Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZUT:2005:AU1424

Instantie
Rechtbank Zutphen
Datum uitspraak
18-07-2005
Datum publicatie
24-08-2005
Zaaknummer
71250 / KG ZA 05-190
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Plaatsing foto bij artikel over ernstige ziekte inbreuk op persoonlijke levensfeer. Vordering rectificatie afgewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Rechtbank Zutphen

Sector Civiel

Afdeling Handel

Rolnummer: 71250 / KG ZA 05-190

Uitspraak: 18 juli 2005

Vonnis in kort geding in de zaak van

[eiseres],

wonende te [plaats],

eiseres,

procureur mr. E.G.M. Wiggers,

advocaat mr. A.F. van Dam te Arnhem,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

REFORMATORISCH DAGBLAD B.V.,

gevestigd te Apeldoorn,

gedaagde,

procureur mr. M.H. Hogeman,

advocaat mr. P.J. den Boef te Amersfoort.

Partijen zullen hierna [eiseres] en RD genoemd worden.

Het verloop van de procedure

Dit verloop blijkt uit:

- de dagvaarding

- de mondelinge behandeling

- de pleitnota van [eiseres]

- de pleitnota van RD.

Ten slotte is vonnis bepaald.

De feiten

RD is uitgever van het Reformatorisch Dagblad.

2.2. In het najaar van 2003 is een foto van [eiseres] gemaakt ter illustratie van een artikel in het Reformatorisch Dagblad, met als titel “Mobiliteit als eerste levensbehoefte” en als subtitel “Scootmobiel geeft vrijheid terug”. De foto (waarop [eiseres] zeer herkenbaar is afgebeeld) is genomen tijdens een straatinterview, waaraan [eiseres] heeft meegewerkt. [eiseres] heeft toestemming gegeven voor plaatsing van de foto bij voormeld artikel.

2.2. In de editie van het Reformatorisch Dagblad van 24 mei 2005 is voormelde foto geplaatst bij een artikel met de kop “Nieuw medicijn in de strijd tegen MS” en met het bijschrift “MS, een van de meest voorkomende ziekten van het centraal zenuwstelsel bij jongvolwassenen, treft in het algemeen meer vrouwen dan mannen.”.

2.3. Bij brief van 9 juni 2005 hebben [eiseres] en haar echtgenoot aan de redactie van het Reformatorisch Dagblad medegedeeld dat zij zich geschaad voelen door de plaatsing van de foto van [eiseres] bij het artikel over de ziekte Multiple Sclerose, waarbij zij aangeven dat zij excuses en (binnen 7 dagen) een voorstel tot genoegdoening verwachten.

2.4. Bij brief van 15 juni 2005 heeft de hoofdredacteur van het Reformatorisch Dagblad gereageerd op voormelde brief. In de laatste alinea van zijn brief schrijft de hoofdredacteur het volgende: “Hoewel wij ons (wettelijk noch moreel) nergens toe verplicht voelen, zijn wij bereid u in het kader van de u gewenste genoegdoening nogmaals onze excuses aan te bieden en u toe te zeggen dat de foto wordt vernietigd (hoewel u daar niet om heeft verzocht). Verder zijn wij bereid om in de rubriek “Het was anders” op te merken dat bij genoemd artikel een foto is geplaatst van een invalide vrouw in een rolstoel die geen directe relatie heeft met de inhoud van het artikel en dat het ons spijt dat deze foto is geplaatst, omdat de geportretteerde daar bezwaar tegen heeft gemaakt .”

Het geschil

[eiseres] vordert - samengevat – rectificatie en schadevergoeding, met veroordeling van RD in de kosten van dit geding.

RD voert verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

De beoordeling

Rectificatie

Toestemming

RD heeft niet dan wel onvoldoende gemotiveerd betwist dat de uitdrukkelijke toestemming van [eiseres] aan RD voor gebruik van een in 2003 bij een “straatinterview” van haar gemaakte foto, slechts betrekking heeft op plaatsing van de foto bij het artikel over “vergroting van mobiliteit door scoot-mobiels”. Dat sprake is van een impliciete toestemming tot hergebruik van de foto ter illustratie van - kort gezegd - een artikel over de ziekte Multiple Sclerose, wordt voorshands niet gevolgd. Voor zover [eiseres] al in redelijkheid had dienen te voorzien dat haar foto zou worden hergebruikt, geldt dit gelet op de context van het artikel uit 2003 slechts voor artikelen over zaken (zoals verminderde mobiliteit) waarmee minder valide/zieke mensen in het algemeen te maken krijgen. Een artikel over (een medicijn voor) een ziekte die op geen enkele wijze verband houdt met de door [eiseres] ondervonden beperking valt buiten deze context, zodat [eiseres] plaatsing van haar foto bij een dergelijk artikel niet in redelijkheid had behoeven te voorzien.

