Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZUT:2006:AX8554

Instantie
Rechtbank Zutphen
Datum uitspraak
07-06-2006
Datum publicatie
14-06-2006
Zaaknummer
06/460572-05, 06/850055-06, 06/850100-06, 06/460109-06
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Een minderjarige Harderwijker is ondermeer veroordeeld tot jeugddetentie en een voorwaardelijke plaatsing in een inrichting voor jeugdigen voor het plegen van een reeks mishandelingen, afpersingen en een poging daartoe.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZUTPHEN

Meervoudige kamer voor strafzaken

- minderjarige -

Parketnummer(s): 06/460572-05, 06/850055-06, 06/850100-06, 06/460109-06

Uitspraak d.d.: 7 juni 2006

Vord. na voorw. veroord.: 06/090656-04

Tegenspraak / oip

VERKORT VONNIS

in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],

wonende te [postcode, woonplaats], [adres],

thans verblijvende in Opvangcentrum Het Poortje te Groningen.

Onderzoek van de zaak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 24 mei 2006.

Voeging meerdere dagvaardingen

Ter terechtzitting heeft de rechtbank in het belang van het onderzoek de voeging bevolen van de bij afzonderlijke dagvaardingen onder de parketnummers 06/460572-05, 06/850055-06, 06/850100-06, 06/460109-06 tegen verdachte aangebrachte zaken. De in deze zaken ten laste gelegde feiten zullen hierna worden aangeduid als feit 1 tot en met feit 9.

Ter terechtzitting gegeven beslissingen

Ter terechtzitting zijn de volgende beslissingen gegeven:

- Het verzoek om ter terechtzitting van 24 mei 2006 direct uitspraak te doen is afgewezen.

- Het verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis is afgewezen.

De tenlastelegging

Nadat de tenlastelegging op de terechtzitting is gewijzigd is aan de verdachte ten laste gelegd dat:

1. (parketnummer: 06/460572-05)

hij op of omstreeks 14 oktober 2005 in de gemeente Harderwijk opzettelijk mishandelend

[slachtoffer 1]

-meermalen, althans éénmaal, (met kracht) in de buik/maagstreek heeft gestompt/geslagen en/of (met kracht) op/tegen het hoofd en/of in/tegen/op het gezicht en/of op/tegen het lichaam heeft geslagen,

en/of

-met beide handen bij de keel en/of de nek heeft vastgepakt en/of (daarbij) de keel heeft dichtgeknepen en/of het hoofd tussen zijn, verdachtes, arm heeft geklemd en/of

-meermalen, althans éénmaal, (een) knietje(s) in de maagstreek/buik heeft gegeven

en/of

-meermalen, althans éénmaal, tegen het/de scheenbe(e)n(en) heeft getrapt/geschopt,

waardoor deze letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden;

art 300 lid 1 Wetboek van Strafrecht

2. (parketnummer: 06/460572-05)

hij op of omstreeks 14 oktober 2005 in de gemeente Harderwijk opzettelijk

mishandelend [slachtoffer 2]

(met kracht) in/op/tegen het gezicht en/of in/tegen de buik/maagstreek en/of

tegen/op de rug heeft gestompt en/of geslagen,

waardoor deze letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden;

art 300 lid 1 Wetboek van Strafrecht

3. (parketnummer: 06/460572-05)

hij op of omstreeks 18 oktober 2005 in de gemeente Harderwijk met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 3] heeft gedwongen tot de afgifte van

één mobiele telefoon, in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan voornoemde [slachtoffer 1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, en/of

één mobiele telefoon en/of een (zilveren) ketting en/of een geldbedrag (te weten 3 euro), in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan voornoemde [slachtoffer 3], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte,

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat hij, verdachte,

-aan voornoemde [slachtoffer 1], heeft gevraagd: "Heb je nog pijn van de klappen die je afgelopen vrijdag van mij hebt gehad?", althans woorden van gelijke aard en strekking, en/of

-tegen voornoemde [slachtoffer 1] heeft gezegd: "Als je me ooit aangeeft bij de politie, dan maak ik je dood", althans woorden van gelijke dreigende aard en strekking, en/of

