Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZUT:2005:AS6270

Instantie
Rechtbank Zutphen
Datum uitspraak
16-02-2005
Datum publicatie
17-02-2005
Zaaknummer
06/922050-04
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Boekhouder veroordeeld tot 10 maanden gevangenisstraf waarvan 7 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren wegens belasting- en sociale verzekeringsfraude.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZUTPHEN

Meervoudige kamer voor strafzaken

Parketnummer: 06/922050-04

Uitspraak d.d.: 16 februari 2005

tegenspraak / dip

VERKORT VONNIS

in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],

wonende te [adres].

Onderzoek van de zaak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van

2 februari 2005.

Ter terechtzitting gegeven beslissing

Ter terechtzitting is het door verdachte gedane verzoek om aanhouding afgewezen.

De tenlastelegging

Nadat de tenlastelegging op de terechtzitting is gewijzigd is aan de verdachte ten laste gelegd dat:

Feit 1: [bedrijf 1] en/of [bedrijf 2] als inhoudingsplichtige(n) in de zin van de Wet op de Loonbelasting 1964 op een (of meer) tijdstip(pen) in of omstreeks de periode vanaf 1 januari 1999 tot en met 31 december 2002 in de gemeente(n) Winterswijk en/of Amersfoort en/of Doetinchem en/of Veenendaal, in elk geval in Nederland,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

(telkens) opzettelijk,

(een) bij de Belastingwet voorziene aangifte(n) als bedoeld in de Algemene wet inzake rijksbelastingen, te weten (een) aangifte(n) loonbelasting/premie volksverzekeringen over een of meer maand(en) en/of kwarta(a)l(en) en/of tijdvak(ken) van de/het jaar/jaren 1999 en/of 2000 en/of 2001 en/of 2002 onjuist en/of onvolledig gedaan,

immers heeft/hebben [bedrijf 1] en/of [bedrijf 2] en/of (een of meer van) haar/hun mededader(s)

alstoen aldaar

(telkens) opzettelijk

op (een) bij de Inspecteur der belastingen te Winterswijk en/of Amersfoort, althans bij de Belastingdienst, ingeleverd(e) aangiftebiljet(ten) loonbelasting/premie volksverzekeringen betrekking hebbende

voor wat betreft [bedrijf 1] op februari 1999, april 1999, mei 1999, juni 1999, augustus 1999, september 1999, oktober 1999, november 1999, december 1999, januari 2000, februari 2000, maart 2000, april 2000, mei 2000, juni 2000, juli 2000, augustus 2000, september 2000, oktober 2000, november 2000, januari 2001, februari 2001, maart 2001, april 2001, mei 2001, augustus 2001

voor wat betreft [bedrijf 2] op 2e kwartaal 2001, 3e kwartaal 2001, 4e kwartaal 2001, 1e kwartaal 2002

een te laag/onjuist totaalbedrag aan loon, althans een te laag/onjuist bedrag aan totaal te betalen loonbelasting/premie volksverzekeringen, opgegeven,

althans doen of laten opgeven,

terwijl dat feit (telkens) ertoe strekte dat te weinig belasting werd geheven,

tot het plegen van welk(e) bovenomschreven strafbare feit(en) verdachte (telkens/meermalen) opdracht heeft gegeven, dan wel aan welke verboden gedraging(en) verdachte (telkens/meermalen) feitelijke leiding heeft gegeven,

(artikel 51 Wetboek van Strafrecht)

(artikel 69 lid 2 Algemene wet inzake rijksbelastingen)

subsidiar, althans, indien vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

[bedrijf 1] en/of [bedrijf 2] als inhoudingsplichtige(n) in de zin van de Wet op de Loonbelasting 1964

op een (of meer) tijdstippen in of omstreeks de periode vanaf 1 januari 1999 tot en met 31 december 2002 in de gemeente(n) Winterswijk en/of Amersfoort en/of Doetinchem en/of Veenendaal, in elk geval in Nederland,

tezamen en in vereniging met verdachte en/of een ander of anderen,

(telkens) opzettelijk,

(een) bij de Belastingwet voorziene aangifte(n) als bedoeld in de Algemene wet inzake rijksbelastingen, te weten (een) aangifte(n) loonbelasting/premie volksverzekeringen over een of meer maand(en) en/of kwarta(a)l(en) en/of tijdvak(ken) van de/het jaar/jaren 1999 en/of 2000 en/of 2001 en/of 2002 onjuist en/of onvolledig hebben gedaan,

immers hebben [bedrijf 1] en/of [bedrijf 2] en verdachte en/of (een of meer van) hun mededader(s) alstoen aldaar

