Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZUT:2004:AO6032

Instantie
Rechtbank Zutphen
Datum uitspraak
19-01-2004
Datum publicatie
22-03-2004
Zaaknummer
58700/ KG ZA 03-354
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

De gekochte auto kan niet op normale wijze in Nederland gebruikt worden, omdat het een gestolen auto betreft die door de politie om die reden in beslag is genomen. De auto beantwoordt derhalve niet aan de overeenkomst, hetgeen een tekortkoming op aan de zijde van gedaagde oplevert. Daarbij merkt de voorzieningenrechter op dat niet relevant is dat gedaagde te goeder trouw was ten tijde van de koop, zoals hij heeft gesteld. Hij zal op zijn beurt verhaal moeten halen bij zijn verkoper.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK ZUTPHEN

SECTOR CIVIEL

VOORZIENINGENRECHTER

Kort-geding-nummer : 58700/ KG ZA 03-354

vonnis van : 19 januari 2004

Vonnis in kort geding in de zaak van:

[eiser],

wonende te [woonplaats],

eiser bij dagvaarding van 9 december 2003,

procureur: mr. A.J.H. Ozinga,

advocaat: mr. C.R. Hettema te Amsterdam,

tegen:

[gedaagde],

wonende te [woonplaats],

gedaagde,

verschenen in persoon.

Partijen worden hierna mede [eiser] en [gedaagde] genoemd.

1. HET VERLOOP VAN DE PROCEDURE

[eiser] heeft onder overlegging van producties [gedaagde] gedagvaard tegen de openbare zitting van 8 januari 2003.

Ter zitting heeft [gedaagde] onder overlegging van producties geconcludeerd tot afwijzing van het gevorderde met veroordeling van [eiser] in de proceskosten.

Partijen hebben hun standpunten mondeling toegelicht waarna zij vonnis hebben gevraagd. De uitspraak is bepaald op heden.

2. VASTSTAANDE FEITEN

De volgende feiten zullen in dit kort geding als tussen partijen voorlopig vaststaand worden aangemerkt. Deze feiten blijken uit overgelegde stukken en/of volgen uit stellingen van partijen, voor zover deze door de ene partij zijn aangevoerd en door de andere partij zijn erkend of niet dan wel onvoldoende gemotiveerd zijn betwist.

2.1 [eiser] heeft op 14 augustus 2003 van [gedaagde] een personenauto, merk BMW, type 525 TDS met chassisnummer [xxxxxxxxx] en kenteken [xxxxxx] gekocht voor de prijs van EUR 7.600,--. [eiser] heeft dit bedrag contant aan [gedaagde] voldaan.

2.2 [eiser] heeft getracht de auto, die zich in België bevond en voorzien was van een Belgisch kenteken, in te voeren in Nederland. Bij schrijven d.d. 11 september 2003 heeft de Federale Overheidsdienst Mobiliteit en Verkeer te Brussel [eiser] op de hoogte gesteld van het feit dat de auto in België als gestolen staat geregistreerd zodat [eiser] de auto niet kon invoeren.

2.3 Namens [eiser] heeft de raadsman bij brief van 26 september 2003 de koopovereenkomst ontbonden en [gedaagde] gesommeerd de koopsom terug te betalen.

2.4 [gedaagde] heeft niet aan deze sommatie voldaan.

2.5 De auto is op 2 oktober 2003 door de politie van Amsterdam-Amstelland in beslag genomen.

3. DE VORDERING, DE GRONDEN EN HET VERWEER

3.1 [eiser] vordert dat de voorzieningenrechter bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis [gedaagde] zal veroordelen aan [eiser] tegen een behoorlijk bewijs van kwijting binnen twee dagen na betekening van dit vonnis de koopsom van EUR 7.600,-- terug te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 6 oktober 2003, met veroordeling van [gedaagde] in de kosten van deze procedure.

3.2 [eiser] baseert zijn vordering op de vaststaande feiten en het navolgende. Hij mocht verwachten dat de auto niet gestolen zou zijn, dan wel als zodanig geregistreerd zou staan. Hij heeft voldaan aan de op hem rustende onderzoeksplicht. Hij heeft een auto nodig voor zijn werk en derhalve een spoedeisend belang.

3.3 [gedaagde] heeft gemotiveerd verweer gevoerd waarop zo nodig in het hierna volgende zal worden ingegaan.

4. DE BEOORDELING

4.1 Voorop dient te worden gesteld dat ingeval een (tweedehands) auto met Belgisch kenteken wordt gekocht om daarmee, naar de verkoper bekend is, in Nederland aan het verkeer deel te nemen, als regel zal moeten worden aangenomen dat de auto niet beantwoordt aan de overeenkomst indien deze niet kan worden ingevoerd omdat het als gestolen staat geregistreerd. Dit kan slechts anders zijn indien er bijzondere omstandigheden zijn die maken dat de koper hiervan op de hoogte had moeten zijn.

4.2 Tussen partijen staat niet ter discussie dat [gedaagde] wist dat [eiser] de auto in Nederland wilde gaan gebruiken. Daarnaast zijn beide partijen het erover eens dat het in België op basis van de autopapieren niet dan wel moeilijk is na te gaan wie de eigenaar is van de auto, nu slechts de initiële koper van een voertuig als houder wordt ingeschreven. Voor de verkoop wordt enkel een koopcontract verlangd en geen overschrijving van de auto van de verkoper op naam van de koper. Vaststaat dat alle benodigde papieren aan [eiser] ter beschikking zijn gesteld. Ter zitting heeft [eiser] gesteld, hetgeen niet door [gedaagde] is betwist, dat hij zowel de papieren van de auto als het chassisnummer heeft gecontroleerd. Daarmee heeft [eiser] in het licht van het voorgaande voldoende aannemelijk gemaakt dat hij heeft voldaan aan zijn onderzoeksplicht.

4.3 Nu de auto niettemin niet op normale wijze in Nederland gebruikt kan worden, omdat het een gestolen auto betreft die door de politie om die reden in beslag is genomen, beantwoordt deze niet aan de overeenkomst. Dit levert een tekortkoming op aan de zijde van [gedaagde]. Voorshands is voldoende aannemelijk dat in een bodemprocedure geoordeeld zal worden dat deze tekortkoming ontbinding van de koopovereenkomst rechtvaardigt. Daarbij merkt de voorzieningenrechter op dat niet relevant is dat [gedaagde] te goeder trouw was ten tijde van de koop, zoals hij heeft gesteld. Hij zal op zijn beurt verhaal moeten halen bij zijn verkoper.

4.4 Hetgeen hiervoor is overwogen leidt ertoe dat de wederzijdse prestaties ongedaan gemaakt dienen te worden. [gedaagde] dient het bedrag van EUR 7.600,-- aan [eiser] te restitueren. [eiser] zal datgene moeten doen wat in zijn macht ligt om ervoor te zorgen dat [gedaagde] de feitelijke beschikking krijgt over de auto, bijvoorbeeld door - voor zover nodig - zijn eventuele rechten op de auto aan [gedaagde] over te dragen.

4.5 Het vorenoverwogene leidt tot de conclusie dat de vordering kan worden toegewezen. [gedaagde] zal, als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van deze procedure.

5. BESLISSING

De voorzieningenrechter, rechtdoende in kort geding:

1. veroordeelt [gedaagde] om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan [eiser] te betalen een bedrag van EUR 7.600 (zegge: zevenduizend en zeshonderd euro), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 6 oktober 2003 tot de dag der algehele voldoening;

2. veroordeelt [gedaagde] in de kosten van het geding die voor zover gevallen aan de zijde van [eiser] tot op deze uitspraak worden begroot op EUR 326,16 wegens verschotten en EUR 703,-wegens salaris procureur, te voldoen als volgt:

aan de griffier van deze rechtbank door storting op bankrekeningnummer 19.23.25.922 ten name van DS 547 Arrondissement Zutphen, Postbus 9008, 7200 GJ Zutphen terzake van:

1. in debet gesteld griffierecht EUR 122,50

2. kosten dagvaarding EUR 81,16

3. salaris procureur EUR 703,--

aan [eiser]

niet in debet gesteld griffierecht EUR 122,50

3. verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad.

Aldus gewezen door mr. A.E.F. Hillen, voorzieningenrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 19 januari 2004 in tegenwoordigheid van mr. S. Kuypers, griffier.