Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZUT:2004:AP0443

Instantie
Rechtbank Zutphen
Datum uitspraak
18-05-2004
Datum publicatie
03-06-2004
Zaaknummer
06-060482-03
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

een deels voorwaardelijke gevangenisstraf voor het plegen van vermogensdelicten en het opzettelijk als echt en onvervalst uitgeven van valse bankbiljetten.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK TE ZUTPHEN

Meervoudige kamer voor strafzaken

Parketnummers: 06-060482-03

Uitspraak d.d.: 18 mei 2004

tegenspraak / dip

VERKORT VONNIS

in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],

thans gedetineerd in P.I. Achterhoek, HvB Kruisberg te Doetinchem.

Onderzoek van de zaak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 4 mei 2004.

De tenlastelegging

Aan verdachte is het volgende ten laste gelegd dat:

1. hij op of omstreeks 12 februari 2003 en/of 14 februari 2003, althans in of omstreeks de maand februari 2003, in de gemeente Doetinchem en/of de gemeente Wisch, in elk geval in Nederland, (telkens) opzettelijk (een) als echt en onvervalst bankbiljetten van honderd en/of 500 euro heeft uitgegeven, waarvan de valsheid of vervalsing verdachte, toen hij dat/die bankbiljet(ten) ontving, bekend was;

art 209 Wetboek van Strafrecht

althans, dat

hij op of omstreeks 12 februari 2003 en/of 14 februari 2003, althans in of omstreeks de maand februari 2003, in de gemeente Doetinchem en/of de gemeente Wisch, in elk geval in Nederland, (telkens) opzettelijk (een) vals(e) of vervalst(e) bankbiljet(ten) van 100 en/of 500 euro heeft uitgegeven;

art 213 Wetboek van Strafrecht

2. hij in of omstreeks de periode van 24 januari 2003 tot en met 25 mei 2003 op na te noemen plaatsen, in elk geval in Nederland, al dan niet tezamen en in vereniging met een ander of anderen, een beroep of een gewoonte heeft gemaakt van het kopen van goederen met het oogmerk om zonder volledige betaling zich en/of (een) ander(en) de beschikking over die goederen te verzekeren, hebbende verdachte en/of zijn mededader(s), telkens met voormeld oogmerk, de navolgende goederen - op tijd en plaats daarbij vermeld - gekocht, te weten:

- in de periode van 24 januari 2003 tot en met 27 januari 2003 in de gemeente Bunnik bij een Mercur hotel een weekendarrangement en/of pay TV en/of telefoontikken en/of taxiosten en/of eet- en drinkwaren (incident 6) en/of

- op 11 februari 2003 in de gemeente Doetinchem bij een BP tankstation benzine (incident 4) en/of

- op 12 februari 2003 in de gemeente Gendringen bij een Shell tankstation benzine (incident 2) en/of

- in de periode van 23 mei tot en met 25 mei 2003 in de gemeente Doetinchem in hotel "De Kruisberg" eet- en/of drinkwaren (incident 7);

art 326a Wetboek van Strafrecht

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

3. hij in of omstreeks de periode van 22 januari 2003 tot en met 13 februari 2003 in de gemeente Arnhem opzettelijk een auto (Kia Rio met het kenteken [kenteken]), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan Europacar, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, welk(e) goed(eren) verdachte anders dan door misdrijf, te weten uit hoofde van een huurovereenkomst, onder zich had,

wederrechtelijk zich heeft toegeëigend;

art 321 Wetboek van Strafrecht

4. hij op of omstreeks 24 mei 2003 in de gemeente Doetinchem, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een geldbedrag van 20 euro, althans een hoeveelheid geld, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen voornoemde [slachtoffer1] en/of [slachtoffer2] (zijnde de dochter van die [slachtoffer1]), gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld bestond uit

- het (onverhoeds en/of met kracht) om/bij het middel, althans het lichaam, en/of om/bij de nek/hals vastpakken en/of vasthouden van voornoemde [slachtoffer2]

en/of

- het (daarbij) voornoemde [slachtoffer1] mondeling toevoegen van de woorden: "Ik wil geld of anders pak ik je dochter";

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 312 lid 1 Wetboek van Strafrecht

Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Vrijspraak

Naar het oordeel van de rechtbank is niet wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder feit 3 ten laste gelegde heeft begaan. De verdachte behoort hiervan te worden vrijgesproken.

