Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZUT:2004:AO4141

Instantie
Rechtbank Zutphen
Datum uitspraak
20-01-2004
Datum publicatie
25-03-2004
Zaaknummer
06-060201-03
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

In het proces-verbaal blijkt uit niets dat het letsel van kind door verdachte opzettelijk is veroorzaakt. De conclusie van dr. Robben dat een femurschaftfractuur op de leeftijd van 5 en een halve week van het kind een hoge graad van verdenking van een opzettelijk toegebracht kwetsuur heeft, laat onverlet de mogelijkheid dat het letsel kan zijn veroorzaakt op de wijze zoals door verdachte is aangegeven.

Naar het oordeel van de rechtbank heeft verdachte aanmerkelijk onvoorzichtig gehandeld.

Verdachte is, naar hij wist, licht motorisch gestoord. De fijne motoriek is verstoord. Verdachte geeft aan dat hij zijn krachten moeilijk kan doseren.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK ZUTPHEN

Meervoudige kamer voor strafzaken

Uitspraak d.d.: 20 januari 2004

tegenspraak / dnip

VERKORT VONNIS

in de zaak tegen:

[v[naam verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],

wonende te [adres]

Onderzoek van de zaak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 6 januari 2004.

De tenlastelegging

Nadat de tenlastelegging op de terechtzitting is gewijzigd is aan de verdachte ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 07 april en/of 8 april 2003 te Apeldoorn[naam kind] (geboren [geboortedatum]), zijnde zijn, verdachte's, kind opzettelijk zwaar lichamelijk letsel (spirale breuk en/of mediale midschaftfractuur in het bovenbeen), heeft toegebracht, door deze opzettelijk met kracht op zijn knie te zetten, althans een grote uitwendige kracht op het been van die [naam kind] uit te oefenen;

ALTHANS, dat

hij op of omstreeks 07 april en/of 08 april 2003 te Apeldoorn ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan een persoon genaamd [naam kind] (geboren [geboortedatum]), zijnde zijn, verdachte's, kind, opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet die [naam kind] met kracht op zijn knie heeft gezet, althans een grote uitwendige kracht op het been van die [naam kind] heeft uitgeoefend, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

ALTHANS, dat

hij op of omstreeks 07 april 2003 en/of 08 april 2003 te Apeldoorn opzettelijk mishandelend zijn, verdachte's, kind [naam kind] (geboren [geboortedatum]) met kracht op zijn knie heeft gezet, althans een grote uitwendige kracht

op het been van die [naam kind] heeft uitgeoefend, tengevolge waarvan deze zwaar lichamelijk letsel (een spirale breuk en/of mediale midschaftfractuur in het bovenbeen), althans enig lichamelijk letsel, heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden;

ALTHANS, dat

hij op of omstreeks 07 april 2003 en/of 08 april 2003 te Apeldoorn grovelijk, althans aanmerkelijk onvoorzichtig en/of onachtzaam en/of nalatig zijn, verdachte's, kind [naam kind] met kracht op zijn knie heeft gezet, althans een grote uitwendige kracht op het been van die [naam kind] heeft uitgeoefend, waardoor het aan zijn schuld te wijten is geweest dat [naam kind] zwaar lichamelijk letsel, te weten spirale breuk in het bovenbeen, heeft bekomen, althans zodanig lichamelijk letsel dat daaruit tijdelijke ziekte van deze is ontstaan;

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten en/of kennelijke omissies voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Ontvankelijkheid van de officier van justitie

Namens de verdachte is aangevoerd dat de officier van justitie niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in zijn vervolging van verdachte wegens schending van het bepaalde in artikel 6 EVRM, aangezien tussen het plegen van hetgeen verdachte is tenlastegelegd en het onderzoek ter terechtzitting een onredelijk lange termijn is verstreken.

De rechtbank verwerpt dit verweer. Zij vermag niet in te zien dat dat tijdsverloop, te weten (bijna) 9 maanden, een schending oplevert van het bepaalde in artikel 6 van het EVRM.

Vrijspraak

Naar het oordeel van de rechtbank is niet wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het primair, subsidiair en meer subsidiair ten laste gelegde heeft begaan. De verdachte behoort hiervan te worden vrijgesproken.

Bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder het meest subsidiair ten las-te gelegde heeft begaan, te weten dat:

hij op of omstreeks 08 april 2003 te Apeldoorn aanmerkelijk onvoorzichtig zijn, verdachte's, kind [naam kind] met kracht op zijn knie heeft gezet, waardoor het aan zijn schuld te wijten is geweest dat [naam kind] zwaar lichamelijk letsel, te weten een breuk in het bovenbeen, heeft bekomen;

Bijzondere motivering

Door de raadsman is ter terechtzitting aangevoerd dat het aan [naam kind] veroorzaakte gebroken bovenbeen kan zijn veroorzaakt in de nacht van 3 op 4 april 2003.

Dit verweer wordt door geen enkele verklaring of bevinding ondersteund, in het bijzonder niet door de verklaringen die verdachte zelf en zijn pleegmoeder [naam pleegmoeder] hierover hebben afgelegd en de verklaring van kinderradioloog Dr. Robben dat er sprake is van beginnende zachte callusvorming (botherstel) en dat dit ervoor pleit dat de breuk op 8 april 2003 vers was.

