Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZUT:2004:AO6344

Instantie
Rechtbank Zutphen
Datum uitspraak
24-03-2004
Datum publicatie
26-03-2004
Zaaknummer
06/060462-03
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Gevangenisstraf voor het gewelddadig binnendringen van een woning en bedreigen van de bewoners.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZUTPHEN

Meervoudige kamer voor strafzaken

Parketnummer: 06/060462-03

Uitspraak d.d.: 24 maart 2004

Tegenspraak / dip

VERKORT VONNIS

in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],

wonende te [adres]

Onderzoek van de zaak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 10 maart 2004.

De tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 02 december 2003 in de gemeente Ermelo [slachtoffer 1] en/of [slachoffer 2] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk dreigend (terwijl hij onder invloed van alcoholhoudende drank verkeerde)

- een of meerdere ruit(en) en/of deur(en) van de woning (waarin die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] aanwezig was/waren) ingetrapt/ingeschopt en/of ingeslagen, althans geforceerd en/of met (veel) geweld voornoemde woning is binnengedrongen en/of

- die [slachtoffer 2] (met kracht) bij/om de nek en/of het hoofd vastgepakt en/of vastgehouden en/of

-die [slachtoffer 2] een of meerdere malen (met kracht) in/op/tegen het gezicht, althans het hoofd gestompt/geslagen en/of

- die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] dreigend de woorden heeft toegevoegd "Ik maak je dood" en/of "Ik kom jullie wel even vermoorden" en/of "Als ik je de volgende keer zie, trap ik je van je fiets af", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;

art 285 lid 1 Wetboek van Strafrecht

Taal- en/of schrijffouten

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten en/of kennelijke omissies voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, te weten dat:

hij op 02 december 2003 in de gemeente Ermelo [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk dreigend, terwijl hij onder invloed van alcoholhoudende drank verkeerde,

- ruiten en deuren van de woning waarin die [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] aanwezig waren ingetrapt en ingeslagen en is hij met veel geweld voornoemde woning binnengedrongen en heeft hij

- die [slachtoffer 2] met kracht om de nek en het hoofd vastgepakt en vastgehouden en

- die [slachtoffer 2] met kracht in het gezicht gestompt en

- die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] dreigend de woorden toegevoegd "Ik maak je dood" en "Ik kom jullie wel even vermoorden" en "Als ik je de volgende keer zie, trap ik je van je fiets af", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking.

Vrijspraak van het meer of anders tenlastegelegde

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. De verdachte behoort daarvan te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezene levert op het misdrijf:

- bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht en bedreiging met zware mishandeling, meermalen gepleegd.

Strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

Oplegging van straf en/of maatregel

Gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, de omstandigheden waaronder dit is begaan, alsmede gelet op de persoon en de omstandigheden van de verdachte zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, acht de rechtbank een gevangenisstraf met daarnaast een taakstraf als na te melden - met welke strafmodaliteit verdachte heeft ingestemd - op zijn plaats. Bedoelde taakstraf zal moeten worden verricht op een projectplaats als opgenomen in de door de Stichting Reclassering Nederland gehanteerde lijst van projectplaatsen.

De rechtbank heeft bij de straftoemeting in het bijzonder in aanmerking genomen dat verdachte in een reeds slepend conflict met het latere slachtoffer [slachtoffer 2] en haar familie naar diens woning is gegaan. Verdachte is, gebruik makend van grof geweld, de woning binnengedrongen en heeft bedreigingen geuit naar [slachtoffer 2] en haar zoon. Gelet op de wijze waarop verdachte de woning is binnengedrongen en de bedreigingen heeft geuit, moet dit voor de slachtoffers een enorm beangstigende situatie zijn geweest.

De rechtbank houdt er voorts rekening mee dat verdachte eerder met politie en justitie in aanraking is geweest en is veroordeeld ter zake van delicten waarbij geweld een rol speelde.

Anderzijds houdt de rechtbank er rekening mee dat verdachte zich sinds de schorsing van zijn voorlopige hechtenis op actieve wijze heeft gehouden aan de schorsingsvoorwaarde met betrekking tot de behandeling door de forensische polikliniek De Waag te Utrecht en dat hij verder deel dient te nemen aan een intensief en langdurig dagbehandelingsprogramma, waartoe hij zich bereid heeft verklaard.

