Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZUT:2004:AO7084

Instantie
Rechtbank Zutphen
Datum uitspraak
06-04-2004
Datum publicatie
06-04-2004
Zaaknummer
06/080330-03
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Moeder van ernstig mishandeld kind wordt veroordeeld terzake van (passief) medeplegen poging tot doodslag en meerdere pogingen tot zware mishandeling van haar destijds 3,5 jaar oude zoontje. Onderzoek in zaak medeverdachte wordt heropend.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZUTPHEN

Meervoudige kamer voor strafzaken

Parketnummer: 06/080330-03

Uitspraak d.d.: 6 april 2004

tegenspraak / dip / aangezegd / oip / aangezegd

VERKORT VONNIS

in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren te [plaats, land] op [geboortedatum],

wonende te [postcode, plaats, adres],

thans gedetineerd in het huis van bewaring "Ter Peel" te Evertsoord.

Onderzoek van de zaak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van 3 december 2003, 3 maart 2004 en 23 maart 2004.

De tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

zij op of omstreeks 5 augustus 2003 in de gemeente Apeldoorn, tezamen en in

vereniging met een ander, althans alleen, ter uitvoering van het door

verdachte en of haar mededader voorgenomen misdrijf om opzettelijk de zoon van

verdachte, [naam kind] (geboren op [datum]), van het leven te beroven,

met dat opzet deze [naam kind] meermalen, althans eenmaal:

- (met kracht) bij de nek heeft/hebben gepakt/gegrepen en/of

- (vervolgens) het hoofd van deze [voornaam zoon] (met kracht) in de richting van en/of

tegen een muur en/of de grond en/of een doos (gevuld met boeken) heeft/hebben

gegooid/gebracht/gesmeten,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

art 287 Wetboek van Strafrecht

art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht

ALTHANS, dat

zij op of omstreeks 5 augustus 2003 in de gemeente Apeldoorn, tezamen en in

vereniging met een ander, althans alleen, opzettelijk mishandelend de zoon van

verdachte, [naam kind] (geboren op [datum]), meermalen, althans eenmaal:

- (met kracht) bij de nek heeft/hebben gepakt/gegrepen en/of

- (met kracht) (vervolgens) het hoofd van deze [voornaam zoon] (met kracht) in de

richting van en/of tegen een muur en/of de grond en/of een doos (gevuld met

boeken) heeft/hebben gegooid/gebracht/gesmeten,

tengevolge waarvan deze [voornaam zoon] zwaar lichamelijk letsel (rechterzijdige

verlamming en/of blindheid aan (linker)oog en/of (een) hersenkneuzing(en) (aan

de linker hersenhelft) en/of (een) hersenbloeding(en), althans enig

lichamelijk letsel, heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden;

art 304 aanhef onder 1 Wetboek van Strafrecht

art 300 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 300 lid 2 Wetboek van Strafrecht

ALTHANS, dat

[medeverdachte] op of omstreeks 5 augustus 2003 in de gemeente Apeldoorn

ter uitvoering van het door [medeverdachte] voorgenomen misdrijf om

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk

de zoon van verdachte, [naam kind] (geboren op [datum]), van het leven

te beroven, door met dat opzet deze [naam kind] meermalen, althans eenmaal:

- (met kracht) bij de nek te pakken/grijpen en/of

- (vervolgens) het hoofd van deze [voornaam zoon] (met kracht) in de richting van en/of

tegen een muur en/of de grond en/of een doos (gevuld met boeken) te

gooien/brengen/smijten,

zijnde de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet voltooid, bij en/of tot

het plegen van welk(e) misdrijf/misdrijven verdachte op of omstreeks 5

augustus 2003 in de gemeente Apeldoorn opzettelijk gelegenheid heeft gegeven

door

- toe te laten dat de zoon van verdachte in een zeer zorgelijke en/of slechte

lichamelijke en/of geestelijke toestand verkeerde/kwam te verkeren en/of

- geen bijstand van professionele instanties en/of anderen en/of adequate

zorg/hulp (medische hulp) is ingeschakeld;

art 45 Wetboek van Strafrecht

art 287 Wetboek van Strafrecht

art 48 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

art 48 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht

ALTHANS, dat

[medeverdachte] op of omstreeks 5 augustus 2003 in de gemeente Apeldoorn

opzettelijk mishandelend de zoon van verdachte, [naam kind] (geboren op [datum]), meermalen, althans eenmaal:

- (met kracht) bij de nek heeft/hebben gepakt/gegrepen en/of

- (met kracht) (vervolgens) het hoofd van deze [voornaam zoon] in de richting van en/of

tegen een muur en/of de grond en/of een doos (gevuld met boeken) heeft/hebben

gegooid/gebracht/gesmeten,

tengevolge waarvan deze [voornaam zoon] zwaar lichamelijk letsel (rechterzijdige

verlamming en/of blindheid aan (linker)oog en/of (een) hersenkneuzing(en) (aan

de linker hersenhelft) en/of (een) hersenbloeding(en), althans enig

lichamelijk letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden,

bij en/of tot het plegen van welk(e) misdrijf/misdrijven verdachte op of

omstreeks 5 augustus 2003 in de gemeente Apeldoorn opzettelijk gelegenheid

heeft gegeven door

- toe te laten dat de zoon van verdachte in een zeer zorgelijke en/of slechte

lichamelijke en/of geestelijke toestand verkeerde/kwam te verkeren en/of

- geen bijstand van professionele instanties en/of anderen en/of adequate

zorg/hulp (medische hulp) is ingeschakeld;

art 304 Wetboek van Strafrecht

art 289 Wetboek van Strafrecht

art 48 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

art 48 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht

2.

zij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 9 april 2003 tot

en met 7 augustus 2003 in de gemeente Apeldoorn tezamen en in vereniging met

haar mededader, althans alleen, opzettelijk haar kind, te weten een jongen

[naam kind] (geboren op [datum]) tot wiens onderhoud en/of verpleging

en/of verzorging zij (als ouder) krachtens wet en/of overeenkomst verplicht

was, in hulpeloze toestand heeft/hebben gebracht en/of gelaten, immers

heeft/hebben verdachte en haar mededader toen aldaar meermalen, althans

eenmaal, (telkens) opzettelijk (met kracht)

- die jongen op het (achter)hoofd heeft/hebben geslagen en/of

- die jongen bij de nek (kraag) heeft/hebben gegrepen en (vervolgens) tegen

een kast heeft/hebben gegooid/gesmeten/gebracht en/of

- die jongen (met het hoofd) tegen een muur en/of de grond heeft/hebben

geduwd/gebonkt/gebracht gegooid/gesmeten en/of

- die jongen (met geschoeide) voet tegen het hoofd heeft/hebben

geschopt/getrapt en/of

- die jongen een "kopstoot" heeft/hebben gegeven,

toegelaten dat een of meer van bovengenoemde handeling(en) (tegen welke

handeling(en) die jongen zich niet kon verweren)) plaatsvond(en) en/of

(vervolgens)

(terwijl zij en/of haar mededader wist(en), althans kon(den) vermoeden dat die

jongen in een zeer zorgelijke en/of slechte lichamelijke en/of geestelijke

toestand verkeerde)

(telkens) geen bijstand/hulp ingeroepen van familie en/of vrienden en/of

kennissen en/of professionele instanties en/of aangeboden hulp van familie

en/of vrienden en/of kennissen (telkens) afgewezen en/of die jongen (telkens)

adequate (lichamelijke) verzorging en/of adequate voeding en/of inschakeling

van medische hulp/verzorging onthouden en/of is/zijn verdachte en/of haar

mededader die jongen (telkens) op geen enkele wijze te hulp gekomen,

terwijl het/de feit(en) zwaar lichamelijk letsel bij die jongen tengevolge

heeft/hebben gehad;

art 257 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 255 Wetboek van Strafrecht