De rechtbank overweegt hierbij dat niet bewezen kan worden dat verdachte de auto zich wederrechtelijk heeft toegeëigend in de gemeente Arnhem.

Bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 primair, 2 en 4 tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:

1. hij in de maand februari 2003, in de gemeente Doetinchem of de gemeente Wisch, in elk geval in Nederland, telkens opzettelijk als echt en onvervalst bankbiljetten van honderd en 500 euro heeft uitgegeven, waarvan de valsheid of vervalsing verdachte, toen hij die bankbiljetten ontving, bekend was;

2. hij in de periode van 24 januari 2003 tot en met 25 mei 2003 op na te noemen plaatsen, in elk geval in Nederland, een beroep of een gewoonte heeft gemaakt van het kopen van goederen met het oogmerk om zonder volledige betaling zich en/of (een) ander(en) de beschikking over die goederen te verzekeren, hebbende verdachte, telkens met voormeld oogmerk, de navolgende goederen - op tijd en plaats daarbij vermeld - gekocht, te weten:

- in de periode van 24 januari 2003 tot en met 27 januari 2003 in de gemeente Bunnik bij een Mercure hotel eet- en drinkwaren en

- op 11 februari 2003 in de gemeente Doetinchem bij een BP tankstation benzine en

- op 12 februari 2003 in de gemeente Gendringen bij een Shell tankstation benzine en

- in de periode van 23 mei tot en met 25 mei 2003 in de gemeente Doetinchem in hotel "De Kruisberg" eet- en drinkwaren;

4. hij op 24 mei 2003 in de gemeente Doetinchem, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een geldbedrag van 20 euro, toebehorende aan [slachtoffer1], welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld van geweld en/of bedreiging met geweld tegen voornoemde [slachtoffer1] en [slachtoffer2] (zijnde de dochter van die [slachtoffer1]), gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld bestond uit

- het om/bij het middel en/of om/bij de nek/hals vastpakken en vasthouden van voornoemde [slachtoffer2]

en/of

- daarbij voornoemde [slachtoffer1] mondeling toevoegen van de woorden: "Ik wil geld of anders pak ik je dochter";

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. De verdachte behoort daarvan te worden vrijgesproken.

Bewijsoverweging ten aanzien van het onder 1 bewezenverklaarde

De rechtbank heeft bewezenverklaard -kort weergegeven- dat verdachte in de maand februari 2003 opzettelijk een tweetal bankbiljetten heeft uitgegeven, waarvan de valsheid of de vervalsing hem, toen hij deze biljetten ontving, bekend was.

De rechtbank heeft het feit dat verdachte, op het moment dat hij de bankbiljetten ontving, bekend was met de valsheid of vervalsing van deze biljetten van respectievelijk EUR 100,00 en EUR 500,00 uit de volgende feiten en omstandigheden afgeleid:

· Verdachte heeft in december 2002 en mogelijk nog in januari 2003 in een flat in Haarlem gewoond.

· In die tijd heeft hij klusjes verricht voor de eigenaar van de kapperszaak Klas Kapsalon in Haarlem, genaamd [betrokkene1] (achternaam onbekend).

· Verdachte heeft volgens eigen zeggen zo'n negen weken tot tweeeneenhalve maand voor voornoemde [betrokkene1] gewerkt.

· Het werken bij [betrokkene1] bestond uit het doen van klusjes, waaronder het rondbrengen van pakjes/pakketjes.