(telkens) opzettelijk

op (een) bij de Inspecteur der belastingen te Winterswijk en/of Amersfoort,

althans bij de Belastingdienst, ingeleverd(e) aangiftebiljet(ten) loonbelasting/premie volksverzekeringen betrekking hebben

voor wat betreft [bedrijf 1] op februari 1999, april 1999, mei 1999, juni 1999, augustus 1999 september 1999, oktober 1999, november 1999, december 1999, januari 2000, februari 2000, maart 2000, april 2000, mei 2000, juni 2000, juli 2000, augustus 2000, september 2000, oktober 2000, november 2000, januari 2001, februari 2001, maart 2001, april 2001, mei 2001, augustus 2001

voor wat betreft [bedrijf 2] op 2e kwartaal 2001, 3e kwartaal 2001, 4e kwartaal 2001, 1e kwartaal 2002

een te laag/onjuist totaalbedrag aan loon, althans een te laag/onjuist bedrag aan totaal te betalen loonbelasting/premie volksverzekeringen, opgegeven, althans doen of laten opgeven,

terwijl dat feit (telkens) ertoe strekte dat te weinig belasting werd geheven,

(artikel 47 Wetboek van Strafrecht)

(artikel 69 lid 2 Algemene wet inzake rijksbelatingen)

Feit 2: [bedrijf 1] en/of [bedrijf 2] op een of meer tijdstip(en) in of omstreeks de periode vanaf 1 januari 1999 tot en met 31 december 2002 in de gemeente(n) Doetinchem en/of Veenendaal en/of Helmond, althans in Nederland, (telkens) tezamen en in vereniging met (een) ander(en), opzettelijk, haar/hun verplichting(en) niet en/of niet juist en/of niet volldig is/zijn nagekomen om als werkgever, met in achtneming van het Loonadministratiebesluit, opgave te doen aan het Landelijk instituut sociale verzekeringen en/of GAK Nederland en/of enige andere uitvoeringsinstantie van het door de werknemer(s) genoten loon,

hebbende [bedrijf 1] en/of [bedrijf 2]

en/of (een of meer van) haar/hun mededader(s) als toen aldaar (telkens) opzettelijk -zakelijk weergeven- opgegeven, althans doen of laten opgeven, dat

voor wat betreft [bedrijf 1];

-over het jaar 2000 het door de bij [bedrijf 1] in dienst zijnde werknemers genoten SVloon in totaal fl. 2.246.139,- of daaromtrent bedroeg en/of

voor wat betreft [bedrijf 2];

-over het jaar 2001 het door de bij [bedrijf 2] in dienst zijnde werknemers genoten SVloon in totaal fl 248.545,- of daaromtrent bedroeg

zulks terwijl het SVloon genoten door de bij [bedrijf 1] en/of [bedrijf 2] in dienst zijnde werknemers in werkelijkheid (telkens) meer heeft bedragen,

en/of

hebbende [bedrijf 1] en/of [bedrijf 2] over het/de ja(ar(en) 2001 en/of 2002 in het geheel geen loonopgaven ingediend,zulks terwijl toen SVloon is genoten door bij [bedrijf 1] en/of [bedrijf 2] in dienst zijnde werknemers,

tot het plegen van welk(e) strafbare feit(en) verdachte (telkens) opdracht heeft gegeven en/of aan welke verboden gedraging(en) verdachte (telkens) feitelijke leiding heeft gegeven;

(artikel 10 lid 2, 18 Coördinatiewet sociale verzekering vwb de periode 1 januari 1999 tot 1 januari 2001

en artikel 10 lid 2, 17A Coördinatiewet sociale verzekeringen vwb de periode gelegen na 1 januari 2001,

artikel 51 Wetboek van Strafrecht)

Subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

[bedrijf 1] en/of [bedrijf 2] op een of meer tijdstip(en) in of omstreeks de periode vanaf 1 januari 1999 tot en met 31 december 2002 in de gemeente(n) Doetinchem en/of Veenendaal en/of Helmond, althans in Nederland, (telkens) tezamen en in vereniging met verdachte en/of (een) ander(en), opzettelijk, haar/hun verplichting(en) niet en/of niet juist en/of niet volledig is/zijn nagekomen om als werkgever, met in achtneming van het Loonadministratiebesluit, opgave te doen aan het Landelijk instituut sociale verzekeringen en/of GAK Nederland en/of enige andere uitvoeringsinstantie van het door de werknemer(s) genoten loon,

hebbende [bedrijf 1] en/of [bedrijf 2] en hij, verdachte, en/of (een of meer van) hun mededader(s) als toen aldaar (telkens) opzettelijk -zakelijk weergeven- opgegeven, althans doen of laten opgeven, dat

voor wat betreft [bedrijf 1];

-over het jaar 2000 het door de bij [bedrijf 1] in dienst zijnde werknemers genoten SVloon in totaal fl. 2.246.139,- of daaromtrent bedroeg en/of

voor wat betreft [bedrijf 2];

-over het jaar 2001 het door [bedrijf 2] in dienst zijnde werknemers genoten SVloon in totaal fl 248.545,- of daaromtrent bedroeg en/of

zulks terwijl het SVloon genoten door de bij [bedrijf 1] en/of [bedrijf 2] in dienst zijnde werknemers in werkelijkheid (telkens) meer heeft bedragen,

en/of

hebbende [bedrijf 1] en/of [bedrijf 2] over het/de ja(ar(en) 2001 en/of 2002 in het geheel geen loonopgaven ingediend, zulks terwijl toen SVloon is genoten door bij [bedrijf 1] en/of [bedrijf 2] in dienst zijnde werknemers;

(artikel 10 lid 2, 18 Coördinatiewet sociale verzekering vwb de periode 1 januari 1999 tot 1 januari 2001

en artikel 10 lid 2, 17A Coördinatiewet sociale verzekeringen vwb de periode gelegen na 1 januari 2001)

art 69 lid 1 Algemene wet inzake rijksbelastingen

art 68 lid 2 ahf/ond a Algemene wet inzake rijksbelastingen

Taal- en/of schrijffouten

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten en/of kennelijke omissies voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Vrijspraak

Naar het oordeel van de rechtbank is niet wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 primair en 2 primair tenlastegelegde heeft begaan.

De verdachte behoort hiervan te worden vrijgesproken.

De rechtbank overweegt daarbij dat niet bewezen kan worden dat verdachte - zijnde de boekhouder/administrateur van de rechtspersonen - aan de verboden gedragingen feitelijk leiding heeft gegeven dan wel tot het plegen daarvan opdracht heeft gegeven.

Bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 subsidiair en 2 subsidiair ten laste gelegde heeft begaan, te weten dat:

Feit 1: [bedrijf 1] en/of [bedrijf 2] als inhoudingsplichtige(n) in de zin van de Wet op de Loonbelasting 1964 op tijdstippen in de periode vanaf 1 maart 1999 tot 1 juni 2002 in de gemeente(n) Winterswijk en/of Amersfoort en/of Doetinchem en/of Veenendaal,

tezamen en in vereniging met verdachte en anderen,

telkens opzettelijk,

bij de Belastingwet voorziene aangiften als bedoeld in de Algemene wet inzake rijksbelastingen, te weten aangiften loonbelasting/premie volksverzekeringen over de maanden) en/of kwartalen van de jaren 1999 en/of 2000 en/of 2001 en/of 2002 onjuist hebben gedaan,

immers hebben [bedrijf 1] en/of [bedrijf 2] en verdachte en/of een of meer van hun mededaders alstoen aldaar telkens opzettelijk

op bij de Inspecteur der belastingen te Winterswijk en/of Amersfoort, ingeleverde aangiftebiljetten loonbelasting/premie volksverzekeringen betrekking hebben

voor wat betreft [bedrijf 1] op april 1999, mei 1999, juni 1999, augustus 1999, september 1999, oktober 1999, november 1999, december 1999, januari 2000, februari 2000, maart 2000, april 2000, mei 2000, juni 2000, juli 2000, augustus 2000, september 2000, oktober 2000, november 2000, januari 2001, februari 2001, maart 2001, april 2001, mei 2001, augustus 2001,

voor wat betreft [bedrijf 2] op 2e kwartaal 2001, 3e kwartaal 2001, 4e kwartaal 2001, 1e kwartaal 2002,

een te laag totaalbedrag aan loon opgegeven,

terwijl dat feit telkens ertoe strekte dat te weinig belasting werd geheven;

Feit 2 [bedrijf 1] en/of [bedrijf 2] op tijdstippen in de periode vanaf 1 maart 1999 tot 1 juni 2002 in de gemeente(n) Doetinchem en/of Veenendaal en/of Helmond, telkens tezamen en in vereniging met verdachte en/of (een) ander(en), opzettelijk, haar/hun verplichtingen niet en/of niet juist is/zijn nagekomen om als werkgever, met in achtneming van het Loonadministratiebesluit, opgave te doen aan het Landelijk instituut sociale verzekeringen en/of GAK Nederland en/of enige andere uitvoeringsinstantie van het door de werknemer(s) genoten loon,

hebbende [bedrijf 1] en/of [bedrijf 2] en hij, verdachte, en/of (een of meer van) hun mededader(s) als toen aldaar telkens opzettelijk - zakelijk weergeven - opgegeven, dat

voor wat betreft [bedrijf 1];

-over het jaar 2000 het door de bij [bedrijf 1] in dienst zijnde werknemers genoten SVloon in totaal fl. 2.246.139,- of daaromtrent bedroeg en/of

voor wat betreft [bedrijf 2];

-over het jaar 2001 het door [bedrijf 2] in dienst zijnde werknemers genoten SVloon in totaal fl 248.545,- of daaromtrent bedroeg,

zulks terwijl het SVloon genoten door de bij [bedrijf 1] en/of [bedrijf 2] in dienst zijnde werknemers in werkelijkheid telkens meer heeft bedragen,

en

hebbende [bedrijf 1] over het jaar 2001 in het geheel geen loonopgave ingediend, zulks terwijl toen SVloon is genoten door bij [bedrijf 1] in dienst zijnde werknemers.

Vrijspraak van het meer of anders tenlastegelegde

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. De verdachte behoort daarvan te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezene levert op de misdrijven:

feit 1 subsidiair: medeplegen van opzettelijk een bij de belastingwet voorziene aangifte onjuist doen, terwijl het feit ertoe strekt dat te weinig belasting wordt geheven, begaan door een rechtspersoon, meermalen gepleegd.

feit 2 subsidiair: medeplegen van opzettelijk een der in artikel 10 van de Coördinatiewet sociale verzekering bedoelde verplichtingen niet of niet juist nakomen, begaan door een rechtspersoon, meermalen gepleegd.

Strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

Oplegging van straf en/of maatregel

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie (zie voor de inhoud van de vordering bijlage I).

De rechtbank acht na te melden strafoplegging in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander tijdens het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

De rechtbank heeft bij haar straftoemeting in het bijzonder in aanmerking genomen - en vindt daarin de redenen die tot de keuze van een deels onvoorwaardelijke vrijheidsstraf van na te melden duur leiden - dat door verdachtes frauduleus handelen en nalaten aanzienlijk nadeel is ontstaan voor de Staat en de betrokken uitkeringsinstellingen, zulks terwijl van verdachte, als extern administrateur/boekhouder van de betrokken vennootschappen, mocht worden verwacht, dat hij een eind zou maken of zich zou onttrekken aan de hem bekende ontduikingspraktijken van zijn cliënten. Verdachtes stelling dat hem dit onmogelijk werd gemaakt komt niet aannemelijk voor, nu uit het onderzoek naar voren is gekomen dat verdachte in 2003 werd veroordeeld wegens soortgelijke strafbare feiten met een vergelijkbare feitelijke achtergrond en bovendien door verdachte is bevestigd dat hij zich als nevenactiviteit ook zelf heeft begeven in de uitzendbranche voor handarbeiders.

Bij de bepaling van de strafmaat heeft de rechtbank anderzijds meegewogen, dat de delictsperiode van vorenbedoelde strafzaak deels samenvalt met die van de onderhavige strafzaak, dat verdachte opening van zaken heeft gegeven en dat hij – naar het zich laat aanzien – niet behoorde tot degenen die een groot financieel belang hadden bij het plegen van de onderhavige delicten. Meegewogen is tot slot het lange tijdsver-loop tussen het afnemen van de verhoren en de huidige afdoening van de ten laste gelegde feiten.

De rechtbank acht een deels voorwaardelijke gevangenisstraf op zijn plaats teneinde verdachte ervan te weerhouden opnieuw strafbare feiten te plegen. De rechtbank verwijst daarbij specifiek naar verdachtes positie binnen en betrokkenheid bij het bedrijf [naam 1] en het feit dat hij zich wederom begeeft in een soortgelijke branche.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Deze strafoplegging is gegrond op de artikelen 1, 10, 14a, 14b, 14c, 47, 57, 63 en 91 van het Wetboek van Strafrecht en artikel 69 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen en de artikelen 10, 17a en 18 (oud) van de Coördinatiewet sociale verzekering.

BESLISSING

De rechtbank beslist als volgt.

Verklaart niet bewezen, dat verdachte het onder 1 primair en 2 primair tenlastegelegde heeft begaan en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart, zoals hiervoor overwogen, bewezen dat verdachte het onder 1 subsidiair en 2 subsidiair tenlastegelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart verdachte strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 10 (tien) maanden.

Bepaalt, dat een gedeelte van de gevangenisstraf, groot 7 (zeven) maanden niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond dat veroordeelde zich vóór het einde van een proeftijd van 2 jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Aldus gewezen door mr. Van Harreveld, voorzitter, mrs. Van Apeldoorn en Vaandrager, rechters, in tegenwoordigheid van mr. De Bruijn-van der Sluijs, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 16 februari 2005.