Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZUT:2003:AI0391

Instantie
Rechtbank Zutphen
Datum uitspraak
23-07-2003
Datum publicatie
25-07-2003
Zaaknummer
Rolnummer: 50662 HAZA 02-961
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Vooropgesteld wordt dat uit de inhoud van de incasso-overeenkomst en de algemene voorwaarden -in onderling verband en samenhang beschouwd- het beeld naar voren komt dat de opdrachtgever van het incassobureau gehouden is door het hanteren van algemene voorwaarden dan wel (bij buitenlandse klanten) door het maken van contractuele afspraken, ten gunste van het incassobureau aanspraken op vergoeding van buitengerechtelijke kosten zeker te stellen. Het incassobureau heeft zich in haar algemene voorwaarden jegens haar opdrachtgever het recht voorbehouden de door haar geïncasseerde buitengerechtelijke kosten te verrekenen met de van de debiteur van haar opdrachtgever ontvangen gelden. Naast het overeengekomen jaartarief ontvangt het incassobureau bij een geslaagde incasso op die manier via de debiteur van haar opdrachtgever ter zake van buitengerechtelijke kosten 15% van de hoofdsom.

Dit laatste is in feite het aan het incassobureau toekomende honorarium.

Op grond van de inhoud van de incasso-overeenkomst en de daarvan deel uitmakende algemene voorwaarden kan niet worden geconcludeerd dat het incassobureau bij een geslaagde incasso daarnaast nog eens jegens haar opdrachtgever aanspraak kan maken op een incassoprovisie van 15% over de geïncasseerde hoofdsom.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK ZUTPHEN

Rolnummer: 50662 HAZA 02-961

Uitspraak : 23 juli 2003

Vonnis van de enkelvoudige kamer voor burgerlijke zaken in de zaak tussen:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

JURESTA NEDERLAND B.V.,

h.o.d.n. Juresta creditmanagement,

gevestigd te Apeldoorn,

eisende partij,

procureur: mr. L.E.A. Gelderman,

advocaat : mr. J.H.A.M. Hanssen te Arnhem,

en

1.de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

WELEX B.V.,

gevestigd te Lexmond,

2.de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid STABI-RENT B.V.,

gevestigd te Lexmond,

gedaagde partijen,

procureur: mr. A.J.H. Ozinga,

advocaat : mr. R.P. de Bruin.

Partijen worden in dit vonnis mede aangeduid als Juresta, Welex en Stabi-Rent.

1. Het verloop van de procedure

Dit verloop blijkt uit:

­ de dagvaarding van 23 oktober 2002

­ de conclusie van antwoord

­ de conclusie van repliek

­ de conclusie van dupliek

­ de akte uitlating producties van Juresta.

2. De vaststaande feiten

2.1 Tussen Juresta en Welex (die daarbij werd vertegenwoordigd door haar directeur de heer [heer A]) is een "incasso-overeenkomst binnenland + buitenland" gesloten, welke door deze partijen op14 november 1997 is ondertekend.

[heer A] is tevens directeur van Stabi-Rent.

Op de incasso-overeenkomst zijn de "Contractvoorwaarden (behorende bij de incasso-overeenkomst Juresta Nederland B.V.)" mede van toepassing. Deze

-door Juresta als productie 2 overgelegde- contractvoorwaarden zullen hierna als algemene voorwaarden worden aangeduid.

2.2 In de incasso-overeenkomst komen onder meer de navolgende passages voor:

"(….)

verklaren te zijn overeengekomen, dat Juresta ten behoeve van opdrachtgever alle openstaande vorderingen ten laste van in en buiten Nederland gevestigde debiteuren, welke achterstallig en/of dubieus zijn, zal incasseren.

De partijen in deze overeenkomst zijn gehouden aan de volgende bepalingen:

(….)

3. Opdrachtgever verplicht zich om Algemene-, Leverings- en Betalingsvoorwaarden te hanteren bij alle overeenkomsten (….) danwel om dergelijke voorwaarden te (laten) vervaardigen (….) en waaruit onomstotelijk blijkt, dat alle buitengerechtelijke kosten en alle gerechtelijke kosten alsmede de interesten, bij niet tijdige betaling van alle vorderingen en/of bij wanbetaling door een harer (van zijn) debiteuren, bij die debiteur in rekening worden gebracht; opdrachtgever draagt er voorts zorg voor, dat de voorwaarden op een juiste wijze conform de wettelijke normen, worden toegepast.

