Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZUT:2003:AO1848

Instantie
Rechtbank Zutphen
Datum uitspraak
08-12-2003
Datum publicatie
15-04-2004
Zaaknummer
03/1596 WRO
Rechtsgebieden
Omgevingsrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

aan de derde-partij vrijstelling van het bestemmingsplan en bouwvergunning is verleend voor het oprichten van een bedrijfsgebouw op het perceel De Stenenmaat 8 te Ulft, waarin een Fixetbouwmarkt zal worden gevestigd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZUTPHEN

Sector Bestuursrecht

Reg.nr.: 03/1596 WRO

UITSPRAAK

op het verzoek om een voorlopige voorziening in het geschil tussen:

Luukeshuus Holding BV, DHZ Center Ulft BV en Formido Bouwmarkten BV, verzoekers,

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Gendringen, verweerder,

alsmede [derde], derde-partij.

1. Aanduiding bestreden besluit

Besluit van verweerder van 30 september 2003, verzonden 14 oktober 2003, waarbij aan de derde-partij vrijstelling van het bestemmingsplan en bouwvergunning is verleend voor het oprichten van een bedrijfsgebouw op het perceel De Stenenmaat 8 te Ulft, waarin een Fixetbouwmarkt zal worden gevestigd.

2. Procesverloop

Namens verzoekers is door mr. M.E.F. Staal bij brieven van 17 november 2003 bezwaar gemaakt bij verweerder en verzocht om een voorlopige voorziening als bedoeld in artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

Het verzoek is behandeld ter zitting van 1 december 2003, waar namens verzoekers zijn verschenen mr. M.E.F. Staal voornoemd, de heer Schreuder en A.W. Keijmel, architect.

Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door F.L. Kroesen en E.W.M.B. Heukshorst.

Namens de derde partij zijn verschenen [derde] en mr. L. de Kok.

3. Motivering

3.1. Ingevolge artikel 8:81 van de Awb dient te worden nagegaan of onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, een voorlopige voorziening vereist. Voor zover deze toetsing meebrengt dat het geschil in de bodemprocedure wordt beoordeeld, heeft deze uitspraak daaromtrent een voorlopig karakter en is deze niet bindend voor de beslissing in die procedure.

3.2. Het perceel De Stenenmaat 8 heeft volgens het bestemmingsplan “De Rieze IV” de bestemming “Industrieterrein B3b en B4a”. Gronden met deze bestemming zijn volgens artikel 5, eerste lid, van de planvoorschriften bestemd voor doeleinden van handel en bedrijf.

Ingevolge artikel 5, derde lid, van de planvoorschriften wordt onder strijdig gebruik in ieder geval verstaan het gebruik rechtstreeks ten behoeve van detailhandel, behoudens enkele hier niet van belang zijnde uitzonderingen.

Ingevolge artikel 5, vierde lid, kunnen burgemeester en wethouders vrijstelling verlenen van het bepaalde in het derde lid voor het gebruik rechtstreeks ten behoeve van (onder meer) bouwmarkten, indien het niet mogelijk is op een ruimtelijk dan wel stedenbouwkundig verantwoorde wijze deze vorm van detailhandel in te passen in een stedelijke kern of temidden van woonbebouwing, met dien verstande dat (a) bouwmarkten niet zijn toegelaten op de, op de kaart als “gebied waaraan beeldkwaliteitseisen worden gesteld” aangegeven percelen, en (b) de vloeroppervlakte tenminste 1000 m2 bedraagt.

3.3. Verweerder heeft bij het bestreden besluit ten behoeve van de realisering van een Fixet-bouwmarkt toepassing gegeven aan voormelde vrijstellingsbepaling. Niet in geschil is dat aan de daarin opgenomen voorwaarden wordt voldaan.

3.4. Verzoekers zijn evenwel van mening dat verweerder een onjuiste toepassing heeft gegeven aan de vrijstellingsmogelijkheid, nu niet is getoetst of er in de gemeente Gendringen voldoende distributieve ruimte is voor de vestiging van een nieuwe bouwmarkt naast de nieuwe bouwmarkt van Formido, waarvoor eerder bouwvergunning is verleend en die binnenkort zal worden geopend. Volgens verzoekers had verweerder de in opdracht van Fixet en Formido opgestelde distributie-planologische onderzoeken (DPO’s) bij de ruimtelijke belangenafweging moeten betrekken en daaruit moeten concluderen dat er in de gemeente ruimte is voor slechts één nieuwe bouwmarkt, zodat hij vrijstelling voor de Fixet-bouwmarkt had moeten weigeren.

