Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZUT:2005:AT9990

Instantie
Rechtbank Zutphen
Datum uitspraak
26-07-2005
Datum publicatie
26-07-2005
Zaaknummer
06/080483-04
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

20 jaar gevangenisstraf voor dubbele moord in Ruurlo. Op 1e kerstdag heeft verdachte in de woning van zijn schoonmoeder, zijn vrouw en zijn schoonmoeder door het hoofd geschoten, waardoor zij zijn overleden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK ZUTPHEN

Meervoudige kamer voor strafzaken

Parketnummer: 06/080483-04

Uitspraak dd. 26 juli 2005

Tegenspraak / dip

VERKORT VONNIS

in de zaak tegen:

[verdachte], geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum], alias [naam verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],

wonende te [adres],

thans verblijvende in Huis van Bewaring Ooyerhoekseweg te Zutphen.

Onderzoek van de zaak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van

12 juli 2005.

De tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

hij op of omstreeks 25 december 2004 in (de gemeente) Ruurlo opzettelijk en

met voorbedachten rade [slachtoffer 1] van het leven heeft beroofd, immers

heeft verdachte met dat opzet en na kalm beraad en rustig overleg,

- voornoemde [slachtoffer 1] met een (vuur)wapen geslagen in/tegen/op het

gezicht/hoofd, althans het lichaam en/of zodoende die [slachtoffer 1] naar de

grond gewerkt, althans waardoor die [slachtoffer 1] op de grond kwam te

zitten en/of een gehurkte positie aannam, althans in een gehurkte/zittende

positie werd gedwongen (om zichzelf te beschermen) en/of

- (vervolgens) voornoemde [slachtoffer 1] met dat/een (vuur)wapen meermalen,

althans eenmaal, in/door het hoofd, althans het lichaam, geschoten,

tengevolge waarvan voornoemde [slachtoffer 1] is overleden;

art 289 Wetboek van Strafrecht

ALTHANS, dat

hij op of omstreeks 25 december 2004 in (de gemeente) Ruurlo opzettelijk

[slachtoffer 1] van het leven heeft beroofd, immers heeft verdachte met dat

opzet

- voornoemde [slachtoffer 1] met een (vuur)wapen geslagen in/tegen/op het

gezicht/hoofd, althans het lichaam en/of zodoende die [slachtoffer 1] naar de

grond gewerkt, althans waardoor die [slachtoffer 1] op de grond kwam te

zitten en/of een gehurkte positie aannam, althans in een gehurkte/zittende

positie werd gedwongen (om zichzelf te beschermen) en/of

- (vervolgens) voornoemde [slachtoffer 1] met dat/een (vuur)wapen meermalen,

althans eenmaal, in/door het hoofd, althans het lichaam, geschoten,

tengevolge waarvan voornoemde [slachtoffer 1] is overleden;

art 287 Wetboek van Strafrecht

2.

hij op of omstreeks 25 december 2004 en/of 26 december 2004 en/of in of

omstreeks de periode van 25 tot en met 26 december 2004 in (de gemeente)

Ruurlo opzettelijk en met voorbedachten rade [slachtoffer 2] van het leven

heeft beroofd, immers heeft verdachte met dat opzet en na kalm beraad en

rustig overleg, voornoemde [slachtoffer 2] met een (vuur)wapen eenmaal in/door

het hoofd, althans het lichaam, geschoten, tengevolge waarvan voornoemde

[slachtoffer 2] is overleden;

art 289 Wetboek van Strafrecht

ALTHANS, dat

hij op of omstreeks 25 december 2004 en/of 26 december 2004 en/of in of

omstreeks de periode van 25 tot en met 26 december 2004 in (de gemeente)

Ruurlo opzettelijk [slachtoffer 2] van het leven heeft beroofd, immers heeft

verdachte met dat opzet voornoemde [slachtoffer 2] met een (vuur)wapen eenmaal

in/door het hoofd, althans het lichaam, geschoten, tengevolge waarvan

voornoemde [slachtoffer 2] is overleden;

art 287 Wetboek van Strafrecht

Taal- en of schrijffouten

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten en/of kennelijke omissies voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Voorbedachte rade

De rechtbank is van oordeel dat ten aanzien van beide slachtoffers sprake is van moord omdat uit de bewijsmiddelen kan worden afgeleid dat het plegen van de delicten niet het gevolg is geweest van een ogenblikkelijke gemoedsbeweging, maar van een tevoren genomen besluit en dat verdachte derhalve heeft nagedacht over en zich rekenschap heeft gegeven van de betekenis en de gevolgen van zijn voorgenomen daad.

Vaststaat dat verdachte beide slachtoffers (zijn vrouw en zijn schoonmoeder) meermalen en sinds langere tijd heeft bedreigd. Zijn echtgenote heeft herhaaldelijk verklaard over deze bedreigingen en mishandelingen en verdachte verklaart zelf dat hij haar weleens sloeg.

Dit heeft ertoe geleid dat zijn echtgenote tot tweemaal toe haar toevlucht heeft gezocht in een blijf-van-mijn-lijf-huis. Ook verdachtes schoonmoeder heeft meermalen verklaard dat zij werd bedreigd door verdachte en dat ze echt bang voor hem was. [naam 1], [naam 2], [naam 3] en de wijkagent in Ruurlo verklaren hieromtrent.

Getuige het feit dat de drie schoten heel kort na elkaar en op precieze en doeltreffende wijze zijn afgevuurd, is de rechtbank van oordeel dat de verdachte welbewust had besloten de beide slachtoffers te doden. In dit verband wijst de rechtbank ook nog op de verklaring van [naam 4], die spreekt over een tijdsverloop van 2 à 3 seconden tussen het tweede en het derde schot.

Bovendien heeft verdachte een aantal dagen voor het plegen van deze delicten een vuurwapen met drie patronen gekocht en dit vuurwapen ook meegenomen naar Ruurlo. Daarnaast nam hij nog een mes en een priem mee, voor het geval het vuurwapen niet zou werken.

Naar het oordeel van de rechtbank was verdachte zich er wel van bewust dat er drie patronen in het vuurwapen zaten en derhalve acht de rechtbank verdachtes verklaring dat hij na de delicten zelfmoord wilde plegen niet aannemelijk.

Verdachtes verklaring waarom hij zich zo omslachtig ’s nachts naar Ruurlo laat vervoeren, enkel en alleen om te praten, acht de rechtbank eveneens onaannemelijk. De rechtbank is tenslotte van oordeel dat verdachte tijdens die taxiritten voldoende momenten heeft gehad om van zijn voornemen af te zien, hetgeen hij niet heeft gedaan.

Bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 primair en onder 2 primair ten laste gelegde heeft begaan, te weten dat:

1. primair

hij op 25 december 2004 in de gemeente Ruurlo opzettelijk en met voorbedachten rade

[slachtoffer 1] van het leven heeft beroofd, immers heeft verdachte met dat opzet en na kalm beraad en rustig overleg,

- voornoemde [slachtoffer 1] met een vuurwapen geslagen tegen het hoofd, waardoor die [slachtoffer 1] in een gehurkte/zittende positie werd gedwongen (om zichzelf te beschermen) en

- vervolgens voornoemde [slachtoffer 1] met dat vuurwapen meermalen door het hoofd geschoten, tengevolge waarvan voornoemde [slachtoffer 1] is overleden.

2. primair

hij in de periode van 25 tot en met 26 december 2004 in (de gemeente) Ruurlo opzettelijk en met voorbedachten rade [slachtoffer 2] van het leven heeft beroofd, immers heeft verdachte met dat opzet en na kalm beraad en rustig overleg, voornoemde [slachtoffer 2] met een vuurwapen eenmaal door het hoofd geschoten, tengevolge waarvan voornoemde

[slachtoffer 2] is overleden.

Vrijspraak van het meer of anders ten laste gelegde

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. De verdachte behoort daarvan te worden vrijgesproken.

