Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZUT:2004:AO7090

Instantie
Rechtbank Zutphen
Datum uitspraak
06-04-2004
Datum publicatie
06-04-2004
Zaaknummer
06/080331-03
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Rechtbank wijst tussenvonnis in zaak verdachte van mishandeling Apeldoornse kleuter. De rechtbank acht bewezen dat hij dezelfde feiten heeft gepleegd als de moeder. Op 7 mei wordt de behandeling echter voortgezet. De rechtbank zal dan deskundigen van het Pieter Baan Centrum en van de reclassering horen over het gegeven advies om aan de verdachte TBS met voorwaarden op te leggen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZUTPHEN

Meervoudige kamer voor strafzaken

Parketnummer: 06/080331-03

Uitspraak d.d.: 6 april 2004

tegenspraak / dip / oip

TUSSENVONNIS

in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren te [plaats, geboortedatum],

wonende te [postcode, plaats, adres],

thans gedetineerd in het huis van bewaring te Almelo.

Onderzoek van de zaak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van 3 december 2003, 3 maart 2004 en 23 maart 2004.

Ter terechtzitting gegeven beslissingen

Ter terechtzitting van 23 maart 2004 heeft de rechtbank een verzoek van de raadsman van verdachte om de behandeling van de zaak aan te houden ten behoeve van een nadere reclasseringsrapportage teneinde de aan een mogelijke terbeschikkingstelling te verbinden voorwaarden te bezien, voorshands afgewezen.

De tenlastelegging

Nadat de tenlastelegging op de terechtzitting is gewijzigd is aan de verdachte ten las-te gelegd dat:

1.

hij op of omstreeks 5 augustus 2003 in de gemeente Apeldoorn, tezamen en in

vereniging met een ander, althans alleen, ter uitvoering van het door

verdachte en/of zijn mededader voorgenomen misdrijf om opzettelijk de zoon

van zijn mededader, [naam kind] (geboren op [geboortedatum]), van het leven te

beroven, met dat opzet deze [naam kind] meermalen, althans eenmaal:

- (met kracht) bij de nek heeft/hebben gepakt/gegrepen en/of

- (vervolgens) het hoofd van deze [voornaam kind] (met kracht) in de richting van en/of

tegen een muur en/of de grond en/of een doos (gevuld met boeken) heeft/hebben

gegooid/gebracht/gesmeten,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

art 287 Wetboek van Strafrecht

art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

ALTHANS, dat

hij op of omstreeks 5 augustus 2003 in de gemeente Apeldoorn, tezamen en in

vereniging met een ander, althans alleen, opzettelijk mishandelend de zoon van

zijn mededader [naam kind] (geboren op [geboortedatum]), meermalen, althans

eenmaal:

- (met kracht) bij de nek heeft/hebben gepakt/gegrepen en/of

- (vervolgens) het hoofd van deze [voornaam kind] (met kracht) in de richting van en/of

tegen een muur en/of de grond en/of een doos (gevuld met boeken) heeft/hebben

gegooid/gebracht/gesmeten,

tengevolge waarvan deze [voornaam kind] zwaar lichamelijk letsel (rechterzijdige

verlamming en/of blindheid aan (linker)oog en/of (een) hersenkneuzing(en)

(aan de linker hersenhelft) en/of (een) hersenbloeding(en), althans enig

lichamelijk letsel, heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden;

art 302 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 300 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 300 lid 2 Wetboek van Strafrecht

2.

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 9 april 2003 tot

en met 4 augustus 2003 in de gemeente Apeldoorn tezamen en in vereniging met

anderen of een ander, althans alleen, aan een persoon, (te weten de zoon van

zijn mededader, genaamd [naam kind] (geboren op [geboortedatum])), opzettelijk

zwaar lichamelijk letsel (rechterzijdige verlamming en/of blindheid aan

(linker)oog en/of (een) hersenkneuzing(en) (aan de linker hersenhelft) en/of

(een) hersenbloeding(en), heeft toegebracht, door deze [naam kind] (telkens)

