Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZUT:2004:AU7039

Instantie
Rechtbank Zutphen
Datum uitspraak
17-11-2004
Datum publicatie
29-11-2005
Zaaknummer
05/1221 WRO
Rechtsgebieden
Omgevingsrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

De rechtsvoorganger van verweerder heeft een voorbereidingsbesluit vastgesteld als bedoeld in artikel 21 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening (WRO) om vrijstelling te kunnen verlenen als bedoeld in artikel 19, eerste lid, van de WRO. [...] De rechtbank volgt verweerder niet in het standpunt dat uitsluitend zakelijk gerechtigden op een perceel of percelen waarvoor een voorbereidingsbesluit is genomen, kunnen worden aangemerkt als belanghebbenden bij dat voorbereidingsbesluit.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZUTPHEN

Enkelvoudige kamer voor bestuursrechtelijke zaken

Reg.nr.: 05/1221 WRO

UITSPRAAK

in het geding tussen:

[eiser] en 54 anderen, allen wonende te [woonplaats], eisers,

en

de raad van de gemeente Bronkchorst, verweerder,

alsmede Groenrecycling [derde] B.V., derde-partij.

1. Aanduiding bestreden besluit

Besluit van verweerder van 2 juni 2005, verzonden op 15 juni 2005.

2. Feiten

Bij besluit van 16 december 2004, in werking getreden op 12 januari 2005, heeft de raad van de voormalige gemeente Zelhem, ten deze rechtsvoorganger van verweerder, voor de percelen, kadastraal bekend gemeente[…], sectie […], nummers […], gelegen aan/nabij de [locatie] te [woonlaats], een voorbereidingsbesluit vastgesteld als bedoeld in artikel 21 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening (WRO) om vrijstelling te kunnen verlenen als bedoeld in artikel 19, eerste lid, van de WRO.

Bij het thans bestreden besluit heeft verweerder het daartegen namens eisers gemaakte bezwaar niet-ontvankelijk verklaard.

3. Procesverloop

Namens eisers heeft mr. F.J.M. Wolbers, advocaat te Arnhem, bij brief van 25 juli 2005 beroep ingesteld op de daarin vermelde gronden. Op verzoek van eisers is bepaald dat de zaak versneld wordt behandeld. Verweerder heeft de op de zaak betrekking hebbende stukken en een verweerschrift ingezonden.

Het beroep is behandeld ter zitting van 12 oktober 2005, waar van de zijde van eisers zijn verschenen J. Holt, R. van der Horst en mr. Wolbers voornoemd. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door J. Niewold. Namens de derde-partij zijn verschenen T.W. Wesselink en mr. R.E. Izeboud, advocaat te Rosmalen.

4. Motivering

Het voorbereidingsbesluit van 16 december 2004 is genomen met het oog op het streven om aan de derde-partij vrijstelling op grond van artikel 19, eerste lid, van de WRO te verlenen voor de vestiging van een groenrecyclingbedrijf op de in het besluit omschreven locatie c.q. percelen.

Eisers zijn woonachtig in de omgeving van deze locatie.

Bij het bestreden besluit heeft verweerder zich op het standpunt gesteld dat eisers geen belanghebbenden zijn als bedoeld in artikel 1:2, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), omdat zij geen zakelijk recht hebben op de locatie waarop het voorbereidingsbesluit ziet. Verweerder heeft daarbij gewezen op een uitspraak van de rechtbank ’s-Hertogenbosch van 27 januari 2004 (LJN: AO3053).

De rechtbank volgt verweerder niet in het standpunt dat uitsluitend zakelijk gerechtigden op een perceel of percelen waarvoor een voorbereidingsbesluit is genomen, kunnen worden aangemerkt als belanghebbenden bij dat voorbereidingsbesluit. De rechtbank wijst in dit verband op de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van

29 januari 2003 (LJN: AF3514), waarin de eigenaar van een aangrenzend perceel als belanghebbende bij een voorbereidingsbesluit is aangemerkt, alsmede op de uitspraak van de Afdeling van 15 januari 2003 (LJN: AF2920), waaruit valt af te leiden dat een omwonende die zicht heeft op het perceel waarvoor een voorbereidingsbesluit geldt, als belanghebbende is aan te merken.

Naar het oordeel van de rechtbank dienen in een geval als het onderhavige, waarin een voorbereidingsbesluit is genomen met het oog op de realisering van een bepaald project, direct omwonenden die als belanghebbenden zouden kunnen worden aangemerkt bij een vrijstellingsbesluit voor dat project, tevens te worden aangemerkt als belanghebbenden bij het voorbereidingsbesluit. In het onderhavige geval zijn aldus omwonenden die vanaf hun eigen perceel zicht hebben op de in geding zijnde locatie, en omwonenden die anderszins direct in hun woongenot worden geraakt door de ruimtelijke uitstraling van het op deze locatie geprojecteerde groenrecyclingbedrijf, aan te merken als belanghebbenden.

Nu verweerder een onjuiste maatstaf heeft gehanteerd bij de beoordeling of eisers als belanghebbenden kunnen worden aangemerkt, berust het bestreden besluit niet op een deugdelijke motivering, zodat het in aanmerking komt voor vernietiging.

De rechtbank beschikt over onvoldoende feitelijke gegevens om thans zelf te kunnen beoordelen wie van de 55 eisers als belanghebbende(n) moet(en) worden aangemerkt.

Bij de nieuw te nemen beslissing op bezwaar zal verweerder dit derhalve nader moeten beoordelen, uitgaande van hetgeen de rechtbank in het voorgaande heeft overwogen.

Aan een inhoudelijke beoordeling van het voorbereidingsbesluit, zoals door eisers gewenst, komt de rechtbank niet toe. Daaraan zou de rechtbank overigens evenmin toekomen indien zij wel reeds een of meer eisers als belanghebbende zou kunnen aanmerken, aangezien aan verweerder bij het nemen van een voorbereidingsbesluit een ruime mate van beleidsvrijheid toekomt en het derhalve aan verweerder is om, wanneer een bezwaar ontvankelijk is, zijn besluit te heroverwegen op grondslag van het bezwaar.

Voor wat betreft de rechterlijke toetsing van een voorbereidingsbesluit verdient overigens nog opmerking dat in de uitspraak van de Afdeling van 15 januari 2003 (LJN: AF2920) is overwogen dat indien een voorbereidingsbesluit wordt genomen teneinde een vrijstelling als bedoeld in artikel 19, eerste lid, van de WRO ten behoeve van een bouwplan mogelijk te maken, slechts dan aanleiding zal zijn voor de conclusie dat de gemeenteraad niet in redelijkheid tot het nemen van een voorbereidingsbesluit heeft kunnen overgaan, indien reeds bij een globale beschouwing aanstonds duidelijk had behoren te zijn dat het voorgenomen bouwplan in planologisch opzicht onaanvaardbaar is.

De rechtbank ziet aanleiding verweerder te veroordelen in de kosten die eisers in verband met de behandeling van het beroep hebben moeten maken.

Met toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht worden ter zake van verleende rechtsbijstand 2 punten toegekend, waarbij een wegingsfactor 1 wordt gehanteerd.

Voorts wordt vergoeding van reiskosten toegekend voor de twee eisers die de zitting hebben bijgewoond.

5. Beslissing

De rechtbank,

recht doende:

- verklaart het beroep gegrond;

- vernietigt het bestreden besluit;

- draagt verweerder op een nieuwe beslissing op het bezwaar van eisers te nemen met inachtneming van deze uitspraak;

- bepaalt dat verweerders gemeente aan eisers het betaalde griffierecht van € 138,-vergoedt;

- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eisers tot een bedrag van € 644,-- ter zake van rechtsbijstand en (totaal) € 22,-- ter zake van reiskosten, te betalen door verweerders gemeente.

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, Postbus 20019, 2500 EA Den Haag.

Aldus gegeven door mr. K. van Duyvendijk en in het openbaar uitgesproken op 17 november 2005 in tegenwoordigheid van de griffier.

Afschrift verzonden op: