Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZUT:2003:AH9598

Instantie
Rechtbank Zutphen
Datum uitspraak
03-06-2003
Datum publicatie
09-07-2003
Zaaknummer
06/080083-03
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Leveren grondstoffen synthetische drugs en storten afvalstoffen synthetische drugs

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK ZUTPHEN

Meervoudige economische strafkamer

Parketnummer : 06/080083-03

Datum uitspraak : 03 juni 2003

Tegenspraak - dip

VERKORT VONNIS

In de zaak tegen:

[verdachte]

geboren op [adres, plaats]

zonder bekend GBA-adres hier ten lande,

thans gedetineerd in de penitentiaire inrichting "[naam,plaats]

Onderzoek van de zaak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 20 mei 2003.

De tenlastelegging

Aan bovenbedoelde gedagvaarde persoon wordt tenlastegelegd dat:

1.

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode 29 januari 2003 tot

en met 12 februari 2003 in de gemeente Apeldoorn en/of Nijmegen en/of Asten

en/of Someren en/of Haarlem en/of Amstelveen, in elk geval in Nederland

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen om een feit,

bedoeld in het derde of vierde lid van artikel 10 van de opiumwet te weten

het opzettelijk bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren,

verstrekken, vervoeren en/of vervaardigen van (een) hoeveelhe(i)d(en) van een

materiaal bevattende MDA en/of MDEA en/of MDMA en/of amfetamine, in elk geval

(telkens) (een) middel(en) vermeld op de bij de opiumwet behorende lijst 1

voor te bereiden en/of te bevorderen

een of meer anderen heeft getracht te bewegen om dat/die feiten te plegen, te

doen plegen, mede te plegen, uit te lokken en/of om daarbij behulpzaam te zijn

en/of om daartoe gelegenheid, middelen en/of inlichtingen te verschaffen en/of

heeft getracht zich en/of een of meer anderen gelegenheid en/of middelen en/of

inlichtingen tot het plegen van dat/die feiten(en) te verschaffen en/of

voorwerpen en/of vervoermiddelen en/of stoffen en/of gelden en/of andere

betaalmiddelen voorhanden heeft gehad waarvan hij wist of ernstige redenen had

te vermoeden dat die/dat bestemd was/waren tot het plegen van dat/die feit(en),

hebbende hij, verdachte en/of (een of meer van) verdachtes mededader(s) toen

daar

- (telkens) 1000 liter, althans (een) (grote) hoeveelhe(i)d(en), aceton

besteld en/of (vervolgens) opgehaald en/of vervoerd en/of ten behoeve van een

of meer afnemer(s) afgegeven, en/of

- (een) (grote) hoeveelhe(i)d(en) aceton en/of andere afvalstoffen en/of

chemicaliën gebruikt bij de productie van synthetische drugs gedumpt;

art 10a lid 1 ahf/sub 3 alinea Opiumwet

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

2.

hij in of omstreeks de periode 29 januari 2003 tot en met 14 februari 2003 in

de gemeente Apeldoorn en/of Nijmegen en/of Asten en/of elders in Nederland

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, als

deelnemer aan het handelsverkeer en/of als persoon bedoeld in artikel 1 tweede

lid onder e van de verordening, de minister (van Volksgezondheid, Welzijn en

Sport) opzettelijk niet onverwijld in kennis heeft gesteld van een of meer

voorvallen die doen vermoeden dat geregistreerde stoffen die in de handel

zullen worden gebracht of die voor de invoer zijn bestemd, misbruikt zullen

worden of kunnen worden voor de illegale vervaardiging van verdovende middelen

of psychotrope stoffen;

art 2 Wet Voorkoming Misbruik Chemicalien

3.

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode 6 februari 2003

tot en met 11 februari 2003 in de gemeente Haarlem en/of Amstelveen, althans

in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans

alleen, al dan niet opzettelijk zich van afvalstoffen te weten aceton en/of

andere afvalstoffen en/of chemicaliën gebruikt bij de productie van

synthetische drugs heeft ontdaan door deze - al dan niet in verpakking -

buiten een inrichting op of in de bodem te brengen;

art 10.2 lid 1 Wet milieubeheer

Voor zover in de tenlastelegging taal- of schrijffouten en/of omissies voorkomen, zijn deze verbeterd.

De verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

Bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de volgende feiten heeft begaan, te weten dat:

1.

hij op tijdstippen in de periode 29 januari 2003 tot en met 12 februari 2003 in de gemeenten Apeldoorn en Nijmegen en Asten en Someren en Haarlem en Amstelveen,

tezamen en in vereniging met anderen, om een feit, bedoeld in het derde lid van artikel 10 van de opiumwet, te weten het opzettelijk bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren,

verstrekken, vervoeren en vervaardigen van hoeveelheden van een materiaal bevattende MDMA, in elk geval een middel vermeld op de bij de opiumwet behorende lijst 1 voor te bereiden en te bevorderen, vervoermiddelen en stoffen voorhanden heeft gehad waarvan hij ernstige redenen had

te vermoeden dat die bestemd waren tot het plegen van die feiten,

hebbende hij, verdachte en verdachtes mededader toen daar

- telkens 1000 liter aceton besteld en vervolgens opgehaald en vervoerd en ten behoeve van een

afnemer afgegeven, en

- grote hoeveelheden aceton en andere afvalstoffen en chemicaliën gebruikt bij de productie van synthetische drugs gedumpt;

2.

hij in de periode 29 januari 2003 tot en met 14 februari 2003 in de gemeente Apeldoorn,

als deelnemer aan het handelsverkeer of als persoon bedoeld in artikel 1 tweede

lid onder e van de verordening, de minister (van Volksgezondheid, Welzijn en

Sport) opzettelijk niet onverwijld in kennis heeft gesteld van voorvallen die doen vermoeden dat geregistreerde stoffen die in de handel zullen worden gebracht, misbruikt zullen worden of kunnen worden voor de illegale vervaardiging van verdovende middelen

of psychotrope stoffen;

3.

hij op tijdstippen in de periode 6 februari 2003 tot en met 11 februari 2003 in de gemeenten Haarlem en Amstelveen, tezamen en in vereniging met een ander, opzettelijk zich van afvalstoffen te weten aceton en andere afvalstoffen en chemicaliën gebruikt bij de productie van synthetische drugs heeft ontdaan door deze - al dan niet in verpakking - buiten een inrichting op de bodem te brengen;

Wat meer of anders is tenlastegelegd dan hiervoor is bewezen verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen.

De verdachte behoort hiervan te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op de misdrijven:

Feit 1: Medeplegen van een feit, bedoeld in het derde lid van artikel 10 van de Opiumwet, voorbereiden of bevorderen, vervoermiddelen en stoffen voorhanden heeft gehad, waarvan hij ernstige reden heeft om te vermoeden dat zij bestemd zijn tot het plegen van dat feit, meermalen gepleegd.

Feit 2: Opzettelijke overtreding van een voorschrift, gesteld bij of krachtens artikel 2 van de Wet voorkoming misbruik chemicaliën, meermalen gepleegd.

Feit 3: Medeplegen van opzettelijke overtreding van een voorschrift, gesteld bij of krachtens artikel 10.2. van de Wet milieubeheer, meermalen gepleegd.

Strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu er geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

Oplegging van straf

De rechtbank acht na te melden strafoplegging in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander tijdens het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, alsmede op grond van een omtrent verdachte opgemaakte voorlichtingsrapport van de Reclassering Nederland d.d. 29 april 2003.

De rechtbank heeft bij haar straftoemeting in het bijzonder in aanmerking genomen dat verdachte zich tezamen met zijn mededaders, schuldig heeft gemaakt aan strafbare feiten, met name gericht op de toelevering en het transport van grote hoeveelheden aceton die werden gebruikt voor de fabricage van synthetische drugs. Verdachte heeft met zijn handelwijze bijgedragen tot de instandhouding van het gebruik en de afhankelijkheid van gebruikers van dit soort drugs, die een ernstig gevaar vormen voor de volksgezondheid. Met de handel in deze stoffen/drugs wordt veel geld verdiend. Verdachte heeft zich uit louter winstbejag ingelaten met die verderfelijke drugshandel.

De rechtbank heeft verder gelet op verdachtes recidive van onder meer economische delicten

zoals blijkt uit zijn justitiële documentatie d.d. 16 mei 2003. Tevens heeft de rechtbank in aanmerking genomen dat verdachte nog in een proeftijd liep van een vonnis van de economische politierechter te Utrecht, hetgeen hem er kennelijk niet van weerhouden heeft zich wederom schuldig te maken aan dergelijke strafbare feiten.

