Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZUT:2003:AM2549

Instantie
Rechtbank Zutphen
Datum uitspraak
02-10-2003
Datum publicatie
15-01-2004
Zaaknummer
03/994 en 03/995 WET
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Verweerder heeft de aan Kwik Fit voor de keuringsplaats aan de Spaklerweg 44-D te Amsterdam verleende erkenning voor het uitvoeren van periodieke keuringen van motorrijtuigen (APK) definitief ingetrokken.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZUTPHEN

Sector Bestuursrecht

Reg.nrs.: 03/994 en 03/995 WET

UITSPRAAK

op het verzoek om een voorlopige voorziening, tevens uitspraak in de hoofdzaak, in het geschil tussen:

Kwik Fit Nederland BV, te Harderwijk, verzoekster/eiseres, hierna: Kwik Fit,

en

de Algemeen Directeur van de Dienst Wegverkeer (RDW), verweerder.

1. Aanduiding bestreden besluit

Besluit van verweerder van 17 juli 2003, kenmerk VIZ 2003/5546/3803.

2. Procesverloop

Bij besluit van 28 maart 2003, kenmerk VIZ 2003/2423, heeft verweerder de aan Kwik Fit voor de keuringsplaats aan de Spaklerweg 44-D te Amsterdam verleende erkenning voor het uitvoeren van periodieke keuringen van motorrijtuigen (APK) definitief ingetrokken.

Bij besluit van 14 juli 2003 heeft verweerder op het daartegen door Kwik Fit gemaakte bezwaar beslist. Verweerder heeft dit besluit wegens een kennelijke misslag in het dictum ingetrokken en vervangen door het onder 1 vermelde besluit van 17 juli 2003. Daarbij heeft verweerder het bezwaar gegrond verklaard en het primaire besluit aldus gewijzigd dat een intrekking van de erkenning voor de duur van negen weken wordt opgelegd.

Bij brieven van 21 juli 2003 is door mr. P.G.F. van Oss, advocaat te Harderwijk, namens Kwik Fit beroep bij de rechtbank ingesteld en verzocht om een voorlopige voorziening.

Het verzoek is behandeld ter zitting van 13 augustus 2003, gevoegd met het onder nummer 03/1044 WET geregistreerde verzoek van E.P. Smit, keurmeester bij Kwik Fit (hierna: Smit) Ter zitting zijn Smit in persoon en namens Kwik Fit haar directeur J.P.C. Visser verschenen, bijgestaan door mr. Van Oss, voornoemd. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. R. Bal.

3. Motivering

3.1. Indien de voorzieningenrechter na de behandeling ter zitting van een verzoek om een voorlopige voorziening van oordeel is dat nader onderzoek redelijkerwijs niet kan bijdragen aan de beoordeling van de zaak, kan hij ingevolge artikel 8:86 van de Awb onmiddellijk uitspraak doen in de bij de rechtbank aanhangige hoofdzaak. Van deze bevoegdheid wordt in dit geval gebruik gemaakt.

3.2. Op 28 januari 2003 heeft Smit op de keuringsplaats aan de Spaklerweg te Amsterdam een voertuig gekeurd en daarbij een drietal gebreken geconstateerd die volgens hem moesten worden gerepareerd voordat het voertuig kon worden goedgekeurd. Toen de eigenaar van het voertuig, die zich in de wachtruimte bevond, daarmee werd geconfronteerd, heeft deze in het bijzijn van andere klanten “een enorme stampij gemaakt” (aldus Kwik Fit). Dit heeft ertoe geleid dat Kwik Fit zo snel mogelijk van deze klant afscheid wilde nemen. Er is een factuur opgemaakt, betrokkene betaalde, griste de kentekenpapieren uit handen van de receptionist en verliet de garage met zijn auto. Daarna heeft Smit geen keuringsrapport opgemaakt en nagelaten het voertuig via datacommunicatie bij de RDW af te melden.

3.3. De betrokken voertuigeigenaar heeft vervolgens een klacht bij verweerder ingediend. Nadat was geconstateerd dat het voertuig in kwestie ter keuring was aangeboden en ook een keuring in rekening was gebracht, terwijl niet alle daarvoor vereiste handelingen waren verricht, heeft verweerder de aan Kwik Fit verleende erkenning voor de onderhavige keuringsplaats ingetrokken. Bij het thans bestreden besluit is de duur van deze intrekking beperkt tot negen weken.

