Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZUT:2005:AT0387

Instantie
Rechtbank Zutphen
Datum uitspraak
07-03-2005
Datum publicatie
15-03-2005
Zaaknummer
06/035730-03
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Vereniging die Apeldoorns speelcasino exploiteerde is schuldig verklaard zonder oplegging van straf of maatregel nu de activiteiten reeds beeindigd zijn, de verenging niet meer over middelen beschikt en bovendien is ontbonden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZUTPHEN

Economisch politierechter

Parketnummer: 06/035730-03

Uitspraak d.d.: 7 maart 2005

Tegenspraak

Na aanhouding: verschenen: aanzegging

VERKORT VONNIS

in de zaak tegen:

de vereniging [naam vereniging],

laatstelijk gevestigd te [adres].

Onderzoek van de zaak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van

4 oktober 2004 en 21 februari 2005.

Ter terechtzitting van 4 oktober 2004 gegeven beslissingen

Ter terechtzitting zijn de volgende beslissingen gegeven:

- de verweren strekkende tot niet-ontvankelijkheid van het openbaar ministerie zijn verworpen;

- het verzoek om het horen van getuigen onder de nummers 1 tot en met 10 is afgewezen.

De tenlastelegging

Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:

zij op of omstreeks 11 en/of 16 september 2003 in de gemeente Apeldoorn in een pand, gelegen aan of nabij de Hoofdstraat, al dan niet opzettelijk een speelcasino geopend heeft gehad en aldus gelegenheid heeft gegeven, mede te dingen naar prijzen en/of premies, waarbij de aanwijzing der winnaars geschiedde door enige kansbepaling waarop de deelnemers in het algemeen geen overwegende invloed konden uitoefenen, terwijl daarvoor geen vergunning ingevolge de Wet op de kansspelen was verleend;

art 1 ahf/ond a Wet op de kansspelen

Gevoerde verweren

De raadsman heeft aangevoerd dat de officier van justitie niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in haar vervolging nu de verenging ontbonden is.

Naar het oordeel van de economische politierechter is de officier van justitie ontvankelijk in de vervolging. De officier van justitie heeft de vervolging aangevangen op een tijdstip voordat de ontbinding van de rechtspersoon jegens derden kenbaar is gemaakt, namelijk door registratie daarvan in het handelsregister op 27 september 2004.

De economische politierechter verwerpt het verweer.

Voorts heeft de raadsman aangevoerd dat de officier van justitie niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in haar vervolging van verdachte wegens schending van het vertrouwensbeginsel. Politie en gemeente waren op de hoogte van de activiteiten van de vereniging, wisten bovendien dat de vereniging niet over een vergunning beschikte en desondanks hebben zij al die tijd niet ingegrepen, meer nog, hebben zij de vereniging betrokken bij diverse plannen ter bevordering van o.m. de aantrekkelijkheid van Apeldoorn als uitgaanscentrum.

Ook dit verweer kan niet slagen. In de eerste plaats niet omdat de vergunning, althans het ontbreken ervan, waarop de tenlastelegging doelt, te weten de vergunning bedoeld bij de Wet op de kansspelen, niet de vergunning is ter zake waarvan de gemeente bevoegd is haar te verlenen, namelijk de exploitatievergunning. Handelen of stilzitten van de gemeente wat betreft laatstgenoemde vergunning staat los van de kansspelvergunning en raakt de officier van justitie derhalve niet in haar recht van vervolging van de vereniging.

In de tweede plaats heeft gedogend optreden van de politie niet tot gevolg dat de officier van justitie niet tot vervolging over mag gaan. De politie mag niet worden vereenzelvigd met het Openbaar ministerie. Voor het geval er van de zijde van de politie toezeggingen zijn gedaan, dan kunnen deze niet worden beschouwd als toezeggingen van de zijde van justitie.

Bewezenverklaring

Naar het oordeel van de economische politierechter is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, te weten dat:

zij op 11 en 16 september 2003 in de gemeente Apeldoorn in een pand, gelegen aan de Hoofdstraat, opzettelijk een speelcasino geopend heeft gehad en aldus gelegenheid heeft gegeven, mede te dingen naar prijzen en/of premies, waarbij de aanwijzing der winnaars geschiedde door enige kansbepaling waarop de deelnemers in het algemeen geen overwegende invloed konden uitoefenen, terwijl daarvoor geen vergunning ingevolge de Wet op de kansspelen was verleend.

Vrijspraak van het meer of anders tenlastegelegde

Wat meer of anders is ten las-te gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. De verdachte behoort daarvan te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezene levert op het misdrijf:

Overtreding van een voorschrift gesteld bij artikel 1 aanhef en onder a van de Wet op de kansspelen, opzettelijk begaan door een rechtspersoon, meermalen gepleegd.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Namens verdachte is aangevoerd dat er sprake is van het ontbreken van de materiële wederrechtelijkheid en afwezigheid van alle schuld. Verdachtes handelen is niet strafbaar geweest omdat er toestemming is verkregen van betrokken instanties voor de exploitatie van de speelvereniging.

De economische politierechter verwerpt dit nu, zoals hiervoor reeds overwogen, dit alles betrekking had op de door de gemeente te verlenen exploitatievergunning en niet op het thans bewezen verklaarde strafrechtelijk handelen door verdachte, namelijk overtreding van de Wet op de kansspelen.

Verdachte is strafbaar, nu ook overigens geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

Oplegging van straf en/of maatregel

De economische politierechter heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie (zie voor de inhoud van de vordering bijlage I).

De economische politierechter heeft bij de straftoemeting het volgende in aanmerking genomen. De activiteiten van het speelcasino ‘[naam vereniging]’ waren weliswaar in strijd met de Wet op de kansspelen, maar werden langere tijd tenminste gedoogd. Het casino was ook aan de buitenkant als zodanig duidelijk kenbaar. Door het optreden van justitie is aan de activiteiten van de vereniging die in strijd waren met de Wet op de kansspelen, een einde gekomen. De benodigde inboedel en een aanzienlijk geldbedrag zijn in beslag genomen en definitief uit handen van de vereniging geraakt doordat zij gediend hebben als betaling voor een fiscale naheffing. Dit optreden van justitie en fiscus heeft voor de vereniging zulke verstrekkende gevolgen gehad (zij is daardoor immers direct in haar bestaan geraakt), dat dit optreden mede een punitief element in zich draagt, hetgeen reden zou moeten zijn de strafrechtelijke straf te matigen, ware het niet dat het opleggen van een straf i.c. geen zin heeft. Wat er ook zij van de functie van de straf de ernst van het strafbare feit tot uitdrukking te brengen, het gegeven dat de vereniging niet meer over eigen middelen beschikt en ontbonden is, maakt de tenuitvoerlegging van een opgelegde geldstraf zoals door de officier van justitie gevorderd tot een wassen neus. De economische politierechter zal daarom volstaan met een schuldig verklaring zonder straf.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Deze beslissing is gegrond op de artikelen:

- 9a, 51 en 91 van het Wetboek van Strafrecht;

- 1, 2 en 6 van de Wet op de economische delicten;

- 1 en 31 van de Wet op de kansspelen.

BESLISSING

De economische politierechter beslist als volgt.

Verklaart, zoals hiervoor overwogen, bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart verdachte strafbaar.

Bepaalt, dat geen straf of maatregel wordt opgelegd.

Dit vonnis is gewezen mr. Brouns, economische politierechter, in tegenwoordigheid

van Jansen, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 7 maart 2005.