Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZUT:2005:AU8878

Instantie
Rechtbank Zutphen
Datum uitspraak
30-12-2005
Datum publicatie
30-12-2005
Zaaknummer
74100 / KG ZA 05-309
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Leverancier inbouwapparatuur mag onderscheid maken tussen internetwederverkopers en keukenvakhandel.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Zutphen

Sector Civiel

Afdeling Handel

Rolnummer: 74100 / KG ZA 05-309

Uitspraak: 30 december 2005

Vonnis in kort geding in de zaak van

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid GROEN TREND B.V.,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid SCHOUTEN KEUKENS B.V.,

beiden gevestigd te Alphen aan den Rijn,

eiseressen,

procureur mr. A.J.H. Ozinga,

advocaat mr. R.W. La Gro te Alphen aan den Rijn,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

ATAG ETNA PELGRIM HOME PRODUCTS B.V.,

gevestigd te Ulft,

gedaagde,

procureur mr. S.W. Knoop,

advocaat mr. M.J.J. van Beuge te Rotterdam.

Partijen zullen hierna Groen Trend, Schouten en AEP genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding

- de mondelinge behandeling

- de pleitnota van Groen Trend

- de pleitnota van AEP

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1. Groen Trend verkoopt via de internetsites “Internetshop” en “Aabatron” grote elektrische huishoudelijke inbouwapparatuur (witgoedinbouwproducten) rechtstreeks aan de consument. Deze producten koopt Groen Trend rechtstreeks en via derden van in Nederland gevestigde importeurs en producenten.

2.2. Schouten verkoopt via een detailhandelzaak witgoedinbouwproducten aan consumenten en zij is een van de leveranciers van Groen Trend. Schouten is aangesloten bij de inkooporganisatie ‘Der Kreis’.

2.3. AEP is producent en/of importeur van huishoudelijke apparatuur onder de merknamen Atag, Etna en Pelgrim. Groen Trend en Schouten zijn in ieder geval sedert 5 jaar afnemer en wederverkoper van AEP.

2.4. AEP heeft in 2004 besloten om, met ingang van 2005, een hogere inkoopprijs te berekenen aan wederverkopers via internet dan aan de keukenvakzaken. Ook verleent zij aan consumenten die via internet kopen minder lang garantie (2 jaar) dan aan consumenten die in een keukenvakzaak kopen (5 jaar).

2.5. Bij brief van 31 maart 2005 heeft AEP aan Groen Trend medegedeeld dat zij bij inkoop in de periode van 1 april 2005 tot en met 31 december 2005 de volgende korting krijgt op de consumentenadviesprijs (CAP):

op het ATAG inbouwassortiment: CAP excl. BTW -/- 34%

op het Pelgrim inbouwassortiment: CAP excl. BTW -/- 35%

op het ETNA inbouwassortiment: CAP excl. BTW -/- 40%.

2.6. Groen Trend reageert bij brief van 4 april 2005 onder meer als volgt: “U kort mijn conditie met 14% op Atag, 17% op Pelgrim en 10 % op Etna. Onze inkoopprijzen stijgen hier zodanig dat wij genoodzaakt zijn onze verkoopprijzen te verhogen. U begrijpt dat wij hiermee niet akkoord kunnen gaan. Zeker niet omdat u deze prijsverhoging niet bij al uw afnemers toepast. ”

2.7.Bij brief van 31 maart 2005 heeft Der Kreis aan haar deelnemers onder wie Schouten, onder meer het navolgende bericht:

”(…) Middels dit schrijven delen wij u mede dat er per 1 apriil 2005 een nieuwe samenwerkingsovereenkomst tussen AEP Home Products en onze organisatie van kracht zal zijn.

(…) Deze voorwaarden komen er in het kort op neer dat de keukenvakzaken die (ook) via internet verkopen andere inkoopcondities verkrijgen, immers via dit distributiekanaal worden voor AEP niet die toegevoegde waarden geleverd aan de consument welke wel via de keukenvakzaak worden geleverd. (…) De keukenvakzaak die ook via internet verkoopt kan van AEP een apart debiteurennummer verkrijgen waar de (internet)bestellingen op geplaatst kunnen worden. Voorwaarde hiervoor is dat AEP zich het recht zal voorbehouden om, op haar kosten, middels een accountant de juistheid van de naleving van de gemaakte afspraken te laten controleren. (…)”

2.8.Schouten heeft de producten van AEP aan Groen Trend doorgeleverd ten behoeve van de internetverkoop van Groen Trend. Zij heeft daartoe geen apart debiteurennummer aan AEP gevraagd.