4.1 Opdrachtgever verplicht zich om in geval van buitenlandse leveringen als standaardbeding in de overeenkomst op te nemen, dat de klant/debiteur gehouden is om incassokosten en contractuele vertragingsrente te betalen, indien en zodra de debiteur zich niet houdt aan zijn betalingsverplichtingen (….)

4.3 Voor buitenlandse incasso's is het Juresta toegestaan om een voorschotnota in rekening te brengen, welke niet meer zal bedragen dan 15% van de som van de hoofdsom en de rente, doch slechts in die gevallen waar het de door Juresta ingeschakelde buitenlandse advocaat bij wet niet is toegestaan om zonder enig voorschot de werkzaamheden aan te vangen.

4.4 Onverkort het daarover bepaalde in de hier toepasselijke algemene voorwaarden van Juresta is het bij buitenlandse vorderingen, in verband met nimmer tevoren te taxeren risico's, te allen tijde toegestaan om gemaakte kosten en honoraria te declareren.

4.5 Onverkort het bepaalde in 4.1, 4.2, 4.3 en 4.4 geldt ten aanzien van "het kostenaspect" het volgende:

a. Indien de sommatie en hersommatie niets opleveren, zal de behandelende advocaat een schriftelijke taxatie overleggen van de kosten, welke moeten worden gemaakt om de gerechtelijke procedure te kunnen afwikkelen.

b. Opdrachtgever heeft het recht om, wanneer de taxatie voor hem/haar niet acceptabel is, de incasso te beëindigen en de opdracht in te trekken, in welk geval opdrachtgever f 75,-- administratiekosten verschuldigd is.

5. Opdrachtgever verplicht zich om alle relevante informatie en alle relevante stukken aan Juresta toe te zenden, welke van belang kunnen zijn bij het incasseren van openstaande vorderingen bij opdrachtgever's debiteuren. Aldus worden alle van belang zijnde bescheiden aan Juresta overhandigd, hieronder begrepen de laatste sommatie, welke opdrachtgever aan debiteur toezond en waarin aan debiteur wordt meegedeeld, dat de vordering ter incasso uit handen wordt gegeven (….)

9. Het voor deze overeenkomst overeengekomen tarief bedraagt: f 975,00 (….) exclusief B.T.W. per jaar. Hiervoor kan opdrachtgever onbeperkt/ongelimiteerd incasso-opdrachten inleveren bij Juresta.

Uit de tussen opdrachtgever en debiteur gesloten (leverings) overeenkomst en uit de daarop toepasselijke gehanteerde Algemene Voorwaarden als bedoeld in artikel 3 van deze overeenkomst blijkt, dat Juresta alle door Juresta te maken kosten conform bedoelde overeenkomst, alsmede conform bedoelde Algemene Voorwaarden, op debiteur kan verhalen.

Indien opdrachtgever incasso-opdrachten bij Juresta indient welke niet voldoen aan artikel 3 van deze overeenkomst, zal Juresta zonodig incassokosten kunnen berekenen conform het daarover bepaalde in de toepasselijke algemene voorwaarden (….)

11. Juresta is verplicht om na administratieve verwerking van de alsdan ontvangen geïncasseerde en verschuldigde gelden van debiteuren, zorg te dragen voor overboeking van de hoofdsom naar de bankrekening van opdrachtgever (….)."

2.3 In de algemene voorwaarden komen onder meer de navolgende bepalingen voor:

"Verklaring van de begrippen:

(….)

Buitengerechtelijke kosten: Dit zijn de kosten die worden gemaakt tot op het moment dat de dagvaarding wordt betekend aan de wederpartij.

Incassoprovisie: Het aan Juresta Nederland B.V. toekomende honorarium.

Incassokosten: Alle kosten die moeten worden gemaakt om een vordering te incasseren. Dus buitengerechtelijk kosten en gerechtelijke kosten (….)

ARTIKEL 3:VERPLICHTINGEN VAN DE OPDRACHTGEVER

Uit hoofde van de tussen de opdrachtgevers en Juresta Nederland B.V. gesloten incasso-overeenkomst kan de opdrachtgever een ongelimiteerd aantal incasso-opdrachten indienen bij Juresta Nederland B.V., zonder bijkomende buitengerechtelijke kosten in rekening gebracht te krijgen.

Het indienen van incasso-opdrachten kent, uiteraard mede uit hoofde van de incasso-overeenkomst, een aantal verplichtingen, waaraan de ingediende vordering moet voldoen. Deze verplichtingen vormen uitdrukkelijk ontbindende voorwaarden. Niet nakoming van de verplichting impliceert aldus, dat Juresta Nederland B.V. het recht heeft de vordering in behandeling te nemen conform de tarieven, als vastgelegd in artikel 4.A.d. Deze voorwaarden/verplichtingen luiden als volgt:

A. De vordering dient altijd tot stand te zijn gekomen onder de toepasselijkheid van de door opdrachtgever gehanteerde voorwaarden (….)

B. De vordering moet een onafhankelijk karakter hebben en mag niet blootstaan aan aanspraken uit hoofde van een nog niet vervulde tegenprestatie (….)

D. Tegelijk met de incasso-opdracht wordt telkens door opdrachtgever ter hand gesteld:

1. Leverings- of andere overeenkomst, welke aan de vordering ten grondslag ligt (bijvoorbeeld ondertekende opdrachtbevestiging of ondertekende afleveringsbon).

2. Alle overige relevante stukken; waaronder de factuur met specificaties, alsmede de aanmaningen en overige correspondentie van en met de debiteur (….)

ARTIKEL 4: INCASSOTARIEF EN VERHAAL VAN DE INCASSOKOSTEN

A. Incassotarief

A.a. De te verhalen buitengerechtelijke kosten worden primair vastgesteld aan de hand van de bepalingen daarover in de door opdrachtgever gehanteerde Algemene Voorwaarden.

A.b. Juresta Nederland B.V. kent daarbij het tarief van 15% van de som van uitstaande hoofdsom en vertragingsrente, te vermeerderen met de kosten van het uittreksel van de Kamer van Koophandel en/of Bevolkingsregister. Het minimum van de buitengerechtelijke kosten bedraagt: f 300,00.

A.c. Opdrachtgever is altijd en onder alle omstandigheden de B.T.W. verschuldigd van de geïncasseerde buitengerechtelijke kosten (….)

A.d. Indien, in opdracht van de rechter of in een andere soortgelijke situatie, een gespecificeerde nota moet worden opgesteld, waaruit de verschuldigdheid van een door Juresta Nederland B.V. vastgesteld bedrag aan incassoprovisie moet blijken, worden door Juresta Nederland B.V. de volgende tarieven doorberekend:

1. Uurloon directie (….) f 185,00

2. Uurloon leden algemene-en juridische zaken f 210,00 (….)

6. Uurloon advocaat ad f 290,00, indien een advocaat is ingeschakeld.

B. Verhaal van de incassokosten.

B.a. Conform de bepalingen in de incasso-overeenkomst worden de kosten, dankzij de bepalingen in de Algemene Voorwaarden van de opdrachtgever, verhaald op de debiteur. Dit is een primaire stelling.

B.b. Indien blijkt, dat de incasso-kosten niet verhaald kunnen worden op de debiteur, terwijl aan alle voorwaarden en verplichtingen voortvloeiend uit de incasso-overeenkomst (waarvan deze voorwaarden deel uit maken) is voldaan, dan worden geen bijkomende kosten of incasso-kosten bij opdrachtgever in rekening gebracht.

B.c. Indien opdrachtgever één of meer van zijn verplichtingen en/of voorwaarden, zoals die uit de incasso-overeenkomst voortvloeien en onder andere zijn vervat in art. 3. onder A t/m F, niet is nagekomen, heeft Juresta Nederland B.V. het recht om de incassokosten bij opdrachtgever in rekening te brengen en, desnoods, te verrekenen met de geïncasseerde hoofdsommen.

B.d. Juresta Nederland B.V. incasseert het totaal verschuldigde in de hieronder vastgestelde volgorde:

1. In eerste aanleg worden incassokosten geïncasseerd en afgeboekt op het totaal verschuldigde (….)

B.e. 1a. Juresta Nederland B.V. heeft het recht om de incassokosten in mindering te brengen op de geïncasseerde gelden.

B.e. 1b. Het hiervoor bepaalde impliceert ondermeer, dat Juresta Nederland B.V. of de door haar aangewezen advocaat, het recht heeft om de door de debiteur rechtstreeks aan opdrachtgever betaalde incassokosten opeisbaar in rekening te brengen bij de opdrachtgever (….)

B.f. Overige bepalingen m.b.t. betaling.

Als betaling na het verstrekken van de incasso-opdracht (…) en waarvoor alle overeengekomen tarieven van toepassing zijn, wordt aangemerkt:

A. Alle geïncasseerde bedragen

(….)

E. Ieder teniet gaan van het vorderingsrecht van de opdrachtgever op de debiteur op welke wijze dan ook, zodanig dat de opdrachtgever niet meer in het bezit is van de aan Juresta Nederland B.V. ter incasso overgedragen vordering op de debiteur.