4.2. Voldoende aannemelijk is dat een redelijk belang van [eiseres] zich tegen de publicatie verzet. Nu [eiseres] zeer herkenbaar op de foto staat in de context van een artikel over een bepaalde ernstige ziekte, is sprake van een inbreuk in haar persoonlijke levenssfeer. Uit het recht op eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer vloeit voort dat indien de openbaarmaking van een portret inbreuk maakt op dit recht, in beginsel sprake is van een redelijk belang van de geportretteerde als bedoeld in artikel 21 van de Auteurswet dat zich tegen die openbaarmaking verzet (HR 1 juli 1988, NJ 1988, 1000). Dat de belangen van het RD (met name de persvrijheid) zwaarder wegen dan die van [eiseres] wordt niet aannemelijk geacht. De illustrerende functie van de foto had - voorshands oordelend - op gelijke wijze kunnen worden vervuld door een anonieme foto of een foto van een andere persoon die daar (in die context) toestemming voor heeft gegeven.

4.3. Voor toewijzing van de gevorderde rectificatie wordt echter geen aanleiding gezien. Het in de brief van 9 juni 2005 gedane aanbod om “in de rubriek “Het was anders” op te merken dat bij genoemd artikel een foto is geplaatst van een invalide vrouw in een rolstoel die geen directe relatie heeft met de inhoud van het artikel en dat het ons spijt dat deze foto is geplaatst, omdat de geportretteerde daar bezwaar tegen heeft gemaakt”, wordt als een voldoende passende maatregel gezien om de door suggestie weg te nemen dat [eiseres] aan de ziekte Multiple Sclerose lijdt. Een ander belang bij een rectificatie is – voor zover al gesteld – niet aannemelijk geworden. Dat de rubriek “Het was anders” wellicht in omvang niet groot is en op een andere pagina wordt geplaatst dan de gevorderde rectificatie, wordt door de voorzieningenrechter niet als een beletsel gezien. Door [eiseres] is niet dan wel onvoldoende weersproken dat “Het was anders” een standaardrubriek is om onjuistheden weg te nemen, dat deze rubriek een goede leesdichtheid heeft en dat pagina 3 (waarop voormelde rubriek zal worden geplaatst) een prominentere pagina is dan die waarop [eiseres] plaatsing van een rectificatie wenst. Voor zover [eiseres] verdergaande excuses wenst maakt dit het voorgaande niet anders. De gevorderde excuses zouden ook overigens niet worden toegewezen, omdat niemand kan worden verplicht tot het maken van verontschuldigingen (dat zou aan de waarde van excuses ook afbreuk doen). Voor zover [eiseres] bezwaar heeft tegen gebruik van de term “invalide” in voormelde brief, biedt dit evenmin aanknopingspunten voor een ander oordeel. De voorzieningenrechter acht voldoende aannemelijk dat in de rubriek “Het was anders” een andere terminologie zal worden gehanteerd, gelet op de namens het RD ter zitting gedane mededeling dat zij (onder meer door het gebruik van een stijlboekje) in haar berichtgeving in de krant zorgvuldig omgaat met het aanduiden van mensen met een handicap.

Schadevergoeding

4.4. Voor toewijzing van de gevorderde schadevergoeding, wordt geen aanleiding gezien. Het “recht zetten” in de rubriek “Het was anders” vormt naar het oordeel van de voorzieningenrechter voldoende genoegdoening voor de gevoelens van schaamte, angst, verdriet en irritatie waarop de vordering tot schadevergoeding is gebaseerd.

Conclusie

4.5. De vorderingen zullen gelet op al het vorengaande worden afgewezen.

4.5. [eiseres] als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van RD worden begroot op:

- vast recht € 244,00

- salaris 816,00

Totaal € 1.060,00

De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1. wijst de vorderingen af,

5.2. veroordeelt [eiseres] in de proceskosten, aan de zijde van RD tot op heden begroot op € 1.060,00

5.3. verklaart dit vonnis wat betreft de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. R.M.A.G. van Valderen en in het openbaar uitgesproken op 18 juli 2005.?