2.9. Bij brief van 28 september 2005 heeft AEP aan Schouten - onder meer -

het volgende geschreven over de inkoopcondities:

“Zoals u de afgelopen maanden (…) heeft bevestigd levert u niet de toegevoegde waarde waarop de keukenvakzaak-inkoopcondities zijn gebaseerd doordat u bewust als doorgeefluik fungeert aan internetwinkels die zoals u weet, net als u, genoemde toegevoegde waarde niet leveren aan de consument.

Derhalve zullen wij de inkoopcondities, conform de overeenkomst met inkooporganisatie Der Kreis, met ingang van 1 oktober 2005 aanpassen. Dit betekent dat er geen eindejaarsboni van toepassing zijn en dat op alle door u geplaatste orders bij AEP met ingang van 1 oktober a.s. de volgende condities van toepassing zijn:

-ATAG: de Atag Dealer Prijzen: Consumenten Advies Prijs (“CAP”) -/- 34%.

-Pelgrim: CAP -/- 35%

-ETNA: CAP -/- 40%

Betalingsconditie: 8 dagen -/- 2% of 30 dagen netto op onze rekening.”.

3. Het geschil

3.1. Groen Trend en Schouten vorderen - samengevat -

1. AEP te gebieden om aan hun te leveren tegen dezelfde prijzen en onder dezelfde voorwaarden die voor andere afnemers worden gehanteerd en zonder onderscheid te maken naar de wijze van wederverkoop;

2. AEP te gebieden aan eindgebruikers die via internet AEP-producten hebben gekocht dezelfde garantie te verlenen als andere eindgebruikers;

3. AEP te veroordelen tot betaling van een bedrag van € 50.000,00 aan Groen Trend als voorschot op de schadevergoeding;

4. AEP te veroordelen om te voldoen tot betaling van een dwangsom van € 250.000,00 voor iedere overtreding van dit vonnis te vermeederen met een bedrag van € 10.000,00 voor iedere dag of gedeelte van een dag dat de overtreding voortduurt;

5. AEP te veroordelen in de kosten van de procedure.

3.2.AEP voert verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling

4.1. AEP heeft in de eerste plaats aangevoerd dat Groen Trend en Schouten geen spoedeisend belang hebben bij de vorderingen. Zij hebben dit in de dagvaarding ook niet gesteld en zij hebben dat ook overigens niet aannemelijk gemaakt, aldus AEP. Groen Trend en Schouten hebben daarop aangevoerd dat zij omzetverlies lijden en dat de facto sprake is van een verbod c.q. verhindering tot doorverkoop. Nu Groen Trend en Schouten voor hun bedrijfsresultaten mede afhankelijk zijn van doorverkoop van de producten van AEP is naar voorlopig oordeel de spoedeisendheid gegeven. Het geschil zal derhalve inhoudelijk worden beoordeeld.

4.2. De vraag of Groen Trend ageert uit hoofde van een door haar gestelde en door AEP betwiste overeenkomst kan in het midden blijven, nu Groen Trend en Schouten met juistheid gesteld hebben dat, gelet op de leveringen die in ieder geval vijf jaren hebben plaatsgevonden, een door de normen van redelijkheid en billijkheid bepaalde rechtsverhouding bestaat waarin partijen tot op zekere hoogte rekening dienen te houden met de belangen van de wederpartij.

4.3. Voorop gesteld wordt dat het AEP vrij staat de prijs te bepalen waarvoor zij haar producten wenst te leveren en om onderscheid te maken tussen verschillende afnemers c.q. verkoopkanalen. Dit is slechts anders indien het stellen van nieuwe voorwaarden jegens haar afnemers in strijd komt met de redelijkheid en billijkheid en de Mededingingswet.

4.4. De stellingen van Groen Trend en Schouten komen er in de kern op neer dat AEP, door de mindere korting op de inkoopprijs voor internetaanbieders van 23% tot 91 %, in strijd met de hiervoor gestelde normen handelt. Volgens beide is sprake van een feitelijk doorleverings(doorverkoop)verbod c.q. een verdeling van de markt. Jegens beide is sprake van een leveringsweigering.

4.5. AEP heeft aangevoerd dat de verkoop van haar apparatuur via internet de afgelopen twee jaar een enorme vlucht heeft genomen. Dit brengt mee dat de apparatuur zonder persoonlijk advies en vakkundige installatie aan de consument wordt verkocht, dat zij als gevolg daarvan vaak alsnog advies moet geven over het gebruik en het onderhoud daarvan en dat haar after-salesorganisatie bij de consument thuis problemen moet oplossen die veroorzaakt zijn door ondeskundige installatie. Zij is daarom onderscheid gaan maken tussen keukenvakzaak-verkopen en verkopen via internet, omdat wederverkopers bij internetverkopen jegens haar en de consument minder toegevoegde waarde bieden dan bij keukenvakzaak-verkopen. Groen Trend verkoopt en levert soms af, maar daarna houdt de service op. Zij installeert niet en als een apparaat defect is of mankementen vertoont, dan wordt de consument naar AEP verwezen.