-tegen voornoemde [slachtoffer 3] heeft gezegd: "Zo behandel ik een baby, maar ik beschouw jou als een volwassene en daarom zal ik je dood moeten maken. Want volwassenen pak ik nog harder", en/of

-trappende en/of schoppende en/of slaande beweging(en) naar voornoemde [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 3] heeft gemaakt

-meermalen, met zijn, verdachtes, vuist, (in/tegen) de buik van voornoemde [slachtoffer 3] heeft geslagen/getikt/aangeraakt;

art 317 lid 1 Wetboek van Strafrecht

ALTHANS, dat

hij op of omstreeks 18 oktober 2005 in de gemeente Harderwijk [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 3] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling,

immers heeft verdachte opzettelijk voornoemde [slachtoffer 1] en/of voornoemde [slachtoffer 3] dreigend de woorden toegevoegd: "Als je me ooit aangeeft bij de politie, dan maak ik je dood", en/of "Zo behandel ik een baby, maar ik beschouw jou als een volwassene en daarom zal ik je dood moeten maken. Want volwassenen pak ik nog harder",

althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;

art 285 lid 1 Wetboek van Strafrecht

4. (parketnummer 06/850055-06)

hij op of omstreeks 14 juni 2005 in de gemeente Harderwijk ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan een persoon genaamd [slachtoffer 4], opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet voornoemde [slachtoffer 4] meermalen, althans éénmaal, (met kracht) op/tegen de neus en/of op/tegen de lip en/of in/op/tegen het gezicht, heeft geslagen en/of gestompt

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

art 302 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht

ALTHANS, dat

hij op of omstreeks 14 juni 2005 in de gemeente Harderwijk opzettelijk mishandelend [slachtoffer 4] meermalen, althans éénmaal, (met kracht) op/tegen de neus en/of op/tegen de lip en/of in/op/tegen het gezicht heeft geslagen, waardoor deze letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden;

art 300 lid 1 Wetboek van Strafrecht

5. (parketnummer: 06/850100-06)

hij in of omstreeks de periode van 1 september 2005 tot en met 1 november 2005 in de gemeente Harderwijk (in de omgeving van een Esso-tankstation) met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen Euro 50,--, in elk geval enig geldbedrag, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 5], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte,

welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 5], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld hierin bestond dat verdachte dat geldbedrag uit de portemonnee van die [slachtoffer 5] heeft gegrist en/of gepakt, en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond dat hij, verdachte,

- die [slachtoffer 5] dreigend de woorden heeft toegevoegd:" Open je portemonnnee" en/of "Houd je portemonnee open", althans woorden van gelijkende (dreigende) aard en/of

- zich (daarbij) dwingend en/of dreigend heeft opgesteld, en/of

- misbruik heeft gemaakt van zijn, verdachtes, (fysieke) overwicht,

en/of (aldus) een voor die [slachtoffer 5] een bedreigende situatie heeft doen ontstaan, waaraan hij zich niet kon onttrekken;

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 312 lid 1 Wetboek van Strafrecht

ALTHANS, dat

hij in of omstreeks de periode van 1 september 2005 tot en met 1 november 2005 in de gemeente Harderwijk (in de omgeving van een Esso-tankstation) met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 5] heeft gedwongen tot de afgifte van Euro 50,--, in elk geval van enig geldbedrag, geheel of ten dele toebehorende aan die [slachtoffer 5], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte,

welke bedreiging met geweld hierin bestond dat hij, verdachte,

- die [slachtoffer 5] dreigend de woorden heeft toegevoegd:" Open je portemonnnee" en/of "Houd je portemonnee open", althans woorden van gelijkende (dreigende) aard of strekking, en/of

- zich (daarbij) dwingend en/of dreigend heeft opgesteld, en/of

- misbruik heeft gemaakt van zijn, verdachtes, (fysieke) overwicht,

en/of (aldus) een voor die [slachtoffer 5] een bedreigende situatie heeft doen ontstaan, waaraan hij zich niet kon onttrekken;

art 317 lid 1 Wetboek van Strafrecht

6. (parketnummer: 06/850100-06)

hij in of omstreeks de periode van 1 september 2005 tot en met 6 december 2005 in de gemeente Harderwijk (in/bij een woning aan [adres]) met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 5] heeft gedwongen tot de afgifte van Euro 100,--, in elk geval van enig geldbedrag, geheel of ten dele toebehorende aan die [slachtoffer 5], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin

bestond(en) dat verdachte:

