Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZUT:2004:AR6454

Instantie
Rechtbank Zutphen
Datum uitspraak
24-11-2004
Datum publicatie
25-11-2004
Zaaknummer
06/060356-04
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Gevangenistraf en werkstraf voor plegen openlijk geweld tegen willekeurig gekozen slachtffers.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZUTPHEN

Meervoudige kamer voor strafzaken

Parketnummer: 06/060356-04

Uitspraak d.d.: 24 november 2004

Tegenspraak / dip

VERKORT VONNIS

in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],

wonende te [adres]

Onderzoek van de zaak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van

10 november 2004.

De tenlastelegging

Nadat de tenlastelegging op de terechtzitting is gewijzigd is aan de verdachte ten laste gelegd dat:

1.

hij op of omstreeks 8 augustus 2004 in de gemeente Apeldoorn met een ander of anderen, op of aan de openbare weg, de Auroralaan, in elk geval op of aan een openbare weg, openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4], welk geweld bestond uit het slaan en/of stompen en/of schoppen en /of trappen en/of duwen en/of vasthouden en/of vastpakken en/of een kopstoot geven van en/of aan een of meer van vernoemde personen;

art 141 lid 1 Wetboek van Strafrecht

2.

hij op of omstreeks 8 augustus 2004 in de gemeente Apeldoorn met een ander of anderen, op of aan de openbare weg, de Oude Beekbergerweg, in elk geval op of aan een openbare weg, openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [slachtoffer 5] en/of [slachtoffer 6] en/of [slachtoffer 7] en/of [slachtoffer 8], welk geweld bestond uit het slaan en/of stompen en/of schoppen en /of trappen en/of duwen en/of vasthouden en/of vastpakken en/of een kopstoot geven van en/of aan een of meer van vernoemde personen;

art 141 lid 1 Wetboek van Strafrecht

3.

hij op of omstreeks 30 mei 2004 te Apeldoorn met een ander of anderen, op of aan de openbare weg, de Kerklaan, in elk geval op of aan een openbare weg, openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [slachtoffer 9], welk geweld bestond uit het meermalen (met kracht) slaan en/of stompen en/of schoppen en/of trappen tegen het lichaam en/of het hoofd van die [slachtoffer 9];

art 141 lid 1 Wetboek van Strafrecht

4.

hij op of omstreeks 30 mei 2004 te Apeldoorn met een ander of anderen, op of aan de openbare weg, de Kerklaan, in elk geval op of aan een openbare weg, openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [slachtoffer 10], welk geweld bestond uit meermalen (met kracht) slaan en/of stompen en/of schoppen en/of trappen tegen het lichaam en/of het hoofd van die [slachtoffer 10];

art 141 lid 1 Wetboek van Strafrecht

Taal- en/of schrijffouten

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten en/of kennelijke omissies voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1, 2, 3 en 4 ten laste gelegde heeft begaan, te weten dat:

1.

hij op 8 augustus 2004 in de gemeente Apeldoorn met anderen, aan de openbare weg, de Auroralaan, openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4], welk geweld bestond uit het slaan en/of stompen en/of schoppen en /of trappen en/of duwen en/of vasthouden en/of vastpakken van een of meer van voornoemde personen;

2.

hij op 8 augustus 2004 in de gemeente Apeldoorn met anderen, aan de openbare weg, de Oude Beekbergerweg, openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [slachtoffer 5] en [slachtoffer 6] en [slachtoffer 7], welk geweld bestond uit het slaan en/of stompen en/of schoppen en /of trappen en/of duwen en/of vasthouden en/of vastpakken van voornoemde personen;

3.

hij op 30 mei 2004 te Apeldoorn met een ander, aan de openbare weg, de Kerklaan, openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [slachtoffer 9], welk geweld bestond uit het meermalen met kracht slaan en/of stompen en/of schoppen en/of trappen tegen het lichaam en/of het hoofd van die [slachtoffer 9];

4.

hij op 30 mei 2004 te Apeldoorn met een ander, aan de openbare weg, de Kerklaan, openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [slachtoffer 10], welk geweld bestond uit meermalen met kracht slaan en/of stompen en/of schoppen en/of trappen tegen het lichaam en/of het hoofd van die [slachtoffer 10].

Vrijspraak van het meer of anders tenlastegelegde

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. De verdachte behoort daarvan te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezene levert op de misdrijven:

1, 2, 3 en 4 telkens:

openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen.