opzettelijk meermalen, althans eenmaal,

- (met kracht) op het (achter)hoofd te slaan en/of

- (met kracht) bij de nek (kraag) te grijpen en/of (vervolgens) tegen een kast

te gooien/smijten/brengen en/of

- (met kracht) (met het hoofd) tegen een muur en/of de grond te

duwen/bonken/brengen/gooien/smijten en/of

- (met kracht) met (geschoeide) voet tegen het hoofd te schoppen/trappen en/of

- (met kracht) een "kopstoot" te geven;

art 302 lid 1 Wetboek van Strafrecht

ALTHANS, dat

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 9 april 2003 tot

en met 4 augustus 2003 in de gemeente Apeldoorn ter uitvoering van het door

verdachte voorgenomen misdrijf om aan een persoon, zijnde zoon van zijn

mededader genaamd [naam kind] (geboren op [geboortedatum]), (telkens)

opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet meermalen,

althans eenmaal deze [voornaam kind],

- (met kracht) op het (achter)hoofd te slaan en/of

- (met kracht) bij de nek (kraag) te grijpen en/of (vervolgens) tegen een kast

te gooien/smijten/brengen en/of

- (met kracht) (met het hoofd) tegen een muur en/of de grond te

duwen/bonken/brengen/gooien/smijten en/of

- (met kracht) met (geschoeide) voet tegen het hoofd en/of kont en/of lichaam te schoppen/trappen en/of

- (met kracht) een "kopstoot" te geven,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

art 302 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht

Taal- en/of schrijffouten

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten en/of kennelijke omissies voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Tenlastelegging

Door de steller van de tenlastelegging is onder 2 primair ten laste gelegd - kort gezegd - het medeplegen van zware mishandelingen en subsidiair pogingen tot zware mishandeling.

Het aldaar in onderlinge samenhang beziende en met name ook gelet op de zinsnede in het subsidiair gestelde "zijnde zoon van zijn mededader", is het naar het oordeel van de rechtbank overduidelijk de bedoeling geweest om ook ten aanzien van het subsidiair tenlastegelegde de medeplegen-variant ten laste te leggen. De rechtbank leest dit aldus in, waardoor verdachte niet in zijn verdediging is geschaad.

Vrijspraak

Naar het oordeel van de rechtbank is niet wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 2 primair tenlastegelegde heeft begaan, te weten - kort gezegd - het in de periode van 9 april tot en met 4 augustus 2003 toebrengen van verlamming, blindheid, hersenkneuzingen en hersenbloedingen, aangezien het daarin omschreven toegebrachte letsel met name ziet op hetgeen op 5 augustus 2003 met [voornaam kind] is gebeurd.

De verdachte behoort hiervan te worden vrijgesproken.

Bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 primair en onder 2 subsidiair ten las-te gelegde heeft begaan, te weten dat:

1.

hij op 5 augustus 2003 in de gemeente Apeldoorn, tezamen en in vereniging met een ander, ter uitvoering van het door verdachte en zijn mededader voorgenomen misdrijf om opzettelijk de zoon van zijn mededader, [naam kind] (geboren op [geboortedatum]), van het leven te

beroven, met dat opzet deze [naam kind]:

- met kracht bij de nek hebben gepakt en

- vervolgens het hoofd van deze [voornaam kind] met kracht tegen een muur en/of de grond en/of een doos (gevuld met boeken) hebben gegooid,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

2.

hij op tijdstippen in de periode van 9 april 2003 tot en met 4 augustus 2003 in de gemeente Apeldoorn tezamen en in vereniging met een ander ter uitvoering van het door verdachte en zijn mededader voorgenomen misdrijf om aan een persoon, zijnde zoon van zijn mededader genaamd [naam kind] (geboren op [geboortedatum]), (telkens) opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet meermalen deze [voornaam kind],

- met kracht op het (achter)hoofd hebben geslagen en/of

- met kracht tegen een kast hebben gegooid en/of

- met kracht met het hoofd tegen een muur en/of de grond hebben geduwd/gebonkt/gegooid en/of

- met kracht met geschoeide voet tegen het hoofd en/of kont en/of lichaam hebben geschopt,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

Vrijspraak van het meer of anders tenlastegelegde

Wat meer of anders is ten las-te gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. De verdachte be-hoort daarvan te worden vrijgesproken.