3.5. De voorzieningenrechter stelt voorop dat naar vaste jurisprudentie het reguleren van concurrentieverhoudingen geen taak van verweerder is in het kader van de ruimtelijke ordening. Eerst als het waarschijnlijk is dat de vestiging van – in dit geval – een bouwmarkt leidt tot een duurzame ontwrichting van het in het betrokken gebied bestaande voorzieningenpatroon in de desbetreffende sector, die niet door dringende reden wordt gerechtvaardigd, kan het onthouden van medewerking aan de orde zijn.

3.6. Aan verzoekers kan worden toegegeven dat uit de overgelegde DPO-rapporten – en vooral dat van Fixet – kan worden afgeleid dat de vestiging van twee nieuwe bouwmarkten met een omvang als die van Formido en Fixet in de gemeente Gendringen leidt tot een overcapaciteit in het aanbod van doe-het-zelf artikelen in het marktgebied. Die rapporten – ook dat van Fixet – bieden naar voorlopig oordeel echter geen grond om aan te nemen dat die overcapaciteit leidt tot een duurzame ontwrichting van het in het verzorgingsgebied aanwezige voorzieningenpatroon in de doe-het-zelf sector. Ook wanneer een van de bouwmarkten, waartoe ook de reeds aanwezige Gamma-bouwmarkt in Etten moet worden gerekend, of een van de bestaande kleinere doe-het-zelf zaken in Ulft, de concurrentieslag niet zou overleven, kan nog niet worden gesproken van een duurzame ontwrichting van het voorzieningenpatroon. Met name is het niet waarschijnlijk te achten dat een concurrentieslag zal leiden tot een onaanvaardbare afname van het aanbod en van de variatie in het aanbod van doe-het-zelf artikelen.

3.7. Er is dan ook voorshands geen grond voor het oordeel dat verweerder de onderhavige vrijstelling in redelijkheid niet heeft kunnen verlenen. Overigens kunnen verzoekers worden gevolgd in hun standpunt dat verweerder het bestreden besluit op dit punt, gelet op de door verzoekers in een eerder stadium ingebrachte zienswijze, onvoldoende heeft gemotiveerd. Dit motiveringsgebrek kan evenwel bij de beslissing op bezwaar worden hersteld. Hierbij verdient opmerking dat de door verweerders gemachtigde ter zitting gehuldigde opvatting dat het bij de maatstaf van “duurzame ontwrichting van het bestaande voorzieningenpatroon” alleen gaat om voorzieningen op het gebied van de eerste levensbehoeften (zoals brood en aardappelen), niet juist is. Het gaat – zoals hiervoor onder 3.5 tot uitdrukking is gebracht (zie ook AbRS 19 februari 1998, Bouwrecht 1998/663) – om het voorzieningenpatroon in de desbetreffende sector, in dit geval de doe-het-zelf branche.

3.8. Verzoekers hebben voorts aangevoerd dat het bouwplan op een aantal punten niet voldoet aan eisen uit het Bouwbesluit en de Bouwverordening. Ter zitting is evenwel van de zijde van verweerder en de derde-partij genoegzaam aangetoond dat voor wat betreft die met de bouwregelgeving strijdige punten enerzijds aan de verleende bouwvergunning daarop toegespitste voorwaarden zijn verbonden en anderzijds door de derde-partij gewijzigde bouwtekeningen zijn overgelegd, die inmiddels door verweerder akkoord zijn bevonden. Voorts is aangeven dat voor wat betreft een aantal eisen van brandveiligheid voorwaarden zullen worden opgenomen in de nog te verlenen gebruiksvergunning ingevolge artikel 6.1.1.1, eerste lid, van de Bouwverordening.

3.9. Tot slot is ter zitting genoegzaam aangetoond dat zal worden voldaan aan de in het bestemmingsplan opgenomen parkeernorm, zodat de desbetreffende grief van verzoekers niet kan slagen.

3.10. Het voorgaande leidt tot de slotsom dat verzoekers niet aannemelijk hebben gemaakt dat het bestreden besluit bij de te nemen beslissing op bezwaar geen stand zal kunnen houden, daargelaten de vraag of wellicht nog een enkele nadere voorwaarde moet worden opgenomen teneinde conformiteit aan het Bouwbesluit te bewerkstelligen.

3.11. Het verzoek om een voorlopige voorziening dient derhalve te worden afgewezen. Er is geen aanleiding voor een veroordeling in proceskosten.

4. Beslissing

De voorzieningenrechter van de rechtbank,

recht doende:

- wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.

Aldus gegeven door mr. K. van Duyvendijk en in het openbaar uitgesproken op 8 december 2003 in tegenwoordigheid van de griffier.

Afschrift verzonden op: