Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZUT:2005:AS7065

Instantie
Rechtbank Zutphen
Datum uitspraak
21-02-2005
Datum publicatie
22-02-2005
Zaaknummer
06/035216-04
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank acht niet bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan doorvoer van goederen naar Irak. Het dossier bevat geen aanwijzingen dat de uitgevoerde producten daadwerkelijk in Irak terecht zijn gekomen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZUTPHEN

Economische kamer

Parketnummer: 06/035216-04

Uitspraak d.d.: 21 februari 2005

Tegenspraak / oip

VERKORT VONNIS

in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],

wonende te [adres].

Onderzoek van de zaak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 7 februari 2005.

Ter terechtzitting gegeven beslissingen

Ter terechtzitting zijn de volgende beslissingen gegeven:

- De door de raadsman gedane verzoeken om getuigen op te roepen zijn afgewezen.

De tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

de besloten vennootschap [naam vennootschap] op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 november 2001 t/m 31 mei 2002 in de gemeente Putten, althans in Nederland, al dan niet opzettelijk, heeft gehandeld in strijd met artikel 1 van de "verordening (EG) nr. 2465/96 van de Raad van de Europese Unie van 17 december 1996 betreffende de onderbreking van de economische en financiële betrekkingen tussen de Europese Gemeenschap en Irak (PbEG L 337)", door tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, grondstoffen en/of produkten (te weten een aantal brandstofpompen), van oorsprong of herkomst uit de Gemeenschap of die over het grondgebied van de Gemeenschap waren doorgevoerd, uit te voeren naar Irak, althans activiteiten te verrichten die ten doel of tot gevolg hadden dat genoemde uitvoer naar Irak werd bevorderd;

zulks terwijl verdachte als directeur/bedrijfsleider van/binnen die rechtspersoon, tezamen en in vereniging met een of meer anderen of alleen, tot dat feit of die feiten opdracht heeft gegeven en/of feitelijke leiding heeft gegeven aan die verboden gedraging(en)

(zaak 1: blz 520 t/m 648 van het proces-verbaal)

artikel 1 Wet op de economische delicten

artikel 51 Wetboek van Strafrecht

art 2 lid 1 Sanctiewet 1977

2.

de besloten vennootschap [naam vennootschap] op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 mei 2001 t/m 31 december 2001 in de gemeente Putten, althans in Nederland, al dan niet opzettelijk, heeft gehandeld in strijd met artikel 1 van de "verordening (EG) nr. 2465/96 van de Raad van de Europese Unie van 17 december 1996 betreffende

de onderbreking van de economische en financiële betrekkingen tussen de Europese Gemeenschap en Irak (PbEG L 337)", door tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, grondstoffen en/of produkten (te weten Thermo analyse apparatuur en/of toebehoren en/of een vacuumpomp) van oorsprong of herkomst uit de Gemeenschap

of die over het grondgebied van de Gemeenschap waren doorgevoerd, uit te voeren naar Irak, althans activiteiten te verrichten die ten doel of tot gevolg hadden dat genoemde uitvoer naar Irak werd bevorderd;

zulks terwijl verdachte als directeur/bedrijfsleider van/binnen die rechtspersoon, tezamen en in vereniging met een of meer anderen of alleen, tot dat feit of die feiten opdracht heeft gegeven en/of feitelijke leiding heeft gegeven aan die verboden gedraging(en)

(zaak 2: blz 649 t/m 780 van het proces-verbaal)

artikel 1 Wet op de economische delicten

artikel 51 Wetboek van Strafrecht

art 2 lid 1 Sanctiewet 1977

3.

de besloten vennootschap [naam vennootschap] in of omstreeks de maand november 2002

in de gemeente Putten, althans in Nederland, al dan niet opzettelijk, heeft gehandeld in strijd met artikel 1 van de "verordening (EG) nr. 2465/96 van de Raad van de Europese Unie van 17 december 1996 betreffende de onderbreking van de economische en financiële betrekkingen tussen de Europese Gemeenschap en Irak (PbEG L 337)", door tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, grondstoffen en/of produkten (te weten stansmachineonderdelen, bestaande uit stempels, stempelhuizen en/of stalen veren), van oorsprong of herkomst uit de Gemeenschap of die over het grondgebied van de Gemeenschap waren doorgevoerd, uit te voeren naar Irak, althans activiteiten te verrichten die ten doel of tot gevolg hadden dat genoemde uitvoer naar Irak werd bevorderd;

zulks terwijl verdachte als directeur/bedrijfsleider van/binnen die rechtspersoon, tezamen en in vereniging met een of meer anderen of alleen, tot dat feit of die feiten opdracht heeft gegeven en/of feitelijke leiding heeft gegeven aan die verboden gedraging(en)

(zaak 3: blz. 781 t/m 847 van het proces-verbaal)

artikel 1 Wet op de economische delicten

artikel 51 Wetboek van Strafrecht

art 1 lid 1 Sanctieregeling Irak 2002

4.

de besloten vennootschap [naam vennootschap] op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 november 2002 t/m 31 december 2002 in de gemeente Putten, althans in Nederland, al dan niet opzettelijk, heeft gehandeld in strijd met artikel 1 van de "verordening (EG) nr. 2465/96 van de Raad van de Europese Unie van 17 december 1996 betreffende

de onderbreking van de economische en financiële betrekkingen tussen de Europese Gemeenschap en Irak (PbEG L 337)", door tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, grondstoffen en/of produkten (te weten diverse elektronische onderdelen en/of elektrische apparatuur), van oorsprong of herkomst uit de Gemeenschap of die over het grondgebied van de Gemeenschap waren doorgevoerd, uit te voeren naar Irak, althans activiteiten te verrichten die ten doel of tot gevolg hadden dat genoemde uitvoer naar Irak werd bevorderd;

zulks terwijl verdachte als directeur/bedrijfsleider van/binnen die rechtspersoon, tezamen en in vereniging met een of meer anderen of alleen, tot dat feit of die feiten opdracht heeft gegeven en/of feitelijke leiding heeft gegeven aan die verboden gedraging(en)

(zaak 4: blz 848 t/m 880 van het proces-verbaal)

artikel 1 Wet op de economische delicten

artikel 51 Wetboek van Strafrecht

art 1 lid 1 Sanctieregeling Irak 2002

Vrijspraak

Naar het oordeel van de rechtbank is niet wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1, 2, 3 en 4 tenlastegelegde heeft begaan aangezien het dossier geen concrete aanwijzing bevat dat de uitgevoerde producten daadwerkelijk in Irak terecht zijn gekomen, behoudens ten aanzien van een partij van 46 brandstofpompen. Uit het onderzoek is evenwel naar voren gekomen, dat zich met betrekking tot laatstgenoemde goederen een bijzondere situatie heeft voorgedaan. Nu van strafrechtelijke betrokkenheid bij die situatie aan de zijde van verdachte niet is gebleken moet verdachte aldus van de gehele ten laste legging worden vrijgesproken.

BESLISSING

De rechtbank beslist als volgt.

Verklaart niet bewezen, dat verdachte het onder 1, 2, 3 en 4 tenlastegelegde heeft begaan en spreekt verdachte daarvan vrij.

Aldus gewezen door mrs. Van Harreveld, voorzitter, Lok en Brouns, rechters, in tegenwoordigheid van Jansen, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van

21 februari 2005.