Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZUT:2005:AU9059

Instantie
Rechtbank Zutphen
Datum uitspraak
14-12-2005
Datum publicatie
06-01-2006
Zaaknummer
63478 / HA ZA 04-779
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Het optreden van gebreken aan de Mercedes kan op zichzelf niet als een toerekenbare tekortkoming worden aangemerkt, temeer nu verkoper onbetwist heeft gesteld dat zij die gebreken steeds kosteloos heeft gerepareerd, waarbij koper gebruik kon maken van gratis vervangend vervoer. De vraag is echter of het aantal en de soort van de gebreken, die de Mercedes binnen 13 maanden na de aankoop vertoonde, maakt dat de auto niet de eigenschappen bezat die koper redelijkerwijs mocht verwachten en of de afwijkingen van een zodanig belang waren dat een zij een ontbinding rechtvaardigden. Daarbij kan ook een rol spelen dat is aangeboden om de duur van de Eurogarantie te verlengen tot 2 jaar.

Bij een ontbinding van de overeenkomst zullen partijen hun wederzijds gedane prestaties ongedaan moeten maken. Aangezien koper in december 2003 niet in staat was de Mercedes in dezelfde staat terug te leveren als in de staat waarin de Mercedes aan hem is geleverd in november 2002, heeft verkoper dan recht op een vergoeding van de waarde van de gemiddelde afschrijving van de Mercedes tussen het moment van de aankoop op 30 november 2002 en het terugbrengen van de auto op 22 december 2003, onder aftrek van de gemiddelde kosten van reparaties en onderhoud in die periode buiten de garantie om.

Koper kan geen schade door opslag vorderen als verkoper de auto voor een redelijke prijs wilde terugnemen, maar dit door de koper van de hand is gewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Zutphen

Sector Civiel

Afdeling Handel

Rolnummer: 63478 / HA ZA 04-779

Uitspraak: 14 december 2005

Vonnis van de enkelvoudige kamer voor burgerlijke zaken in de zaak van

[eiser],

wonende te [woonplaats], [gemeente]

eiser in conventie,

verweerder in reconventie,

procureur mr. S. van Dijk,

advocaat mr. S.M. van der Zwan te Dieren,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

WENSINK AUTOMOBIELBEDRIJVEN B.V.,

gevestigd te [plaats],

gedaagde in conventie,

eiseres in reconventie,

procureur mr. A.C.G. Reezigt.

Partijen zullen hierna [eiser] en Wensink genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding d.d. 6 juli 2004

- de conclusie van antwoord in conventie en van eis in reconventie

- de rolbeschikking d.d. 15 september 2004

- de akte van de zijde van Wensink

- de conclusie van antwoord in reconventie plus overlegging productie in conventie

- het tussenvonnis d.d. 1 december 2004 waarin een comparitie van partijen is gelast

- het proces-verbaal van de comparitie van partijen, waaraan gehecht de brief met bijlagen d.d. 5 januari 2005 van Mr. Reezigt en de brief met bijlagen d.d. 7 februari 2005 van Mr. Van der Zwan

- de conclusie van repliek tevens houdende vermeerdering van eis in conventie

- de conclusie van dupliek in conventie met bijlagen en van repliek in reconventie

- de conclusie van dupliek in reconventie, tevens akte uitlating producties

- de akte uitlating producties en vermeerdering van eis in reconventie

- de akte uitlating van de zijde van [eiser].

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1. Op 30 november 2002 heeft [eiser] van Wensink gekocht een gebruikte Mercedes-Benz, bouwjaar 2001, kilometerstand 38.407, type S 400 CDI(lang) Automaat(5), voor een prijs van € 91.000,00, waarbij door hem tegelijkertijd een andere auto werd ingeruild tegen een waarde van € 30.000,00, zodat hij toen

€ 61.000,00 heeft voldaan aan Wensink.

2.2. De auto is door Wensink afgeleverd met een garantietermijn van 1 jaar. In die garantietermijn heeft [eiser] de Mercedes verscheidene malen met gebreken voor reparatie bij Wensink gebracht. Op 22 december 2003 heeft [eiser] de Mercedes met de sleutels, teruggebracht naar Wensink en daarbij laten weten dat de auto alweer gebreken vertoonde en dat hij daarom geen prijs meer stelde op de auto. Wensink was bereid de auto terug te nemen voor € 65.000,00, doch [eiser] vond dat bedrag te laag. Verdere onderhandelingen tussen partijen hebben niet tot een oplossing geleid. De auto heeft vervolgens gedurende lange tijd ongebruikt in de garage van Wensink gestaan.