In het proces-verbaal blijkt uit niets dat het letsel van [naam kind] door verdachte [naam verdachte] opzettelijk is veroorzaakt. De conclusie van Dr. Robben dat een femurschaftfractuur op de leeftijd van 5 ½ weken van het kind een hoge graad van verdenking op non accidental injury heeft, laat onverlet de mogelijkheid dat het letsel kan zijn veroorzaakt op de wijze zoals door verdachte [naam verdachte] is aangegeven.

Naar het oordeel van de rechtbank heeft verdachte [naam verdachte] aanmerkelijk onvoorzichtig gehandeld.

Verdachte is, naar hij wist, licht motorisch gestoord. De fijne motoriek is verstoord. [naam verdachte] geeft aan dat hij wat onhandig is en dat hij zijn eigen krachten niet kent. Ter terechtzitting heeft hij verklaard dat hij zijn krachten moeilijk kan doseren. [naam verdachte] was die avond gestresst, had last van zijn maag en had zijn bril niet op. [naam kind] was al hele dagen echt huilerig. [naam verdachte] kon daar toen minder goed tegen omdat hij ook geen nachtrust kreeg. [naam verdachte] wilde de voeding zo snel mogelijk doen zodat hij weer snel naar bed kon. [naam verdachte] geeft aan dat hij op 8 april 2003 schrok dat [naam kind] zich verslikte. Hij wilde [naam kind] rechtop zetten. Hij zette [naam kind] op zijn knie. Dit ging ruwer dan normaal en ik gebruikte meer kracht dan normaal, aldus verdachte.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezene levert op het misdrijf:

Aan zijn schuld te wijten zijn dat een ander zwaar lichamelijk letsel bekomt.

Strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

Oplegging van straf en/of maatregel

Gelet op de aard en de ernst van hetgeen is bewezen verklaard, de omstandigheden waaronder dit is begaan, alsmede gelet op de persoon en de omstandigheden van de verdachte zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, acht de rechtbank een voorwaardelijke gevangenisstraf en een taakstraf als na te melden op zijn plaats. Deze taakstraf zal moeten worden verricht op een projectplaats als opgenomen in de door de Stichting Reclassering Nederland gehanteerde lijst van projectplaatsen.

De rechtbank acht na te melden strafoplegging in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander tijdens het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Anderzijds houdt de rechtbank rekening met de omstandigheid dat verdachte niet eerder met politie en justitie in aanraking is gekomen.

De rechtbank acht een voorwaardelijke gevangenis-straf op zijn plaats teneinde verdachte ervan te weerhouden opnieuw strafbare feiten te plegen. De rechtbank zal voorts de bijzondere voorwaarde stellen dat zich gedurende de proeftijd van 3 jaren zal gedragen naar de aanwijzingen en voorschriften die veroordeelde zullen worden gegeven door of namens de Stichting Reclassering Nederland, arrondissement Zutphen, zolang deze instelling dit noodzakelijk oordeelt, ook als die aanwijzingen betrekking hebben op gezinstherapie of gezinsbegeleiding.

Overige toepasselijke wetsartikelen

De strafoplegging is gegrond op de artikelen:

- 10, 14a, 14b, 14c, 14d, 22c, 22d, 27 en 308 van het Wetboek van Strafrecht;

Beslissing

De rechtbank beslist als volgt.

Verklaart niet bewezen, dat verdachte het primair, subsidiair en meer subsidiair tenlastegeleg-de heeft begaan en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart, zoals hiervoor overwogen, bewezen dat verdachte het meest subsidiair ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hiervoor is bewezenverklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte voor het bewezenverklaarde tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 maanden.

Bepaalt, dat de gevangenisstraf, groot 4 maanden, niet zal worden tenuitvoergelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond dat veroordeelde zich vóór het einde van een proeftijd van 2 jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Stelt als bijzondere voorwaarde dat de veroordeelde zich gedurende de proeftijd van 3 jaren zal gedragen naar de aanwijzingen en voorschriften die veroordeelde zullen worden gegeven door of namens de Stichting Reclassering Nederland, arrondissement Zutphen, zolang deze instelling dit noodzakelijk oordeelt, ook als die aanwijzingen betrekking hebben op gezinstherapie of gezinsbegeleiding.

Veroordeelt de verdachte tot navolgende taakstraf, te weten:

Een werkstraf gedurende 80 uren, met bevel dat indien deze straf niet naar behoren wordt verricht vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 40 dagen.

Beveelt dat voor de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van de taakstraf in verzekering en voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van die straf uren in mindering wordt gebracht volgens de maatstaf dat voor de eerste zestig dagen in voorarrest doorgebracht 2 uur per dag in mindering wordt gebracht en voor de overige dagen 1 uur per dag.

Aldus gewezen door mr. Van Harreveld, voorzitter, mrs. De Bie en Vermeulen, rechters, in tegenwoordigheid van Kok, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 20 januari 2004.

Mr. Vermeulen is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.