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

art 257 lid 1 Wetboek van Strafrecht

3.

zij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 9 april 2003 tot

en met 4 augustus 2003 in de gemeente Apeldoorn tezamen en in vereniging met

een ander, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte en/of haar

mededader, voorgenomen misdrijf om aan haar zoon, genaamd [naam kind]

(geboren op [datum]), (telkens) opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe

te brengen, met dat opzet die [voornaam zoon] een of meermalen (met kracht):

- op het (achter)hoofd heeft/hebben geslagen en/of

- bij de nek (kraag) heeft/hebben gegrepen en (vervolgens) tegen een kast

heeft/hebben gegooid/gesmeten/gebracht en/of

- (met het hoofd) tegen een muur en/of de grond heeft/hebben geduwd/gebonkt/

gebracht/gegooid/gesmeten en/of

- (met geschoeide) voet tegen het hoofd heeft/hebben geschopt/getrapt en/of

- een "kopstoot" heeft/hebben gegeven,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

Art 304 sub 1 Wetboek van Strafrecht

art 302 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht

ALTHANS, dat

[medeverdachte] op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van

9 april 2003 tot en met 4 augustus 2003 in de gemeente Apeldoorn

ter uitvoering van het door [medeverdachte] voorgenomen misdrijf om

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk

de zoon van verdachte, [naam kind] (geboren op [datum]), zwaar

lichamelijk letsel toe te brengen, door met dat opzet deze [naam kind]

meermalen, althans eenmaal (telkens):

- (met kracht) op het (achter)hoofd te slaan en/of

- (met kracht) bij de nek (kraag) te grijpen en/of (vervolgens) tegen een kast

te gooien/smijten/brengen en/of

- (met kracht) (met het hoofd) tegen een muur en/of de grond te

duwen/bonken/brengen/gooien/smijten en/of

- (met kracht) (met geschoeide) voet tegen het hoofd te schoppen/trappen en/of

- (met kracht) een "kopstoot" te geven,

zijnde de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet voltooid, bij en/of tot

het plegen van welk(e) misdrijf/misdrijven verdachte op een of meer

tijdstippen in of omstreeks de periode van 9 april tot en met 4 augustus 2003

in de gemeente Apeldoorn (telkens) opzettelijk gelegenheid heeft gegeven door

- toe te laten dat de zoon van verdachte in een zeer zorgelijke en/of slechte

lichamelijke en/of geestelijke toestand verkeerde/kwam te verkeren en/of

- geen bijstand van professionele instanties en/of anderen en/of adequate

zorg/hulp (medische hulp) is ingeschakeld;

art 304 Wetboek van Strafrecht

art 45 Wetboek van Strafrecht

art 287 Wetboek van Strafrecht

art 48 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

art 48 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht

Nietigheid van de dagvaarding

De rechtbank is van oordeel dat de dagvaarding wat be-treft het onder 2 tenlastegelegde nietig moet worden verklaard.

De officier van justitie heeft kennelijk beoogd als feit 2 ten laste te leggen het misdrijf van artikel 255 in verband met artikel 257 van het Wetboek van Strafrecht, hetgeen - kort gezegd - neerkomt op het verwijt, dat in de periode van 9 april 2003 tot en met 7 augustus 2003 verdachte - al dan niet tezamen en in vereniging met de medeverdachte - haar zoontje [voornaam zoon] in een hulpeloze toestand heeft gebracht of gelaten, ten gevolge waarvan [voornaam zoon] zwaar lichamelijk letsel heeft bekomen.

De rechtbank zal dit onderdeel van de dagvaarding nietig verklaren en wel om de navolgende redenen.

Afgezien van de omstandigheid, dat de rechtbank slechts door ingrijpende verbeteringen het betreffende onderdeel van de tenlastelegging tot een taalkundig begrijpelijk geheel zou kunnen omvormen, kleeft het na te noemen - voor de rechtbank onherstelbare - gebrek aan de tenlastelegging.