Motivering bewezenverklaring

Deze bewezenverklaring is gebaseerd op:

- de verklaring die verdachte ter terechtzitting dd. 12 juli 2005 heeft afgelegd, namelijk dat hij op zijn vrouw en zijn schoonmoeder heeft geschoten;

- het sectierapport van de patholoog inzake [slachtoffer 1], vanaf pagina 237;

- het sectierapport van de patholoog inzake [slachtoffer 2], vanaf pagina 239;

- de verklaring van ooggetuige [naam 4], vanaf pagina 62;

- de verklaring van getuige [naam 5], vanaf pagina 93;

- de verklaring van verdachte, vanaf pagina 352;

- de verklaring van [naam 1], vanaf pagina 96;

- de verklaring van [naam 2], vanaf pagina 99;

- de verklaring van [naam 3], vanaf pagina 108;

- de verklaring van [naam 6], vanaf pagina 114;

- de verklaring van [naam 7], vanaf pagina 116;

- de verklaring van [naam 8], vanaf pagina 138;

- de verklaring van [naam 9], vanaf pagina 173;

- de verklaring van [naam 10], vanaf pagina 183;

- de verklaring van [naam 11], vanaf pagina 138.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezene levert op de misdrijven:

feiten 1 primair en 2 primair telkens: moord.

Strafbaarheid van de verdachte

Over verdachte is door het Pieter Baan Centrum (PBC) een rapport gedateerd 26 april 2005 uitgebracht, opgemaakt door de psychiater en vast gerechtelijk deskundige [naam deskundige] en de psycholoog en vast gerechtelijk deskundige Spangenberg.

Met de conclusie van dit rapport kan de rechtbank zich verenigen.

Deze conclusie komt erop neer dat verdachte ten tijde van het plegen van de hem ten laste gelegde feiten weliswaar de ongeoorloofdheid hiervan heeft kunnen inzien, doch in mindere mate dan de gemiddeld normale mens in staat is geweest zijn wil in vrijheid –overeenkomstig dergelijk besef- te bepalen. De deskundigen concluderen derhalve dat onderzochte ten tijde van het plegen van de hem ten laste gelegde feiten lijdende was aan een zodanig gebrekkige ontwikkeling en ziekelijke stoornis zijner geestvermogens, dat deze feiten –indien bewezen- hem in enigzins verminderde mate kunnen worden toegerekend.

De rechtbank neemt deze conclusie over.

Verdachte is strafbaar, nu ook overigens geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

Oplegging van straf en/of maatregel

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie (zie voor de inhoud van de vordering bijlage I).

De rechtbank acht na te melden strafoplegging in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

De rechtbank heeft bij de straftoemeting in het bijzonder in aanmerking genomen, en vindt daarin de redenen die tot de keuze van na te melden vrijheidsstraf leiden, dat verdachte zich heeft schuldig gemaakt aan een zeer gewelddadige en helaas fatale confrontatie met zijn slachtoffers door zijn vrouw en schoonmoeder in koelen bloede van korte afstand in het hoofd te schieten, na eerst rustig te zijn binnengekomen in de woning van zijn schoonmoeder.

Verdachte heeft de slachtoffers onverhoeds om het leven gebracht door vrijwel meteen na binnenkomst in de woning van zijn schoonmoeder eerst zijn vrouw, 22 jaar oud en direct daarna zijn schoonmoeder, 46 jaar oud, dood te schieten met een tussenpoos van 2 à 3 seconden. Vijf minderjarige kinderen waren in de kleine woning aanwezig toen beide vrouwen om het leven werden gebracht: de kinderen van zijn vrouw van 3 en 5 jaar en de kinderen van zijn schoonmoeder van 12, 13 en 16 jaar. Bovendien is verdachte er niet voor teruggedeinsd om het kind van 16 jaar ooggetuige te laten zijn van deze twee moorden.

De verdachte heeft naar het oordeel van de rechtbank, getuige de precieze en doeltreffende wijze waarop de schoten door hem zijn afgevuurd, welbewust besloten de beide slachtoffers van het leven te beroven.

Met deze misdrijven is op brute wijze aan twee mensen het leven ontnomen en is aan de nabestaanden van de slachtoffers onherstelbaar leed toegebracht. Door verdachtes handelen hebben twee moeders hun leven verloren, waardoor vijf minderjarige kinderen alleen achterblijven. Bovendien draagt een dubbele moord als de onderhavige een voor de rechtsorde schokkend karakter en brengt deze daarnaast bij de burgers gevoelens van angst en onveiligheid teweeg.

Nu het PBC geen uitspraak heeft kunnen doen omtrent het gevaar voor herhaling, zal ook de rechtbank zich van een oordeel daarover onthouden.

Dát verdachte zich eerder (12 jaar geleden in de Verenigde Staten) aan het plegen van geweldsdelicten schuldig heeft gemaakt staat genoegzaam vast, echter, bij gebreke van nadere informatie, de ernst van het in dat kader door hem toegepaste geweld niet. Vastgesteld kan slechts worden dat niet is gebleken dat de verdachte eerder ter zake van het plegen van een levensdelict met justitie in aanraking is gekomen.

De rechtbank laat in het kader van de strafoplegging ook meewegen dat het een conflict in de relationele sfeer betrof, waarin verdachte zich na het vertrek van zijn vrouw en kinderen toenemend eenzaam, waardeloos, onbegrepen en machteloos voelt. Verdachte richt zijn boosheid dan op het vreemdelingenbeleid, maar ook op zijn schoonmoeder, de kwade genius, en zijn afvallige vrouw, die hem –in zijn beleving- ruïneerde. Ze ontnemen hem zijn kinderen, dus ook zijn status als vader en ze maken hem geld afhandig. Dit wordt versterkt als hij –al of niet terecht- veronderstelt dat zijn dochtertje seksueel is misbruikt, omdat het zijn eigen trauma raakt, en hij het niet kan verkroppen dat zijn vrouw inmiddels een nieuwe relatie heeft.

Tenslotte heeft de rechtbank het traumatische verleden van verdachte in aanmerking genomen.

Vanwege de buitengewone ernst van beide feiten komt naar het oordeel van de rechtbank als straf slechts in aanmerking hetzij levenslange gevangenisstraf, hetzij gevangenisstraf voor de duur van 20 jaren.

De rechtbank ziet uiteindelijk af van het opleggen van een levenslange gevangenisstraf op grond van verdachtes traumatische verleden, zijn enigszins verminderde toerekeningsvatbaarheid, het ontbreken van een oordeel over het gevaar van herhaling en tenslotte de resultaten van haar onderzoek naar uitspraken in vergelijkbare zaken.

De rechtbank acht derhalve de oplegging van een gevangenisstraf voor de tijd van 20 jaren passend en geboden.

De rechtbank vindt weliswaar dat zelfs deze langst mogelijke tijdelijke gevangenisstraf niet volledig recht doet aan hetgeen verdachte heeft aangericht, maar ziet daarin nochtans geen aanleiding om de zwaarste, het zicht op terugkeer in de maatschappij benemende sanctie toe te passen.

In beslag genomen voorwerpen

Het na te melden in beslag genomen en nog niet teruggegeven voorwerp (het vuurwapen),

met behulp waarvan het bewezenverklaarde is begaan, dient te worden onttrokken aan het verkeer, aangezien het van zodanige aard is dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet.

Nu geen strafvorderlijk belang zich daartegen verzet, zal de teruggave worden gelast van de routeplanner en de priem aan de veroordeelde.

Toepassing wettelijke voorschriften

Deze beslissing is gegrond op de artikelen 10, 27, 36b, 36c, 36d, 57 en 289 van het Wetboek van Strafrecht.

BESLISSING:

De rechtbank beslist als volgt:

Verklaart, zoals hiervoor overwogen, bewezen dat verdachte het onder 1 primair en het onder 2 primair tenlastegelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart verdachte strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 20 (twintig) jaren.

Beveelt, dat de tijd, door veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht.

Beveelt de onttrekking aan het verkeer van het in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerp, te weten:

- een pistool, kleur zwart.

Gelast de teruggave van de inbeslaggenomen, nog niet teruggegeven voorwerpen aan veroordeelde, te weten:

- een priem;

- een routeplanner.

Aldus gewezen door mrs. Borgerhoff Mulder, voorzitter, De Bie en Draisma, rechters, in tegenwoordigheid van Vriezekolk, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 26 juli 2005.