Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZUT:2003:AO1092

Instantie
Rechtbank Zutphen
Datum uitspraak
09-12-2003
Datum publicatie
29-12-2003
Zaaknummer
06/060325-03
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Huiselijk geweld door rechtbank bestraft.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZUTPHEN

Meervoudige kamer voor strafzaken

Parketnummer : 06/060325-03

Datum uitspraak : 09 december 2003

Tegenspraak - dip

VERKORT VONNIS

In de zaak tegen:

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] te [plaats],

wonende te [postcode + plaats], [adres],

thans gedetineerd in de penitentiaire inrichting "Achterhoek", huis van bewaring "De Kruisberg" te Doetinchem.

Onderzoek van de zaak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 25 november 2003.

De tenlastelegging

Aan bovenbedoelde gedagvaarde persoon wordt tenlastegelegd dat:

1.

hij op een of meer tijdstip(pen) op of omstreeks 01 september 2003 in de gemeente Harderwijk ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan een persoon genaamd [slachtofer A], opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet die [slachtoffer A] (telkens) (met kracht) tegen het hoofd en/of de buik en/of (andere delen van) het lichaam heeft geschopt en/of getrapt en/of gestompt en/of geslagen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

art 304 sub 1 Wetboek van Strafrecht

art 302 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht

ALTHANS, dat:

hij op een of meer tijdstip(pen) op of omstreeks 01 september 2003 in de gemeente Harderwijk [slachtofer A] opzettelijk mishandelend (telkens) (met kracht) tegen het hoofd en/of de buik en/of (andere delen van) het lichaam heeft geschopt en/of getrapt en/of gestompt en/of geslagen, waardoor deze letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden;

art 304 sub 1 Wetboek van Strafrecht

art 300 lid 1 Wetboek van Strafrecht

2.

hij op of omstreeks 01 september 2003 op het traject Harderwijk-Apeldoorn [slachtoffer B] (agent van politie te Harderwijk) heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk voornoemde [slachtoffer B] dreigend de woorden toegevoegd :"Ik maak je af. Ik maak je kapot. Als ik je kop tussen mijn tanden krijg dan bijt ik je oor eraf. Je bent nog niet van me af. Als we straks in Apeldoorn zijn dan schop ik je voor je kop" en/of "1,2,3 klik, klik, klik, bam bam bam en dan is het gebeurd met je", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;

art 285 lid 1 Wetboek van Strafrecht

3.

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 10 juli 2003 tot en met 31 augustus 2003 in de gemeente Harderwijk ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk [slachtofer A] van het leven te beroven, (telkens) met dat opzet (met kracht) die [Slachtoffer A] bij de keel heeft vastgegrepen en/of de keel van die [slachtoffer A] heeft dichtgeknepen en/of (gedurende enige tijd) die keel dichtgeknepen heeft gehouden waardoor/waarbij die [slachtoffer A] geen adem heeft kunnen halen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

art 287 Wetboek van Strafrecht

art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht

ALTHANS, dat:

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 10 juli 2003 tot en met 31 augustus 2003 in de gemeente Harderwijk ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan een persoon genaamd [slachtofer A], opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, (telkens) met dat opzet (met kracht) die [Slachtoffer A] bij de keel heeft vastgegrepen en/of de keel van die [slachtoffer A] heeft dichtgeknepen en/of (gedurende enige tijd) die keel dichtgeknepen heeft gehouden waardoor/waarbij die [slachtoffer A] geen adem heeft kunnen halen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

art 304 sub 1 Wetboek van Strafrecht

art 302 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht

4.

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 30 juli 2003 tot en met 31 augustus 2003 in de gemeente Harderwijk aan [slachtofer A] (telkens) opzettelijk zwaar lichamelijk letsel (verwondingen/littekens in/op de wang en/of de neus, althans het gelaat), heeft toegebracht, door deze opzettelijk (met kracht) in de wang en/of de neus, althans het gelaat, te bijten;

art 304 sub 1 Wetboek van Strafrecht

art 302 lid 1 Wetboek van Strafrecht

ALTHANS, dat:

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 30 juli 2003 tot en met 31 augustus 2003 in de gemeente Harderwijk ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan een persoon genaamd [slachtofer A], opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet die [Slachtoffer A] in de wang en/of de neus, althans het gelaat, heeft gebeten, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

art 304 sub 1 Wetboek van Strafrecht

art 302 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht

5.

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 10 juli 2003 tot en met 31 augustus 2003 in de gemeente Harderwijk opzettelijk mishandelend [slachtofer A] (telkens) (met kracht) tegen het hoofd en/of (andere delen van) het lichaam heeft geschopt en/of getrapt en/of gestompt en/of geslagen, waardoor deze letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden;

art 304 sub 1 Wetboek van Strafrecht

art 300 lid 1 Wetboek van Strafrecht

Voor zover in de tenlastelegging taal- of schrijffouten en/of omissies voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd.

De verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

Bewijsbeslissing

Vrijspraak

Naar het oordeel van de rechtbank is niet wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de onder 1 primair, 3 primair en 4 primair en subsidiair tenlastegelegde feiten heeft begaan.

De verdachte behoort hiervan te worden vrijgesproken.

Ten aanzien van feit 4 primair en subsidiair overweegt de rechtbank dat verdachte hiervan dient te worden vrijgesproken, nu de rechtbank zowel voor het zwaar lichamelijk letsel, als voor het daarop gerichte opzet geen (overtuigend) bewijs aanwezig acht..

Bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de volgende feiten heeft begaan, te weten dat:

1. subsidiair:

hij op tijdstippen op 01 september 2003 in de gemeente Harderwijk [slachtofer A] opzettelijk mishandelend telkens met kracht tegen het hoofd en de buik en andere delen van het lichaam heeft geschopt en/of getrapt en/of gestompt en/of geslagen, waardoor deze letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden;

2.

hij op 01 september 2003 op het traject Harderwijk-Apeldoorn [slachtoffer B] (agent van politie te Harderwijk) heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk voornoemde [slachtoffer B] dreigend de woorden toegevoegd :"Ik maak je af. Ik maak je kapot. Als ik je kop tussen mijn tanden krijg dan bijt ik je oor eraf. Je bent nog niet van me af. Als we straks in Apeldoorn zijn dan schop ik je voor je kop" en "1,2,3 klik, klik, klik, bam bam bam en dan is het gebeurd met je", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;

3. subsidiair:

hij op een tijdstip in de periode van 10 juli 2003 tot en met 31 augustus 2003 in de gemeente Harderwijk ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan een persoon genaamd [slachtofer A], opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet met kracht die [Slachtoffer A] bij de keel heeft vastgegrepen en de keel van die [slachtoffer A] heeft dichtgeknepen en gedurende enige tijd die keel dichtgeknepen heeft gehouden, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

5.

hij op tijdstippen in de periode van 10 juli 2003 tot en met 31 augustus 2003 in de gemeente Harderwijk opzettelijk mishandelend [slachtofer A] telkens met kracht tegen het hoofd en andere delen van het lichaam heeft geslagen, waardoor deze letsel heeft bekomen en pijn heeft ondervonden.

Wat meer of anders is tenlastegelegd dan hiervoor is bewezen verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen.

De verdachte behoort hiervan te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op de misdrijven:

Feit 1 subsidiair en feit 5, telkens:

Mishandeling, meermalen gepleegd.

Feit 2:

Bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht en

Bedreiging met zware mishandeling.

Feit 3 subsidiair:

Poging tot zware mishandeling.

Strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu er geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

Oplegging van straf en/of maatregel

De rechtbank acht na te melden strafoplegging in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander tijdens het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, alsmede uit het omtrent verdachte opgemaakte CAD-rapport d.d. 03 november 2003.

De rechtbank heeft bij het bepalen van de strafmodaliteit in het bijzonder in aanmerking genomen dat

verdachte het gebruik van fors geweld ten opzichte van zijn echtgenote niet heeft geschuwd. Dit gebeurde vaak nadat zij beiden de nodige alcohol hadden gebruikt. Door zijn gedragingen heeft verdachte pijn en gevoelens van angst en onveiligheid bij zijn vrouw veroorzaakt.

Verdachtes houding ten opzichte van politieambtenaren verdient eveneens scherpe afkeuring, nu daaruit blijkt dat verdachte geen enkel respect heeft voor het gezag en de ordenende functie, waarmee de samenleving de politie heeft bekleed.

Voorts heeft de rechtbank in aanmerking genomen dat verdachte, blijkens een op zijn naam gesteld uittreksel uit het Algemeen Documentatieregister d.d. 05 september 2003, eerder voor onder meer geweldsdelicten met politie en justitie in aanraking is gekomen.

Op grond van het vorenstaande acht de rechtbank een vrijheidsstraf van na te melden duur op zijn plaats.

Tevens acht de rechtbank een taakstraf als na te melden op zijn plaats. Bedoelde taakstraf zal moeten worden verricht op een projectplaats als opgenomen in de door de Reclassering Nederland gehanteerde lijst van projectplaatsen.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Deze strafoplegging is gegrond op de artikelen 22c, 22d, 45, 57, 285, 300, 302 van het Wetboek van Straf-recht.

Beslissing

De rechtbank beslist als volgt.

Verklaart niet bewezen, dat de verdachte het onder 1 primair, 3 primair en 4 primair en subsidiair tenlastegelegde heeft begaan en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart, zoals hiervoor overwogen, bewezen dat verdachte het onder 1 subsidiair, 2, 3 subsidiair en 5 tenlastegelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart het bewezenverklaarde strafbaar.

Het bewezenverklaarde levert op de misdrijven:

Feit 1 subsidiair en feit 5, telkens:

Mishandeling, meermalen gepleegd.

Feit 2:

Bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht en

Bedreiging met zware mishandeling.

Feit 3 subsidiair:

Poging tot zware mishandeling.

Verklaart de verdachte ter zake van het bewezenverklaarde strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 (vier) maanden.

Beveelt dat de tijd, door veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht.

Veroordeelt de verdachte voor het bewezenverklaarde tevens tot de navolgende taakstraf, te weten:

- een werkstraf gedurende 200 uren, met bevel dat indien deze straf niet naar behoren wordt verricht vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 100 dagen.

Heft op het bevel tot voorlopige hechtenis met ingang van de dag waarop de duur daarvan gelijk zal

zijn aan de duur van de opgelegde onvoorwaardelijke gevangenisstraf.

Dit vonnis is aldus gewezen door:

Mr. Van Apeldoorn, voorzitter,

Mrs. Van Harreveld en Van Lochem, rechters,

in tegenwoordigheid van Beers-de Badts, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 09 december 2003.