Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZUT:2003:AO0447

Instantie
Rechtbank Zutphen
Datum uitspraak
16-12-2003
Datum publicatie
17-12-2003
Zaaknummer
06/060316-03
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Crimineel toerisme in de Achterhoek bestraft.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZUTPHEN

Meervoudige kamer voor strafzaken

Parketnummer: 06/060316-03

Uitspraak d.d.: 16 december 2003

tegenspraak / dip

VERKORT VONNIS

in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren te [plaats] ([land]) op [geboortedatum],

wonende te [plaats],

thans gedetineerd in het huis van bewaring te Doetinchem.

Onderzoek van de zaak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van

2 december 2003.

Ter terechtzitting gegeven beslissing

Het verzoek tot opheffing van de voorlopige hechtenis is afgewezen.

De tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

hij op of omstreeks 21 augustus 2003 te Winterswijk tezamen en in vereniging

met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke

toeëigening in/uit een bedrijfspand heeft weggenomen twee, althans een

geldkistje(s) en/of (een) autosleutel(s), in elk geval enig goed, geheel of

ten dele toebehorende aan installatiebedrijf Heegt, in elk geval aan een ander

of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of

zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben

verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik

heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming,

meerdere, althans een ra(a)m(en) geforceerd;

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

2.

hij op of omstreeks 21 augustus 2003 te Aalten tezamen en in vereniging met

een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke

toeëigening in/uit een pand heeft weggenomen meerdere, althans een laptop(s),

althans computerapparatuur en/of een kluis (met inhoud), in elk geval enig

goed, geheel of ten dele toebehorende aan Hamalandgroep Aalten/De Marke, in

elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des

misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder

zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of

inklimming, te weten door een hekwerk en/of (een) ra(a)m(en) te forceren;

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

Taal- en/of schrijffouten

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten en/of kennelijke omissies voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2 ten las-te gelegde heeft begaan, te weten dat:

1.

hij op 21 augustus 2003 te Winterswijk tezamen en in vereniging met anderen

met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit een bedrijfspand heeft

weggenomen twee geldkistjes en autosleutels toebehorende aan

installatiebedrijf Heegt, waarbij verdachte en zijn mededaders zich de toegang

tot de plaats des misdrijfs hebben verschaft door middel van braak en inklimming.

2.

hij op 21 augustus 2003 te Aalten tezamen en in vereniging met anderen met het

oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit een pand heeft weggenomen een

kluis (met inhoud), toebehorende aan Hamelandgroep Aalten/De Marke, waarbij

verdachte en zijn mededaders zich de toegang tot de plaats des misdrijfs hebben

verschaft door middel van braak en inklimming, te weten door een raam te forceren.

Vrijspraak van het meer of anders tenlastegelegde

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. De verdachte behoort daarvan te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezene levert op de misdrijven:

feiten 1 en 2 telkens: diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak en inklimming.

Strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

Oplegging van straf en/of maatregel

De rechtbank acht na te melden strafoplegging in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander tijdens het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

De rechtbank heeft bij haar straftoemeting in het bijzonder in aanmerking genomen - en vindt daarin de redenen die tot de keuze van een on-voorwaardelijke vrijheidsstraf van na te melden duur leiden - dat verdachte en zijn mededaders om opsporingstechnische redenen kennelijk hebben gekozen voor een allengs bekender wordende werkwijze, die kan worden bestempeld als crimineel toerisme. Als gevolg van de door hem en zijn mededaders gepleegde inbraken is ergerlijke schade en overlast ontstaan. Daarnaast heeft de rechtbank rekening gehouden met de omstandigheid dat verdachte eerder met justitie in aanraking is gekomen terzake van vermogensdelicten.

De rechtbank is van oordeel dat de eis van de officier van justitie onvoldoende recht doet aan de ernst van de feiten en zij zal derhalve een hogere straf dan gevorderd opleggen.

Vordering tot schadevergoeding

De benadeelde partij Hamelandgroep Aalten, gevestigd [postcode en plaats], Eerste [adres] heeft zich met een vordering tot schade-vergoeding ten bedrage van €EUR 7.485,72 gevoegd in het strafproces ten aanzien van het onder 2 tenlastegelegde.

De rechtbank zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in haar vordering, nu zij van oordeel is dat de vordering niet van zo eenvoudige aard is dat deze zich leent voor afdoening in het strafgeding. De rechtbank overweegt daarbij dat de vordering is betwist en dat onduidelijk is of de schade reeds door de verzekeringsmaatschappij is vergoed.

De benadeelde partij kan haar vordering slechts aanbrengen bij de burgerlijke rechter.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Deze beslissing is gegrond op de artikelen 10, 27, 57, 310 en 311 van het Wetboek van Strafrecht.

BESLISSING

De rechtbank beslist als volgt.

Verklaart, zoals hiervoor overwogen, bewezen dat verdachte het onder 1 en 2 tenlastegelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart het bewezenverklaarde strafbaar.

Het bewezenverklaarde levert op de misdrijven:

feiten 1 en 2 telkens: diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak en inklimming.

Verklaart de verdachte ter zake van het bewezenverklaarde strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 5 maanden.

Beveelt, dat de tijd, door veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht.

Verklaart de benadeelde partij Hameland Aalten niet-ontvankelijk in haar vordering en bepaalt dat de benadeelde partij haar vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

Gelast de teruggave van de in beslag genomen, nog niet teruggegeven, voorwerpen aan veroordeelde, te weten: een paar Nike schoenen en een Nokia telefoontoestel.

Heft op het bevel tot voorlopige hechtenis met ingang van het tijdstip waarop de duur daarvan gelijk wordt aan die van de opgelegde straf.

Aldus gewezen door mrs. Van Harreveld, voorzitter, mrs. De Bie en Van den Dungen, rechters, in tegenwoordigheid van mr. De Bruijn-van der Sluijs, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 16 december 2003.