- die [slachtoffer 5] meermalen, althans eenmaal dreigend de woorden heeft toegevoegd:"Ik heb mijn vuisten al klaar", en/of "Ik ga je in elkaar slaan", althans woorden van gelijkende (dreigende) aard of strekking, en/of

- (daarbij) zijn, verdachtes, vuist(en) aan die [slachtoffer 5] heeft getoond, en/of

- (daarbij) een bokshouding heeft aangenomen, althans zich dwingend en/of dreigend heeft opgesteld, en/of

- misbruik heeft gemaakt van zijn, verdachtes, (fysieke) overwicht,

en/of (aldus) een voor die [slachtoffer 5] een bedreigende situatie heeft doen ontstaan, waaraan hij zich niet kon onttrekken;

art 317 lid 1 Wetboek van Strafrecht

7. (parketnummer: 06/850100-06)

hij op of omstreeks 6 december 2005 in de gemeente Harderwijk (in/bij een woning aan [adres]) ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk

om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 5] te dwingen tot de afgifte van Euro 20,--, in elk geval van enig geldbedrag, geheel of ten dele toebehorende aan die [slachtoffer 5], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, immers heeft verdachte:

- die [slachtoffer 5] toegevoegd:" Geef me Euro 20,--", en/of Laat me je portemonnee zien", althans woorden van gelijkende (dreigende) aard of strekking, en/of

- zich (daarbij) dwingend en/of dreigend heeft opgesteld, en/of

- misbruik gemaakt van zijn, verdachtes, (fysieke) overwicht,en/of (aldus) een voor die [slachtoffer 5] een bedreigende situatie heeft doen ontstaan, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

art 317 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht

8. (parketnummer: 06/850100-06)

hij op of omstreeks 13 december 2005 in de gemeentte Harderwijk opzettelijk mishandelend [slachtoffer 6] meermalen, althans eenmaal tegen het hoofd en/of het lichaam heeft gestompt en/of geslagen, waardoor deze [slachtoffer 6] letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden;

(incident 2)

art 300 lid 1 Wetboek van Strafrecht

9. (parketnummer 06/460109-06)

hij op of omstreeks 15 januari 2006 te Harderwijk met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een mobiele telefoon, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 7], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte;

art 310 Wetboek van Strafrecht

ALTHANS, dat

hij op of omstreeks de periode van 15 januari 2006 te Harderwijk opzettelijk een mobiele telefoon, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 7], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, welk(e) goed(eren) verdachte anders dan door misdrijf, te weten hij had de telefoon geleend, onder zich had, wederrechtelijk zich heeft

toegeëigend;

art 321 Wetboek van Strafrecht

Vrijspraak

Naar het oordeel van de rechtbank is niet wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 4 primair tenlastegelegde heeft begaan.

De verdachte behoort hiervan te worden vrijgesproken.

Bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1, 2, 3 primair, 4 subsidiair, 5 primair, 6, 7, 8 en 9 primair ten laste gelegde heeft begaan, te weten dat:

1.

hij op 14 oktober 2005 in de gemeente Harderwijk opzettelijk mishandelend [slachtoffer 1]

-meermalen, met kracht in de buik heeft gestompt en met kracht tegen het hoofd en tegen het gezicht en tegen het lichaam heeft geslagen, en

-met beide handen bij de keel heeft vastgepakt en daarbij de keel heeft dichtgeknepen en het hoofd tussen zijn, verdachtes, arm heeft geklemd en

-meermalen, een knietje in de maagstreek heeft gegeven en

-meermalen, tegen het scheenbeen heeft geschopt,

waardoor deze pijn heeft ondervonden;

2.