B.g. Indien opdrachtgever een vordering zelf, zonder toestemming van en/of zonder overleg met Juresta Nederland B.V. regelt, de incassowerkzaamheden belemmert of de opdracht intrekt, is 15% incassoprovisie verschuldigd over het volledige bedrag van de vordering, desnoods te vermeerderen met door Juresta Nederland B.V. betaalde verschotten (….)

ARTIKEL 6: BETALING

Alle betalingen aan Juresta Nederland B.V. dienen te worden voldaan binnen 14 dagen na factuur-dagtekening (….)

Indien betaling niet heeft plaatsgevonden binnen de daarvoor overeengekomen termijn, dan is opdrachtgever verplicht om een vergoeding wegens renteverlies

(zogenaamde vertragingsrente) te voldoen ten bedrage van 2% per maand van het totale bedrag der factuur, waarbij een gedeelte van de maand wordt berekend als een gehele maand. Juresta Nederland B.V. is gerechtigd om bij uitblijven van betaling alle kosten in rekening te brengen, welke de invordering van de verschuldigde gelden met zich mee brengt, zoals buitengerechtelijke kosten.

De buitengerechtelijke kosten of incassokosten bedragen tenminste 15% van de som van de hoofdsom en de vertragingrente met een minimum van f 300,00 per geval/factuur (….)."

2.4 Welex heeft -gebruikmakend van haar briefpapier- op 9 maart 1998 aan Juresta een incasso-opdracht gegeven.

Het betrof een vordering van Stabi-Rent op Mc Dermott-ETPM S.A., gevestigd te Nanterre (Frankrijk) ad f 100.026,60 en een vordering van Stabi-Rent op Mc Dermott ETPM te Rotterdam ad f 327.897,56. Beide debiteuren zullen hierna als ETPM worden aangeduid.

Juresta heeft de incasso -met medeweten van Welex- ter behandeling overgedragen aan het juridisch bureau Lexis te Antwerpen (hierna: Lexis).

2.5 Lexis is vervolgens op 25 maart 1998 tot aanmaning van ETPM overgegaan, waarbij tevens aanspraak is gemaakt op vergoeding van conventionele rente ad 1% per maand en schadevergoeding van 15%.

Bij brief van 14 april 1998 heeft Lexis aan "Welex * Stabi-Rent b.v." laten weten dat ETPM heeft beweerd dat er betaald zou worden, doch dat daarvan een bewijs ontbreekt. Lexis adviseert een kort geding aan te spannen "voor de totaliteit" bij de rechtbank van Nanterre. Welex heeft daarin toegestemd. Het daarvoor door Lexis verlangde depot ad 100.000 BEF heeft Welex niet voldaan.

2.6 Op of omstreeks 24 april 1998 heeft Stabi-Rent van ETPM integrale betaling van de hoofdsommen ad in totaal f 427.924,16 ontvangen, hetgeen aan Lexis is medegedeeld.

Namens Stabi-Rent is vervolgens een kort geding jegens ETPM aangespannen ter zake van de contractuele rente en de buitengerechtelijke kosten. De kort gedingrechter te Nanterre heeft de zaak doorverwezen naar de bodemrechter.

Bij vonnis van 15 juni 2000 heeft de handelsrechtbank van Nanterre ETPM veroordeeld tot betaling van wettelijke rente, met veroordeling van ETPM in de kosten van het geding.

De Franse advocaat, die Stabi-Rent in voormelde procedure vertegenwoordigde, heeft aan Lexis twee facturen verzonden ad in totaal € 1.379,14, welke facturen door Lexis zijn voldaan.

2.7 Juresta heeft aan Welex bij factuur d.d. 18 juni 1998 (met als vervaldatum 18 juli 1998) een bedrag van f 75.421,63, inclusief BTW (€ 34.224,84)euro ter zake van incassoprovisie in rekening gebracht. Welex noch Stabi-Rent hebben bedoelde factuur voldaan.

3. De vordering

3.1 Juresta vordert dat de rechtbank bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis Welex en Stabi-Rent hoofdelijk -des dat de één betalende, de ander in zoverre zal zijn bevrijd- zal veroordelen om aan haar tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen een bedrag van in totaal € 72.416,55 euro, te vermeerderen met de contractuele rente over een bedrag van € 34.224,84 euro vanaf 1 september 2002 alsmede te vermeerderen met de contractuele rente over een bedrag van € 1.379,14 euro vanaf 1 september 2002, een en ander met veroordeling van Welex en Stabi-Rent in de kosten van het geding, met bepaling dat Welex en Stabi-Rent wettelijke rente verschuldigd zijn over de proceskosten vanaf 8 dagen na betekening van het in deze te wijzen vonnis.

3.2 Juresta legt aan haar vorderingen tegen de achtergrond van de vaststaande feiten de navolgende stellingen ten grondslag.

Doordat de werkzaamheden van Lexis buiten rechte tot betaling van de hoofdsom door ETPM hebben geleid is Welex aan Juresta incassoprovisie verschuldigd.

Op grond van het bepaalde in de artikelen 4.A.a en b. jo. 4.B.d. jo. 4.B.e.1.a jo. 4.B.f van de algemene voorwaarden is Welex dan ook gehouden om de hiervoor sub 2.7 vermelde factuur d.d. 18 juni 1998 ad € 34.224,84 te voldoen.

De handelsrechtbank van Nanterre heeft geoordeeld dat Stabi-Rent de voorwaarden van ETPM heeft aanvaard, op grond waarvan Stabi-Rent geen aanspraak meer kon maken op vergoeding van de gevorderde buitengerechtelijke kosten ad 15% van de hoofdsom, zoals bepaald in de algemene voorwaarden van Stabi-Rent. Stabi-Rent heeft niet voldaan aan haar verplichting welke volgt uit artikel 3 jo. 4.1 van de incasso-overeenkomst en/of artikel 3.A van de algemene voorwaarden van Juresta, althans heeft Stabi-Rent voorwaarden van haar debiteur geaccepteerd die de mogelijkheid tot het verhalen van buitengerechtelijke kosten op de debiteur onmogelijk heeft gemaakt. Het niet kunnen verhalen van de buitengerechtelijke kosten op ETPM is derhalve volledig toe te rekenen aan het handelen dan wel nalaten van Stabi-Rent zelf. Uit het bepaalde in artikel 4.B.c. van de algemene voorwaarden vloeit voort dat Welex gehouden is voormeld bedrag aan Juresta te voldoen.

Op grond van het bepaalde in artikel 6 van de algemene voorwaarden van Juresta is Welex vanaf 18 juli 1998 tot en met augustus 2002 ter zake van contractuele rente een bedrag van € 34.224,84 euro verschuldigd.

Tevens is Juresta op grond van evengemeld artikel gerechtigd om 15% buitengerechtelijke kosten in rekening te brengen over de hoofdsom en de vertragingsrente. Juresta heeft verschillende buitengerechtelijke incassowerkzaamheden moeten (laten) uitvoeren. Zij beperkt haar vordering ter zake tot een bedrag van € 1.542,--euro, zijnde twee punten van het toepasselijke liquidatietarief.

Op grond van het bepaalde in artikel 4.4 van de incasso-overeenkomst jo. artikel 4.B.c. van haar algemene voorwaarden is Juresta gerechtigd om de incassokosten (waaronder gemaakte kosten en honoraria van de advocaat in Frankrijk) bij Welex in rekening te brengen. Welex heeft ingestemd met het opstarten van de gerechtelijke procedure in Frankrijk voor enkel de buitengerechtelijke kosten en de contractuele rente.

Op grond van artikel 6 van de algemene voorwaarden van Juresta is Welex vanaf de diverse vervaldata van de hiervoor sub 2.6 bedoelde facturen, respectievelijk 1 februari 1999 en 9 mei 2001, tot en met augustus 2002 een totale rente verschuldigd van € 1.045,73.euro

Welex en Stabi-Rent zijn gevestigd op hetzelfde adres en ressorteren uiteindelijk onder dezelfde BV, Roferro BV, waarvan enig aandeelhouder is de heer [heer A], eveneens directeur van Welex en Stabi-Rent.

Welex dient, gezien onder meer de incasso-overeenkomst en de verstrekte incasso-opdracht, de vordering van Juresta te voldoen.

Teneinde te voorkomen dat Welex zich beroept op het feit dat de ter incasso aangeboden vordering een vordering van Stabi-Rent betrof, zodat Welex in dat verband niets zou behoeven te betalen, is ook Stabi-Rent gedagvaard. Stabi-Rent en Welex zijn zodanig met elkaar verweven dat ook Stabi-Rent dient te worden veroordeeld.

4. Het verweer

4.1 Welex en Stabi-Rent concluderen dat de rechtbank bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis Juresta niet-ontvankelijk zal verklaren in haar vorderingen, althans haar deze zal ontzeggen met haar veroordeling in de kosten van het geding.

4.2 Op het verweer van Welex en Stabi-Rent zal, voor zover van belang, hierna nader worden ingegaan.

5. De beoordeling van het geschil

5.1 Nu de incasso-overeenkomst is gesloten tussen Welex en Juresta en de ten processe bedoelde incasso-opdracht aan Juresta is verstrekt door Welex (die daarbij gebruik heeft gemaakt van haar briefpapier), is het enkele feit dat de te incasseren vordering niet aan Welex doch aan Stabi-Rent toebehoorde, ongenoegzaam om Stabi-Rent alleen dan wel tezamen met Welex hoofdelijk jegens Juresta gebonden te achten. Dit wordt niet anders doordat Welex en Stabi-Rent op hetzelfde adres gevestigd zijn, dat de heer [heer A] directeur van beide vennootschappen is en aandeelhouder van de moedermaatschappij (Ferrolex International B.V.) van Welex en Stabi-Rent. Welex en Stabi-Rent zijn immers zelfstandige rechtspersonen. Tussen Juresta en Stabi-Rent bestaat geen contractuele relatie. Dat Juresta de door Welex verstrekte incasso-opdracht heeft uitgevoerd maakt dit niet anders. Hierbij wordt mede in aanmerking genomen dat Welex niet heeft weersproken dat haar logo en dat van Stabi-Rent identiek zijn alsmede dat op de ter incasso aangeboden facturen van Stabi-Rent wordt verwezen naar het BTW-nummer van Welex. Dit is dermate verwarrend dat Juresta in redelijkheid niet kan worden tegengeworpen dat Welex in feite buiten de incasso-opdracht zou staan.

Juresta dient onder deze omstandigheden niet ontvankelijk te worden verklaard in haar vordering, voor zover deze mede is ingesteld jegens Stabi-Rent.

In het voorgaande ligt besloten dat het verweer dat Juresta in haar vordering jegens Welex niet-ontvankelijk verklaard zou dienen te worden, niet opgaat.

5.2 Vooropgesteld wordt dat uit de inhoud van de incasso-overeenkomst en de algemene voorwaarden -in onderling verband en samenhang beschouwd- het beeld naar voren komt dat de opdrachtgever van Juresta gehouden is door het hanteren van algemene voorwaarden dan wel (bij buitenlandse klanten) door het maken van contractuele afspraken, ten gunste van Juresta aanspraken op vergoeding van buitengerechtelijke kosten zeker te stellen. Juresta heeft zich in haar algemene voorwaarden jegens haar opdrachtgever het recht voorbehouden de door haar geïncasseerde buitengerechtelijke kosten te verrekenen met de van de debiteur van haar opdrachtgever ontvangen gelden. Naast het overeengekomen jaartarief ontvangt Juresta bij een geslaagde incasso op die manier via de debiteur van haar opdrachtgever ter zake van buitengerechtelijke kosten 15% van de hoofdsom.

Dit laatste is in feite het aan Juresta toekomende honorarium.

5.3 Anders dan Juresta heeft gesteld kan op grond van de inhoud van de incasso-overeenkomst en de daarvan deel uitmakende algemene voorwaarden van Juresta niet worden geconcludeerd dat Welex vanwege het enkele feit dat ETPM na aanmaning door Lexis de hoofdsom voldeed reeds een incassoprovisie van 15% over de hoofdsom verschuldigd is.

Immers, in de incasso-overeenkomst komt het begrip incasso-provisie in het geheel niet voor. Weliswaar wordt in artikel 4.4 van de incasso-overeenkomst, dat betrekking heeft op buitenlandse vorderingen waarvan in casu sprake is, over het declareren van gemaakte kosten en honoraria gesproken, doch uit die passage kan niet meer worden afgeleid dan dat het daarbij gaat om kosten en honoraria van door Juresta in het buitenland ingeschakelde personen. In geen geval kan in artikel 4.4 van de incasso-overeenkomst worden gelezen dat Juresta bij een geslaagde incasso jegens Welex aanspraak kan maken op een incassoprovisie van 15% over de hoofdsom, ongeacht de omvang van de daadwerkelijk verrichte werkzaamheden.

In de algemene voorwaarden van Juresta wordt onder "Verklaring van de begrippen" een onderscheid gemaakt tussen buitengerechtelijke kosten, incassokosten en incassoprovisie (het aan Juresta toekomende honorarium).