3. De vordering in conventie

3.1. [eiser] heeft - na vermeerdering van zijn eis - gevorderd dat de rechtbank bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad zonder borgstelling,

- voor recht zal verklaren dat vernietigd althans ontbonden is, althans dat [eiser] aanspraak kan maken op de geld-teruggarantie, althans te vernietigen althans te ontbinden de overeenkomst tussen partijen gesloten terzake van de aankoop door [eiser] van de onderhavige auto;

- Wensink zal veroordelen aan [eiser] tegen behoorlijk bewijs van kwijting de navolgende bedragen te betalen:

€ 91.000.00 te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag vanaf 30 november 2002, althans vanaf 20 december 2003, althans vanaf 16 februari 2004, althans vanaf heden tot aan de dag der algehele voldoening

€ 1.285,34, te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag vanaf heden tot aan de dag der algehele voldoening;

€ 2.450,00 terzake van buitengerechtelijke kosten te vermeerderen met BTW en de wettelijke rente over dat bedrag vanaf heden tot aan de dag der algehele voldoening;

- met veroordeling van Wensink in de kosten van de procedure in conventie.

3.2. Hij heeft daartoe tegen de achtergrond van de vaststaande feiten

-samengevat- het navolgende aangevoerd.

De Mercedes was behept met dermate veel en elkaar opvolgende gebreken en moest zo vaak gerepareerd worden, dat [eiser] niet geleverd heeft gekregen wat van een auto in zijn algemeenheid en zeker van een auto in deze prijsklasse verwacht zou mogen worden, mede gelet op de gegevens op internet over een Mercedes SterOccasion met Eurogarantie. Wensink wist dat [eiser] de auto had gekocht om regelmatig naar Zuid-Frankrijk te rijden, maar de Mercedes was daarvoor niet bedrijfszeker genoeg. [eiser] beroept zich op vernietiging van de overeenkomst tussen partijen op grond van dwaling, althans op ontbinding van die overeenkomst op grond van non-conformiteit. Daarnaast doet [eiser] ook een beroep op de geld-teruggarantie.

Omdat Wensink weigerde de Mercedes na december 2003 in zijn handelsvoorraad op te nemen, heeft hij twee maal een boete van € 95,00 gekregen wegens het nalaten van een APK- keuring en moest hij € 68,00 betalen voor het schorsen van het kenteken. Bovendien was [eiser] door voormelde weigering verplicht de auto verzekerd te houden en kon hij de korting wegens schadevrije jaren niet genieten bij de verzekering van een andere auto van hem, waardoor hij € 1.027,34 schade heeft geleden.

4. Het verweer in conventie

4.1. Wensink concludeert tot niet ontvankelijk verklaring van [eiser] in, dan wel afwijzing van, zijn vorderingen met veroordeling van [eiser] in de kosten van de procedure in conventie.

4.2. Hij heeft daartoe – samengevat – aangevoerd.

Wensink betwist dat [eiser] heeft gedwaald of dat zij toerekenbaar tekort is geschoten met betrekking tot de overeenkomst tussen partijen. Toen [eiser] de auto kocht, was er niets mee aan de hand. De auto beantwoordde aan de koopovereenkomst. Dat deze tussentijds (op meer ondergeschikte punten) een enkele keer gebreken vertoonde, maakt dat niet anders. Wensink heeft die gebreken steeds onder garantie, dus gratis, gerepareerd, waarbij [eiser] gebruik kon maken van gratis vervangend vervoer.

Wensink is niet in gebreke gesteld, dus zij is niet in verzuim gekomen. Voor zover er sprake is van verzuim van haar kant, is dit te gering om de ontbinding van de overeenkomst te rechtvaardigen.

Zij is niet in de gelegenheid gesteld de in december 2003 door [eiser] gemelde gebreken te repareren.

Wensink heeft in december 2003 € 65.000,00 geboden voor de auto, hetgeen meer is dan de waarde ervan op dat moment blijkens het overgelegde rapport van DEKRA.

Voor het geval de overeenkomst vernietigd zou worden wegens dwaling of ontbonden wegens tekortkoming, doet Wensink een beroep op verrekening van het door hem terug te betalen bedrag met de waarde van het door [eiser] voor langere tijd en gedurende vele kilometers gebruik maken van de auto ad € 26.000,00, omdat [eiser] anders ongerechtvaardigd zou zijn verrijkt.

Bij vernietiging of ontbinding moet er rekening mee gehouden worden dat bij de overeenkomst naast de koop ook sprake was van inruil van een andere auto.

De door [eiser] overgelegde facturen ter zake van garantie-reparaties aan de Mercedes zijn door hem onrechtmatig ontfutseld aan een medewerker van Wensink. Deze hadden een intern en vertrouwelijk karakter en waren bedoeld om te kunnen vaststellen welke werkzaamheden en geleverde onderdelen vallen onder de garantie.

Tot slot betwist Wensink het bedrag van de door [eiser] gestelde buitengerechtelijke kosten.

5. De vordering in (voorwaardelijke) reconventie

5.1. Wensink vordert – na vermeerdering van eis - dat de rechtbank, bij vonnis voorzover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, [eiser] zal veroordelen om aan haar tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen:

- een bedrag van € 5.597,13, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 10 augustus 2005;

- een bedrag van € 26.000,00, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 8 september 2004 voor het geval in conventie de nietigheid dan wel de ontbinding van de overeenkomst wordt bekrachtigd en het ten gevolge daarvan door Wensink te betalen bedrag niet met [eiser] kan worden verrekend;

- met veroordeling van [eiser] in de kosten van de procedure in reconventie.

5.2. Zij heeft daartoe – samengevat – aangevoerd.

Nadat [eiser] de auto in december 2003 heeft teruggebracht, was Wensink zaakwaarnemer voor [eiser] of kan Wensink geacht worden de auto in consignatie te hebben gehad met als doel de auto te verkopen. De kosten die Wensink in dat verband heeft gemaakt, komen in redelijkheid voor rekening van [eiser], welke kosten bestaan uit de stallingkosten van € 4,50 per dag, ad in totaal € 2.335,50, en verkoopkosten van € 3.261,63.

Op grond van artikel 6:278 Burgerlijk Wetboek ( hierna te noemen: BW) zal rekening gehouden moeten worden met de waarde van het door [eiser] voor langere tijd en gedurende vele kilometers gebruik maken van de auto ad € 26.000,00, omdat [eiser] daarmee ongerechtvaardigd zal zijn verrijkt als de overeenkomst vernietigd zou worden wegens dwaling of ontbonden wegens toerekenbare tekortkoming van Wensink.

6. Het verweer in reconventie

6.1. [eiser] concludeert tot niet ontvankelijk verklaring van Wensink in, dan wel afwijzing van, haar vorderingen met veroordeling van Wensink in de kosten van de procedure in reconventie.

6.2. Hij heeft daartoe - samengevat – het navolgende aangevoerd.

Hij betwist dat er sprake is van zaakwaarneming of consignatie. Zo er wel sprake is van zaakwaarneming, is Wensink daarin de tekortgeschoten. [eiser] heeft de overeenkomst vernietigd dan wel ontbonden. De auto was vanaf dat moment van Wensink.

Voorts is [eiser] van mening dat hij niet ongerechtvaardigd is verrijkt door de kilometers die hij met de auto heeft gereden. Tegenover het beperkte voordeel daarvan, staan veel meer nadelen door de vele reparaties die uitgevoerd moesten worden. De waardevermindering van de auto ten gevolge van de door hem gereden kilometers bedraagt volgens een door hem overgelegd rapport van de ANWB

€ 13.428,32 te verminderen met € 5.628,16, zijnde de kosten die [eiser] zelf heeft uitgegeven aan de auto.

7. De beoordeling

in conventie

7.1. Allereerst dient onderzocht te worden of het beroep van [eiser] op dwaling dan wel een toerekenbare tekortkoming van Wensink gegrond is.

7.2. Een van de voorwaarden voor het aannemen van dwaling is, dat de Mercedes van meet af aan niet beantwoordde aan de koopovereenkomst. Uitsluitend toekomstige omstandigheden van het gekochte kan immers geen grondslag zijn voor dwaling. Uit het door [eiser] als productie 4 overgelegde overzicht blijkt dat er begin december 2002 een achterlicht en de verlichting van het verwarmingspaneel kapot was en gerepareerd is. Deze gebreken acht de rechtbank onvoldoende om aan te kunnen nemen dat de Mercedes van meet af aan niet beantwoordde aan de koopovereenkomst. Gesteld noch gebleken is dat zich zo kort na de aankoop en levering nog andere gebreken hebben voorgedaan of dat de gebreken die later zijn opgetreden, al aanwezig waren bij de levering van de Mercedes. Volgens voornoemd overzicht zijn de eerstvolgende nieuwe gebreken eerst in maart 2003 opgetreden. Reeds om die reden kan er door [eiser] geen beroep worden gedaan op dwaling en zal de vordering in zoverre, wegens onvoldoende onderbouwing, worden afgewezen.

