Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZUT:2004:AO5726

Instantie
Rechtbank Zutphen
Datum uitspraak
17-02-2004
Datum publicatie
16-03-2004
Zaaknummer
06/060402-03
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Gevangenisstraf voor tasjesroven bij merendeels (hoog)bejaarde vrouwen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZUTPHEN

Meervoudige kamer voor strafzaken

Parketnummer: 06/060402-03

Uitspraak d.d.: 17 februari 2004

Tegenspraak / dip

VERKORT VONNIS

in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats]] op [geboortedatum],

wonende te [woonplaats],

thans verblijvende in P.I. Arnhem, huis van bewaring Arnhem Zuid, te Arnhem.

Onderzoek van de zaak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 3 februari 2004.

De tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

hij op of omstreeks 14 oktober 2003 in de gemeente Harderwijk met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een boodschappentas (onder andere inhoudende een portemonnee en/of etenswaren), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachoffer 1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 1], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte de boodschappentas uit de handen van die [slachtoffer 1] heeft gerukt en/of getrokken, terwijl het feit is gepleegd op de openbare weg (het Hogepad);

(zaak nummer 1)

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 312 lid 1 Wetboek van Strafrecht

2.

hij op of omstreeks 16 oktober 2003 in de gemeente Harderwijk met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een tas (onder andere inhoudende een portemonnee), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte;

(zaak nummer 2)

art 310 Wetboek van Strafrecht

3.

hij op of omstreeks 18 oktober 2003 in de gemeente Harderwijk met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een tas (onder andere inhoudende een portemonnee en kleine boodschappen), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 3], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 3], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat Het omduwwen van die [slachtoffer 3] en/of het losrukken van de tas, terwijl het feit wordt gepleegd op de openbare weg (het P.C. Hooftplein);

(zaak nummer 3)

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 312 lid 1 Wetboek van Strafrecht

4.

hij op of omstreeks 22 oktober 2003 in de gemeente Harderwijk met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een tas (inhoudende een paar laarzen), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 4], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 4], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat hij de tas heeft vastgegerepen en/of uit de handen heeft gerukt en/of getrokken, terwijl het feit is gepleegd op de openbare weg (de Vischmarkt en/of de Groete Marktstraat);

(zaak nummer 4)

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 312 lid 1 Wetboek van Strafrecht

Taal- en/of schrijffouten

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten en/of kennelijke omissies voorkomen, worden deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, te weten dat:

1.

hij op 14 oktober 2003 in de gemeente Harderwijk met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een boodschappentas onder andere inhoudende een portemonnee en etenswaren, toebehorende aan [slachoffer 1], welke diefstal werd vergezeld van geweld tegen die [slachtoffer 1], gepleegd met het oogmerk om het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld hierin bestond dat verdachte de boodschappentas uit de handen van die [slachtoffer 1] heeft getrokken, terwijl het feit is gepleegd op de openbare weg het Hogepad;

2.

hij op 16 oktober 2003 in de gemeente Harderwijk met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een tas onder andere inhoudende een portemonnee, toebehorende aan [slachtoffer 2];

3.

hij op 18 oktober 2003 in de gemeente Harderwijk met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een tas onder andere inhoudende een portemonnee en kleine boodschappen, toebehorende aan [slachtoffer 3], welke diefstal werd vergezeld van geweld tegen die [slachtoffer 3], gepleegd met het oogmerk om het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld bestond uit het omduwen van die [slachtoffer 3] en het losrukken van de tas, terwijl het feit wordt gepleegd op de openbare weg het P.C. Hooftplein;

4.

hij op 22 oktober 2003 in de gemeente Harderwijk met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een tas inhoudende een paar laarzen, toebehorende aan [slachtoffer 4], welke diefstal werd vergezeld van geweld tegen die [slachtoffer 4], gepleegd met het oogmerk om het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld hierin bestond dat hij de tas heeft vastgegrepen en uit de handen heeft gerukt, terwijl het feit is gepleegd op de openbare weg de Vischmarkt.

Vrijspraak van het meer of anders tenlastegelegde

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. De verdachte behoort daarvan te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezene levert op de misdrijven:

1, 3 en 4 telkens:

diefstal vergezeld van geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om het bezit van het gestolene te verzekeren, gepleegd op de openbare weg;

2. diefstal.

Strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

Oplegging van straf en/of maatregel

De rechtbank acht na te melden strafoplegging in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

De rechtbank heeft bij de straftoemeting in het bijzonder in aanmerking genomen - en vindt daarin de redenen die tot de keuze van een deels onvoorwaardelijke vrijheidsstraf van na te melden duur leiden - dat verdachte zich louter uit geldelijk gewin heeft bezig gehouden met het plegen van tasjesroven. Verdachte heeft daarbij voor zijn slachtoffers - voor het merendeel (hoog)bejaarde vrouwen - naast materiële ook immateriële schade veroorzaakt. Algemeen bekend is dat schade van laatstbedoelde soort veelal ernstig en langdurig kan zijn. Dit soort delicten draagt bovendien bij aan de in de samenleving levende gevoelens van onveiligheid.

De rechtbank rekent de verdachte bovendien aan dat hij eerder met justitie in aanraking is geweest voor onder meer een soortgelijk feit, waarvoor hij onder andere werd veroordeeld tot een vrijheidsstraf.

De rechtbank acht een deels voorwaardelijke gevangenis-straf van na te melden duur op zijn plaats teneinde verdachte ervan te weerhouden opnieuw strafbare feiten te plegen. De rechtbank zal daartoe tevens bijzondere voorwaarden stellen.

Vordering tot schadevergoeding

De benadeelde partij [slachtoffer 1] heeft zich met een vordering tot schadevergoeding ten bedrage van EUR€ 45,-- gevoegd in het strafproces ten aanzien van het onder 1 tenlastegelegde.

Nu niet is weersproken dat de benadeelde partij, zoals deze heeft gesteld, als gevolg van het onder 1 tenlastegelegde bewezen verklaarde handelen schade heeft geleden tot het gevorderde bedrag en verdachte voor deze schade naar burgerlijk recht aansprakelijk is, zal deze vordering worden toegewezen.

De benadeelde partij [slachtoffer 2] heeft zich met een vordering tot schade-vergoeding ten bedrage van €EUR 113,50 gevoegd in het strafproces ten aanzien van het onder 2 tenlastegelegde.

Op grond van de gebezigde bewijsmiddelen en hetgeen verder ter terechtzitting met betrekking tot de vordering is gebleken, is naar het oordeel van de rechtbank, het weggenomen geldbedrag beperkende tot EUR€ 40,--, komen vast te staan dat de benadeelde partij als gevolg van het onder 2 bewezen verklaarde handelen schade heeft geleden tot het bedrag van EUR€ 78,50, waarvoor verdachte naar burgerlijk recht aansprakelijk is. De vordering dient tot dit bedrag te worden toegewezen. Het meer of anders gevorderde moet als ongegrond worden afgewezen.

Schadevergoedingsmaatregel

Gelet op het vorenstaande ziet de rechtbank aanleiding om aan verdachte op basis van het bepaalde in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht telkens de verplichting op te leggen tot betaling aan de Staat van een som gelds ten behoeve van genoemde slachtoffers.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Deze strafoplegging is gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 24c, 27, 36f, 57, 310 en 312 van het Wetboek van Strafrecht.

BESLISSING

De rechtbank beslist als volgt.

Verklaart, zoals hiervoor overwogen, bewezen dat verdachte het onder 1, 2, 3 en 4 tenlastegelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart het bewezenverklaarde strafbaar.

Het bewezenverklaarde levert op de misdrijven:

1, 3 en 4 telkens:

diefstal vergezeld van geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om het bezit van het gestolene te verzekeren, gepleegd op de openbare weg;

2. diefstal.

Verklaart de verdachte ter zake van het bewezenverklaarde strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 20 maanden.

Bepaalt, dat een gedeelte van de gevangenisstraf, groot 5 maanden niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond dat veroordeelde zich vóór het einde van een proeftijd van 2 jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt dan wel de navolgende bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd.

Zij stelt als bijzondere voorwaarden:

1. de veroordeelde zal zich - vanuit of in aansluiting op zijn detentie - klinisch laten behandelen bij de Verslavingskliniek Heesteroord te Ermelo. De veroordeelde zal zich houden aan regels die hem door of namens de leiding zullen worden gegeven. Indien behandeling bij deze kliniek geen doorgang mocht kunnen vinden, zal de veroordeelde zich klinisch laten behandelen bij een door Stichting CAD aan te wijzen soortgelijke instelling; bij een en ander bepaalt de rechtbank de behandelingsduur na detentie op maximaal één jaar.

2. de veroordeelde zal zich gedurende de proeftijd overigens gedragen naar de aanwijzingen die hem zullen worden gegeven door of namens Stichting CAD, zolang als deze nodig oordeelt.

Beveelt, dat de tijd, door veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht.

Veroordeelt verdachte tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [slachtoffer 1], [adres], gironr. [xxxxxxx], van een bedrag van EUR€ 45,--, met veroordeling van verdachte in de kosten van het geding en de tenuitvoerlegging door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil.

Legt aan veroordeelde de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 1], een bedrag te betalen van EUR€ 45,--, met bevel dat bij gebreke van betaling en verhaal 1 dag hechtenis zal kunnen worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt.

Bepaalt dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Veroordeelt verdachte tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [slachtoffer 2], [adres], gironr. [xxxxx], van een bedrag van EUR€ 78,50, met veroordeling van verdachte in de kosten van het geding en de tenuitvoerlegging door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil.

Legt aan veroordeelde de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 2], een bedrag te betalen van EUR€ 78,50, met bevel dat bij gebreke van betaling en verhaal 1 dag hechtenis zal kunnen worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt.

Bepaalt dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Wijst de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 2] voor het overige af.

Aldus gewezen door mrs. Van Harreveld, voorzitter, De Bie en Hemrica, rechters, in tegenwoordigheid van Jansen, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 17 februari 2004.