Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZUT:2005:AU8707

Instantie
Rechtbank Zutphen
Datum uitspraak
19-12-2005
Datum publicatie
27-12-2005
Zaaknummer
74351 JE RK 05- 847
Rechtsgebieden
Civiel recht
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Indicatiebesluit behorende bij verzoek plaatsing minderjarige in een Justitiële Jeugdinrichting dient naast de keuze voor het regiem 'beperkt beveiligd', geen toevoeging voor een correctieplaatsing te bevatten.

Wetsverwijzingen
Burgerlijk Wetboek Boek 1
Burgerlijk Wetboek Boek 1 261
Uitvoeringsbesluit Wet op de jeugdzorg
Uitvoeringsbesluit Wet op de jeugdzorg 22
Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen
Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen 14
Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen 24
Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen 25
Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen 27
Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen 37
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JIN 2006/60
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZUTPHEN

Sector Civiel

Afdeling Familie

VERLENGING UITHUISPLAATSING (JJI)

Zaaknummer: 74351 JE RK 05- 847

Beschikking: 19 december 2005

Beslissing op het verzoek van:

de stichting: Stichting Bureaus Jeugdzorg Gelderland,

gevestigd te: Arnhem,

adres: Prins Willem Alexanderlaan 201, 7311 ST Apeldoorn,

inzake

de minderjarige: de minderjarige,

geboren in 1989 in de gemeente ,

advocaat: mr. W.J.L. Zwaan te Apeldoorn.

Het verloop van de procedure

Dit verloop blijkt uit:

- het verzoekschrift met bijlagen, ingekomen op 30 november 2005;

- het proces-verbaal van de terechtzitting van 12 december 2005.

De vaststaande feiten

Bij beschikking van de kantonrechter te Zwolle van 18 mei 2000 is de Stichting Jeugdbescherming en Jeugdhulpverlening Gelderland, vestiging Zutphen, benoemd tot voogdes over de minderjarige.

Bij beschikking van de kinderrechter te Zutphen van 24 januari 2005 is machtiging verleend de minderjarige uit huis te plaatsen in een justitiële jeugdinrichting (beperkt beveiligd) voor de duur van een jaar, derhalve tot 24 januari 2006.

Het verzoek

De stichting verzoekt:

? ter effectuering van het indicatiebesluit van 1 december 2005 en op grond van artikel 1:261 lid 3 Burgerlijk Wetboek, de machtiging tot uithuisplaatsing gedurende dag en nacht te verlengen in een justitiële jeugdinrichting conform dat besluit;

? de te geven beschikking uitvoerbaar bij voorraad verklaren.

Zij stelt ter toelichting onder meer dat het verzoek in het belang van de minderjarige noodzakelijk is.

Ter terechtzitting heeft de voogdijwerkster aangegeven dat er grote zorgen bestaan over de minderjarige. Hij gaat in zijn gedrag achteruit en een correctieplaatsing van veertien dagen in een normaal beveiligde instelling werd noodzakelijk geacht om hem wakker te schudden. De minderjarige heeft een duidelijke structuur nodig en de J.P.C. De Sprengen in Wapenveld is van mening dat die structuur hem in die instelling geboden kan worden. Het gedrag van de minderjarige zal echter bepalend zijn of dit in een beperkt beveiligde setting zal zijn of in de gesloten setting.

In reactie op de vermelding in het indicatiebesluit van 1 december 2005 dat het mogelijk is om tot een correctieplaatsing in het gesloten kader over te gaan, merkt zij op dat zij begrepen heeft dat in een dergelijk geval een correctieplaatsing met een duur van 14 dagen mogelijk is.

Het standpunt van de minderjarige

De minderjarige stemt in met het verzoek. Hij erkent dat hij het er met zijn gedrag zelf naar heeft gemaakt. Omdat hij terugvalt in zijn oude agressieve gedrag, heeft hij om meer hulp gevraagd om zijn agressie te kunnen reguleren.

Mr. Zwaan heeft daaraan toegevoegd dat het positief is dat de minderjarige zich openstelt voor een begeleiding van zijn agressie. Anderzijds vraagt hij zich af of de behandeling die de minderjarige tot nu toe heeft gehad, wel voldoende is geweest en of er niet een andere vorm van hulpverlening voor de minderjarige aangewezen is.

Voorts vraagt hij zich af of het huidige indicatiebesluit, waarin als zorgvorm wordt aangegeven: ”JJI behandelinrichting beperkt beveiligd, indien noodzakelijk is het mogelijk om tot een correctieplaatsing in het gesloten kader over te gaan” wel voldoet aan de eisen van de wet.

De beoordeling

De belanghebbenden voeren geen verweer tegen het verzoek om de minderjarige te plaatsen in een justitiële jeugdinrichting met een beperkt beveiligd regiem.

De kinderrechter acht op grond van de inhoud van de overgelegde stukken en het gehouden verhoor ter terechtzitting verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing in een justitiële jeugdinrichting (beperkt beveiligd) vereist wegens ernstige gedragsproblemen van de minderjarige.

Hoewel niet uit te sluiten is dat de minderjarige gedurende zijn verblijf in de beperkt beveiligde inrichting te Wapenveld, tijdelijk overgeplaatst dient te worden naar de normaal beveiligde inrichting te Zutphen, is het naar het oordeel van de kinderrechter in strijd met diverse wettelijke bepalingen om op voorhand toestemming te geven voor dergelijke uitzonderlijke maatregelen.

Artikel 1: 261 lid 5 BW is overeenkomstig van toepassing op de plaatsing van onder voogdij geplaatste minderjarigen. De stichting dient een machtiging te verzoeken aan de kinderrechter voor plaatsing van de minderjarige in een justitiële inrichting. In het Uitvoeringsbesluit Wet op de jeugdzorg is in artikel 22 aangegeven dat de stichting in het indicatiebesluit dient aan te geven of sprake moet zijn van verblijf in een beperkt beveiligde of normaal beveiligde inrichting als bedoeld in artikel 14 eerste lid, van de Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen (hierna: BJJ). Naar het oordeel van de kinderrechter dient derhalve in het indicatiebesluit een duidelijke keuze gemaakt te worden voor welk regiem de machtiging verzocht wordt. In deze zaak is gebleken dat als uitgangspunt, plaatsing van de minderjarige in een beperkt beveiligde instelling verzocht is en in zijn belang geacht wordt. De Stichting wordt derhalve verzocht om een nieuw indicatiebesluit over te leggen, met als zorgvorm: JJI behandelinginrichting beperkt beveiligd.

Ook om andere redenen is de gedane toevoeging “indien noodzakelijk is het mogelijk om tot een correctieplaatsing in het gesloten kader over te gaan” in het indicatiebesluit onjuist.

In de Beginselenwet Justitiële Jeugdinrichtingen is aan de directeur de bevoegdheid gegeven om de minderjarige tijdelijk over te plaatsen indien dit in het belang van de orde of de veiligheid van de inrichting dan wel van een ongestoorde tenuitvoerlegging van de vrijheidsbeneming noodzakelijk is of indien dit ter bescherming van de betrokken minderjarige noodzakelijk is (art. 27 lid 1 jo art. 24 lid 1 sub a en b). In artikel 27 lid 2 BJJ is aangegeven dat de directeur toestemming van de stichting dient te verkrijgen en dat deze toestemming niet wordt gegeven zonder machtiging van de kinderrechter. Het gaat immers om een vrijheidsbeperkende maatregel die van langere duur is dan de twee keer 24-uur, waarvoor de directeur wel een zelfstandige beslissingsbevoegdheid is toegekend in artikel 25 lid 1 BJJ. Ook wordt in artikel 37 sub d van het Verdrag inzake de Rechten van het Kind aangegeven dat ieder kind dat van zijn of haar vrijheid is beroofd het recht heeft de wettigheid van zijn vrijheidsberoving te betwisten ten overstaan van een rechter of een andere bevoegde onafhankelijke en onpartijdige autoriteit, en op een onverwijlde beslissing ten aanzien van dat beroep.

Indien op voorhand door de kinderrechter toestemming zou worden gegeven om indien het gedrag van de minderjarige daartoe aanleiding geeft hem over te laten plaatsen, is de toetsing van de wettigheid illusoir geworden. Dit gaat ten koste van de rechtsbescherming van de minderjarige.

De beslissing

De kinderrechter:

verzoekt de stichting uiterlijk op maandag 2 januari 2006 een nieuw indicatiebesluit met als zorgvorm ”JJI behandelinrichting beperkt beveiligd” over te leggen;

houdt iedere verdere beslissing aan.

Deze beschikking is gegeven door mr. G.W. Brands-Bottema en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 19 december 2005, in tegenwoordigheid van de griffier.