Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZUT:2004:AO5464

Instantie
Rechtbank Zutphen
Datum uitspraak
18-02-2004
Datum publicatie
11-03-2004
Zaaknummer
59023 FARK 03/2319
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Wetsartikel: 1:253t lid 2 onder b Burg. Wetboek.

Vrouw niet-ontvankelijk verklaard nu zij op de dag van het verzoek niet tenminste een aaneengesloten periode van drie jaren alleen met het gezag belast is geweest.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZUTPHEN

Zesde enkelvoudige kamer

Beschikking: 18 februari 2004

Zaaknummer : 59023 FARK 03/2319

Beschikking in de zaak van:

[naam moeder],

en

[naam stiefvader],

respectievelijk verder te noemen:

de moeder en de stiefvader,

beiden wonende te [woonplaats],

procureur: mr. M. Bongaarts-Tangelder,

en

[naam verweerder],

wonende te [woonplaats],

verder te noemen: de man.

Het verloop van de procedure

Dit verloop blijkt uit:

- het verzoekschrift, ingekomen op 16 december 2003;

- de brief met bijlage van mr. Bongaarts-Tangelder van 9 februari 2004.

De vaststaande feiten

Uit de inmiddels beƫindigde niet-huwelijkse relatie tussen de moeder en de man is het navolgende thans nog minderjarige kind geboren:

- [naam kind], geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats].

De man heeft voornoemd kind met toestemming van de moeder erkend, waarbij zij hebben gekozen voor de geslachtsnaam [achternaam verweerder].

Krachtens beschikking van deze rechtbank, sector kanton, lokatie Terborg, van 30 oktober 2003 is de moeder belast met het ouderlijk gezag over voornoemde minderjarige.

De moeder en de stiefvader zijn op 1 november 2000 met elkaar gehuwd.

Uit het huwelijk van de moeder en de stiefvader is het navolgende kind geboren:

- [naam kind], geboren op [geboortedatum].

Het verzoek

De moeder en de stiefvader verzoeken dat de rechtbank:

a. hen gezamenlijk met het gezag over de minderjarige [naam kind] zal belasten;

b. de geslachtsnaam van voornoemde minderjarige zal wijzigen in: [achternaam stiefvader].

De moeder en de stiefvader stellen dat het verzoek in het belang is van de minderjarige. Zij zijn al ruim vier jaar gezamenlijk verantwoordelijk voor de verzorging en opvoeding van de minderjarige en de minderjarige beschouwt de stiefvader als zijn eigen vader.

De biologische vader heeft geen contact meer met de minderjarige.

Feitelijk oefent de moeder ook al ruim drie jaar het gezag over de minderjarige uit, echter zij is per abuis vergeten direct na het bereiken van haar meerderjarigheid het formele gezag van haar kind op zich te nemen. Tot voor kort is haar vader voogd over de minderjarige gebleven.

De beoordeling

Op grond van artikel 1:256 t lid 1 en 2 van het Burgerlijk Wetboek kan de rechtbank op verzoek van de ouder die over het kind alleen het gezag uitoefent en de stiefouder beslissen dat zij gezamenlijk met het gezag over het kind worden belast. Zij dienen dan een jaar samen voor het kind te hebben gezorgd. Is er een nog een ouder die niet met het gezag is belast dan geldt bovendien de voorwaarde dat de ouder die het gezag alleen uitoefent dat gedurende minstens drie jaar moet hebben gedaan. Uit de discussies in het parlement hierover is af te leiden dat aan de rechter geen ruimte is gegeven hierop uitzonderingen te maken (zie wetsontwerp 23714, nota naar aanleiding van het verslag: "een mogelijkheid af te wijken van de termijn van drie jaar dat een ouder alleen het gezag heeft uitgeoefend, waarnaar de leden van de CDA-fractie en ook die van de D66-fractie vragen, is er niet. Ook niet als de andere ouder met het gezamenlijk gezag instemt. Doel van de termijn van drie jaar is immers de bestendigheid van de situatie van gezagsuitoefening door een ouder alleen tot uitdrukking te brengen."). Nu de moeder sedert 30 oktober 2003 alleen met het gezag is belast en dus niet voldoet aan de driejaarstermijn dienen verzoekers niet ontvankelijk te worden verklaard.

De beslissing

De rechtbank:

verklaart verzoekers niet-ontvankelijk in hun verzoek.

Deze beschikking is gegeven door mr. R. Krijger en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 18 februari 2004, in tegenwoordigheid van de griffier.