4.6. Groen Trend en Schouten hebben vervolgens aangevoerd dat keukenvak-zaken geen toegevoegde waarde hebben, doch die stelling wordt als onvoldoende onderbouwd gepasseerd. Tegen deze achtergrond is naar voorlopig oordeel een verschil in korting tussen beide verkoopkanalen niet onredelijk, te meer niet nu AEP bij meerdere gelegenheden aan haar afnemers verantwoording heeft afgelegd over haar nieuwe beleid.

4.7. Daar komt nog bij dat de stelling van Groen Trend, dat AEP de korting op de inkoopprijzen in het eerste kwartaal van dit jaar verlaagd heeft met een percentage van 23% tot 91%, niet althans onvoldoende gemotiveerd heeft onderbouwd. In de onderhavige procedure zal er van worden uitgegaan dat AEP - zoals door haar ten pleidooie erkend - de korting op de inkoopprijzen van Groen Trend en Schouten met gemiddeld 23% heeft verlaagd. Voor zover Groen Trend en Schouten stellen dat ook bij minder korting van gemiddeld 23% sprake is van een feitelijke onmiddellijke leveringsstop en leveringsweigering, worden zij daarin niet gevolgd. Voor nadere bewijslevering is in de onderhavige procedure geen plaats.

4.8. Misbruik van een economische machtspositie door AEP is evenmin aannemelijk geworden. Groend Trend en Schouten hebben de stelling van AEP dat haar marktaandeel substantieel beneden 30% ligt en zelfs substantieel beneden 5% niet danwel onvoldoende gemotiveerd betwist. Naar tussen partijen vast staat betrekken Groen Trend en Schouten ook inbouwapparatuur van andere leveranciers.

4.9. Groen Trend en Schouten hebben ook nog aangevoerd dat AEP door de actieve beïnvloeding van de wederverkoopprijzen tussen haar afnemers feitelijk een doorleveringsverbod hanteert, doch ook daarin worden zij niet gevolgd. Het is immers voor Schouten mogelijk om door het aanvragen van een apart debiteurennummer de hogere korting voor haar keukenvakzaak-verkopen te behouden. Dat zij dat niet wenst omdat dan een accountantscontrole volgt, komt voor haar risico. De stellingen dat AEP “steeds op jacht was naar het antwoord op de vraag welke bron van Groen Trend zij nu weer moest afsluiten” en dat “wederverkopers van Groen Trend door AEP één voor één werden afgeknepen”, kunnen bij de beoordeling in de onderhavige procedure geen rol spelen. AEP heeft gemotiveerd betwist dat sprake is van deze gestelde praktijken, de verklaring van de ene partij komt op dit punt niet aannemelijker dan die van de andere partij en voor nadere bewijslevering is in deze procedure geen plaats.

4.10. Voor zover Groen Trend en Schouten stellen dat AEP in strijd handelt met het mededingingsrecht, worden zij ook hierin niet gevolgd. Voor zover er al sprake zou zijn van (een) verboden overeenkomst(en) met (een) inkoper(s) in de zin van artikel 6 Mededingingswet en/of artikel 81 van het EG-verdrag, doet AEP een geslaagd beroep op de EG-Verordening 2790/99 betreffende de toepassing van art. 81 lid 3 van het Verdrag op groepen verticale overeenkomsten en onderling afgestemde feitelijke gedragingen (hierna: de groepsvrijstelling). Groen Trend en Schouten hebben de stelling van AEP dat haar marktaandeel aanzienlijk minder bedraagt dan 30% (het maximum voor de toepasselijkheid van de groepsvrijstelling) niet dan wel onvoldoende gemotiveerd betwist. Dat er verboden “hardcore”-beperkingen aan toepassing van de groepsvrijstelling in de weg staan, zoals verticale prijsbinding en een doorleveringsverbod, is mede gelet op de gemotiveerde betwisting door AEP niet aannemelijk geworden. Machtsmisbruik door AEP is, gelet op hetgeen hiervoor is overwogen omtrent het marktaandeel van AEP, evenmin aannemelijk geworden.

4.11. Op grond van al het vorenstaande worden de vorderingen van Groen Trend en Schouten afgewezen.

4.12. Groen Trend en Schouten zullen als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van AEP worden begroot op:

- vast recht EUR 244,00

- salaris procureur 816,00

Totaal EUR 1060,00

5. De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1. wijst de vorderingen af;

5.2. veroordeelt Groen Trend en Schouten in de proceskosten, aan de zijde van AEP tot op heden begroot op EUR 1060,00,

5.3 verklaart dit vonnis voor wat betreft de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. S.A.M. Vrendenbarg-Elsbeek en in het openbaar uitgesproken op 30 december 2005.