hij op 14 oktober 2005 in de gemeente Harderwijk opzettelijk mishandelend [slachtoffer 2]

met kracht tegen het gezicht heeft geslagen, waardoor deze letsel heeft bekomen en pijn heeft ondervonden;

3.

hij op 18 oktober 2005 in de gemeente Harderwijk met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en bedreiging met geweld [slachtoffer 1] en [slachtoffer 3] heeft gedwongen tot de afgifte van

één mobiele telefoon, toebehorende aan voornoemde [slachtoffer 1], en/of

één mobiele telefoon en een zilveren ketting en een geldbedrag (te weten 3 euro), toebehorende aan voornoemde [slachtoffer 3],

welk geweld en welke bedreiging met geweld hierin bestond dat hij, verdachte,

-aan voornoemde [slachtoffer 1], heeft gevraagd: "Heb je nog pijn van de klappen die je afgelopen vrijdag van mij hebt gehad?", althans woorden van gelijke aard en strekking, en

-tegen voornoemde [slachtoffer 1] heeft gezegd: "Als je me ooit aangeeft bij de politie, dan maak ik je dood", althans woorden van gelijke dreigende aard en strekking, en

-tegen voornoemde [slachtoffer 3] heeft gezegd: "Zo behandel ik een baby, maar ik beschouw jou als een volwassene en daarom zal ik je dood moeten maken. Want volwassenen pak ik nog harder", en

-trappende en slaande bewegingen naar voornoemde [slachtoffer 1] en [slachtoffer 3] heeft gemaakt

-meermalen, met zijn, verdachtes, vuist, tegen de buik van voornoemde [slachtoffer 3] heeft getikt;

4.

hij op 14 juni 2005 in de gemeente Harderwijk opzettelijk mishandelend [slachtoffer 4] meermalen, met kracht tegen de neus en/of tegen de lip en/of tegen het gezicht heeft geslagen, waardoor deze letsel heeft bekomen en pijn heeft ondervonden;

5.

hij in de periode van 1 september 2005 tot en met 1 november 2005 in de gemeente Harderwijk in de omgeving van een Esso-tankstation met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen Euro 50,--, toebehorende aan [slachtoffer 5], welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld van bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 5], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, welke bedreiging met geweld hierin bestond dat hij, verdachte,

- die [slachtoffer 5] dreigend de woorden heeft toegevoegd:" Open je portemonnnee" en "Houd je portemonnee open", althans woorden van gelijkende dreigende aard en

- zich daarbij dwingend en/of dreigend heeft opgesteld, en

- misbruik heeft gemaakt van zijn, verdachtes, (fysieke) overwicht,

en aldus een voor die [slachtoffer 5] een bedreigende situatie heeft doen ontstaan, waaraan hij zich niet kon onttrekken;

6.

hij in de periode van 1 september 2005 tot en met 6 december 2005 in de gemeente Harderwijk, in een woning aan [adres] met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door bedreiging met geweld [slachtoffer 5] heeft gedwongen tot de afgifte van Euro 100,--, toebehorende aan die [slachtoffer 5], welke bedreiging met geweld hierin

bestonden dat verdachte:

- die [slachtoffer 5] dreigend de woorden heeft toegevoegd: "Ik heb mijn vuisten al klaar", en "Ik ga je in elkaar slaan", althans woorden van gelijkende (dreigende) aard of strekking, en

- daarbij zijn, verdachtes, vuist(en) aan die [slachtoffer 5] heeft getoond, en

- daarbij zich dwingend en dreigend heeft opgesteld, en

- misbruik heeft gemaakt van zijn, verdachtes, (fysieke) overwicht,

en aldus een voor die [slachtoffer 5] een bedreigende situatie heeft doen ontstaan, waaraan hij zich niet kon onttrekken;

7.

hij op 6 december 2005 in de gemeente Harderwijk bij een woning aan [adres] ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk

om zich wederrechtelijk te bevoordelen door bedreiging met geweld [slachtoffer 5] te dwingen tot de afgifte van Euro 20,--, toebehorende aan die [slachtoffer 5],

- die [slachtoffer 5] heeft toegevoegd: "Geef me Euro 20,--", en “Laat me je portemonnee zien", althans woorden van gelijkende (dreigende) aard of strekking, en