In de verdere tekst van de algemene voorwaarden komt de term incassoprovisie nog maar twee maal voor: in artikel 4.A.d. en artikel 4.B.g. Beide artikelen regelen niet de verschuldigdheid van incassoprovisie na een geslaagde incasso.

5.4 Artikel 4.A. van de algemeen voorwaarden gaat over het incassotarief. Dit begrip wordt niet nader in de algemene voorwaarden gedefinieerd, zodat gelijkstelling met het wel nader gedefinieerde begrip "incassoprovisie" niet zonder meer voor de hand ligt. Dit klemt temeer nu artikel 4.A.a spreekt over de te verhalen buitengerechtelijke kosten. Die kosten worden primair vastgesteld aan de hand van daarover in de algemene voorwaarden van de opdrachtgever opgenomen bepalingen.

Ook artikel 4.A.b. gaat blijkens de tweede volzin onmiskenbaar enkel over buitengerechtelijke kosten. Bedoelde kosten worden in de begripsomschrijving in de algemene voorwaarden duidelijk onderscheiden van de incasso-provisie. Voor zover de redactie van artikel 4 A.b. van de algemene voorwaarden onduidelijk is komt die onduidelijkheid voor rekening en risico van de opsteller daarvan: Juresta. Hetzelfde geldt overigens ook ten aanzien van de redactie van artikel 4.4. van de incasso-overeenkomst.

5.5 Blijkens het bepaalde in artikel 4.B.d. van haar algemene voorwaarden worden door Juresta geïncasseerde bedragen door haar allereerst toegerekend aan de verschuldigde incassokosten, onder welke kosten overeenkomstig de begripsomschrijving in de algemene voorwaarden buitengerechtelijke kosten en gerechtelijke kosten dienen te worden verstaan. Op grond van artikel 4.B.e.1a. van haar algemene voorwaarden is Juresta gerechtigd om de incassokosten in mindering te brengen op de geïncasseerde gelden. Ook deze bepalingen bieden geen steun aan het standpunt van Juresta in deze. Opgemerkt wordt hierbij dat ook Juresta, die bij bij conclusie van repliek incassoprovisie en incassotarief -ten onrechte- als synoniemen beschouwt, het incassotarief niet onder de noemer incassokosten brengt.

Tenslotte kan ook het bepaalde in artikel 4.B.f. van de algemene voorwaarden bij gebreke van nadere onderbouwing, die ontbreekt, het standpunt van Juresta niet dragen.

5.6 Juresta kan jegens de opdrachtgever aanspraak op vergoeding van buitengerechtelijke kosten maken, indien de opdrachtgever op enigerlei in de algemene voorwaarden van Juresta voorziene wijze het realiseren van de aanspraak van Juresta op buitengerechtelijke kosten frustreert.

Juresta heeft gesteld dat die situatie zich hier heeft voorgedaan, nu Stabi-Rent de algemene voorwaarden van ETPM zou hebben geaccepteerd, hetgeen tot gevolg zou hebben gehad dat Stabi-Rent jegens ETPM geen aanspraak op vergoeding van buitengerechtelijke kosten zou kunnen maken.

Ofschoon dit laatste uit het vonnis van de handelsrechtbank van Nanterre d.d. 15 juni 2000 kan worden afgeleid, is dit niet de dragende overweging, welke ten grondslag ligt aan de afwijzing van de aanspraken ter zake van Stabi-Rent. Immers, de handelsrechtbank heeft vooropgesteld dat Stabi-Rent niet heeft bewezen dat ETPM de algemene voorwaarden van Stabi-Rent, vermeld op de achterzijde van haar facturen, zou hebben aanvaard. Daar waar de algemene voorwaarden van ETPM niet voorzien in vergoeding van buitengerechtelijke kosten, ligt het voor de hand dat de vordering van Stabi-Rent tot vergoeding van buitengerechtelijke kosten is afgewezen. Niet gezegd kan worden dat Welex, die naar de eigen stelling van Juresta net zoals Stabi-Rent algemene voorwaarden hanteert, welke een beding ter zake van buitengerechtelijke kosten ter hoogte van 15% van de hoofdsom bevat, heeft gehandeld in strijd met het bepaalde in artikel 3 jo. 4.1 van de incasso-overeenkomst en/of artikel 3.A van de algemene voorwaarden.

Bij deze stand van zaken, waarbij de Franse advocaat, die niet door Welex is uitgekozen, kennelijk "een steek heeft laten vallen", kan Welex in redelijkheid niet verweten worden dat zij de aanspraak van Juresta op vergoeding van buitengerechtelijke kosten zou hebben gefrustreerd, of, anders gezegd, dat de niet-toewijsbaarheid van de gevorderde buitengerechtelijke kosten voor rekening en risico van Welex zou moeten komen.