Strafbaarheid van de verdachte

Over verdachte is een rapport opgemaakt d.d. 29 oktober 2004 door drs. [naam 1], psycholoog NIP.

Uit het rapport komt het volgende naar voren.

Verdachte is lijdende aan een gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens in de vorm van een zwakbegaafdheid en schizo?de, parano?de en ontwijkende persoonlijkheidstrekken. De gebrekkige ontwikkeling was ten tijde van het plegen van het ten laste gelegde aanwezig. Verdachte is ten gevolge van zijn gebrekkige ontwikkeling gemakkelijk be?nvloedbaar en kan moeilijk “nee” zeggen. Op het moment dat de mededaders druk op hem uitoefenden kon hij hieraan moeilijker dan de gemiddelde mens weerstand bieden. Het vermogen om problemen te zien aankomen is eveneens verminderd. Op grond hiervan moet verdachte enigszins verminderd toerekeningsvatbaar worden geacht.

Het is wenselijk dat verdachte door middel van een verplicht reclasseringscontact voorlopig beperkt wordt in het gebruik van alcohol, totdat er een punt wordt bereikt dat hij sterker is geworden en “nee” kan zeggen.

De rechtbank kan zich verenigen met het over verdachte opgemaakte rapport. Zij neemt de daarin vermelde conclusies over en maakt deze tot de hare.

De rechtbank gaat er daarbij van uit dat, hoewel de rapportage ziet op het onder 1 en 2 tenlastegelegde, verdachte ook ten aanzien van de overigens bewezen verklaarde feiten in enigszins verminderde mate toerekeningsvatbaar moet worden geacht.

Verdachte is strafbaar, nu ook overigens geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

Oplegging van straf en/of maatregel

Gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, de omstandigheden waaronder dit is begaan, alsmede gelet op de persoon en de omstandigheden van de verdachte zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, acht de rechtbank een gevangenisstraf met daarnaast een taakstraf als na te melden - met welke strafmodaliteit verdachte heeft ingestemd - op zijn plaats. Bedoelde taakstraf zal moeten worden verricht op een projectplaats als opgenomen in de door de Stichting Reclassering Nederland gehanteerde lijst van projectplaatsen.

De rechtbank heeft bij de straftoemeting in het bijzonder in aanmerking genomen dat de verdachte een viertal keren, telkens onder invloed van alcohol, met zijn mededaders op de openbare weg uiterst gewelddadig fysiek geweld heeft gebruikt tegen personen. Daarvan heeft hij twee keer deze situaties zeer bewust opgezocht door op zoek te gaan naar groepjes personen die zij hiertoe uit konden dagen. Feiten als het onderhavige verpesten een gezellige avond voor andere deelnemers aan het uitgaansleven en versterken bovendien gevoelens van onveiligheid en angst in de samenleving.

Vordering tot schadevergoeding

De benadeelde partij [slachtoffer 2] heeft zich met een vordering tot schadevergoeding ten bedrage van € 750,-- (immateriële schade) gevoegd in het strafproces ten aanzien van het onder 1 tenlastegelegde.

Nu niet is weersproken dat de benadeelde partij, zoals deze heeft gesteld, als gevolg van het bewezen verklaarde handelen schade heeft geleden tot het gevorderde bedrag en de vordering de rechtbank niet ongegrond of onrechtmatig voorkomt, zal deze vordering worden toegewezen.

De verdachte is voor de schade -naar burgerlijk recht- aansprakelijk.

De benadeelde partij [slachtoffer 5] heeft zich met een vordering tot schadevergoeding ten bedrage van € 236,-- voor materieel geleden schade en ten bedrage van € 450,-- voor immaterieel geleden schade gevoegd in het strafproces ten aanzien van het onder 2 tenlastegelegde.

De raadsvrouw heeft aangevoerd dat de vordering met betrekking tot de gevorderde materiële schade dient te worden gematigd. Met betrekking tot de gevorderde immateriële schade heeft de raadsvrouw de vordering niet weersproken.

Naar het oordeel van de rechtbank is, op grond van de gebezigde bewijsmiddelen en hetgeen verder ter terechtzitting met betrekking tot de vordering is gebleken, genoegzaam gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het onder 2 bewezen verklaarde handelen schade heeft geleden tot de gevorderde bedragen. Deze vorderingen zullen worden toegewezen, nu verdachte voor de schade -naar burgerlijk recht- aansprakelijk is.