7.3. Er is sprake van een toerekenbare tekortkoming van Wensink indien de Mercedes, mede gelet op de prijs en het type ervan, alsmede op de Eurogarantie die door Wensink bij de verkoop is verstrekt, niet de eigenschappen bezat die [eiser] redelijkerwijs mocht verwachten in die zin dat hij de aanwezigheid daarvan niet behoefde te betwijfelen. Daarbij kan ook een rol spelen dat Wensink onbetwist heeft gesteld, dat hij in december 2003 heeft aangeboden om de duur van de Eurogarantie te verlengen tot 2 jaar. Het is van algemene bekendheid dat een auto door gebruik gebreken kan gaan vertonen. Mede om die reden wordt bij de verkoop van een nieuwe auto - en vaak ook bij een 2e hands auto - een garantie (inhoudende gratis reparatie van gebreken) verstrekt. Het optreden van gebreken aan de Mercedes kan daarom op zichzelf niet als een toerekenbare tekortkoming worden aangemerkt, temeer nu Wensink onbetwist heeft gesteld dat zij die gebreken steeds kosteloos heeft gerepareerd, waarbij [eiser] gebruik kon maken van gratis vervangend vervoer.

De vraag is echter of het aantal en de soort van de gebreken, die de Mercedes binnen 13 maanden na de aankoop vertoonde, maakt dat de auto niet de eigenschappen bezat die [eiser] redelijkerwijs mocht verwachten en of de afwijkingen van een zodanig belang waren dat een zij een ontbinding rechtvaardigden. Als dat vast komt te staan, hoefde [eiser] het optreden van de gebreken niet langer te accepteren en acht de rechtbank de door [eiser] ingeroepen ontbinding van de overeenkomst, bij zijn brief van 20 december 2003, rechtsgeldig.

Wensink heeft betwist dat voornoemde brief een beroep op ontbinding inhoudt. De rechtbank acht dat wel het geval, aangezien daarin duidelijk wordt vermeld dat [eiser] wil dat Wensink de auto terugneemt. Daaraan doet niet af dat partijen vervolgens in onderhandeling zijn gegaan, waarbij meerdere mogelijke oplossingen de revue zijn gepasseerd.

Overigens is niet van belang dat Wensink niet uitdrukkelijk in gebreke is gesteld door [eiser]. Wensink kon het veelvuldig voorkomen van de gebreken in de eerste 13 maanden na de levering van de auto niet meer helen toen [eiser] de auto in december terugbracht bij Wensink. Daarom was een ingebrekestelling niet meer nodig.

7.4. Voor het antwoord op de vraag, of het aantal en de soort van de gebreken, die de Mercedes binnen 13 maanden na de aankoop vertoonde, maakt dat de auto niet de eigenschappen bezat die [eiser] redelijkerwijs mocht verwachten en of de afwijkingen van een zodanig belang waren dat een zij een ontbinding rechtvaardigden, acht de rechtbank het voorshands nodig een deskundigenbericht in te winnen van een onafhankelijke deskundige in de autobranche.

Voordat daartoe wordt overgegaan, zal de rechtbank partijen in de gelegenheid te stellen zich uit te laten over de persoon van de te benoemen deskundige en over de aan de deskundige voor te leggen vragen. Partijen worden verzocht daarbij aan te geven over welke deskundige zij het eens zijn, dan wel tegen wie zij gemotiveerd bezwaar hebben. De rechtbank zal de zaak hiertoe naar de rol verwijzen, zoals hierna is aangegeven.

De deskundige zal bij zijn/ haar onderzoek dienen uit te gaan van de gebreken en reparaties zoals die vermeld staan op het overzicht van productie 4 bij de dagvaarding, alsmede op de facturen van de producties 2 tot en met 11, 13 en 14 bij de conclusie van repliek in conventie, behoudens voor zover de op productie 14 gedeclareerde werkzaamheden niet zien op gebreken, maar op het zo goed als nieuw laten zijn van de auto om die aan een derde te kunnen verkopen. Weliswaar gaat het hier om facturen voor intern gebruik, maar Wensink geeft zelf aan dat deze facturen bedoeld waren om te kunnen vast stellen, welke werkzaamheden aan de Mercedes en welke geleverde onderdelen ten behoeve van de Mercedes vallen onder de garantie en welke niet. De daarop vermelde werkzaamheden en geleverde onderdelen acht de rechtbank daarom een goede indicatie voor de gebreken die de eerste 13 maanden na de levering van de auto zijn opgetreden. Dat een aantal van de geleverde onderdelen en uitgevoerde werkzaamheden volgens Wensink zien op modificaties uit het oogpunt van service maakt dat niet anders. Indien dat het geval is, zal de door de rechtbank te benoemen deskundige dit kunnen waarnemen en daarmee zo nodig rekening kunnen houden.

7.5. Wensink heeft nog gesteld dat voornoemde facturen niet mogen bijdragen aan de bewijsvoering zijdens [eiser], omdat deze onrechtmatig - want door misleiding - zijn verkregen. [eiser] heeft de misleiding betwist. Zelfs als de lezing van Wensink zou komen vast te staan, heeft zij echter onvoldoende gesteld om een onrechtmatigheid aan te nemen, nu daarvoor onvoldoende is dat [eiser] aan een medewerker van Wensink het zou hebben doen voorkomen dat de kwestie over de Mercedes in onderling overleg tussen partijen zou zijn geregeld, temeer nu de facturen vrijwillig aan hem zijn afgegeven.

7.6. Voorts doet Wensink een beroep op de geld-teruggarantie op grond van de Eurogarantie. Wensink heeft niet betwist dat de geld-teruggarantie in beginsel van toepassing is op de onderhavige overeenkomst. De koopovereenkomst maakt ook melding van een verstrekte “Eurogarantie”, waaraan blijkens productie 3 bij de dagvaarding de geld-teruggarantie is gekoppeld. Deze garantie kan echter slechts ingeroepen worden binnen acht dagen na de levering en uitsluitend als er nog niet meer dan 2.000 kilometer met de auto is gereden. Weliswaar heeft [eiser] reeds binnen 8 dagen aan Wensink gebreken aan de verlichting van de auto gemeld, maar die gebreken kunnen – zoals hiervoor reeds is overwogen - niet worden aangemerkt als een toerekenbare tekortkoming, temeer nu die kort daarop gerepareerd zijn. Kennelijk heeft [eiser] om die reden toen geen beroep gedaan op de geld-teruggarantie. Toen [eiser] in december 2003 liet weten dat hij de auto wilde teruggeven, was de termijn van 8 dagen was al ruimschoots verlopen en kon hij er geen beroep meer op doen. De rechtbank acht de voorwaarden voor de geld-teruggarantie niet onredelijk bezwarend in de zin van artikel 6:233 BW. Wensink heeft daartoe onvoldoende aangevoerd. Daarbij dient bedacht te worden dat bedoelde voorwaarden geen afbreuk doen aan de normale wettelijke rechten van [eiser] bij niet nakoming van de overeenkomst door Wensink.

7.7. [eiser] heeft nog enkele schadebedragen gevorderd ter zake van boetes, de schorsing van het kenteken en de verzekering van de Mercedes, in de periode na 22 december 2003 dat de auto ongebruikt in de garage van Wensink stond. Of [eiser] recht heeft op die schade, hangt enerzijds af van het antwoord op de vraag of het aantal en de soort van de gebreken, die de Mercedes binnen 13 maanden na de aankoop vertoonde, maakt dat de auto niet de eigenschappen bezat die [eiser] redelijkerwijs mocht verwachten en of de afwijkingen van een zodanig belang waren dat een zij een ontbinding rechtvaardigden, en anderzijds van de vraag of het bedrag van € 65.000,00 waarvoor Wensink in december 2002 bereid was de Mercedes terug te nemen, voldoende was. Het antwoord op laatstgenoemde vraag hangt af van de beslissing in reconventie in deze zaak, aangezien daar aan de orde is welk bedrag [eiser] aan Wensink zal dienen te betalen vanwege het feit dat [eiser] – als de ontbinding gerechtvaardigd is – in december 2003 niet in staat was de Mercedes in dezelfde staat terug te leveren als in de staat waarin de Mercedes aan hem is geleverd in november 2002.

Mocht in deze procedure namelijk blijken dat het saldo van de door Wensink terug te betalen koopprijs van de auto minus het door [eiser] terug te betalen bedrag lager of gelijk is aan € 65.000,00, dan had [eiser] dat bedrag moeten accepteren voor de auto. In dat geval heeft hij, door dat niet te doen, de schade zelf veroorzaakt en kan hij die daarom niet vorderen van Wensink.

in reconventie

7.8. De beoordeling van vordering van Wensink terzake van de stallings- en verkoopkosten hangt zozeer af van de beoordeling in conventie, dat deze thans nog niet kan worden behandeld en beslist.

7.9. De vordering terzake van de ongerechtvaardigde verrijking van [eiser], indien de rechtbank in conventie tot de conclusie komt dat de Mercedes niet de eigenschappen bezat die [eiser] redelijkerwijs mocht verwachten en dat de afwijkingen een ontbinding van de overeenkomst rechtvaardigden, betreft naar het oordeel van de rechtbank niet het vraagstuk van de ongerechtvaardigde verrijking, maar de verbintenis tot waardevergoeding ex artikel 6:272 BW. Bij een ontbinding van de overeenkomst zullen [eiser] en Wensink hun wederzijds gedane prestaties ongedaan moeten maken. Aangezien [eiser] in december 2003 niet in staat was de Mercedes in dezelfde staat terug te leveren als in de staat waarin de Mercedes aan hem is geleverd in november 2002, heeft Wensink dan recht op een waardevergoeding van de prestatie die [eiser] wel heeft genoten maar die hij niet ongedaan kan maken.

7.10. Gelet op het feit dat [eiser] ongeveer 36.000 kilometer in de auto heeft gereden en dat de opgetreden gebreken steeds binnen korte tijd kosteloos zijn gerepareerd, waarbij [eiser] gebruik kon maken van gratis vervangend vervoer, acht de rechtbank het redelijk dat door [eiser] aan Wensink wordt vergoed de economische waarde van het gebruik van de auto gedurende 36.000 kilometer in ruim 1 jaar. Deze waarde komt overeen met de gemiddelde afschrijving van de Mercedes tussen het moment van de aankoop op 30 november 2002 en het terugbrengen van de auto op 22 december 2003, onder aftrek van de gemiddelde kosten van reparaties en onderhoud in die periode buiten de garantie om. Dat [eiser] meerdere malen van zijn woonplaats Driel naar Apeldoorn heeft moeten rijden voor de reparaties, is daarbij niet van belang, nu dat voor zijn eigen rekening komt, omdat het zijn keuze was om in Apeldoorn de Mercedes te kopen.

Wensink begroot het te vergoeden bedrag op € 26.000,00, terwijl [eiser] een veel lager bedrag noemt. De door partijen overgelegde rapporten van de ANWB en DEKRA geven een verschillende uikomst op dit punt. Om die reden acht de rechtbank het voorshands nodig ook voor die waardebepaling een deskundigenbericht in te winnen van een onafhankelijke deskundige in de autobranche. Voordat daartoe wordt overgegaan, zal de rechtbank partijen in de gelegenheid te stellen zich uit te laten over de persoon van de te benoemen deskundige en over de aan de deskundige voor te leggen vragen. Partijen worden verzocht daarbij aan te geven over welke deskundige zij het eens zijn, dan wel tegen wie zij gemotiveerd bezwaar hebben. De rechtbank gaat er voorshands van uit dat de in conventie te benoemen deskundige ook over de hier bedoelde waardebepaling kan rapporteren, doch partijen zullen zich ook daarover kunnen uitlaten. De rechtbank zal de zaak hiertoe naar de rol verwijzen, zoals hierna is aangegeven.

in conventie en in reconventie

7.11. De rechtbank ziet in de omstandigheden van het geding aanleiding om het voorschot op de kosten van de deskundige gelijkelijk over partijen te verdelen. Partijen zullen daarom te zijner tijd ieder de helft van dit voorschot moeten betalen.

7.12. Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden.

8. De beslissing

De rechtbank

in conventie

8.1. bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van 28 december 2005 voor het nemen van een akte door beide partijen waarin zij zich uitlaten over de aangekondigde deskundigenrapportage,

8.2. houdt iedere verdere beslissing aan,

in reconventie

8.3. bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van 28 december 2005 voor het nemen van een akte door beide partijen waarin zij zich uitlaten over de aangekondigde deskundigenrapportage,

8.4. houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. H.C.M. Boon en in het openbaar uitgesproken op 14 december 2005.