5.7 Het vorenstaande heeft tot gevolg dat Juresta jegens Welex rechtens geen aanspraak heeft op het ter zake van provisie c.q. buitengerechtelijke kosten gevorderde bedrag van € 34.224,84 euro en uiteraard evenmin aanspraak op de contractuele vertragingsrente tot een gelijk bedrag.

Het door Welex gedane beroep op bedrog/dwaling behoeft bij deze stand van zaken geen bespreking. Hetzelfde geldt ten aanzien van het verweer dat het beding in artikel 4.A.b. van de algemene voorwaarden van Juresta onredelijk bezwarend zou zijn.

5.8 Vaststaat dat Welex -voordat ETPM de hoofdsom aan Stabi-Rent had betaald- aan Lexis toestemming heeft gegeven voor het aanspannen van een kort geding tegen ETPM ter zake van de totale vordering c.a..

Juresta stelt zich op het standpunt dat Welex na ontvangst van bedoelde betaling zou hebben ingestemd met het aanspannen van een kort geding om de contractuele rente en de buitengerechtelijke kosten vergoed te krijgen van ETPM. Welex heeft dit gemotiveerd bestreden.

Ofschoon de Franse advocaat -in strijd met het bepaalde in artikel 4.5 sub a van de incasso-overeenkomst- aan Welex voorafgaand aan het aanspannen van het kort geding geen taxatie van de proceskosten heeft doen toekomen, waardoor aan Welex de mogelijkheid van een kosten/baten-analyse is onthouden, is het beroep van Welex op die contractuele bepaling, voor zover zij daarmee beoogt van haar betalingsverplichting te worden bevrijd, naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar. Hetzelfde geldt voor haar verweer dat zij geen toestemming voor het aanspannen van het kort geding om de contractuele rente en de buitengerechtelijke kosten vergoed te krijgen van ETPM zou hebben gegeven. Immers, de in rechte door de Franse advocaat gemaakte kosten zijn aanzienlijk lager dan de wettelijke rente, tot betaling waarvan ETPM door de handelsrechtbank van Nanterre is veroordeeld.

Welex dient op grond van het bepaalde in artikel 4.4 van de incasso-overeenkomst de kosten en de honoraria van de Franse advocaat ad € 1.379,84 euro aan Juresta te vergoeden. Anders dan Welex heeft gesteld is daarvoor niet vereist dat bedoelde kosten (geheel) op ETPM moeten zijn verhaald.

Nu Juresta tegenover de gemotiveerde betwisting van de zijde van Welex niet heeft aangetoond dat zij jegens Welex (dan wel Stabi-Rent) buiten rechte aanspraak heeft gemaakt op betaling van evengemeld bedrag kan zij jegens Welex geen aanspraak maken op vergoeding van contractuele rente, welke tot en met augustus 2002 zou zijn opgelopen tot € 1.045,73. euro

Op grond van het bepaalde in artikel 6 van haar algemene voorwaarden heeft Juresta in het onderhavige geval slechts aanspraak op vergoeding van contractuele rente vanaf de dag der dagvaarding.

5.9 Daar de door Juresta gevorderde buitengerechtelijke kosten enkel betrekking hebben op het niet voor toewijzing vatbaar gebleken onderdeel van haar vordering, komen deze kosten niet voor vergoeding in aanmerking.

5.10 Het vorenoverwogene leidt tot na te melden beslissing.

Juresta dient als de overwegend in het ongelijk gestelde partij te worden veroordeeld in de kosten van het geding.

De beslissing

De rechtbank, rechtdoende,

verklaart Juresta niet-ontvankelijk in haar vorderingen, voor zover deze zijn ingesteld tegen Stabi-Rent;

veroordeelt Welex om aan Juresta tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen de som van 1.379,14 euro, te vermeerderen met de contractuele rente over voormeld bedrag vanaf 23 oktober 2002 tot de dag der voldoening;

veroordeelt Juresta in de kosten van het geding, tot op de dag van deze uitspraak aan de zijde van Welex en Stabi-Rent gevallen en begroot op € 725,-- euro aan verschotten en € 1.542,-- euro aan salaris van de procureur;

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

wijst af hetgeen meer of anders is gevorderd.

Dit vonnis is gewezen door mr. S.A.M. Vrendenbarg-Elsbeek en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 23 juli 2003.

Th/VR