· Verdachte heeft het vijfde pakje dat hij voor voornoemde [betrokkene1] moest rondbrengen opengemaakt en gezien dat in dit pakket allemaal bankbiljetten van EUR 50,00 zaten. Verdachte zag ook dat al deze pakjes waren omwikkeld en er gloednieuw uitzagen.

· Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij een briefje uit het pakket met bankbiljetten heeft gepakt en heeft geprobeerd het te kreukelen, hetgeen niet lukte. Op dat moment ontstond er bij verdachte volgens eigen zeggen een vermoeden.

· [betrokkene2] zat op het moment dat verdachte het vijfde pakketje openmaakte bij verdachte in de auto en heeft tegen verdachte gezegd dat hij het niet goed vond dat verdachte het pakket openmaakte en dat verdachte hierdoor problemen zou krijgen met [betrokkene1].

· Verdachte heeft verklaard dat het openmaken van het vijfde pakje heeft plaatsgehad in de maand januari 2003.

· Verdachte heeft voorts verklaard dat hij op de vlucht is geweest voor criminelen uit Haarlem, te weten [betrokkene1] en [betrokkene2], die hem van kant wilde maken, omdat hij teveel wist van vals geld dat zij in omloop brachten en dat hij toen heeft verbleven in het Mercure hotel te Bunnik.

· Uit de bewijsmiddelen volgt dat verdachte in de periode van 24 januari 2003 tot en met 27 januari 2003 heeft verbleven in voornoemd Mercure hotel.

· Verdachte heeft de aan de orde zijnde biljetten van respectievelijk EUR 100,00 en EUR 500,00 van [betrokkene1] ontvangen.

· Verdachte heeft het geldbiljet van EUR 500,00 voor controle onder een lamp gehouden.

· Blijkens de verklaring van verdachte ter terechtzitting heeft verdachte de bankbiljetten een week in zijn bezit gehad, alvorens hij het geld heeft uitgegeven.

Naar het oordeel van de rechtbank komt uit bovenstaande feiten en omstandigheden naar voren dat verdachte begin februari 2003 het geld van [betrokkene1] heeft ontvangen. Verdachte bevond zich al enkele weken voor het verkrijgen van het geld, alsmede op het moment dat verdachte het geld van [betrokkene1] kreeg in een omgeving waar vals of vervalst geld in omloop was en hiervan is verdachte op een moment dat ligt vóór het ontvangen van de aan de orde zijnde bankbiljetten op de hoogte geraakt. Door het aannemen van het geld van [betrokkene1] heeft verdachte, naar het oordeel van de rechtbank, zich aldus willens en wetens blootgesteld aan de aanmerkelijke kans dat de ontvangen geldbiljetten vals of vervalst waren, hetgeen ook daadwerkelijk het geval bleek te zijn. Aldus kan worden bewezen dat verdachte, op het moment dat hij de aan de orde zijnde geldbiljetten ontving, bekend was met de valsheid of vervalsing van deze biljetten.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezene levert op de misdrijven:

1) Het opzettelijk als echt en onvervalst uitgeven van bankbiljetten, waarvan de valsheid of vervalsing hem, toen hij ze ontving, bekend was, meermalen gepleegd;

2) Een beroep of gewoonte maken van het kopen van goederen met het oogmerk om zonder volledige betaling zich of een ander de beschikking over die goederen te verzekeren;

4) Diefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld of bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken.

Strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

Oplegging van straf en/of maatregel

De rechtbank acht na te melden strafoplegging in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander tijdens het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

De rechtbank heeft bij haar straftoemeting in het bijzonder in aanmerking genomen - en vindt daarin de redenen die tot de keuze van een deels onvoorwaardelijke vrijheidsstraf leiden - dat verdachte - opzettelijk vals geld in het maatschappelijk verkeer heeft gebracht. Dergelijke feiten ondermijnen het vertrouwen in het handelsverkeer.

Daarnaast heeft verdachte -binnen een tijdsbestek van enkele maanden- zich louter uit geldelijk gewin bezig gehouden met het plegen van (gekwalificeerde) vermogensdelicten waarbij (grote) schade en overlast voor de slachtoffers is veroorzaakt. Bij het plegen van één van deze vermogensdelicten is verdachte de woning van de slachtoffers binnengegaan en heeft hij, om te bewerkstelligen dat hij geld kreeg, een negenjarig kind vastgepakt en de moeder van het kind dreigend toegesproken. Verdachte heeft op deze wijze in ernstige mate inbreuk gemaakt op de persoonlijke levenssfeer en persoonlijke integriteit van de slachtoffers.

Naar de ervaring leert zullen de slachtoffers nog lange tijd psychische gevolgen kunnen ondervinden van wat hen is overkomen.

De rechtbank houdt voorts rekening met het feit dat verdachte blijkens het uittreksel uit het algemeen justitieel documentatieregister reeds meermalen is veroordeeld ter zake van vermogensdelicten, alsmede is veroordeeld ter zake van het opzettelijk uitgeven van vals geld.

Deze feiten rechtvaardigen een aanzienlijke vrijheidsbenemende straf, zij het dat de rechtbank, gelet op de persoonlijkheid van verdachte, een deel voorwaardelijk oplegt met onder meer de bijzondere voorwaarde dat verdachte gedurende de proeftijd zich stelt onder het toezicht van Stichting Reclassering Nederland te Doetinchem, en zich gedraagt naar de voorschriften en aanwijzingen, door deze instelling te geven in het reclasseringsbelang van verdachte, ook indien en voor zover deze voorschriften en aanwijzingen inhouden behandeling bij de forensisch-psychiatrische kliniek Kairos te Arnhem.

Beslag

De rechtbank zal de inbeslaggenomen valse of vervalste biljetten van respectievelijk EUR 100,00 en EUR 500,00 op grond van artikel 214bis van het Wetboek van Strafrecht verbeurd verklaren.

Vordering tot schadevergoeding

De benadeelde partij BP Doetinchem, gevestigd te Doetinchem, (bankrekeningnummer [bankrekeningnummer]) heeft zich met een vordering tot schadevergoeding ten bedrage van EUR 100,00 gevoegd in het onderhavige strafgeding ten aanzien van het onder 1 tenlastegelegde.

Naar het oordeel van de rechtbank is, op grond van de gebezigde bewijsmiddelen en hetgeen verder ter terechtzitting met betrekking tot de vordering is gebleken, komen vast te staan dat de benadeelde partij als gevolg van het onder 1 bewezen verklaard handelen schade heeft geleden tot een bedrag van EUR 100,-, waarvoor verdachte naar burgerlijk recht aansprakelijk is. De vordering dient tot dit bedrag te worden toegewezen. Verdachte en zijn raadsman hebben de door de benadeelde partij ingediende vordering niet althans niet voldoende betwist of weersproken.

Gelet op het vorenstaande ziet de rechtbank aanleiding om aan verdachte op basis van het bepaalde in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de verplichting op te leggen tot betaling aan de Staat van EUR 100,- ten behoeve van genoemd slachtoffer.

De benadeelde partij Mercure Hotel Utrecht-Bunnik, gevestigd te Bunnik, (bank- of girorekeningnummer [rekeningnummer]) heeft zich met een vordering tot schadevergoeding ten bedrage van EUR 479,64 gevoegd in het onderhavige strafgeding ten aanzien van het onder 2 tenlastegelegde.

Naar het oordeel van de rechtbank is, op grond van de gebezigde bewijsmiddelen en hetgeen verder ter terechtzitting met betrekking tot de vordering is gebleken, komen vast te staan dat de benadeelde partij als gevolg van het onder 2 bewezen verklaard handelen schade heeft geleden tot een bedrag van EUR 361,02, waarvoor verdachte naar burgerlijk recht aansprakelijk is. De vordering dient tot dit bedrag te worden toegewezen. Verdachte en zijn raadsman hebben de door de benadeelde partij ingediende vordering niet althans niet voldoende betwist of weersproken.

De benadeelde partij dient voor wat betreft het derde in de vordering genoemde weekendarrangement, de kredietsbeperkingstoeslag en de BTW niet-ontvankelijk te worden verklaard in haar vordering.

Gelet op het vorenstaande ziet de rechtbank aanleiding om aan verdachte op basis van het bepaalde in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de verplichting op te leggen tot betaling aan de Staat van EUR 361,02 ten behoeve van genoemd slachtoffer.

De benadeelde partij BP Doetinchem, gevestigd te Doetinchem, (bankrekeningnummer [bankrekeningnummer]) heeft zich met een vordering tot schadevergoeding ten bedrage van EUR 41,82 gevoegd in het onderhavige strafgeding ten aanzien van het onder 2 tenlastegelegde.

Naar het oordeel van de rechtbank is, op grond van de gebezigde bewijsmiddelen en hetgeen verder ter terechtzitting met betrekking tot de vordering is gebleken, komen vast te staan dat de benadeelde partij als gevolg van het onder 2 bewezen verklaard handelen schade heeft geleden tot een bedrag van EUR 35,14, zijnde het gevorderde bedrag exclusief BTW, waarvoor verdachte naar burgerlijk recht aansprakelijk is. De vordering dient tot dit bedrag te worden toegewezen. Verdachte en zijn raadsman hebben de door de benadeelde partij ingediende vordering niet althans niet voldoende betwist of weersproken.

De benadeelde partij dient voor het overige niet-ontvankelijk te worden verklaard in haar vordering.

Gelet op het vorenstaande ziet de rechtbank aanleiding om aan verdachte op basis van het bepaalde in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de verplichting op te leggen tot betaling aan de Staat van EUR 35,14 ten behoeve van genoemd slachtoffer.

De benadeelde partij Europcar Autoverhuur B.V., gevestigd te Den Haag, (bankrekeningnummer [bankrekeningnummer]) heeft zich met een vordering tot schadevergoeding ten bedrage van EUR 2110,62 gevoegd in het onderhavige strafgeding ten aanzien van het onder 3 tenlastegelegde.

Deze benadeelde partij zal niet-ontvankelijk worden verklaard in haar vordering, nu deze vordering geen betrekking heeft op een bewezen verklaard feit en aan de benadeelde partij derhalve geen rechtstreekse schade is toegebracht door een bewezen verklaard feit, zoals bedoeld in artikel 361, tweede lid aanhef en sub b van het Wetboek van Strafvordering.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Deze strafoplegging is gegrond op de artikelen 10, 14a, 14b, 14c, 27, 36f, 57, 209, 214bis, 310, 312 en 326a van het Wetboek van Strafrecht.

BESLISSING

De rechtbank beslist als volgt.

Verklaart niet bewezen, dat verdachte het onder feit 3 ten laste gelegde heeft begaan en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart, zoals hiervoor overwogen bewezen dat verdachte het onder 1 primair, 2 en 4 tenlastegelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart het bewezenverklaarde strafbaar.

Het bewezenverklaarde levert op de misdrijven:

1) Het opzettelijk als echt en onvervalst uitgeven van bankbiljetten, waarvan de valsheid of vervalsing hem, toen hij ze ontving, bekend was, meermalen gepleegd;

2) Een beroep of gewoonte maken van het kopen van goederen met het oogmerk om zonder volledige betaling zich of een ander de beschikking over die goederen te verzekeren;

4) Diefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld of bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken.

Verklaart de verdachte ter zake van het bewezenverklaarde strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden.

Bepaalt, dat een gedeelte van de gevangenisstraf, groot 6 maanden niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond dat veroordeelde zich vóór het einde van een proeftijd van 2 jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt dan wel de navolgende bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd.

Stelt als bijzondere voorwaarde dat verdachte gedurende de proeftijd zich stelt onder het toezicht van Stichting Reclassering Nederland te Zutphen en zich gedraagt naar de voorschriften en aanwijzingen, door deze instelling te geven in het reclasseringsbelang van verdachte, ook indien en voor zover deze voorschriften en aanwijzingen inhouden behandeling bij de forensisch-psychiatrische kliniek Kairos te Arnhem.

Geeft deze instelling opdracht de veroordeelde bij de naleving van de opgelegde voorwaarden hulp en steun te verlenen.

Stelt voorts als bijzondere voorwaarde dat verdachte tot één jaar na het ingaan van de proeftijd geen contact onderhoudt met [slachtoffer1] en zich niet begeeft naar of ophoudt in de Dennenweg te Doetinchem.

Beveelt, dat de tijd, door veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht.

Veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij BP Doetinchem, gevestigd te Doetinchem (bankrekeningnummer [bankrekeningnummer]), van een bedrag van EUR 100,00 met veroordeling van verdachte in de kosten van het geding en de tenuitvoerlegging door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil.

Legt aan veroordeelde de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer BP Doetinchem, een bedrag te betalen van EUR 100,-, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 2 dagen hechtenis.

De rechtbank verstaat daarbij dat, indien en voor zover verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat van het bedrag van EUR 100,00 ten behoeve van het slachtoffer voornoemd, daarmee de verplichting van verdachte om dit bedrag aan deze benadeelde partij te betalen komt te vervallen en dat indien de verdachte aan de betreffende benadeelde partij het bedrag van EUR 100,00 heeft betaald, daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat van het betreffende bedrag komt te vervallen.

Veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij Mercure Hotel Utrecht-Bunnik, gevestigd te Bunnik, (bank- of girorekeningnummer [rekeningnummer]), van een bedrag van EUR 361,02 met veroordeling van verdachte in de kosten van het geding en de tenuitvoerlegging door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil.

Verklaart de benadeelde partij Mercure Hotel Utrecht-Bunnik voor het overige niet-ontvankelijk in haar vordering.

Legt aan veroordeelde de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer Mercure Hotel Utrecht-Bunnik, een bedrag te betalen van EUR 361,02, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 7 dagen hechtenis.

De rechtbank verstaat daarbij dat, indien en voor zover verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat van het bedrag van EUR 361,02 ten behoeve van het slachtoffer voornoemd, daarmee de verplichting van verdachte om dit bedrag aan deze benadeelde partij te betalen komt te vervallen en dat indien de verdachte aan de betreffende benadeelde partij het bedrag van EUR 361,02 heeft betaald, daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat van het betreffende bedrag komt te vervallen.

Veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij BP Doetinchem, gevestigd te Doetinchem (bankrekeningnummer [bankrekeningnummer]), van een bedrag van EUR 35,14 met veroordeling van verdachte in de kosten van het geding en de tenuitvoerlegging door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil.

Verklaart de benadeelde partij BP Doetinchem voor het overige niet-ontvankelijk in haar vordering.

Legt aan veroordeelde de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer BP Doetinchem, een bedrag te betalen van EUR 35,14, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 1 dag hechtenis.

De rechtbank verstaat daarbij dat, indien en voor zover verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat van het bedrag van EUR 35,14 ten behoeve van het slachtoffer voornoemd, daarmee de verplichting van verdachte om dit bedrag aan deze benadeelde partij te betalen komt te vervallen en dat indien de verdachte aan de betreffende benadeelde partij het bedrag van EUR 35,14 heeft betaald, daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat van het betreffende bedrag komt te vervallen.

Verklaart de benadeelde partij Europcar Autoverhuur B.V. niet-ontvankelijk in haar vordering.

Verklaart verbeurd de inbeslaggenomen valse of vervalste biljetten van respectievelijk

EUR 100,00 en EUR 500,00.

Aldus gewezen door mr. De Bie, voorzitter, mrs. Van Apeldoorn en Van de Wetering, rechters, in tegenwoordigheid van mr. Van Onna, griffier en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 18 mei 2004.

Mr. Van de Wetering is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.