkeerswet 1994

ALTHANS, dat

hij op of omstreeks 24 januari 2006 (omstreeks 17.32 uur) in de gemeente Berkelland, als bestuurder van een voertuig (tractor), daarmee heeft gereden op de weg, de niet nader aangeduide toegangsweg naar de perce(e)l(en) 59 en/of 61 van de Diepenheimseweg, althans een weg, waarbij hij -verdachte-:

- (in het donker) met het door hem -verdachte- bestuurde voertuig een ander voertuig (shovel) heeft gesleept, waarbij beide voertuigen door een ketting van ongeveer 4 meter waren verbonden terwijl de shovel onverlicht was en/of geen of onvoldoende waarschuwingssignalen/tekens waren aangebracht of andere maatregelen waren genomen om overige verkeersdeelnemers erop te attenderen dat de shovel door de tractor werd gesleept en/of

- ter plaatse waar voor een kruisende weg, te weten de Diepenheimseweg, een bord B6 van bijlage I van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 was geplaatst (aanduidende: Verleen voorrang aan bestuurders op de kruisende weg) geen voorrang heeft verleend aan een op die kruisende weg rijdende bestuurder van een auto, ten gevolge waarvan deze auto tegen de (verbindings)ketting en/of shovel is aangereden en/of aangegleden en/of (vervolgens) tegen een personenauto uit tegemoetkomende richting is gebotst en/of aangereden en/of aangegleden,

door welke gedraging(en) van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt, althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werd gehinderd, althans kon worden gehinderd;

De in deze tenlastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voorzover daaraan in de Wegenverkeerswet 1994 betekenis is gegeven, geacht in dezelfde betekenis te zijn gebezigd;

art 5 Wegenverkeerswet 1994

Bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder primair tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:

hij op 24 januari 2006 (omstreeks 17.32 uur) in de gemeente Berkelland, als bestuurder van een voertuig (tractor), daarmee heeft gereden op de weg, de niet nader aangeduide toegangsweg naar de percelen 59 en 61 van de Diepenheimseweg, terwijl de omstandigheden als volgt waren;

- het was donker en

- hij -verdachte- sleepte met het door hem bestuurde voertuig en ander voertuig (shovel) en

- ter plaatse bevond zich een kruising van voornoemde weg met de Diepenheimseweg, voor welke kruising in de rijrichting van verdachte het bord B6 van Bijlage 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (aanduidende: verleen voorrang aan bestuurders op de kruisende weg) was geplaatst.

Hij -verdachte- heeft zich, gelet op voornoemde omstandigheden, toen daar zodanig gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden door zeer onvoorzichtig en onoplettend te rijden, welk rijgedrag hieruit heeft bestaan dat hij: - met het door hem bestuurde voertuig (tractor) voornoemd voertuig (shovel) heeft gesleept, waarbij beide voertuigen door een ketting van ongeveer 4 meter waren verbonden, terwijl de shovel onverlicht was en geen of onvoldoende waarschuwingssignalen waren aangebracht of andere maatregelen waren genomen om overige verkeersdeelnemers erop te attenderen dat de shovel door de tractor werd gesleept en

- voornoemde kruising is opgereden, zonder gevolg te geven aan voornoemd bord B6, immers heeft hij, verdachte, geen voorrang verleend aan een voor hem van rechts komende personenauto,

ten gevolge waarvan deze personenauto tegen de verbindingsketting en de shovel is aangereden waardoor vervolgens de bestuurder van de personenauto de macht over het stuur, althans de controle over het voertuig, is verloren en tegen een personenauto uit tegemoetkomende richting is aangereden,

waardoor [slac[slachtoffer] zodanig lichamelijk letsel heeft bekomen dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefeningen van de normale bezigheden is ontstaan.

Vrijspraak van het meer of anders tenlastegelegde

Wat onder primair meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. De verdachte behoort daarvan te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Overtreding van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994, terwijl het een ongeval betreft waardoor een ander zodanig lichamelijk letsel heeft bekomen dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan.

Strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aanne-melijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

Oplegging van straf en/of maatregel

De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie (zie voor de inhoud van de vordering bijlage I).

Gelet op de aard en de ernst van hetgeen is bewezenverklaard, de omstandigheden waaronder dit is begaan, alsmede gelet op de persoon en de omstandigheden van de verdachte zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, acht de rechtbank een taakstraf als na te melden op zijn plaats. Deze taakstraf zal moeten worden verricht op een projectplaats als opgenomen in de door de Stichting Reclassering Nederland gehanteerde lijst van projectplaatsen.

De rechtbank heeft bij haar straftoemeting in het bijzonder in aanmerking dat door de handelwijze van verdachte – waarbij hij met een tractor een shovel, door middel van een ketting, de weg over heeft gesleept, terwijl er geen waarschuwingstekens waren aangebracht om overige weggebruikers erop te attenderen dat de shovel door de tractor werd gesleept, met alle gevolgen van dien – een ongeval heeft plaatsgevonden, tengevolge waarvan een ander ([slachtoffer]) lichamelijk letsel heeft bekomen.

De rechtbank acht voorts een voorwaardelijke ontzegging op zijn plaats is, teneinde de verdachte er van te weerhouden opnieuw zulks zeer onvoorzichtig rijgedrag te vertonen.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Deze strafoplegging is gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 23, 24, 24c en 91 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 6, 175, 178 en 179 van de Wegenverkeerswet 1994.

BESLISSING

De rechtbank beslist als volgt.

Verklaart, zoals hiervoor overwogen bewezen dat verdachte onder primair tenlastegelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlas-tegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt ver-dachte daarvan vrij.

Verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte straf-baar.

Veroordeelt verdachte tot een geldboete van € 750,00, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 15 dagen hechtenis.

Ontzegt ver-dachte ter zake van het bewezen-ver-klaar-de de bevoegdheid motorrijtuigen te bestu-ren voor de duur van 8 maanden.

Bepaalt, dat deze bijkomende straf niet zal worden tenuitvoergelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond dat veroordeelde zich vóór het einde van een proeftijd van 2 jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Aldus gewezen door mr. Buijs, voorzitter, en mrs. Kuiken en Eijkelestam, rech-ters, in tegenwoordigheid van Damink, griffier, en uitge-sproken op de openbare terechtzitting van 29 september 2006.