3.4. Verweerder heeft deze sanctie gebaseerd op de hem op grond van artikel 87, tweede lid, onder d en f, van de Wegenverkeerswet 1994 (hierna: Wvw) toekomende bevoegdheid tot intrekking van een erkenning. Verweerder heeft daaraan ten grondslag gelegd dat de artikelen 43 en 44, derde lid, van de Erkenningsregeling APK (hierna: de Regeling) en artikel 85 van de Wvw zijn overtreden. Verweerder heeft vervolgens overwogen dat sprake is van een veelvoud van overtredingen waarvoor volgens het toezichtbeleid een sanctie van definitieve intrekking van de erkenning kan worden opgelegd. Verweerder heeft evenwel aanleiding gezien van dit beleid af te wijken vanwege de bijzondere omstandigheden waaronder de overtredingen zijn gepleegd, met name de heftige reactie van de klant. Verweerder is aldus gekomen tot oplegging van een sanctie van tijdelijke intrekking van de erkenning voor de duur van negen weken, waarbij is gelet op de ernst en het veelvoud van de overtredingen, het feit dat Kwik Fit eerder naar aanleiding van een steekproefherkeuring in de P-klasse is geplaatst, alsmede de bijzondere feiten en omstandigheden van het geval.

3.5. Ingevolge artikel 87, tweede lid, van de Wvw kan verweerder een erkenning intrekken, indien de erkenninghouder, voor zover van belang, (d) de in artikel 85 vervatte verplichting niet nakomt, dan wel (f) handelt in strijd met een of meer uit de erkenning voortvloeiende verplichtingen.

Volgens artikel 85 van de Wvw is een erkenninghouder verplicht het door de aanvrager ter keuring aangeboden voertuig te keuren, indien hij daartoe gerechtigd is.

In artikel 43, eerste lid, van de Regeling is bepaald dat na afloop van elke keuring het keuringsrapport volledig wordt ingevuld en ondertekend door de keurmeester die het voertuig aan de keuring heeft onderworpen. Blijkens het vijfde lid dient ook een keuringsrapport te worden ingevuld indien een voertuig niet aan de keuringseisen blijkt te voldoen.

In artikel 44, derde lid, van de Regeling is bepaald dat (na de keuring) het voertuig door middel van datacommunicatie bij de RDW wordt afgemeld onder verstrekking van een aantal nader genoemde gegevens.

3.6. Niet in geschil is dat Kwik Fit de artikelen 43 en 44, derde lid, van de Regeling heeft overtreden doordat na de keuring van het voertuig in kwestie geen (af)keuringsrapport is opgemaakt en het voertuig niet bij de RDW is afgemeld.

3.7. De voorzieningenrechter deelt het standpunt van Kwik Fit dat verweerder ten onrechte overtreding van artikel 85 van de Wvw heeft aangenomen. Blijkens de wetsgeschiedenis strekt deze bepaling ertoe te voorkomen dat de keuring van een voertuig wordt geweigerd op grond van de leeftijd of het merk van het voertuig, dan wel enig ander motief. Van een dergelijke weigering is in het onderhavige geval geen sprake, integendeel: het voertuig is

technisch gekeurd, terwijl het uitblijven van de opstelling van een keuringsrapport en afmelding van het voertuig in het onderhavige geval niet berust op een weigering op grond van een motief als bedoeld in de toelichting op artikel 85 van de Wvw. Het standpunt van verweerder dat artikel 85 van de Wvw is overtreden vanwege de enkele omstandigheid dat de keuring niet is voltooid doordat geen keuringsrapport is opgesteld en het voertuig niet is afgemeld, berust op een onjuiste uitleg van deze bepaling.

3.8. Verweerder heeft derhalve eveneens ten onrechte het bepaalde in artikel 87, tweede lid, aanhef en onder d, van de Wvw aan het bestreden besluit ten grondslag gelegd. Voorts heeft verweerder ten onrechte overtreding van artikel 85 van de Wvw betrokken bij de bepaling van de zwaarte van de op te leggen sanctie, met name waar het betreft zijn oordeel dat sprake is van een veelvoud van overtredingen. Overigens dient te worden opgemerkt dat de gedragingen van Kwik Fit die volgens verweerder overtreding van artikel 85 opleveren volledig samenvallen met de gedragingen die overtreding van de artikelen 43 en 44 van de Regeling opleveren, zodat sprake is van wat in het strafrecht “eendaadse samenloop” wordt genoemd. Ook vanuit dit oogpunt is het niet juist te achten dat verweerder bij de beoordeling of sprake is van een veelvoud van overtredingen de (vermeende) overtreding van artikel 85 heeft opgeteld bij de overtredingen van de artikelen 43 en 44 van de Regeling.

3.9. Ter zitting heeft de gemachtigde van verweerder gesteld dat ook artikel 90 van de Wvw is overtreden en dat ook die overtreding bijdraagt aan het veelvoud van overtredingen. Deze stelling stuit reeds af op het gegeven dat bij het bestreden besluit overtreding van dit artikel niet aan Kwik Fit is tegengeworpen. Bovendien valt niet in te zien dat enige in artikel 90 van de Wvw opgenomen voorschrift door Kwik Fit zou zijn overtreden, aangezien in het eerste lid van dit artikel louter is bepaald, voor zover hier van belang, dat administratief beroep bij de RDW kan worden ingesteld tegen een beschikking tot weigering van de afgifte van een keuringsbewijs en de overige leden van dit artikel slechts nadere voorschriften geven omtrent het verloop van deze procedure. Het enige verband dat in het onderhavige geval met artikel 90 van de Wvw kan worden gelegd, is dat de betrokken voertuigeigenaar als gevolg van het feit dat geen keuringsrapport is opgemaakt geen beroep heeft kunnen instellen tegen afkeuring van het voertuig. Dit betreft een gevolg van de overtreding van artikel 43 van de Regeling, zoals in het bestreden besluit ook min of meer is aangegeven.