Vordering tot schadevergoeding

De benadeelde partij [slachtoffer 2] heeft zich met een vordering tot schadevergoeding ten bedrage van €EUR 400,-- gevoegd in het strafproces ten aanzien van het tenlastegelegde.

Nu niet is weersproken dat de benadeelde partij, zoals deze heeft gesteld, als gevolg van het bewezen verklaarde handelen schade heeft geleden tot het gevorderde bedrag en de vordering de rechtbank niet ongegrond of onrechtmatig voorkomt, zal deze vordering worden toegewezen.

De verdachte is voor de schade -naar burgerlijk recht- aansprakelijk.

Schadevergoedingsmaatregel

Gelet op het vorenstaande ziet de rechtbank aanleiding om aan verdachte op basis van het bepaalde in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de verplichting op te leggen tot betaling aan de Staat van een som gelds ten behoeve van genoemd slachtoffer.

Vordering tenuitvoerlegging

De officier van justitie heeft ter terechtzitting, rekening houdend met de financiële positie van verdachte, verzocht tot afwijzing van de vordering tot tenuitvoerlegging in geval van toewijzing van de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 2].

De rechtbank zal, nu de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 2] wordt toegewezen, de vordering tot tenuitvoerlegging op grond van de slechte financiële positie van verdachte afwijzen.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Deze strafoplegging is gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 24c, 27, 36f, 57 en 285 van het Wetboek van Strafrecht.

BESLISSING

De rechtbank beslist als volgt.

Verklaart, zoals hiervoor overwogen, bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart het bewezenverklaarde strafbaar.

Het bewezenverklaarde levert op het misdrijf:

- bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht en bedreiging met zware mishandeling, meermalen gepleegd.

Verklaart de verdachte ter zake van het bewezenverklaarde strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 259 dagen.

Bepaalt, dat een gedeelte van de gevangenisstraf, groot 180 dagen niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond dat veroor-deelde zich vóór het einde van een proeftijd van 2 jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt dan wel de navolgende bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd.

Zij stelt als bijzondere voorwaarden:

1. de veroordeelde zal zich gedurende de proeftijd, of zoveel korter als de leiding van na te noemen instelling dit noodzakelijk oordeelt, ambulant laten behandelen bij FPK De Waag te Utrecht. De veroordeelde zal zich houden aan regels die hem door of namens de leiding van FPK De Waag zullen worden gegeven.

2. de veroordeelde zal zich gedurende de proeftijd overigens gedragen naar de aanwijzingen die hem zullen worden gegeven door of namens de Stichting Reclassering Nederland, zolang als de Reclassering nodig oordeelt.

3. de veroordeelde zal zich gedurende de eerste 6 maanden van de proeftijd niet in de directe omgeving van de woning begeven of ophouden van de in de bewezenverklaring genoemde [slachtoffer 2] en zal gedurende die periode op geen enkele wijze, direct of via derden, contact opnemen met [slachtoffer 2] en haar gezinsleden.

Beveelt, dat de tijd, door veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht.

Veroordeelt de verdachte tot de navolgende taakstraf, te weten:

een werkstraf gedurende 200 uren, met bevel dat indien deze straf niet naar behoren wordt verricht vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 100 dagen.

Wijst af de vordering tot tenuitvoerlegging van de officier van justitie van 16 december 2003 in de zaak met parketnummer 06/030175-01.

Veroordeelt verdachte tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [slachtoffer 2], [adres], bankrek.nr. [xxxxxxxxx] , van een bedrag van EUR€ 400,--, vermeerderd met betaling van de kosten van het geding en de ten-uitvoer-legging door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil.

Legt aan veroordeelde de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 2], een bedrag te betalen van €EUR 400,--, met bevel dat bij gebreke van betaling en verhaal 8 dagen hechtenis zal kunnen worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt.

Bepaalt dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Heft op het -geschorste- bevel tot voorlopige hechtenis.

Aldus gewezen door mrs. Elders, voorzitter, Van Apeldoorn en Bierbooms, rechters, in tegenwoordigheid van Jansen, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 24 maart 2004.

Mr. Bierbooms is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.