- zich (daarbij) dwingend en dreigend heeft opgesteld, en

- misbruik heeft gemaakt van zijn, verdachtes, (fysieke) overwicht,

en aldus een voor die [slachtoffer 5] een bedreigende situatie heeft doen ontstaan,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

8.

hij op 13 december 2005 in de gemeente Harderwijk opzettelijk mishandelend [slachtoffer 6] meermalen, tegen het hoofd en het lichaam heeft gestompt en geslagen, waardoor deze [slachtoffer 6] pijn heeft ondervonden;

9.

hij op 15 januari 2006 te Harderwijk met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een mobiele telefoon, toebehorende aan [slachtoffer 7].

Vrijspraak van het meer of anders tenlastegelegde

Wat meer of anders is ten las-te gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. De verdachte behoort daarvan te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezene levert op de misdrijven:

1. mishandeling

2. mishandeling

3. primair: afpersing;

4. subsidiair: mishandeling;

5 primair: diefstal, voorafgegaan en vergezeld van bedreiging met geweld, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken;

6. afpersing;

7. poging tot afpersing;

8. mishandeling;

9. diefstal.

Strafbaarheid van de verdachte

Over verdachte is een Pro Justitia rapport opgemaakt door C.J.F. Kemperman, zenuwarts, met assistentie van H.L. Broekema, psycholoog, gedateerd 16 mei 2006.

In het rapport wordt het volgende geconcludeerd.

Bij verdachte is sprake van een stoornis. Het gaat om een gedragstoornis bij een laaggemiddeld intelligent overkomende adolescent die moeite heeft met agressieregulatie. Hij laat weinig spijt en schuldgevoel zien met betrekking tot de gepleegde delicten en geeft een andere representatie van het gebeurde. Verder is er sprake van problematiek met de primaire steungroep, problemen gerelateerd aan de sociale omgeving en problemen gerelateerd aan interactie met het legale systeem/misdaad.

De stoornis van verdachte en zijn problemen in de agressieregulatie waren ten tijde van het plegen van de delicten aanwezig. Verdachtes zelfcontrole werd enigzins beperkt door de gedragsstoornis. Op grond daarvan acht de onderzoeker verdachte enigszins verminderd toerekeningsvatbaar.

Met de conclusie van dit rapport kan de rechtbank zich verenigen en zij maakt deze tot de hare.

Verdachte is strafbaar, nu ook overigens geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

Oplegging van straf en/of maatregel

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie (zie voor de inhoud van de vordering bijlage I).

De rechtbank heeft bij de straftoemeting in het bijzonder in aanmerking genomen dat verdachte een groot aantal delicten heeft gepleegd waarbij er sprake is geweest van geweld of bedreiging daarmee. In een aantal gevallen heeft verdachte zijn slachtoffers op intimiderende wijze bejegend teneinde hen te dwingen goederen af te staan.

De ervaring leert dat delicten als de onderhavige bedreigingen bij de slachtoffers ingrijpende angstgevoelens kunnen veroorzaken en dat dit soort delicten bovendien sterk bijdraagt aan de in de maatschappij levende gevoelens van onveiligheid.

Met betrekking tot de persoon van verdachte heeft de rechtbank met name gelet op het hiervoor reeds vermelde rapport.

Uit de inhoud van het rapport komt naar voren dat er sprake is van recidivegevaar, gelet op het patroon van gepleegde delicten in de afgelopen jaren. Verdachte heeft regels en structuur nodig. Er wordt geadviseerd verdachte een intensief begeleidingstraject middels een ITB maatregel te laten volgen. Verblijf in ’t Poortje lijkt verdachte wakker te hebben geschut. Hij is bereid dit begeleidingstraject te volgen. Daarnaast is het gewenst dat verdachte een agressieregulatietraining dient te volgen.

Bij toekomstige recidive ligt de PIJ-maatregel in de rede omdat verdachte meerdere kansen heeft gehad.

Met het advies kan de rechtbank zich verenigen. Daarbij stelt de rechtbank vast dat is voldaan aan de wettelijke voorwaarden voor de maatregel van plaatsing in een inrichting voor jeugdigen.

Anderzijds houdt de rechtbank er rekening mee dat verdachtes verblijf in Het Poortje positieve veranderingen teweeg lijken te hebben gebracht en dat hij thans gemotiveerd lijkt om deel te nemen aan een ITB-traject Harde Kern. Naast deze geadviseerde maatregelen zal de rechtbank, gelet op de ernst van de feiten, ook een jeugddetentie en een leerstraf opleggen.

Vordering tot schadevergoeding

De benadeelde partij [slachtoffer 4] heeft zich met een vordering tot schadevergoeding ten bedrage van € 334,20 gevoegd in het strafproces ten aanzien van het onder 4 tenlastegelegde.

Nu niet is weersproken dat de benadeelde partij, zoals deze heeft gesteld, als gevolg van het onder 4 bewezen verklaarde handelen schade heeft geleden tot het gevorderde bedrag en de vordering de rechtbank niet ongegrond of onrechtmatig voorkomt, zal deze vordering worden toegewezen.

De verdachte is voor de schade -naar burgerlijk recht- aansprakelijk.

De benadeelde partij [slachtoffer 5] heeft zich met een vordering tot schadevergoeding ten bedrage van € 450,-- gevoegd in het strafproces ten aanzien van het onder 5 tenlastegelegde.

Naar het oordeel van de rechtbank is, op grond van de gebezigde bewijsmiddelen en hetgeen verder ter terechtzitting met betrekking tot de vordering is gebleken, komen vast te staan dat de benadeelde partij als gevolg van het bewezen verklaarde handelen de materiële schade van € 150,-- heeft geleden. De rechtbank stelt het bedrag van de geleden immateriële schade naar redelijkheid en billijkheid vast op € 100,--.

Met betrekking tot de overig gevorderde immateriële schade zal de benadeelde partij niet ontvankelijk worden verklaard, nu de rechtbank van oordeel is dat dit deel van de vordering niet van zo eenvoudi-ge aard is dat het zich leent voor afdoening in het strafge-ding. De benadeelde partij kan dit deel van haar vordering slechts aanbrengen bij de burgerlijke rechter.

De benadeelde partij [slachtoffer 7] heeft zich met een vordering tot schadevergoeding ten bedrage van € 215,-- gevoegd in het strafproces ten aanzien van het onder 9 tenlastegelegde.

Naar het oordeel van de rechtbank is, op grond van de gebezigde bewijsmiddelen en hetgeen verder ter terechtzitting met betrekking tot de vordering is gebleken, komen vast te staan dat de benadeelde partij als gevolg van het bewezen verklaarde handelen materiële schade heeft geleden. De rechtbank stelt het bedrag van de geleden materiële schade naar redelijkheid en billijkheid vast op € 100,--.

Met betrekking tot de overig gevorderde schade zal de benadeelde partij niet ontvankelijk worden verklaard, nu de rechtbank van oordeel is dat dit deel van de vordering niet van zo eenvoudi-ge aard is dat het zich leent voor afdoening in het strafgeding. De benadeelde partij kan dit deel van haar vordering slechts aanbrengen bij de burgerlijke rechter.

Schadevergoedingsmaatregel

Gelet op het vorenstaande ziet de rechtbank aanleiding om aan verdachte op basis van het bepaalde in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht telkens de verplichting op te leggen tot betaling aan de Staat van een geldbedrag ten behoeve van genoemd slachtoffer.

Vordering tenuitvoerlegging

De rechtbank is ten aanzien van de vordering van de officier van justitie tot tenuitvoerlegging van de bij vonnis van de kinderrechter te Zutphen van 28 juli 2005 (parketnummer 06/090656-04) voorwaardelijk opgelegde jeugddetentie voor duur van 1 week van oordeel, dat – gelet op de persoon en omstandigheden van de veroordeelde – de bij vonnis vastgestelde proeftijd met één (1) jaar moet worden verlengd.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Deze strafoplegging is gegrond op de artikelen 27, 36f, 45, 57, 63, 77i, 77m, 77s, 77x, 77y, 77z, 77aa, 77cc, 77dd, 77gg, 300, 310, 312 en 317 van het Wetboek van Strafrecht.

BESLISSING

De rechtbank beslist als volgt.

Verklaart niet bewezen, dat verdachte het onder 4 primair tenlastegelegde heeft begaan en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart, zoals hiervoor overwogen, bewezen dat verdachte het onder 1, 2, 3 primair, 4 subsidiair, 5 primair, 6, 7, 8 en 9 primair tenlastegelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart verdachte strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een jeugddetentie voor de tijd van vier maanden.

Zij beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoer-legging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de hem opgelegde jeugddetentie in mindering wordt gebracht.

Veroordeelt de verdachte tot de navolgende taakstraf, te weten:

de leerstraf agressietraining Chu Shin gedurende 36 uur, met bevel dat indien deze straf niet naar behoren wordt verricht vervangende jeugddetentie zal worden toegepast voor de duur van 18 dagen.

Gelast dat verdachte in een inrichting voor jeugdigen zal worden geplaatst.

Bepaalt, dat de plaatsing in een inrichting voor jeugdigen niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond dat veroordeelde zich vóór het einde van een proeftijd van 2 jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt dan wel een of meer van de navolgende bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd.

Stelt als bijzondere voorwaarden:

- dat veroordeelde zal deelnemen aan het ITB-harde kern-traject gedurende een periode van 6 maanden;

- dat veroordeelde zich geduren-de de proeftijd zal gedragen naar de aanwijzingen en voor-schriften die veroordeelde zullen worden gegeven door of namens Bureau Jeugdzorg Gelderland, afdeling Jeugdreclassering, zolang deze instelling dit noodzakelijk oordeelt.

Geeft genoemde instelling opdracht de veroordeelde bij de naleving van de opgelegde voorwaarden hulp en steun te verlenen.

Verlengt de proeftijd als vermeld in het vonnis van de kinderrechter te Zutphen van 28 juli 2005 (parketnummer 06/090656-04) met een termijn van 1 jaar.

Veroordeelt verdachte tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij

[slachtoffer 4], [adres], [postcode, woonplaats], rekeningnummer [cijfers], van een bedrag van € 334,20, met veroordeling van verdachte in de kosten van het geding en de tenuitvoerlegging door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil en vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 14 juni 2005.

Legt aan veroordeelde de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 4], een bedrag te betalen van € 334,20, met bevel dat bij gebreke van betaling en verhaal van de hoofdsom 6 dagen jeugddetentie zal kunnen worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt.

Bepaalt dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Veroordeelt verdachte tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [slachtoffer 5], [adres], [postcode, woonplaats], gironummer [cijfers], van een bedrag van € 250,--, met veroordeling van verdachte in de kosten van het geding en de tenuitvoerlegging door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil en vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 6 december 2005.

Verklaart de benadeelde partij [slachtoffer 5] voor het overige niet-ontvankelijk in haar vordering.

Legt aan veroordeelde de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 5], een bedrag te betalen van € 250,--, met bevel dat bij gebreke van betaling en verhaal van de hoofdsom 5 dagen jeugddetentie zal kunnen worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt.

Bepaalt dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Veroordeelt verdachte tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [slachtoffer 7], [adres], [postcode, woonplaats], rekeningnummer [cijfers], van een bedrag van € 100,--, met veroordeling van verdachte in de kosten van het geding en de tenuitvoerlegging door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil en vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 15 januari 2006.

Verklaart de benadeelde partij [slachtoffer 7] voor het overige niet-ontvankelijk in haar vordering.

Legt aan veroordeelde de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 7], een bedrag te betalen van € 100,--, met bevel dat bij gebreke van betaling en verhaal van de hoofdsom 2 dagen jeugddetentie zal kunnen worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt.

Bepaalt dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Heft op het bevel tot voorlopige hechtenis met ingang van het tijdstip waarop de duur daarvan gelijk wordt aan die van de opgelegde jeugddetentie.

Aldus gewezen door mrs. Krijger, voorzitter tevens kinderrechter, Van Hoorn en Donker, rechters, in tegenwoordigheid van Jansen, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 7 juni 2006.