Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZUT:2004:AO6931

Instantie
Rechtbank Zutphen
Datum uitspraak
26-03-2004
Datum publicatie
06-04-2004
Zaaknummer
06-550556-03
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Door het wisselen van een CD tegen een boom gebotst. Winterswijker veroordeeld tot geldboete en voorwaardelijke rijontzegging.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZUTPHEN

Meervoudige kamer voor strafzaken

Parketnummer: 06-550556-03

Uitspraak d.d.: 26 maart 2004

tegenspraak/ dip

VERKORT VONNIS

in de zaak tegen:

[ve[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],

wonende te [adres]

Onderzoek van de zaak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 12 maart 2004.

Ontvankelijkheid van de officier van justitie

Namens de verdachte is aangevoerd dat de officier van justitie niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in zijn vervolging van verdachte daar het openbaar ministerie geen relevant belang dient met het vervolgen van [verdachte], zeker nu het slachtoffer [mede passagier] aan de raadsvrouwe te kennen heeft gegeven dat hij liever ziet dat [verdachte] niet wordt vervolgd. De rechtbank verwerpt dit verweer. Zij is van oordeel dat er voldoende openbaar belang is bij de vervolging van [verdachte].

De tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 15 juni 2003 in de gemeente Lichtenvoorde, als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig (personenauto), daarmee heeft gereden over de weg, (de Rijksweg), terwijl de omstandigheden als volgt waren,

- ter plaatse gold voor verdachte een maximumsnelheid van 80 kilometer per uur en/of

- in de door verdachte bestuurde personenauto bevond zich een passagier (de heer [mede passagier]).

Hij -verdachte- heeft zich, gelet op voornoemde omstandigheden, toen daar zodanig gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden, door zeer, alhtans aanmerkelijk, onvoorzichtig en/of onoplettend te rijden, welk rijgedrag hieruit heeft bestaan dat hij:

- heeft gereden met een snelheid van ongeveer 102 kilometer per uur, althans met een snelheid die hoger was dan de aldaar voor verdachte geldende maximumsnelheid van 80 kilometer per uur, althans met een snelheid die te hoog

was voor een veilig verkeer ter plaatse en/of

- niet voortdurend de handelingen heeft verricht die van hem werden geëist en/of het door hem bestuurde motorrijtuig niet voortdurend onder controle heeft gehouden en/of niet de rijbaan heeft gevolgd en/of gebruikt, immers heeft hij verdachte een compact disk (CD) gewisseld, althans aanstalte gemaakt een compact disk (CD) te wisselen, althans zijn aandacht niet voortdurend bij de weg gehad, waarbij hij -verdachte- de macht over het stuur is verloren en/of met het door hem bestuurde motorrijtuig geheel of gedeeltelijk in de, gelet op de rijrichting van verdachte, (rechter) berm terecht is gekomen,

waarbij hij met het door hem bestuurde motorrijtuig tegen een boom is gebotst, aangereden en/of aangegleden,

waardoor de heer [mede passagier] zwaar lichamelijk letsel, (te weten een verbrijzeld rechter onderbeen en/of een gebrijzeld bekken en/of een klaplong en/of een gekneusd hart en/of gekneusde ribben en/of een gebroken linker enkel en/of een gescheurde lever en/of letsel aan de milt en/of een gebroken linkervoet) heeft bekomen, of zodanig lichamelijk letsel werd toegebracht, dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan,

zulks terwijl voornoemd feit is veroorzaakt of mede is veroorzaakt doordat hij -verdachte- de krachtens de Wegenverkeerswet 1994 vastgestelde maximumsnelheid van 80 kilometer per uur in ernstige mate heeft overschreden, immers reed

verdachte met een snelheid van ongeveer 102 kilometer per uur, in ieder geval met een (veel) te hoge snelheid voor een veilig verkeer ter plaatse; art 6 Wegenverkeerswet 1994

ALTHANS, dat

hij op of omstreeks 15 juni 2003 in de gemeente Lichtenvoorde, als bestuurder van een motorrijtuig (personenauto), daarmee heeft gereden op de weg, de Rijksweg, waarbij hij -verdachte-:

- heeft gereden met een snelheid van ongeveer 102 kilometer per uur, althans met een snelheid die hoger was dan de aldaar voor verdachte geldende maximumsnelheid van 80 kilometer per uur, althans met een snelheid die te hoog

was voor een veilig verkeer ter plaatse en/of

- niet voortdurend de handelingen heeft verricht die van hem werden geëist en/of het door hem bestuurde motorrijtuig niet voortdurend onder controle heeft gehouden en/of niet de rijbaan heeft gevolgd en/of gebruikt, immers heeft hij -verdachte- een compact disk (CD) gewisseld, althans aanstalte gemaakt een compact disk (CD) te wisselen, althans zijn aandacht niet

voortdurend bij de weg gehad, waarbij hij -verdachte- de macht over het stuur is verloren en/of met het door hem bestuurde motorrijtuig geheel of gedeeltelijk in de, gelet op de rijrichting van verdachte, (rechter) berm terecht is gekomen, waarbij hij met het door hem bestuurde motorrijtuig tegen een boom is gebotst, aangereden en/of aangegleden, door welke gedraging(en) van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt, althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werd gehinderd, althans kon worden gehinderd;

De in deze telastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voorzover daaraan in de Wegenverkeerswet 1994 betekenis is gegeven, geacht in dezelfde betekenis te zijn gebezigd; art 5 Wegenverkeerswet 1994

Taal- en/of schrijffouten

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten en/of kennelijke omissies voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewezenverklaring

Verklaart niet bewezen, dat verdachte het primair tenlastegelegde heeft begaan en spreekt verdachte daarvan vrij.

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het subsidiair ten laste gelegde heeft begaan, te weten dat:

hij op of omstreeks 15 juni 2003 in de gemeente Lichtenvoorde, als bestuurder van een motorrijtuig (personenauto), daarmee heeft gereden op de weg, de Rijksweg, waarbij hij -verdachte- niet voortdurend de handelingen heeft verricht

die van hem werden geëist en het door hem bestuurde motorrijtuig niet voortdurend onder controle heeft gehouden en niet de rijbaan heeft gevolgd, immers heeft hij -verdachte- aanstalten gemaakt een compact disk (CD) te wisselen en zijn aandacht niet voortdurend bij de weg gehad, waarbij hij -verdachte- de macht over het stuur is verloren en met het door hem bestuurde motorrijtuig gedeeltelijk in de, gelet op de rijrichting van verdachte, rechterberm terecht is gekomen, waarbij hij met het door hem bestuurde motorrijtuig tegen een boom is gebotst, door welke gedraging van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt;

Vrijspraak van het meer of anders tenlastegelegde

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. De verdachte behoort daarvan te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezene levert op overtreding van het handelen in strijd met artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994.

Strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

Oplegging van straf en/of maatregel

De rechtbank acht na te melden strafoplegging in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon en de draagkracht van verdachte, zoals van een en ander tijdens het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

De rechtbank heeft bij de straftoemeting in het bijzonder in aanmerking genomen dat door de handelwijze van verdachte een verkeersongeval heeft plaatsgevonden, tengevolge waarvan een mede-inzittende vriend [mede passagier] ernstig letsel heeft opgelopen en nog steeds de gevolgen daarvan ondervindt.

Verder heeft de rechtbank zijn duidelijke betrokkenheid bij het slachtoffer [mede passagier] en zijn moeder laten meewegen.

Gelet op de ernst en de omstandigheden van dit geval - zoals hiervoor al aangegeven - acht de rechtbank dat, gelet op de preventieve werking die van een dergelijke straf uitgaat, een voorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid moet worden opgelegd.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Deze strafoplegging is gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 23, 24,24c en 91 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 5 en 177 van de Wegenverkeerswet 1994.

BESLISSING

De rechtbank beslist als volgt.

Verklaart niet bewezen, dat verdachte het primair tenlastegelegde heeft begaan en spreekt verdachte daarvan vrij.

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het subsidiair ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart het bewezenverklaarde strafbaar.

Het bewezenverklaarde levert op de overtreding van het handelen in strijd met artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994.

Verklaart de verdachte ter zake van het bewezenverklaarde strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een geldboete van EUR 500,--, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 10 dagen hechtenis.

Ontzegt verdachte de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 4 maanden.

Bepaalt, dat deze bijkomende straf niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond dat veroordeelde zich vóór het einde van een proeftijd van 2 jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Aldus gewezen door mrs. Buijs, voorzitter, en Kuiken en Eijkelestam, rechters, in tegenwoordigheid van Kok, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 26 maart 2004.