De benadeelde partij [slachtoffer 6] heeft zich met een vordering tot schadevergoeding ten bedrage van € 800,-- (immateriële schade) gevoegd in het strafproces ten aanzien van het onder 2 tenlastegelegde.

Nu niet is weersproken dat de benadeelde partij, zoals deze heeft gesteld, als gevolg van het bewezen verklaarde handelen schade heeft geleden tot het gevorderde bedrag en de vordering de rechtbank niet ongegrond of onrechtmatig voorkomt, zal deze vordering worden toegewezen.

De verdachte is voor de schade -naar burgerlijk recht- aansprakelijk.

De benadeelde partij [slachtoffer 9] heeft zich met een vordering tot schadevergoeding ten bedrage van € 159,-- voor materieel geleden schade en ten bedrage van € 300,-- voor immaterieel geleden schade gevoegd in het strafproces ten aanzien van het onder 3 tenlastegelegde.

De raadsvrouw heeft aangevoerd dat de vordering van de benadeelde partij met betrekking tot de materieel gevorderde schade dient te worden gematigd, nu er kosten worden opgevoerd die niet door de benadeelde partij zelf zijn gemaakt en dat er posten worden opgevoerd die niet met bewijsmiddelen zijn onderbouwd. Met betrekking tot de immateriële heeft de raadsvrouw de vorderring niet weersproken.

De rechtbank zal de benadeelde partij met betrekking tot de gevorderde materiële niet-ontvankelijk verklaren in haar vordering, nu zij van oordeel is dat dit deel van de vordering niet van zo eenvoudige aard is dat deze zich leent voor afdoening in het strafgeding. De benadeelde partij kan derhalve dit deel van haar vordering slechts aanbrengen bij de burgerlijke rechter.

Nu niet is weersproken dat de benadeelde partij, zoals deze heeft gesteld, als gevolg van het bewezen verklaarde handelen immateriële schade heeft geleden tot het gevorderde bedrag, zal deze vordering worden toegewezen.

De verdachte is voor de schade -naar burgerlijk recht- aansprakelijk.

De benadeelde partij [slachtoffer 10] heeft zich met een vordering tot schadevergoeding ten bedrage van € 323,10,-- voor materieel geleden schade en ten bedrage van € 750,-- voor immaterieel geleden schade gevoegd in het strafproces ten aanzien van het onder 4 tenlastegelegde.

De raadsvrouw heeft aangevoerd dat het gevorderde afgewezen dient te worden danwel niet ontvankelijk dient te worden verklaard.

De rechtbank zal de benadeelde partij met betrekking tot de gevorderde materiële schade niet-ontvankelijk verklaren in haar vordering, nu dit deel van de vordering wordt betwist en de rechtbank van oordeel is dat dit deel van de vordering niet van zo eenvoudige aard is dat het zich leent voor afdoening in het strafgeding. De benadeelde partij kan derhalve dit deel van haar vordering slechts aanbrengen bij de burgerlijke rechter.

Naar het oordeel van de rechtbank is, op grond van de gebezigde bewijsmiddelen en hetgeen verder ter terechtzitting met betrekking tot de vordering is gebleken, genoegzaam gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het 4 bewezen verklaarde handelen immateriële schade heeft geleden, waarvoor verdachte naar burgerlijk recht aansprakelijk is. De rechtbank stelt het bedrag naar redelijkheid en billijkheid op € 300,--. Dit deel van de vordering is voor toewijzing vatbaar.

De rechtbank zal de benadeelde partij met betrekking tot het overige deel van de gevorderde immateriële schade niet-ontvankelijk verklaren in haar vordering, nu zij van oordeel is dat de vordering niet van zo eenvoudige aard is dat deze zich leent voor afdoening in het strafgeding. De benadeelde partij kan derhalve dit deel van haar vordering slechts aanbrengen bij de burgerlijke rechter.

Schadevergoedingsmaatregel

Gelet op het vorenstaande ziet de rechtbank aanleiding om aan verdachte op basis van het bepaalde in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht telkens de verplichting op te leggen tot betaling aan de Staat van een som gelds ten behoeve van genoemde slachtoffers.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Deze strafoplegging is gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 14d, 22c, 22d, 24c, 36f, 57 en 141 van het Wetboek van Strafrecht.

BESLISSING

De rechtbank beslist als volgt.