Opzet

Door en namens verdachte is aangevoerd dat hij geen opzet heeft gehad om [voornaam kind] zwaar te mishandelen, danwel [voornaam kind] te doden.

Uit de door de rechtbank gehanteerde bewijsmiddelen en met name uit de verklaringen die zijn medeverdachte daarover heeft afgelegd, blijkt dat verdachte frequent (wekelijks) gewelddadig tegen [voornaam kind], een peuter van drieëneenhalf jaar, is opgetreden. [voornaam kind] werd met kracht geslagen, geschopt of omvergeduwd, waarbij met name zijn hoofd niet werd ontzien.

Naar de uiterlijke verschijningsvorm en het herhaalde karakter daarvan moet het voor een ieder duidelijk zijn geweest dat dit optreden de dood of zwaar lichamelijk letsel van het kind tot gevolg zou kunnen hebben. De rechtbank is dan ook van oordeel dat zowel zijn mededader als verdachte op zijn minst die aanmerkelijke kans op het intreden van de dood en het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel willens en wetens hebben aanvaard.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezene levert op de misdrijven:

1. medeplegen van poging tot doodslag;

2. medeplegen van poging tot zware mishandeling, begaan tegen het kind van zijn mededader, meermalen gepleegd.

Strafbaarheid van de verdachte

Over verdachte is door het PBC een multidisciplinair rapport gedateerd 18 februari 2004 uitgebracht, opgemaakt door de psycholoog Van Kempen en de psychiater Malkus.

Met de conclusie van dit rapport kan de rechtbank zich verenigen.

Deze conclusie komt er op neer dat verdachte ten tijde van het plegen van de hem ten laste gelegde feiten weliswaar de ongeoorloofdheid hiervan heeft kunnen inzien, doch in mindere mate dan de gemiddeld normale mens in staat is geweest zijn wil in vrijheid - overeenkomstig een dergelijk besef - te bepalen.

De gedragsdeskundigen concluderen dat onderzochte ten tijde van het plegen van de hem ten laste gelegde feiten lijdende was aan een zodanige gebrekkige ontwikkeling en ziekelijke stoornis van zijn geestvermogens, dat de feiten - indien bewezen - hem slechts in verminderde mate kunnen worden toegerekend.

De rechtbank neemt deze conclusie over.

Verdachte is strafbaar, nu ook overigens geen omstandigheid is gebleken of aanne-melijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

Oplegging van straf en/of maatregel

Onder de beraadslaging is gebleken dat het onderzoek niet volle-dig is geweest.

Door het PBC is de mogelijkheid geadviseerd van een terbeschikkingstelling met voorwaarden. Een aantal daartoe opgeworpen opties bleek reeds ten tijde van het opmaken van het rapport niet haalbaar, terwijl ook de nadien de door de reclassering in samenwerking met het PBC beproefde (behandelings)trajecten niet begaanbaar bleken te zijn.

In de ernst van de onderhavige feiten, de omstandigheid dat verdachte niet beschikt over relevante justitiële documentatie en hetgeen in de PBC-rapportage omtrent de persoon van

verdachte en zijn problematiek naar voren is gekomen, ziet de rechtbank aanleiding om de gedragsdeskundigen (nader) ter terechtzitting te horen, alsmede de betrokken medewerker van de reclassering.

BESLISSING

De rechtbank beslist als volgt.

Heropent het onderzoek en schorst dit tot de terechtzitting van vrijdag 7 mei 2004 te 13.45 uur.

Beveelt de oproeping tegen opgemelde terechtzitting van:

- de psycholoog H.A.van Kempen en de psychiater W.Malkus, beiden werkzaam bij de Psychiatrische Observatiekliniek PBC te Utrecht,

- de reclasseringswerker H.Winkels, werkzaam bij de Stichting Reclassering Nederland, unit Apeldoorn,

teneinde alsdan als getuigen/deskundigen te worden gehoord.

Beveelt voorts de oproeping van verdachte - met kennisgeving daarvan aan zijn raadsman -.

Aldus gewezen door mrs. Van Hoorn, voorzitter, Elders en Van Apeldoorn, rechters, in tegenwoordigheid van Van Bun, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 6 april 2004.

Mr. Elders is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.