Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZUT:2006:AV3281

Instantie
Rechtbank Zutphen
Datum uitspraak
01-03-2006
Datum publicatie
03-03-2006
Zaaknummer
06/460617-05
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Rechtbank acht nader onderzoek noodzakelijk in verband met overval gedurende de nachtelijke uren op vrouw in haar woning in Apeldoorn op 8 november 2005

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZUTPHEN

Meervoudige kamer voor strafzaken

Parketnummer: 06/460617-05

Uitspraak d.d.: 1 maart 2006

tegenspraak / dip

TUSSENVONNIS

in de zaak tegen:

[naam verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],

wonende te [woonplaats],

feitelijk zonder bekende woon- of verblijfplaats,

thans verblijvende in het huis van bewaring te Doetinchem.

Onderzoek van de zaak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 15 februari 2006.

Heropening onderzoek

Onder de beraadslaging is gebleken, dat het onderzoek niet volledig is geweest. De rechtbank acht het noodzakelijk, dat er door de rechter-commissaris een aantal getuigen worden gehoord.

De klemmende redenen om het onderzoek in deze zaak te schorsen voor een langere termijn dan één maand zijn gelegen in de tijd die gebruikelijk gemoeid is met het horen van verschillende getuigen.

BESLISSING

De rechtbank beslist als volgt.

Heropent het onderzoek en schorst dit voor onbepaalde tijd, maar in geen geval langer dan drie maanden na heden.

Stelt de stukken in handen van de rechter-commissaris belast met de behandeling van strafzaken in deze rechtbank teneinde het dossier te completeren met foto’s van de in het kader van het onderzoek door de politie als verdachte gehoorde personen, te weten verdachte [naam verdachte], [getuige C] en [getuige D] en (mede aan de hand daarvan) als getuigen te horen:

1. [Getuige A], wonende te [postcode en woonplaats], [adres]

(met name aangaande de door aangeefster opgegeven kenmerken van de dader (vooral de lichte wimpers en ogen) en de omstandigheden waaronder zij een en ander heeft waargenomen, te meer nu zijdens verdachte is betwist dat hij enige overeenkomst vertoont met het door de getuige opgegeven signalement alsmede aangaande de wijze waarop de “herkenning” achteraf van de dader als een man die tegenover haar heeft gewoond tot stand is gekomen);

2. [Getuige B] (broer van verdachte)

(met name met betrekking tot de vraag of en wanneer hij eind oktober 2005 geld heeft gepind van de rekening van zijn broer en wat hij daar vervolgens mee heeft gedaan);

3. [Getuige C], [postcode en woonplaats], [adres]

(met name aangaande

a. de tijdstippen waarop verdachte op 7 en 8 november 2005 aanwezig was in de woning aan de [adres] te [woonplaats]

b. anderen personen die op die tijdstippen eveneens in genoemde woning aanwezig zijn geweest

c. zijn medische gesteldheid

d. de telefonische bedreiging door verdachte vanuit het huis van bewaring - moment en bron van wetenschap -);

4. [Getuige D], [postcode en woonplaats], [adres]

(met name aangaande de vraagpunten onder a, b en c als bij [getuige C]);

5. de overige personen die volgens opgave van de gebroeders [getuige C en D] op 7 en/of 8 november 2005 in genoemde woning aanwezig zijn geweest, te weten ene [getuige E], [getuige F], [getuige G], ene [getuige H] en diens vriendin, en voorts om te doen het-geen de rechter-commissaris in deze verder dienstig voorkomt.

Beveelt de oproeping van verdachte en zijn raadsman tegen de nader te bepalen terechtzitting.

Aldus gewezen door mrs. Lagarde, voorzitter, Krijger en Elders, rechters, in tegenwoordigheid van Van Bun, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 1 maart 2006.

Mr. Lagarde voornoemd is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.