3.9. De voorzieningenrechter is vervolgens van oordeel dat de overtredingen van de artikelen 43 en 44 van de Regeling – het niet-opstellen van een keuringsrapport en het achterwege laten van afmelding van het voertuig – in het licht van de omstandigheden van het onderhavige geval zozeer met elkaar samenhangen, dat bezwaarlijk kan worden gesproken van een veelvoud van overtredingen, nog daargelaten de vraag of twee overtredingen zonder meer een veelvoud opleveren als bedoeld in het toezichtbeleid. Hieruit volgt dat verweerder bij de bepaling van de zwaarte van de sanctie ten onrechte ervan is uitgegaan dat volgens het toezichtbeleid in het onderhavige geval een sanctie van definitieve intrekking van de erkenning kan worden opgelegd. De bepaling van de zwaarte van de sanctie berust aldus niet op een deugdelijke motivering.

3.10. In verband met het voorgaande is de voorzieningenrechter voorts van oordeel dat de opgelegde sanctie van intrekking van de erkenning voor de duur van negen weken onevenredig zwaar is. Hierbij is van belang dat volgens bijlage 1 bij het Toezichtbeleid APK-erkenninghouders bij overtreding van (min of meer vergelijkbare) keuringsvoorschriften als genoemd in de rubriek “tijdelijke intrekking (12 weken)” in beginsel een sanctie van tijdelijke intrekking van negen weken wordt opgelegd, indien – zoals ten aanzien van de in geding zijnde keuringsplaats het geval is – in de afgelopen drie jaar niet eerder een sanctie is opgelegd en de erkenninghouder niet meer dan eenmaal in de P-klasse is geplaatst. Hiervan uitgaande had verweerder, nu hij – overigens terecht – aanleiding heeft gezien tot een aanzienlijke sanctiematiging wegens bijzondere feiten en omstandigheden, moeten komen

tot oplegging van een aanmerkelijk minder zware sanctie dan intrekking voor de duur van negen weken. Hierbij dient in aanmerking te worden genomen dat de ernst van de onderhavige overtredingen niet gelegen kan zijn in een enig concreet gevaar voor de verkeersveiligheid. Voor zover de betrokken voertuigeigenaar in zijn belangen zou zijn geschaad doordat hij geen beroep heeft kunnen instellen tegen afkeuring van zijn voertuig, verdient opmerking dat hij – conform de aanbeveling in de voorlichtingsfolder van de RDW die elke kentekenhouder toegestuurd krijgt wanneer een auto aan een keuring toe is – om afgifte van een keuringsrapport had kunnen vragen in plaats van stampij te maken. Alle feiten en omstandigheden, zoals deze uit de gedingstukken en ter zitting naar voren zijn gekomen, in aanmerking genomen zou een voorwaardelijke intrekking van de erkenning voor de onderhavige keuringsplaats in dit geval de rechterlijke toets hebben kunnen doorstaan.

3.11. Het voorgaande leidt tot de slotsom dat het beroep gegrond is en het bestreden besluit dient te worden vernietigd wegens strijd met de artikelen 7:12, eerste lid, en 3:4, tweede lid, van de Awb. Verweerder dient een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak.

3.12. Gelet hierop bestaat geen aanleiding voor het treffen van een voorlopige voorziening.

3.13. Er zijn termen aanwezig voor een veroordeling van verweerder in de proceskosten van Kwik Fit. Ter zake van kosten van rechtsbijstand worden 3 punten toegekend (verzoekschrift, beroepschrift en zitting) met een wegingsfactor 1. De zaken van Kwik Fit en Smit worden aangemerkt als samenhangende zaken als bedoeld in artikel 3 van het Besluit proceskosten bestuursrecht, zodat het bedrag in de onderhavige zaak uitkomt op € 483,-.

4. Beslissing

De voorzieningenrechter van de rechtbank,

recht doende:

- verklaart het beroep gegrond;

- vernietigt het bestreden besluit;

- bepaalt dat verweerder een nieuw besluit neemt met inachtneming van deze uitspraak;

- gelast de RDW aan Kwik Fit de betaalde griffierechten van totaal € 464,- te vergoeden;

- veroordeelt verweerder in de proceskosten van Kwik Fit tot een bedrag van € 483,- ter zake van rechtsbijstand, te betalen door de RDW.

Tegen deze uitspraak, voor zover deze de hoofdzaak betreft, kan binnen zes weken na de dag van verzending hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, Postbus 20019, 2500EA Den Haag.

Aldus gegeven door mr. K. van Duyvendijk en in het openbaar uitgesproken op 2 oktober 2003 in tegenwoordigheid van de griffier.

Afschrift verzonden op: