Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZUT:2004:AO7653

Instantie
Rechtbank Zutphen
Datum uitspraak
02-04-2004
Datum publicatie
15-04-2004
Zaaknummer
06/060308-03 en 21.000034/03 (t.u.l.)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Geen TBS voor ontuchtpleger

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZUTPHEN

Meervoudige kamer voor strafzaken

Parketnummer: 06/060308-03 en 21.000034/03 (t.u.l.)

Uitspraak d.d.: 2 april 2004

Tegenspraak/dip

VERKORT VONNIS

in de zaak tegen:

[verdachte]

geboren te [geboorteplaats], op [geboortedatum],

verblijvende in de Forensisch Psychiatrische Kliniek "Tuinen" te Assen,

Dennenweg 9.

Onderzoek van de zaak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 19 maart 2004.

De tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

Hij in of omstreeks de periode van 01 juli 2003 tot en met 30 juli 2003 in de gemeente Doetinchem, door geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of bedreiging met geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) (telkens) [slachtoffer 1]] (hierna te noemen [slachtoffer 1]) heeft gedwongen tot het plegen en/of dulden van een of meer ontuchtige handeling(en),

bestaande uit

- de penis en/of balzak van [slachtoffer 1] vastpakken en/of

- [slachtoffer 1] aftrekken en/of

- zich door [slachtoffer 1] af te laten trekken

en bestaande dat geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) en/of die bedreiging met geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) hierin dat verdachte

- [slachtoffer 1] heeft bedreigd en/of gechanteerd en/of

- zich overheersend tegenover [slachtoffer 1] heeft opgesteld en/of

- [slachtoffer 1] op een onbehagelijke manier heeft aangekeken en/of

- [slachtoffer 1] (met kracht) heeft vastgegrepen bij het hoofd en/of de schouders

- [slachtoffer 1] (vrij hard) in een hoek van de douche heeft geduwd en/of

- gebruik heeft gemaakt van zijn, verdachtes, geestelijk en/of lichamelijk overwicht op [slachtoffer 1], terwijl hij wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat die [slachtoffer 1] zwak dan wel minder begaafd was; (incident 1 vanaf pagina 18)

art.246 Wetboek van Strafrecht

2.

hij in of omstreeks de periode van 1 mei 2003 tot en met 24 juli 2003 in de gemeente Doetinchem, door geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of bedreiging met geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) (telkens) [slachtoffer 2] (hierna te noemen [slachtoffer 2]) heeft gedwongen tot het plegen en/of dulden van een of meer ontuchtige handeling(en), bestaande uit

- het aftrekken van [slachtoffer 2] en/of

- het zich laten aftrekken door [slachtoffer 2]

en bestaande dat geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) en/of die bedreiging met geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) uit dat verdachte

- zich dominant tegenover die [slachtoffer 2] heeft gedragen en/of

- misbruik heeft gemaakt van zijn geestelijk en/of lichamelijk overwicht op [slachtoffer 2], terwijl hij wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat [slachtoffer 2] debiel dan wel verstandelijk gehandicapt was; (incident 2 vanaf pagina 47)

art. 246 Wetboek van Strafrecht

Vrijspraak

Naar het oordeel van de rechtbank is niet wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 tenlastegelegde heeft begaan.

Verdachte behoort hiervan te worden vrijgesproken.

Overwogen wordt dienaangaande dat verdachte elke vorm van dwanguitoefening heeft ontkend en dat het element dwang in de tenlastelegging is uitgewerkt in diverse gedragingen die de rechtbank niet dan wel onvoldoende redengevend acht, waarbij opmerking verdient dat de geweldshandelingen blijkens het dossier zouden hebben plaatsgevonden op een later tijdstip dan de tenlastegelegde ontuchtige handelingen.

Bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 2 ten laste gelegde heeft begaan, te weten dat:

hij in de periode van 1 mei 2003 tot en met 24 juli 2003 in de gemeente Doetinchem, door feitelijkheden (telkens) [slachtoffer 2] (hierna te noemen [slachtoffer 2]) heeft gedwongen tot het plegen en dulden van ontuchtige handelingen, bestaande uit

- het aftrekken van [slachtoffer 2] en

- het zich laten aftrekken door [slachtoffer 2] en bestaande die feitelijkheden uit dat verdachte

- zich dominant tegenover die [slachtoffer 2] heeft gedragen en

- misbruik heeft gemaakt van zijn geestelijk overwicht op [slachtoffer 2], terwijl hij redelijkerwijs moest vermoeden dat [slachtoffer 2] debiel

dan wel verstandelijk gehandicapt was;

Vrijspraak van het meer of anders tenlastegelegde

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. De verdachte behoort daarvan te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezene levert op het misdrijf:

2.