Verklaart, zoals hiervoor overwogen, bewezen dat verdachte het onder 1, 2, 3 en 4 tenlastegelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart verdachte strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 2 maanden.

Bepaalt, dat de gevangenisstraf niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond dat veroordeelde zich vóór het einde van een proeftijd van 2 jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt dan wel de navolgende bijzondere voorwaarde niet heeft nageleefd.

Stelt als bijzondere voorwaarde dat veroordeelde zich gedurende de proeftijd zal gedragen naar de aanwijzingen en voorschriften die veroordeelde zullen worden gegeven door of namens de Stichting Reclassering Nederland, arrondissement Zutphen, zolang deze instelling dit noodzakelijk oordeelt.

Geeft genoemde reclasseringsinstelling opdracht de veroordeelde bij de naleving van de opgelegde voorwaarde hulp en steun te verlenen.

Veroordeelt de verdachte tot de navolgende taakstraf, te weten:

een werkstraf gedurende 240 uren, met bevel dat indien deze straf niet naar behoren wordt verricht vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 120 dagen.

Beveelt dat voor de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van de taakstraf in verzekering en voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van die straf uren in mindering wordt gebracht volgens de maatstaf dat per dag in voorarrest doorgebracht 2 uur in mindering wordt gebracht.

Veroordeelt verdachte tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [slachtoffer 2], [adres], van een bedrag van € 750,--, met veroordeling van verdachte in de kosten van het geding en de tenuitvoerlegging door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil.

Verstaat dat indien en voor zover door (één van) de mededaders het betreffende schadebedrag is betaald, veroordeelde daarvan zal zijn bevrijd.

Legt aan veroordeelde de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 2], een bedrag te betalen van € 750,--, met bevel dat bij gebreke van betaling en verhaal 15 dagen hechtenis zal kunnen worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt.

Bepaalt dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Veroordeelt verdachte tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [slachtoffer 5], [adres], bankrek.nr. [nummer], van een bedrag van € 686,--, met veroordeling van verdachte in de kosten van het geding en de tenuitvoerlegging door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil.

Verstaat dat indien en voor zover door (één van) de mededaders het betreffende schadebedrag is betaald, veroordeelde daarvan zal zijn bevrijd.

Legt aan veroordeelde de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 5], een bedrag te betalen van € 686,--, met bevel dat bij gebreke van betaling en verhaal 13 dagen hechtenis zal kunnen worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt.

Bepaalt dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Veroordeelt verdachte tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [slachtoffer 6], [adres], rek.nr. [nummer], van een bedrag van € 800,--, met veroordeling van verdachte in de kosten van het geding en de tenuitvoerlegging door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil.

Verstaat dat indien en voor zover door (één van) de mededaders het betreffende schadebedrag is betaald, veroordeelde daarvan zal zijn bevrijd.

Legt aan veroordeelde de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 6] een bedrag te betalen van € 800, met bevel dat bij gebreke van betaling en verhaal 16 dagen hechtenis zal kunnen worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt.

Bepaalt dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Veroordeelt verdachte tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [slachtoffer 9], [adres], bankrek.nr. [nummer], van een bedrag van € 300,--, met veroordeling van verdachte in de kosten van het geding en de tenuitvoerlegging door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil.

Verstaat dat indien en voor zover door de mededader het betreffende schadebedrag is betaald, veroordeelde daarvan zal zijn bevrijd.

Verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in haar vordering.

Legt aan veroordeelde de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 9] een bedrag te betalen van € 300,--, met bevel dat bij gebreke van betaling en verhaal 6 dagen hechtenis zal kunnen worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt.

Bepaalt dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Veroordeelt verdachte tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [slachtoffer 10], [adres], bankrek.nr. [nummer], van een bedrag van € 300,--, met veroordeling van verdachte in de kosten van het geding en de tenuitvoerlegging door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil.

Verstaat dat indien en voor zover door de mededader het betreffende schadebedrag is betaald, veroordeelde daarvan zal zijn bevrijd.

Verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in haar vordering.

Legt aan veroordeelde de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 10], een bedrag te betalen van € 300,--, met bevel dat bij gebreke van betaling en verhaal 6 dagen hechtenis zal kunnen worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt.

Bepaalt dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Heft op het -geschorste- bevel tot voorlopige hechtenis.

Aldus gewezen door mrs. Van Harreveld, voorzitter, Elders en Boks, rechters, in tegenwoordigheid van Jansen, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van

24 november 2004.