Aan de verdachte - al dan niet tezamen met haar medeverdachte - wordt enerzijds verweten, dat zij allerlei gewelddadige handelingen jegens haar zoontje heeft verricht, en anderzijds dat zij - wederom al dan niet tezamen en in vereniging met haar medeverdachte - heeft toegelaten, dat haar zoontje aan bedoelde gewelddadige handelingen werd onderworpen. Dit leidt niet alleen tot het oordeel dat de tenlastelegging innerlijk tegenstrijdig is, doch tevens tot het oordeel, dat de tenlastelegging onbegrijpelijk is; de tenlastelegging laat immers in het midden wie de gewelddadige handelingen heeft verricht, die door verdachte - al dan niet tezamen in vereniging met haar medeverdachte - zijn toegelaten.

Gelet op het voorafgaande, zal de rechtbank dus niet toe kunnen komen aan de vraag of bewezen zou kunnen verklaard - mits correct tenlastegelegd - het in hulpeloze toestand brengen of laten van [voornaam zoon]. De rechtbank overweegt ten overvloede, gelet op de hierna bewezen te verklaren feiten en de inhoudelijke samenhang tussen deze feiten en het nietig te verklaren feit 2 wegens ongeldigheid van de dagvaarding, dat - ingeval wel tot een bewezenverklaring van feit 2 was geoordeeld - zulks voor de op te leggen straf geen verschil had uitgemaakt.

Taal- en/of schrijffouten

Voor zover in de tenlastelegging afgezien van feit 2 taal- en/of schrijffouten en/of kennelijke omissies voorkomen, zijn deze - in de bewezenverklaring - verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 primair en het onder 3 primair ten las-te gelegde heeft begaan, te weten dat:

1.

zij op 5 augustus 2003 in de gemeente Apeldoorn, tezamen en in vereniging met een ander, ter uitvoering van het door verdachte en haar mededader voorgenomen misdrijf om opzettelijk [naam kind] (geboren op [datum]) van het leven te beroven, met dat opzet deze [naam kind]:

- met kracht bij de nek hebben gepakt en

- vervolgens het hoofd van deze [voornaam zoon] met kracht tegen een muur en/of de grond en/of een doos gevuld met boeken hebben gegooid,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

3.

zij op tijdstippen in de periode van 9 april 2003 tot en met 4 augustus 2003 in de gemeente Apeldoorn tezamen en in vereniging met een ander, ter uitvoering van het door verdachte en haar mededader voorgenomen misdrijf om aan haar zoon, genaamd [naam kind] (geboren op [datum]), telkens opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet die [voornaam zoon] een of meermalen met kracht:

- op het (achter)hoofd hebben geslagen en/of

- tegen een kast hebben gegooid en/of

- (met het hoofd) tegen een muur en/of de grond hebben geduwd/gebonkt/

gegooid en/of

- met geschoeide voet tegen het hoofd hebben geschopt,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

Vrijspraak van het meer of anders tenlastegelegde

Wat meer of anders is ten las-te gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. De verdachte be-hoort daarvan te worden vrijgesproken.

Opzet

Door en namens verdachte is aangevoerd dat zij nimmer de opzet heeft gehad haar zoontje [voornaam zoon] te mishandelen, laat staan om hem van het leven te beroven.

Uit de door de rechtbank gehanteerde bewijsmiddelen en met name uit de verklaringen die verdachte daarover zelf heeft afgelegd, blijkt dat haar mededader stelselmatig gewelddadig tegen [voornaam zoon], een peuter van drieëneenhalf jaar, is opgetreden. [voornaam zoon] werd met kracht geslagen, geschopt of omvergeduwd, waarbij met name zijn hoofd niet werd ontzien.

De aard en de frequentie van de door haar mededader begane geweldplegingen moeten de verdachte ernstig aan het denken hebben gezet.

Naar de uiterlijke verschijningsvorm en het herhaalde karakter daarvan moet het voor een ieder duidelijk zijn geweest dat dit optreden de dood of zwaar lichamelijk letsel van het kind tot gevolg zou kunnen hebben.

De rechtbank is dan ook van oordeel dat zowel haar mededader als verdachte op zijn minst die aanmerkelijke kans op het intreden van de dood en het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel willens en wetens hebben aanvaard.

Medeplegen

Naar het oordeel van de rechtbank heeft verdachte niet ingegrepen in de situatie die korte tijd naar haar samenwoning met de medeverdachte is ontstaan. Het gedrag van haar mededader veranderde, zij nam daartegen stelling in, na zo'n twee maanden had de mededader geen vat meer op haar omdat zij niet meer op hem reageerde, daarna richtte de mededader zijn aandacht op [voornaam zoon].

Verdachte had als moeder van [voornaam zoon] een bijzonder zorgplicht en is hierin schromelijk te kort geschoten. Zij heeft zich op geen enkele wijze gedistantieerd van de handelwijze van haar vriend. Verdachte is getuige geweest van geweldplegingen door haar mededader. Ook is zij diverse malen door anderen aangesproken en gewezen op blauwe plekken en bulten, die [voornaam zoon] had. Toch heeft verdachte [voornaam zoon] binnen het bereik van haar mededader gehouden. Aldus heeft zij toegelaten, dat haar mededader doorging met zijn gewelddadig handelen jegens [voornaam zoon]. Verdachte heeft bewust [voornaam zoon] opgeofferd aan het klaarblijkelijk door haar belangrijker bevonden samenzijn met haar mededader.

Dit alles leidt tot het oordeel van de rechtbank, dat verdachte dient te worden aangemerkt als medepleger van de feitelijk door haar medeverdachte begane poging tot doodslag en poging tot zware mishandeling, meermalen gepleegd.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezene levert op de misdrijven:

1. medeplegen van poging tot doodslag;

3. medeplegen van poging tot zware mishandeling, begaan tegen haar kind, meermalen gepleegd.

Strafbaarheid van de verdachte

Over verdachte is een rapport opgemaakt door de psychologe drs. Labrijn gedateerd 17 december 2003.

Met de conclusie van dit rapport, te weten dat verdachte ten tijde van het tenlastegelegde

verminderd toerekeningsvatbaar was, kan de rechtbank zich verenigen. Zij neemt deze conclusie over.

Door de psychologe is geconcludeerd dat verdachte ten tijde van het delict lijdende was aan een persoonlijkheidsstoornis NAO, dat zij door gebrek aan eigen identiteit (met name door gebrek aan eigenheid, autonomie en gedifferentieerdheid) relatief makkelijk wordt ingezogen in de belevingswereld van dominante anderen om haar heen. Verder is zij in sterke mate vermijdend en afhankelijk, terwijl er bovendien sprake is van een structureel hoge mate aan paranoïde gekleurde angst.

Namens verdachte is aangevoerd dat zich een strafuitsluitingsgrond voordoet.

Verdachte zou geen weerstand hebben kunnen bieden aan het door haar medeverdachte uitgeoefende geweld op haar zoontje van slechts drieënhalf jaren oud. Ingrijpen van haar kant - zo begrijpt de rechtbank het verweer - zou slechts hebben geleid van kwaad tot erger. Niet alleen zou het geweld jegens het zoontje [voornaam zoon] nog erger zijn geworden, doch tevens zou verdachte zelf te duchten hebben gehad van geweld door de medeverdachte in haar richting.

De rechtbank verwerpt dit verweer.

Aan de hand van de verklaringen van verdachte zelf stelt de rechtbank vast, dat zij niet zeer lang na het begin van de samenwoning met de medeverdachte tot de conclusie was gekomen, dat haar eigen opstelling in de richting van de (verbaal agressief reagerende) medeverdachte teweeg had gebracht, dat de agressie van haar medeverdachte niet meer zo zeer haar doch veeleer haar zoontje ging raken. Zo heeft verdachte tijdens het onderzoek ter terechtzitting verklaard, dat het gedrag van haar medeverdachte haar eigen gedrag op een goed moment niet meer wezenlijk beïnvloedde. Dit blijkt onder meer uit het navolgende.

[voornaam zoon] lag te slapen. Tijdens dit slapen kreeg de medeverdachte eten in het bord van [voornaam zoon] door verdachte voorgezet. De medeverdachte reageerde hierop aldus. Hij maakte [voornaam zoon] wakker en riep hem ter verantwoording. Ondanks het feit, dat blijkens de rapportage van de psycholoog verdachte in verminderde mate toerekeningsvatbaar wordt geacht, moet dit voorval, zoals de rechtbank hiervoor ten aanzien van de opzet van verdachte reeds heeft overwogen, verdachte ernstig aan het denken hebben gezet.

Ook na andere geweldplegingen van de zijde van de medeverdachte liet verdachte verschillende gelegenheden onbenut om haar vriend met medeneming van [voornaam zoon] te verlaten, dan wel [voornaam zoon] buiten diens bereik te brengen.

Aan de hand van de inhoud van het dossier en gelet op het verhandelde ter zitting is de rechtbank van oordeel, dat feiten en omstandigheden, die een beroep op een strafuitsluitingsgrond zouden kunnen dragen, niet aannemelijk zijn geworden.

In dit verband overweegt de rechtbank - bij wijze van voorbeeld nog -, dat verdachte in een situatie waarin zij wordt aangesproken door een buurvrouw over de verwondingen van [voornaam zoon], kennelijk een bewuste keuze heeft gemaakt de waarheid rondom [voornaam zoon] verdoezelen. Een dergelijk gedrag staat het aannemen van een strafuitsluitingsgrond - bij voorbeeld in de vorm van psychisch overmacht - in de weg.

Verdachte is strafbaar, nu ook overigens geen omstandigheid is gebleken of aanne-melijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

Oplegging van straf en/of maatregel

De rechtbank acht na te melden strafoplegging in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezen-verklaarde en de omstandigheden waar-onder dit is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander tijdens het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

De rechtbank heeft bij de straftoemeting in het bijzonder in aanmerking genomen dat verdachte als moeder niet heeft ingegrepen toen op 5 augustus 2003 door haar mededader zodanig geweld tegen [voornaam zoon] werd uitgeoefend, dat hij tengevolge daarvan uiteindelijk in subcomateuze toestand in het ziekenhuis terecht is gekomen. [voornaam zoon] heeft door de handelwijze van zijn moeder en haar vriend zodanig ernstig letsel opgelopen, dat de kans groot is dat hij voor de rest van zijn leven gehandicapt zal blijven. De traumatische ervaring zal naar het zich op dit moment laat aanzien blijvend leed en angstgevoelens voor [voornaam zoon] tot gevolg hebben.

Het behoeft weinig betoog dat feiten als de onderhavige in de samenleving hevige gevoelens van verontwaardiging en onbegrip oproepen.

Door de psychologe Labrijn wordt ten aanzien van verdachte onder meer geconcludeerd: "De betrokkene was niet bezig met het proberen 'weg te komen' uit die relatie. Ze leefde van moment tot moment. Als de medeverdachte zich rustig hield was zij 'tevreden' en nam ze de probleemsituatie simpelweg niet waar. Dit is een vergaande vorm van vermijding, een vorm van zelfbedrog."

De gedragsdeskundige schat de kans op recidive als enigszins verhoogd in, mede gezien de situationeel bepaalde situatie waarbinnen een en ander zich heeft afgespeeld. Bij voortbestaan van de problematiek wordt verdachte een relatief gemakkelijke prooi geacht voor partners die willen domineren en overheersen, al dan niet gewelddadig.

Geadviseerd wordt deelname aan een intensieve deeltijdbehandeling gericht op het verkrijgen van autonomie en het dragen van verantwoordelijkheden (niet in de laatste plaats als moeder), training van assertiviteit en probleemoplossend vermogen. Het is zeer belangrijk dat verdachte niet in haar slachtofferrol blijft hangen en leert om zich kritisch op te stellen. Het is wenselijk dat zij eventuele volgende relaties met haar hulpverlener onder de loep neemt. Een dergelijke behandeling zou kunnen worden gerealiseerd in een gecombineerde straf met een maximale proeftijd, met als bijzondere voorwaarden reclasseringscontact ook als dat inhoudt deelname aan een behandelingstraject.

Bij de bepaling van de strafmodaliteit en de duur daarvan houdt de rechtbank rekening met alle hiervoor aangehaalde feiten en omstandigheden, alsmede met de overige persoonlijke omstandigheden van verdachte zoals deze naar voren zijn gebracht in de over haar door de Stichting Reclassering Apeldoorn uitgebrachte rapporten en de omstandigheid dat verdachte niet eerder met justitie in aanraking is geweest.

Op grond van het vorenstaande en mede gelet op de ernstige gevolgen voor het slachtoffer is de rechtbank van oordeel dat op deze misdrijven dient te worden gereageerd met een deels voorwaardelijke gevangenisstraf van na te melden duur. De rechtbank acht het van groot belang dat verdachte wordt begeleid en ondersteund door de reclassering. De rechtbank acht dit noodzakelijk teneinde verdachte middels een toezichthoudende betrokkenheid van de reclassering structuur te bieden.

Gelet op de persoonlijkheidsproblematiek van verdachte zal de rechtbank aan deze voorwaarde een maximale proeftijd verbinden, mede omdat aan deze voorwaarde uit oogpunt van recidivepreventie de mogelijkheid wordt verbonden van een ambulante behandeling.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Deze strafoplegging is gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 45, 47, 57, 287, 302 en 304 van het Wetboek van Strafrecht.

BESLISSING

De rechtbank beslist als volgt.

Verklaart de dagvaarding wat be-treft het onder 2 tenlastegelegde nietig.

Verklaart, zoals hiervoor overwogen, bewezen dat verdachte het onder 1 primair en onder 3 primair tenlastegelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten las-te gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt ver-dachte daarvan vrij.

Verklaart het bewezenverklaarde strafbaar.

Het bewezenverklaarde levert op de misdrijven:

1. medeplegen van poging tot doodslag;

3. medeplegen van poging tot zware mishandeling, begaan tegen haar kind, meermalen

gepleegd.

Verklaart de verdachte ter zake van het bewezenverklaarde straf-baar.

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 (drie) jaren.

Bepaalt, dat een gedeelte van de gevangenisstraf, groot 1 (een) jaar niet zal worden ten

uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelas-ten.

De tenuitvoerlegging kan worden gelast indien:

- de veroordeelde zich vóór het einde van de hierbij op twee jaren vastgestelde proeftijd aan een strafbaar feit schuldig maakt;

- de veroordeelde gedurende de hierbij op drie jaren vastgestelde proeftijd de hierna vermelde bijzondere voorwaarde niet naleeft.

Stelt als bijzondere voorwaarde dat veroordeelde zich geduren-de de proeftijd zal gedragen naar de aanwijzingen en voor-schriften die veroordeelde zullen worden gegeven door of namens de Stichting Reclassering Nederland, arrondissement Zutphen, zolang deze instelling dit noodzakelijk oordeelt,

ook als dit inhoudt dat veroordeelde zich ambulant zal laten behandelen door de kliniek "Kairos" te Nijmegen danwel een soortgelijke instelling . De veroordeelde moet zich dan houden aan regels die haar door of namens de leiding van die kliniek/instelling zullen worden gegeven.

Geeft Stichting Reclassering Nederland, arrondissement Zutphen, de opdracht de veroordeelde bij de naleving van de opgelegde voorwaarden hulp en steun te verlenen.

Beveelt, dat de tijd door veroordeelde vóór de tenuitvoerleg-ging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorge-bracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht.

Aldus gewezen door mrs. Van Hoorn, voorzitter, Elders en Van Apeldoorn, rech-ters, in tegenwoordigheid van Van Bun, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 6 april 2004.

Mr. Elders is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.