Feitelijke aanranding van de eerbaarheid, meermalen gepleegd.

Strafbaarheid van de verdachte

Over de verdachte is een multidisciplinaire rapportage uitgebracht, bestaande uit een psychiatrisch rapport, gedateerd 13 november 2003, van dr. S. de Jong, psychiater, en een psychologisch rapport, gedateerd 11 november 2003 van drs. L.J. Rempt, psycholoog.

Uit deze rapporten komt het volgende naar voren. Bij verdachte is sprake van een ziekelijke stoornis en een gebrekkige ontwikkeling van zijn geestvermogens. Verdachte heeft een persoonlijkheidsstoornis met dwangmatige en narcistische kenmerken in combinatie met een seksuele stoornis waarbij er behalve exhibitionisme ook aanwijzingen zijn voor een pedofiele gerichtheid. Deze ziekelijke stoornis en gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens beïnvloedden verdachtes gedragskeuzen en zijn gedragingen ten tijde van het tenlastegelegde, waardoor het tenlastegelegde hem verminderd kan worden toegerekend. De rechtbank kan zich hiermee verenigen en neemt deze conclusie over.

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit.

Oplegging van straf en/of maatregel

De rechtbank acht na te melden strafoplegging in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

De rechtbank heeft bij de straftoemeting in het bijzonder in aanmerking genomen - en vindt daarin de redenen die tot de keuze van een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf van na te melden duur leiden - dat verdachte de onder 2 tenlastegelegde feiten heeft gepleegd terwijl hij zich op de bijzondere zorg afdeling van het Huis van Bewaring bevond, in verband met een strafzaak terzake van soortgelijke feiten, waarvoor hij inmiddels onherroepelijk is veroordeeld bij het hierna vermelde arrest. Door te handelen als bewezen verklaard heeft verdachte inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit van het slachtoffer, waarvan de psychische kwetsbaarheid en afhankelijkheid hem bekend waren.

Anderzijds heeft de rechtbank meegewogen dat het bewezenverklaarde aan verdachte slechts in verminderde mate kan worden toegewezen, zoals hiervoor overwogen. Ofschoon blijkens voormelde rapportage duidelijk is dat voor verdachte een klinische behandeling geïndiceerd is, ziet de rechtbank voor oplegging van de maatregel van ter beschikking stelling met dwangverpleging, zoals door de officier van justitie gevorderd, geen aanleiding. Naast het eerder overwogene heeft de rechtbank laten meewegen dat zij omtrent deze zeer ingrijpende maatregel verdeeld is geadviseerd en dat verdachte sedert september 2003 reeds een behandeling ondergaat in het kader van de naleving van de bij het hierna vermeldde arrest gegeven beslissingen.

Vordering tenuitvoerlegging

De rechtbank is ten aanzien van de vordering van de officier van justitie van 21 januari 2004 tot tenuitvoerlegging van de bij arrest van het gerechtshof te Arnhem van 17 juni 2003 (parketnummer 21.000034/03) voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf van oordeel, dat deze moet worden afgewezen, nu onduidelijk is gebleven of van de ontuchtige handelingen nog sprake is geweest nadat voormeld arrest, op 2 juli 2003, onherroepelijk was geworden.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Deze strafoplegging is gegrond op artikel 14f, 27, 57, 63 en 246 Wetboek van Strafrecht.

BESLISSING

De rechtbank beslist als volgt.

Verklaart niet bewezen, dat verdachte het onder 1 tenlastegelegde heeft begaan en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart, zoals hiervoor overwogen, bewezen dat verdachte het onder 2 tenlastegelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart het bewezenverklaarde strafbaar.

Het bewezenverklaarde levert op het misdrijf:

2: Feitelijke aanranding van de eerbaarheid, meermalen gepleegd.

Verklaart de verdachte ter zake van het bewezenverklaarde strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 8 maanden.

Beveelt, dat de tijd, door veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht.

Wijst af de vordering tot tenuitvoerlegging van de bij het arrest van het gerechtshof te Arnhem van 17 juni 2003 (parketnummer 21.000034/03) voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf.

Aldus gewezen door mrs.Van Harreveld, voorzitter, Van Lookeren Campagne en Van Apeldoorn rechters, in tegenwoordigheid van Heebink, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 2 april 2004.