Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZUT:2006:AY0321

Instantie
Rechtbank Zutphen
Datum uitspraak
05-07-2006
Datum publicatie
05-07-2006
Zaaknummer
06/580484-05
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

61-jarige verdachte veroordeeld tot 30 maanden gevangenisstraf

en TBS met dwangverpleging.

Veroordeelde heeft gedurende een lange periode met een aantal jongens die de leeftijd van zestien jaren nog niet hadden bereikt ontuchtige handelingen gepleegd.

De gedragingen van veroordeelde zijn inherent aan zijn pedofiele gerichtheid.

Gelet op de aard en de duur van de pedofiele contacten en het aanwezige recidivegevaar is een langdurige en intensieve klinisch-psychiatrische behandeling in het kader van een beveiligde setting noodzakelijk.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZUTPHEN

Meervoudige kamer voor strafzaken

Parketnummer: 06/580484-05

Uitspraak d.d.: 5 juli 2006

Tegenspraak / dip

VERKORT VONNIS

in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],

wonende te [woonplaats],

thans gedetineerd in HvB De Blokhuispoort te Leeuwarden.

Onderzoek van de zaak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 21 juni 2006.

Nietigheid van de dagvaarding

De rechtbank is van oordeel dat de dagvaarding wat betreft het onder 6 ten laste gelegde nietig moet worden verklaard, aangezien het daar gestelde onvoldoende feitelijke omschrijving bevat van het ten laste gelegde.

Ontvankelijkheid van de officier van justitie

De rechtbank heeft geconstateerd dat de onder 1, 2, 4 en 5 ten laste gelegde feiten klachtdelicten betroffen ten tijde van de ten laste gelegde periode. Uit de processen-verbaal van aangifte is genoegzaam komen vast te staan dat de aangevers ten tijde van de aangifte vervolging tegen verdachte wensten. Op grond daarvan acht de rechtbank de officier van justitie ontvankelijk met betrekking tot de feiten 1, 2, 4 en 5.

De tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

hij op een of meer tijdstippen in de periode van 01 december 1991 tot en met

04 augustus 1992 in de gemeente Harderwijk en/of de gemeente Apeldoorn,

met [slachtoffer 1] (geboren op [geboortedatum]), die de leeftijd van twaalf

jaren maar nog niet die van zestien jaren heeft bereikt, buiten echt, een of

meer ontuchtige handeling(en) heeft gepleegd, die bestond(en) uit en/of mede

bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 1],

bestaande uit het (telkens) meermalen, althans eenmaal,

- zoenen van die [slachtoffer 1] op de mond en/of

- in zijn verdachtes, mond stoppen en/of houden van de penis van die [slachtoffer 1]

en/of het pijpen van die [slachtoffer 1] en/of

- zijn, verdachtes, penis in de mond van die [slachtoffer 1] stoppen en/of houden

en/of zich door die [slachtoffer 1] laten pijpen en/of

- door die [slachtoffer 1] aan zijn, verdachtes, penis laten voelen en/of het zich

door die [slachtoffer 1] laten aftrekken en/of

- voelen/betasten van de penis van die [slachtoffer 1] en/of aftrekken van die

[slachtoffer 1] en/of

- zijn verdachtes, anus, tegen de penis van die [slachtoffer 1] te houden/ te brengen

en/of zich door die [slachtoffer 1] anaal te laten penetreren;

art 245 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 247 Wetboek van Strafrecht

2.

hij op een of meer tijdstippen in de periode van 22 augustus 1999 tot en met

22 augustus 2002 te Harderwijk, met [slachtoffer 2] (geboren op [geboortedatum]),

die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt, een

of meer ontuchtige handeling(en) heeft gepleegd, bestaande uit (telkens):

- het in zijn, verdachtes, mond stoppen en/of houden van de penis van die [slachtoffer 2] en/of het pijpen van die [slachtoffer 2] en/of

- het meermalen, althans eenmaal, door die [slachtoffer 2] aan zijn, verdachtes, penis

laten voelen en/of het zich door die [slachtoffer 2] laten aftrekken en/of

- het meermalen, althans eenmaal, voelen/betasten van de penis van die [slachtoffer 2]

en/of aftrekken van die [slachtoffer 2]

- het meermalen, althans eenmaal, zoenen (op de mond) van die [slachtoffer 2];

art 247 lid 1 Wetboek van Strafrecht

3.

hij op een of meer tijdstippen in de periode van 9 april 2004 tot en met 24

januari 2006 in de gemeente Harderwijk en/of (elders) in Nederland, met

[slachtoffer 3] (geboren op [geboortedatum]), die toen de leeftijd van zestien jaren

nog niet had bereikt, buiten echt, een of meer ontuchtige handeling(en) heeft

gepleegd, (telkens) bestaande uit:

- het meermalen, althans eenmaal, (tong)zoenen van die [slachtoffer 3] en/of

- het meermalen, althans eenmaal, stoppen en/of houden van de penis van die

[slachtoffer 3], in zijn verdachtes, mond en/of

- het meermalen, althans eenmaal, die [slachtoffer 3] aan zijn, verdachtes, penis laten

voelen en/of het zich door die [slachtoffer 3] laten aftrekken en/of

- het meermalen, althans eenmaal, betasten van de penis van die [slachtoffer 3] en/of

het aftrekken van die [slachtoffer 3];

art 247 Wetboek van Strafrecht

4.

hij op een of meer tijdstippen in de periode van 29 augustus 1999 tot en met

28 augustus 2001 in de gemeente Harderwijk, met [slachtoffer 4] (geboren op

[geboortedatum]), die toen de leeftijd van twaalf jaren nog niet had bereikt,

een of meer handeling(en) heeft gepleegd, die bestond(en) uit of mede

bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 4],

hebbende verdachte (telkens)

- zijn, verdachtes, vinger(s) (met daaraan vaseline) in de anus van die [slachtoffer 4] gebracht/geduwd/gehouden;

art 244 Wetboek van Strafrecht

ALTHANS, dat

hij op een of meer tijdstippen in de periode van 29 augustus 1999 tot en met

24 januari 2006 in de gemeente Harderwijk, met [slachtoffer 4] (geboren op [geboortedatum]), die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt,

buiten echt, een of meer ontuchtige handeling(en) heeft gepleegd, bestaande

uit (telkens):

- het in zijn, verdachtes, mond stoppen en/of houden van de penis van die [slachtoffer 4] en/of het pijpen van die [slachtoffer 4] en/of

- het meermalen, althans eenmaal, door die [slachtoffer 4] aan zijn, verdachtes, penis

laten voelen en/of laten knijpen en/of laten trekken en/of het zich door die

[slachtoffer 4] laten aftrekken en/of

- het in zijn, verdachtes, anus laten steken/brengen/duwen/houden van de penis

van die [slachtoffer 4];

art 247 lid 1 Wetboek van Strafrecht

5.

hij op een of meer tijdstippen in de periode van 11 september 1999 tot en met

10 september 2004 in de gemeente Harderwijk, met [slachtof[slachtofferr 5] (geboren op

[geboortedatum]), die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had

bereikt, buiten echt, een of meer ontuchtige handeling(en) heeft gepleegd,

bestaande uit (telkens):

- het in zijn, verdachtes, mond stoppen en/of houden van de penis van die [slachtoffer 5] en/of het pijpen van die [slachtoffer 5] en/of

- het meermalen, althans eenmaal, door die [slachtoffer 5] aan zijn, verdachtes, penis

laten voelen en/of laten knijpen en/of laten trekken en/of het zich door die

[slachtoffer 5] laten aftrekken en/of

- het meermalen, althans eenmaal, aan de penis van die [slachtoffer 5] voelen/knijpen

en/of trekken en/of die [slachtofferr 5] aftrekken;

art 247 lid 1 Wetboek van Strafrecht

6.

hij op of omstreeks 24 januari 2006 in de gemeente Harderwijk, in elk geval in Nederland, één of meermalen een afbeelding en/of een gegevensdrager (DVD (‘s) ), bevattende één of meer afbeeldingen van seksuele gedragingen, te weten seksueel binnendringen en/of plegen en/of dulden van ontuchtige handelingen van (een) minderjarig(e) jongen(s) en /of (een) minderjarig(e) meisje(s) en of (een) volwassene(n) bij elkaar, bij welke vorenbedoelde afbeelding(en) (telkens) een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, was betrokken, (telkens) heeft verspreid en/of vervaardigd en/of ingevoerd en/of uitgevoerd en/of in bezit heeft gehad:

240b lid 1 Wetboek van Strafrecht

Taal- en/of schrijffouten

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten en/of kennelijke omissies voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Vrijspraak

Naar het oordeel van de rechtbank is niet wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 4 primair ten laste gelegde heeft begaan. Uit het tijdsverloop zoals dat valt af te leiden uit de aangifte van [slachtoffer 4] valt niet zonder twijfel vast te stellen dat de handelingen in de ten laste gelegde periode hebben plaatsgevonden.

De verdachte behoort hiervan te worden vrijgesproken.

Bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1, 2, 3, 4 subsidiair en 5 ten laste gelegde heeft begaan, te weten dat:

1.

hij op tijdstippen in de periode van 01 december 1991 tot en met

04 augustus 1992 in de gemeente Harderwijk en de gemeente Apeldoorn,

met [slachtoffer 1] (geboren op [geboortedatum]), die de leeftijd van twaalf

jaren maar nog niet die van zestien jaren heeft bereikt, buiten echt, ontuchtige

handelingen heeft gepleegd, bestaande uit het meermalen,

- zoenen van die [slachtoffer 1] op de mond en/of

- in zijn verdachtes, mond stoppen en/of houden van de penis van die [slachtoffer 1]

en/of het pijpen van die [slachtoffer 1] en/of

- door die [slachtoffer 1] aan zijn, verdachtes, penis laten voelen en/of het zich

door die [slachtoffer 1] laten aftrekken en/of

- voelen/betasten van de penis van die [slachtoffer 1] en/of aftrekken van die

[slachtoffer 1] en/of

- zijn, verdachtes, anus, tegen de penis van die [slachtoffer 1] te houden/ te brengen

en/of zich door die [slachtoffer 1] anaal te laten penetreren;

2.

hij op tijdstippen in de periode van 22 augustus 1999 tot en met

21 augustus 2002 te Harderwijk, met [slachtoffer 2] (geboren op [geboortedatum]),

die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen heeft gepleegd, bestaande uit:

- het in zijn, verdachtes, mond stoppen en/of houden van de penis van die [slachtoffer 2] en/of het pijpen van die [slachtoffer 2] en/of

- het meermalen door die [slachtoffer 2] aan zijn, verdachtes, penis

laten voelen en/of het zich door die [slachtoffer 2] laten aftrekken en/of

- het meermalen voelen/betasten van de penis van die [slachtoffer 2]

en/of aftrekken van die [slachtoffer 2]

3.

hij op tijdstippen in de periode van 9 april 2004 tot en met 24 januari 2006 in de gemeente Harderwijk met [slachtoffer 3] (geboren op [geboortedatum]), die toen de leeftijd van zestien jaren

nog niet had bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen heeft

gepleegd, bestaande uit:

- het meermalen tongzoenen van die [slachtoffer 3] en/of

- het eenmaal stoppen en/of houden van de penis van die

[slachtoffer 3], in zijn verdachtes, mond en/of

- het meermalen die [slachtoffer 3] aan zijn, verdachtes, penis laten

voelen en/of het zich door die [slachtoffer 3] laten aftrekken en/of

- het meermalen betasten van de penis van die [slachtoffer 3] en

het aftrekken van die [slachtoffer 3];

4.

hij op tijdstippen in de periode van 1 juli 2000 tot en met

28 augustus 2005 in de gemeente Harderwijk, met [slachtoffer 4] (geboren op [geboortedatum]), die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt,

buiten echt, ontuchtige handelingen heeft gepleegd, bestaande

uit:

- het in zijn, verdachtes, mond stoppen en/of houden van de penis van die [slachtoffer 4] en/of het pijpen van die [slachtoffer 4] en/of

- het meermalen door die [slachtoffer 4] aan zijn, verdachtes, penis

laten voelen en/of laten knijpen en/of laten trekken en/of het zich door die

[slachtoffer 4] laten aftrekken en/of

- het in zijn, verdachtes, anus laten steken/brengen/duwen/houden van de penis

van die [slachtoffer 4];

5.

hij op tijdstippen in de periode van 11 september 1999 tot en met

10 september 2004 in de gemeente Harderwijk, met [slachtoffer 5] (geboren op

[geboortedatum]), die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had

bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen heeft gepleegd,

bestaande uit:

- het in zijn, verdachtes, mond stoppen en/of houden van de penis van die [slachtoffer 5] en/of het pijpen van die [slachtoffer 5] en/of

- het meermalen door die [slachtoffer 5] aan zijn, verdachtes, penis

laten voelen en/of laten knijpen en/of laten trekken en/of het zich door die

[slachtoffer 5] laten aftrekken en/of

- het meermalen aan de penis van die [slachtoffer 5] voelen/knijpen

en/of trekken en/of die [slachtofferr 5] aftrekken;

Bewijsoverweging

Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij niet kan uitsluiten dat hij zich door [slachtoffer 2] heeft laten pijpen. De rechtbank is daarom van oordeel dat op grond van die verklaring met daarnaast de aangifte van [slachtoffer 2], tegen de achtergrond van het overige bewezenverklaarde, voldoende is komen vast te staan dat verdachte genoemde handelingen heeft gepleegd.

Vrijspraak van het meer of anders tenlastegelegde

Wat meer of anders is ten las-te gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. De verdachte behoort daarvan te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezene levert op de misdrijven:

feit 1, 2, 3, 4 subsidiair en 5 telkens:

met iemand beneden de leeftijd van zestien jaren buiten echt ontuchtige handelingen plegen, meermalen gepleegd.

Strafbaarheid van de verdachte

Over verdachte is een psychologisch rapport, gedateerd juni 2006 opgemaakt door

drs. P.M.F. Brookhuis, GZ psychologe en een psychiatrisch rapport, gedateerd 8 juni 2006,

opgemaakt door dr. H.E.M. van Beek, psychiater.

De conclusie van deze rapportage luidt dat betrokkene ten tijde van het hem ten laste gelegde lijdende was aan een ziekelijke stoornis van zijn geestvermogens in de vorm van kernpedofilie, welke onderzochtes gedragingen zodanig beïnvloedden dat het ten laste gelegde daaruit mede verklaard kan worden. Betrokkene dient ten aanzien van het hem ten laste gelegde – indien bewezen - verminderd toerekeningsvatbaar te worden geacht.

Met deze conclusie kan de rechtbank zich verenigen en zij neemt deze over.

Verdachte is strafbaar, nu overigens geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

Oplegging van straf en/of maatregel

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie (zie voor de inhoud van de vordering bijlage I).

De rechtbank acht na te melden strafoplegging in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander tijdens het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

De rechtbank heeft bij de straftoemeting in het bijzonder in aanmerking genomen dat verdachte vele malen gedurende een zeer lange periode en uitsluitend ter bevrediging van zijn eigen buitensporige seksuele behoefte op grove wijze inbreuk heeft gemaakt op de lichamelijke en geestelijke integriteit van zijn nog jonge slachtoffers. De slachtoffers verkeerden gelet op hun leeftijd, alsmede door de omstandigheid dat meerderen thuis problemen hadden, in een bijzonder kwetsbare positie. Verdachte heeft daar op ernstige wijze misbruik van gemaakt, alsmede van het in hem door de slachtoffers gestelde vertrouwen. Algemeen bekend is dat de nadelige gevolgen van afgedwongen seksuele contacten voor de slachtoffers veelal ernstig en langdurig kunnen zijn. Aannemelijk is geworden dat de slachtoffers in deze zaak inderdaad zodanige schade hebben geleden. Zodanige schade laat zich slechts in zeer geringe mate door een vergoeding in geld compenseren.

De rechtbank is van oordeel dat gelet op het vorenstaande slechts een vrijheidsstraf van langere duur op zijn plaats is.

Voorts heeft de rechtbank acht geslagen op bovenvermelde rapportage, waaruit het volgende valt af te leiden.

Bij betrokkene is geen inzicht aanwezig in de schadelijke weerslag op de ontwikkeling van de betreffende jongeren. Het risico dat betrokkene in de toekomst seksueel contact zal kunnen zoeken met kinderen is, gegeven de situatie zoals deze momenteel bestaat, groot tot zeer groot te noemen. De gedragingen ten tijde van het plegen van de ten laste gelegde feiten zijn inherent aan de pedofiele gerichtheid van betrokkene. Betrokkene merkte tijdens het onderzoek op dat hij leert uit de huidige bespreking van het tenlastegelegde en in de toekomst bij in het onderzoek genoemde schadelijkheid wil leren stilstaan. Daarbij geeft betrokkene aan ‘een stok achter de deur zeker nodig te hebben in de vorm van een verplichting tot behandeling’.

Betrokkene is een groot gevaar voor jongens in de (pre)puberteit op basis van een psychiatrische stoornis. Gelet op de aard en de duur van de pedofiele contacten, het aanwezige recidivegevaar, is een langdurige en intensieve klinisch-psychiatrische behandeling in het kader van een beveiligde setting noodzakelijk. Behandeling binnen het kader van TBS met voorwaarden zal onvoldoende lang zijn en het risico in zich bergen dat betrokkene onvoldoende profijt van de behandeling zou kunnen hebben. Voorts bestaat in dat geval het risico van schijnaanpassing.

Beide deskundigen adviseren een TBS met dwangverpleging.

De rechtbank is van oordeel dat uit het onderzoek ter terechtzitting en voormelde rapportages is gebleken dat de veiligheid van anderen, dan wel de algemene veiligheid van personen, zowel de terbeschikkingstelling als de verpleging van overheidswege van verdachte eist. Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan ernstige delicten die gericht zijn tegen of gevaar veroorzaken voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen en waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van meer dan vier jaren is gesteld.

Aangezien de bewezenverklaarde feiten, zij het in verminderde mate, aan verdachte

kunnen worden toegerekend zal de rechtbank, naast de oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf, de terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege opleggen.

Ad informandum gevoegde zaken

De rechtbank heeft tevens in aanmerking genomen de ter kennisneming gevoegde zaak, bekend onder parketnummer 06/580484-05, te weten:

- Voorhanden hebben van wapens en munitie van categorie III, gepleegd op 24 januari

2006 te Harderwijk.

Verdachte heeft bekend dat feit te hebben begaan en de officier van justitie heeft toegezegd dat voor dat feit geen verdere strafvervolging zal volgen.

In beslag genomen voorwerpen

De aan dit vonnis gehechte lijst met in beslag genomen en nog niet teruggegeven voorwerpen, met betrekking tot welke de bewezenverklaarde feiten zijn begaan, dienen te worden onttrokken aan het verkeer, aangezien zij van zodanige aard zijn dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met het algemeen belang en de wet.

Vordering tot schadevergoeding

De benadeelde partij [slachtoffer 1], [adres], [postcode, woonplaats], gironummer [cijfer], heeft zich met een vordering tot schadevergoeding ten bedrage van € 680,67 gevoegd in het strafproces ten aanzien van het onder 1 ten laste gelegde.

De benadeelde partij [slachtoffer 2], [adres], [postcode, woonplaats], bankrekeningnummer [cijfers], heeft zich met een vordering tot schadevergoeding ten bedrage van € 4500,- (bestaande uit een voorschot immateriële schade) gevoegd in het strafproces ten aanzien van het onder 2 ten laste gelegde.

De benadeelde partij [slachtoffer 3], [adres], [postcode, woonplaats], gironummer [cijfers], heeft zich met een vordering tot schadevergoeding ten bedrage van € 5000,- (bestaande uit een voorschot immateriële schade) gevoegd in het strafproces ten aanzien van het onder 3 ten laste gelegde.

De benadeelde partij [slachtoffer 4], [adres], [postcode, woonplaats], bankrekeningnummer [cijfers], heeft zich met een vordering tot schadevergoeding ten bedrage van € 4000,- (bestaande uit een voorschot immateriële schade) gevoegd in het strafproces ten aanzien van het onder 4 ten laste gelegde.

De benadeelde partij [slachtoffer 5], [adres], [postcode, woonplaats], heeft zich met een vordering tot schadevergoeding ten bedrage van € 5000,- (bestaande uit een voorschot immateriële schade) gevoegd in het strafproces ten aanzien van het onder 5 ten laste gelegde.

Door en namens verdachte is aangevoerd dat niet kan worden vastgesteld wat de werkelijk geleden schade van de benadeelde partijen bedraagt, aangezien de benadeelde partijen al problemen in de privé-sfeer hadden voor de periode van het ten laste gelegde en dat derhalve het causaal verband ontbreekt.

Naar het oordeel van de rechtbank is, op grond van de gebezigde bewijsmiddelen en hetgeen verder ter terechtzitting met betrekking tot de vordering is gebleken, komen vast te staan dat de benadeelde partijen als gevolg van het bewezen verklaarde handelen schade hebben geleden tot na te melden bedragen, waarvoor verdachte naar burgerlijk recht aansprakelijk is. Het is immers een feit van algemene bekendheid dat de nadelige gevolgen van afgedwongen seksuele contacten voor de slachtoffers veelal ernstig en langdurig kunnen zijn. Aannemelijk is geworden dat de slachtoffers in deze zaak inderdaad zodanige schade hebben geleden.

Naar het oordeel van de rechtbank is, op grond van de gebezigde bewijsmiddelen en hetgeen verder ter terechtzitting met betrekking tot de vordering is gebleken, komen vast te staan dat de benadeelde partij [slachtoffer 1] als gevolg van het onder 1 bewezen verklaarde handelen schade heeft geleden tot het gevorderde bedrag, waarvoor verdachte naar burgerlijk recht aansprakelijk is. De vordering zal tot dit bedrag worden toegewezen.

De rechtbank zal de tot op heden door de benadeelde partijen [slachtoffer 2], [slachtoffer 3],

[slachtoffer 4] en [slachtoffer 5] geleden en aan het bewezenverklaarde toe te rekenen schade schade begroten op € 2.500,--. Deze partijen zullen voor het overige niet-ontvankelijk worden verklaard in hun vorderingen, nu zij van oordeel is dat de vorderingen overigens niet van zo eenvoudige aard zijn dat deze zich lenen voor afdoening in het strafgeding. De benadeelde partijen kunnen derhalve hun vorderingen voor dit deel slechts aanbrengen bij de burgerlijke rechter.

Schadevergoedingsmaatregel

Gelet op het vorenstaande ziet de rechtbank aanleiding om aan verdachte op basis van het bepaalde in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de verplichting op te leggen tot betaling aan de Staat van een geldbedrag ten behoeve van genoemde slachtoffers, met uitzondering van het slachtoffer [slachtoffer 1], aangezien de Wet Terwee ten tijde van het bewezenverklaarde nog niet was ingevoerd.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Deze strafoplegging is gegrond op de artikelen 1, 10, 27, 36c, 36d, 36f, 37a, 37b, 57, 247 (oud) en 247 van het Wetboek van Strafrecht.

BESLISSING

De rechtbank beslist als volgt.

Verklaart de dagvaarding nietig met betrekking tot feit 6.

Verklaart niet bewezen, dat verdachte het onder 4 primair tenlastegelegde heeft begaan en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart, zoals hiervoor overwogen, bewezen dat verdachte het onder 1, 2, 3, 4 subsidiair en 5 ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart verdachte strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 30 maanden.

Beveelt, dat de tijd, door veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorge-bracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht.

Gelast dat verdachte ter beschikking wordt gesteld en beveelt dat de ter beschikking gestelde van overheidswege zal worden verpleegd.

Beveelt de onttrekking aan het verkeer van de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen zoals weergeven op de aan dit vonnis gehechte lijst van in beslag genomen goederen.

Veroordeelt verdachte tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij

[slachtoffer 1], van een bedrag van € 680,67, vermeerderd met betaling van de kosten van het geding en de tenuitvoerlegging door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil.

Veroordeelt verdachte tot betaling van schadevergoeding aan de navolgende benadeelde partijen van de hierna genoemde, tot op heden geleden schade, telkens vermeerderd met de kosten van het geding en de tenuitvoerlegging door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden steeds begroot op nihil.

Benadeelde partij Bedrag

1. [slachtoffer 2], € 2.500,-

2. [slachtoffer 3], € 2.500,-

3. [slachtoffer 4], € 2.500,-

4. [slachtoffer 5], € 2.500,-

Legt aan veroordeelde tevens de verplichting op aan de Staat ten behoeve van het /de navolgende slachtoffer(s) te betalen, telkens met bepaling dat bij gebreke van betaling en verhaal van de hoofdsommen hechtenis zal kunnen worden toegepast van na te melden duur zonder dat de betalingsverplichting vervalt.

Benadeelde partij Bedrag vervangende hechtenis

1. [slachtoffer 2], € 2.500,- 50 dagen

2. [slachtoffer 3], € 2.500,- 50 dagen

3. [slachtoffer 4], € 2.500,- 50 dagen

4. [slachtoffer 5], € 2.500,- 50 dagen

Bepaalt dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de

benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Verklaart de benadeelde partijen [slachtoffer 2], [slachtoffer 3], [slachtoffer 4] en [slachtoffer 5] voor het overige niet-ontvankelijk in hun vorderingen.

Aldus gewezen door mrs. Hemrica, voorzitter, Lunenborg en Vegter, rechters, in tegenwoordigheid van Van Aalst, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 5 juli 2006.