Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZUT:2006:AU9199

Instantie
Rechtbank Zutphen
Datum uitspraak
06-01-2006
Datum publicatie
06-01-2006
Zaaknummer
06/460498-05
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verkrachting van een 18-jarige meisje, dat op de fiets onderweg was van Zutphen naar Brummen, komt verdachte op een gevangenisstraf voor de duur van 2 jaar met aftrek van voorarrest en terbeschikkingstelling met dwangverpleging te staan.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZUTPHEN

Meervoudige kamer voor strafzaken

Parketnummer: 06/460498-05

Uitspraak d.d.: 6 januari 2006

tegenspraak / dip

VERKORT VONNIS

in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren te [plaats] op [geboortedatum],

wonende te [postcode plaats], [adres],

thans verblijvende in het huis van bewaring te Zutphen.

Onderzoek van de zaak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 23 december 2005.

Ter terechtzitting gegeven beslissing

De rechtbank heeft de beslissing omtrent het ter terechtzitting namens verdachte gedane verzoek, tot een naar duur beperkte schorsing van de voorlopige hechtenis, aangehouden tot een tijdstip gelegen tussen de sluiting van het onderzoek ter terechtzitting en 23 december 2005 te 17.00 uur.

De tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 08 september 2005, in de gemeente Zutphen, door geweld of

(een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of bedreiging met geweld of (een) andere

feitelijkhe(i)d(en) [slachtoffer] heeft gedwongen tot het ondergaan van

(een) handeling(en) die bestond(en) uit of mede bestond(en) uit het seksueel

binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer], hebbende verdachte

opzettelijk meerdere, althans een vinger(s) in de vagina en/of de anus van die

[slachtoffer] gestopt en/of gestoken en/of geduwd en/of over/tegen de vagina

en/of de anus van die [slachtoffer] gestreken en/of gewreven, althans de vagina

en/of anus, althans de schaamstreek van die [slachtoffer] betast

en bestaande dat geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) en/of die bedreiging

met geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) hierin dat hij, verdachte,

- die [slachtoffer] heeft vastgepakt en/of

- (vervolgens) met kracht die [slachtoffer] van haar fiets heeft getrokken en/of

geduwd, althans haar ten val heeft gebracht en/of

- zijn, verdachte's, hand(en) op de mond en/of de neus van die [slachtoffer]

heeft gedrukt en/of gedrukt gehouden en/of

- die [slachtoffer] met kracht heeft meegetrokken en/of meegesleurd en/of

- een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp heeft gepakt en/of dat

mes, althans dat voorwerp op en/of ter hoogte van de keel en/of op en/of ter

hoogte van de slaap, althans het hoofd van die [slachtoffer] heeft gezet en/of

heeft gehouden, althans dat mes/voorwerp aan die [slachtoffer] heeft getoond

en/of

- boven op die [slachtoffer] is gaan zitten en/of liggen en/of

- die [slachtoffer] met dat mes, althans dat voorwerp heeft gedwongen door te

lopen en/of

- plotseling en/of onverhoeds de broek en/of onderbroek van die [slachtoffer]

naar beneden heeft getrokken en/of

(aldus) voor die [slachtoffer] een bedreigende situatie heeft doen ontstaan;

art 242 Wetboek van Strafrecht

ALTHANS, dat

hij op of omstreeks 08 september 2005 te gemeente Zutphen, door geweld of (een)

andere feitelijkhe(i)d(en) en/of bedreiging met geweld of (een) andere

feitelijkhe(i)d(en) [slachtoffer] heeft gedwongen tot het plegen en/of

dulden van een of meer ontuchtige handeling(en), bestaande uit meerdere,

althans een van zijn, verdachte's, vinger(s) in de vagina en/of de anus van

die [slachtoffer] te stoppen en/of steken en/of duwen en/of over/tegen de vagina

en/of de anus van die [slachtoffer] strijken en/of wrijven, althans de vagina

en/of anus, althans de schaamstreek van die [slachtoffer] betasten en bestaande

dat geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) en/of die bedreiging met geweld

of die andere feitelijkhe(i)d(en) uit

- het vastpakken van die [slachtoffer] en/of

- het (vervolgens) met kracht van haar fiets trekken en/of duwen van die

[slachtoffer], althans het haar ten val brengen en/of

- het drukken van zijn, verdachte's, hand(en) op de mond en/of de neus van die

[slachtoffer] en/of gedrukt gehouden en/of

- het met kracht meetrekken en/of meesleuren van die [slachtoffer] en/of

- het pakken van een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp en/of dat

mes, althans dat voorwerp op en/of ter hoogte van de keel en/of op en/of ter

hoogte van de slaap, althans het hoofd van die [slachtoffer] zetten en/of

houden, althans het tonen van dat mes/voorwerp aan die [slachtoffer] en/of

- het boven op die [slachtoffer] gaan zitten en/of liggen en/of

- met dat mes, althans dat voorwerp die [slachtoffer] dwingen door te lopen

en/of

- het plotseling en/of onverhoeds de broek en/of onderbroek van die

[slachtoffer] naar beneden trekken en/of

(aldus) voor die [slachtoffer] een bedreigende situatie heeft doen ontstaan;

art 246 Wetboek van Strafrecht.

Bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het primair ten laste gelegde heeft begaan, te weten dat:

hij op 8 september 2005, in de gemeente Zutphen, door geweld en bedreiging met geweld [slachtoffer] heeft gedwongen tot het ondergaan van handelingen die mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer], hebbende verdachte opzettelijk

een vinger in de vagina en de anus van die [slachtoffer] gestopt en over de vagina en de anus van die [slachtoffer] gewreven,

en bestaande dat geweld en die bedreiging met geweld hierin dat hij, verdachte,

- die [slachtoffer] heeft vastgepakt en

- vervolgens met kracht die [slachtoffer] van haar fiets heeft geduwd en

- zijn, verdachte's, hand op de mond en de neus van die [slachtoffer] heeft gedrukt en gedrukt

gehouden en

- die [slachtoffer] met kracht heeft meegesleurd en

- een mes heeft gepakt en dat mes op de slaap van die [slachtoffer] heeft gezet en

heeft gehouden en

- boven op die [slachtoffer] is gaan zitten en

- die [slachtoffer] met dat mes heeft gedwongen door te lopen en

- plotseling en onverhoeds de broek en onderbroek van die [slachtoffer] naar beneden heeft

getrokken en

aldus voor die [slachtoffer] een bedreigende situatie heeft doen ontstaan.

Motivering bewezenverklaring

Deze bewezenverklaring is gebaseerd op:

- de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting;

- de aangifte van [slachtoffer] (pag. 20 e.v.) en haar aanvullende verklaring (pag. 25 e.v.);

- de verklaring van de getuige [naam getuige] (pag. 54).

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezene levert op het misdrijf: verkrachting.

Strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

Strafbaarheid van de verdachte

Over verdachte is een multidisciplinaire rapportage uitgebracht, bestaande uit een rapport van de psychiater H.E.M. van Beek en een rapport van de psycholoog drs. J.F.G.M. van Nunen, beide rapporten gedateerd 16 december 2005.

Met de eensluidende conclusie van de rapporteurs, te weten dat de onderzochte ten tijde van het plegen van de hem ten laste gelegde feit lijdende was aan een gebrekkige ontwikkeling van zijn geestvermogens in de vorm van een antisociale persoonlijkheidsstoornis met narcistische en afhankelijke trekken, kan de rechtbank zich verenigen.

De psychiater komt tot de conclusie dat het feit - indien bewezen – verdachte in verminderde mate kan worden toegerekend, terwijl de psycholoog tot de slotsom komt dat verdachte als licht verminderd tot verminderd toerekeningsvatbaar beschouwd kan worden.

Gelet op de conclusies en beschouwingen van de gedragsdeskundigen kan de rechtbank zich verenigen met de conclusie dat de verdachte voor het bewezenverklaarde als verminderd toerekeningsvatbaar moet worden beschouwd. Zij maakt die conclusie tot de hare.

Verdachte is strafbaar, nu ook overigens geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

Oplegging van straf en/of maatregel

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie (zie voor de inhoud van de vordering bijlage I).

De rechtbank acht na te melden strafoplegging in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander tijdens het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

De rechtbank heeft bij de straftoemeting in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte is op 8 september 2005 kort na 22.30 uur vanuit Zutphen fietsend aangegaan achter een hem passerend meisje, dat op de fiets onderweg was naar Brummen. Bij het volgen van het meisje was verdachte seksueel opgewonden en heeft hij zich op een confrontatie met haar voorbereid door het met een doek en/of capuchon bedekken van zijn gezicht en het binnen handbereik brengen van een mes. Gekomen op een (relatief) stil en duister trajectgedeelte in het buitengebied, heeft verdachte het meisje overrompeld door haar plotseling in te halen, van de fiets te duwen, het schreeuwen te beletten, haar over een prikkeldraadafrastering het daarachter gelegen weiland in te sleuren, op haar te gaan zitten en een mes tegen haar slaap te plaatsen.

Toen het meisje niet bleek mee te werken, heeft hij haar onder voortdurende bedreiging met een mes verder het weiland ingedrongen, bij haar de boven- en onderbroek naar beneden gedaan en haastig de vagina en anus betast en met de vinger gepenetreerd, alvorens te vluchten voor kennelijk naar de plaats des onheils onderweg zijnde personen. Verdachte heeft daaromtrent bij de politie verklaard, dat hij niet wilde dat alles voor niets zou zijn en dat hij het meisje heeft gevingerd om nog even van haar de kunnen profiteren.

Door dit alles heeft verdachte niet alleen blijk gegeven van een schokkende en gevaarlijke mentaliteit op zedengebied, maar heeft hij tevens de lichamelijke integriteit van een 18 jarig meisje grovelijk geschonden en voor haar, naast pijnlijke prikkeldraadverwondingen, hevige en nog voortdurende angstgevoelens veroorzaakt.

Algemeen bekend is dat de psychische schade van een zo ingrijpende gebeurtenis voor het slachtoffer zeer ernstig en langdurig kan zijn.

Ten slotte moet gelden dat door feiten als het onderhavige de rechtsorde ernstig wordt geschokt en de in de maatschappij levende gevoelens van onveiligheid worden versterkt.

Uit het strafblad van verdachte blijkt dat hij diverse malen terzake van zedendelicten met justitie in aanraking is gekomen en dat hij daarvoor tweemaal is veroordeeld.

Uit de over verdachte uitgebrachte multidisciplinaire rapportage blijkt onder meer, zakelijk weergegeven, het volgende.

Verdachte is een 24-jarige man, bij wie sprake is van een antisociale persoonlijkheidsstoornis met narcistische en afhankelijke trekken. Verdachte heeft een gebrekkige frustratie- en agressieregulatie. Tijdens het onderhavige delict heeft hij zijn gevoelens van agressie omgezet in het uitoefenen van macht middels een verkrachting. Er is sprake van seksuele/agressieve problematiek die sterk gericht is op lustbevrediging, waarbij verdachte handelt als in een roes, voortkomend uit een onvoldoende ik - en gewetencontrole.

De kans op herhaling van een soortgelijk strafbaar feit is groot.

Om herhaling te voorkomen of te beperken is een langdurige klinische behandeling nodig. Verdachte vormt een groot gevaar voor zijn omgeving. Eerdere behandelingen (waaronder een ruim drie jaar durende PIJ-behandeling in Den Engh) hebben geen resultaat opgeleverd en de agressie neemt toe.

Geadviseerd wordt verdachte de maatregel van terbeschikkingstelling op te leggen, met bevel tot verpleging van overheidswege.

Met de beschouwingen en de daarop gebaseerde conclusies en het advies als weergegeven in voormelde rapportage kan de rechtbank zich verenigen.

De rechtbank neemt dit advies over.

De rechtbank is van oordeel dat uit het onderzoek ter terechtzitting en voormelde rapportage is gebleken dat de veiligheid van anderen, zowel de terbeschikkingstelling als de verpleging van overheidswege van verdachte eist.

Het gaat om een misdrijf gericht tegen of gevaar veroorzakend voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een persoon.

De rechtbank zal derhalve de terbeschikking-stelling met bevel dat verdachte van overheidswege zal worden verpleegd, gelasten.

Strafmaat

Aangezien het bewezen verklaarde feit, zij het in verminderde mate, aan verdachte kan worden toegerekend, is de rechtbank van oordeel dat de oplegging van een substantiële onvoorwaardelijke vrijheidsstraf naast de vermelde terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege op zijn plaats is.

Zij heeft daarbij in het bijzonder gelet op de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en op verdachtes recidive, zoals hiervoor overwegen. Niettemin ziet de rechtbank in de relatief jeugdige leeftijd en de verminderde toerekeningsvatbaarheid van verdachte alsmede in het belang van zijn klinische behandeling, aanleiding voor het opleggen van een kortere vrijheidsstraf dan door de officier van justitie gevorderd.

In beslag genomen voorwerpen

De na te melden in beslag genomen en nog niet teruggegeven voorwerpen, volgens opgave van verdachte aan hem toebehorend, zijn vatbaar voor verbeurdverklaring, nu het bewezenverklaarde is begaan met behulp van deze voorwerpen.

De rechtbank heeft hierbij rekening gehouden met de draagkracht van verdachte.

Nu er geen strafvorderlijk belang meer aanwezig is dat zich daartegen verzet, zal de teruggave worden gelast van de inbeslaggnomen voorwerpen als aangegeven onder de nummers 1, 2 en 5 op de lijst van inbeslaggenomen voorwerpen.

Vordering tot schadevergoeding

De benadeelde partij [slachtoffer] heeft zich met een vordering tot schadevergoeding ten bedrage van € 1.466,74 gevoegd in het strafproces.

Nu niet is weersproken dat de benadeelde partij, zoals deze heeft gesteld, als gevolg van het bewezen verklaarde handelen schade heeft geleden tot het gevorderde bedrag en de vordering de rechtbank niet ongegrond of onrechtmatig voorkomt, zal deze vordering worden toegewezen.

De verdachte is voor de schade - naar burgerlijk recht - aansprakelijk.

Schadevergoedingsmaatregel

Gelet op het vorenstaande ziet de rechtbank aanleiding om aan verdachte op basis van het bepaalde in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de verplichting op te leggen tot betaling aan de Staat van een som gelds ten behoeve van genoemd slachtoffer.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Deze strafoplegging/beslissing is gegrond op de artikelen 10, 27, 33, 33a, 36a, 36b, 36f, 37a, 37b en 242 van het Wetboek van Strafrecht.

BESLISSING

De rechtbank beslist als volgt.

Verklaart, zoals hiervoor overwogen, bewezen dat verdachte het primair tenlastegelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart verdachte strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 2 (twee) jaren.

Beveelt, dat de tijd, door veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorge-bracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht.

Gelast dat verdachte ter beschikking wordt gesteld en beveelt dat de ter beschikking gestelde van overheidswege zal worden verpleegd.

Verklaart verbeurd de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:

een sjaal, kleur zwart met wit motief en een mes.

Gelast de teruggave van de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen aan veroordeelde, te weten:

- een zwarte trui met capuchon;

- een grijze rib broek;

- een paar schoenen, merk Greyhound.

Veroordeelt verdachte tot betaling van schadevergoeding (van de tot op heden geleden schade) aan de benadeelde partij [slachtoffer], [postcode plaats], [adres] (postbankrekeningnummer [nummer]), tot een bedrag van € 1.466,74, vermeerderd met betaling van de kosten van het geding en de tenuitvoerlegging door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil en vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 8 september 2005.

Legt aan veroordeelde de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer] voornoemd, een bedrag te betalen van € 1.466,74, met bevel dat bij gebreke van betaling en verhaal 29 dagen hechtenis zal kunnen worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt.

Bepaalt dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Aldus gewezen door mrs. Van Harreveld, voorzitter, Follender Grossfeld en Vaandrager, rechters, in tegenwoordigheid van Van Bun, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 6 januari 2006.

Mr. Follender Grossfeld is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.