Gezien vorenstaande is de rechtbank van oordeel dat een vrijheidsstraf van na te melden duur dient te worden opgelegd.

De rechtbank is van oordeel dat een voorwaardelijk deel op zijn plaats is, enerzijds teneinde de ernst van de onderhavige feiten te benadrukken en anderzijds om te proberen verdachte te weerhouden van het plegen van soortgelijke feiten.

Verbeurdverklaring

De na te melden inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten 100 jerrycans van 20 liter, vermoedelijk inhoudende aceton, toebehorende aan verdachte, zijn vatbaar voor verbeurdverklaring, nu het voorwerpen zijn met behulp waarvan het bewezenverklaarde is begaan of voorbereid.

Bij deze beslissing heeft de rechtbank gelet op de draagkracht van verdachte.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Deze strafoplegging is gegrond op:

- de artikelen 14a, 14b, 14c, 33, 33a, 47, 57 en 63 van het Wetboek van Straf-recht;

- de artikelen 2, 10 en 10a van de Opiumwet;

- de artikelen 1, 1a, 2 en 6 van de Wet op de economische delicten;

- de Verordening (EEG) nr. 3677/90 van de Raad van de Europese gemeenschappen van 13 december 1990;

- de Verordening (EEG) nr. 3769 van de Commissie van 21 december 1992;

- de artikelen 1 en 2 van de Wet voorkoming misbruik chemicaliën;

- artikel 10.2 van de Wet milieubeheer;

Beslissing

De rechtbank beslist als volgt.

Verklaart, zoals hiervoor overwogen, bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hierboven bewezen is ver-klaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart het bewezenverklaarde strafbaar.

Het bewezenverklaarde levert op de misdrijven:

Feit 1: Medeplegen van een feit, bedoeld in het derde lid van artikel 10 van de Opiumwet, voorbereiden of bevorderen, vervoermiddelen en stoffen voorhanden heeft gehad, waarvan hij ernstige reden heeft om te vermoeden dat zij bestemd zijn tot het plegen van dat feit, meermalen gepleegd.

Feit 2: Opzettelijke overtreding van een voorschrift, gesteld bij of krachtens artikel 2 van de Wet voorkoming misbruik chemicaliën, meermalen gepleegd.

Feit 3: Medeplegen van opzettelijke overtreding van een voorschrift, gesteld bij of krachtens artikel 10.2. van de Wet milieubeheer, meermalen gepleegd.

Verklaart de verdachte ter zake van het bewezenverklaarde strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 36 (zesendertig) maanden.

Bepaalt dat een gedeelte van deze gevangenisstraf groot 12 (twaalf) maanden niet zal worden tenuitvoergelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond dat veroordeelde zich vóór het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit schuldig maakt.

Beveelt dat de tijd, door veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in

verzekering en in voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde

gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht.

Verklaart verbeurd de inbeslaggenomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:

- 100 jerrycans van 20 liter, vermoedelijk inhoudende aceton.

Dit vonnis is aldus gewezen door:

Mr. De Bie, voorzitter,

Mrs. Berghuijs en Hemrica, rechters,

in tegenwoordigheid van Beers-de Badts, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 03 juni 2003.

Mr. Berghuijs is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

RECHTBANK ZUTPHEN

Meervoudige kamer voor strafzaken

Proces-verbaal van de uitspraak meervoudige strafkamer op dinsdag 03 juni 2003 te 13.30 uur.

Tegenwoordig:

mr(s). __________________________________ rechter(s),

mr. __________________________________ officier van justitie,

en __________________________________ griffier.

Betrokkene:

[verdachte]

geboren op [adres, plaats]

zonder bekend GBA-adres hier ten lande,

thans gedetineerd in de penitentiaire inrichting "[naam,plaats]

is wel / niet verschenen.

(Betrokkene heeft t.t.z. van 20 mei 2003 verklaard NIET aanwezig te willen zijn bij de uitspraak)

De raadsman mr. Boone/Wijk bij Duurstede is wel / niet verschenen.

De voorzitter/rechter spreekt de beslissing uit.

De voorzitter/rechter wijst op de mogelijkheid van hoger beroep binnen 14 dagen na uitspraak van het vonnis

Opmerkingen:

Waarvan proces-verbaal,

De griffier,